donderdag 22 september 2016

Risico's deel 2

Al 20 jaar speel ik uitsluitend 1.e4 met wit. Met zwart beantwoord ik 1.e4 minstens even lang eveneens enkel met 1...e5. Als je dit combineert met mijn uitgebreide hedendaagse openingstudies (zie schaakopeningen studeren deel 2) en ik FM ben dan verwacht je wellicht dat ik geen grote verrassingen meer na 1.e4 e5 op het bord kan krijgen. Toch slaagde mijn jeugdige tegenstander Mardoek Thienpondt erin mij in de 7de ronde Open Gent uit boek te spelen na welgeteld 3 zetten met een gambietje uit de oude doos. Oud mag deze keer vervangen worden door prehistorisch. In het artikel oude wijn in nieuwe zakken keren we terug naar 1962 en 1918. In het artikel oude wijn in nieuwe zakken deel 2 waren we even terug in 1955. Echter deze keer gaan we naar 1856. Jawel we spreken hier over een gambiet die Paul Morphy een aantal keren zelf heeft gespeeld. Van zijn 4 partijen in de megadatabase met dit gambiet, kies ik de spectaculairste.

In mijn persoonlijke database met online partijen zie ik dat ik de lijn desalniettemin een aantal keren eerder in blitz/ bullet heb ontmoet maar nooit heb ik de moeite gedaan om de opening eens serieus te bekijken. Ik beschouwde het gambiet als ongevaarlijk en de fun van het spelen is natuurlijk de belangrijkste reden waarom je online blitzt (zie de (on)zin van blitz). 

Mijn ploeggenoot de Belgische FM Daniel Sadkowski daarentegen wist wel meer af van de opening en kon mij na de partij toch iets over de kritieke lijn vertellen. Daniel speelt al 40 jaar schaak. Hij heeft nog de periode meegemaakt waarin computers geen enkele rol speelden en dit soort gambieten nog makkelijker speelbaar waren. Desondanks vind ik het toch enigszins choquerend dat iemand die zeer vaak varieert (bv. op enkel 1.e4 heb ik Daniel al c5, e6, g6, c6, Pf6 en e5 zien spelen) iets meer kent van een overlappend stukje repertoire dan ik met mijn wetenschappelijke aanpak. Het bewijst nogmaals wat ik in mijn artikel een hollands gambietje al vertelde namelijk dat mijn repertoire eigenlijk kaas met grote gaten is en mijn studiemethode niet optimaal is voor praktisch schaak.

De eerste officiële wereldkampioen Willem Steinitz vertelde ons dat een gambiet het best kan worden weerlegd door het te aanvaarden. Normaliter volgens de powerplay-methode zou ik dus dit gambiet moeten aanvaarden maar ondertussen weet ik ook dat zonder voorkennis dit een goed recept is voor een smadelijke nederlaag. Openingskennis en voorbereidingen spelen vandaag een veel grotere rol. Bovendien is het weinig wetenschappelijk om een gambiet aan het bord trachten te weerleggen om na een paar zetten in een bekende val reeds te trappen. Nee praktisch is een weigering van het gambiet indien mogelijk vaak veel verstandiger. Ik koos ook voor de laffe vlucht weg van de complicaties.

Na het spelen van deze partij heb ik uiteraard de opening eens serieus bestudeerd om in de toekomst met zwart sneller voordeel te kunnen behalen. Deze keer speelden we gewoon schaak waarin het competitieve element met zijn foutenlast primeerde.

Ik vermoed dat weinigen het erg vinden wanneer afgeweken wordt van kritieke lijnen op deze "laffe" manier als we hierdoor opnieuw op eigen kracht de opening moeten spelen. Echter het afwijken van de kritieke lijnen gaat niet altijd gepaard met een originele vechtpartij. Een recent voorbeeld hiervan gespeeld een paar maanden geleden kan je terugvinden in de Masters Final te BilbaoDe Russische topgrootmeester Sergey Karjakin zal in november voor de wereldtitel spelen maar zijn partij tegen de Amerikaanse topgrootmeester Hikaru Nakamura is niet echt geruststellend voor zijn fans.

Wat een groot verschil met Korchnoi die bij de introductie van het openingsnieuwtje door de toenmalige regerende wereldkampioen Anatoly Karpov in het bizarre wereldkampioenschap van 1978 zonder vrees de complicaties inging. Het werd een van zijn meest beroemde overwinningen.

In My Great Predecessors Part 5 zegt Kasparov zelfs dat 13. Da4 een laffe zet is om remise te maken. Echter het is volgens mij een grote stap te ver om te stellen dat Karjakin een lafaard is en geen waardige uitdager is voor onze regerende wereldkampioen Carlsen. De voorkennis van Nakamura was zonder twijfel veel groter dan die van Anatoly. Trouwens Karjakin heeft nog niet lang geleden ondervonden wat er kan gebeuren als je niet up to date bent met de theorie, toeval of niet tegen dezelfde tegenstander zie harakiri.

In deel 1 promootte ik het nemen van risico's om het schaken aantrekkelijker te maken. Met dit artikel wou ik vooral aantonen dat de opening een apart hoofdstuk is in risicomanagement. De moderne schaakpraktijk bewijst dat we best extra voorzichtig zijn in de opening. Het maximaliseren van de score is spijtig soms enkel mogelijk door het spel te kortsluiten.

Brabo

donderdag 15 september 2016

Desperado

Op chess.com publiceerde de Amerikaanse IM Jeremy_Silman vooral bekend om zijn didactische schaakboeken laatst een mooi artikeltje over hoe plezierig een partijbespreking kan zijn. Sommige partijen zijn doorspekt met allerlei fantastische wendingen maar andere kennen slechts 1 speciaal moment. Zo ook gebeurde in 1 van mijn meest recente partijen wanneer ik samen met mijn topprogramma's kritisch elke gespeelde zet bekeek. Niet alleen had ik de verrassende desperado opgegeven door onze elektronische schaakmeesters helemaal niet overwogen maar het kostte mij bovendien ook nog achteraf tijd om ten volle de sterkte van het idee te begrijpen.

Echter vooraleer ik het partijfragment toon, wil ik eerst de niet alledaagse schaakterm "Desperado" uitleggen. Wikipedia laat ons weten dat ook hiervoor weer meerdere beschrijvingen bestaan. In dit blogartikel is een desperado, een schaakstuk dat ten dode is opgeschreven en beslist om zijn huid zo duur mogelijk te verkopen.

Materiaalverlies beperken door nog zoveel mogelijk mee te grabbelen, is wellicht de best bekende desperado in deze context. Minder evident maar daarom niet perse slechter is een desperado die de pionnenstructuur van de tegenstander verminkt. Een banaal voorbeeldje hiervan kwam aan bod in een analyse gepubliceerd in het artikel lars schandorff. Mijn pion op f4 (technisch gezien ook een schaakstuk) kan niet op een goede wijze worden verdedigd en wordt dan maar opgespeeld om de witte pionnenstructuur uiteen te rijten.

De best verborgen desperado is wanneer er enkel een tempo wordt gewonnen. Het voelt evenmin logisch om een zet/tempo te spenderen aan een desperado zonder dat je iets tastbaars in de vorm van materiaal of structuur krijgt. Zulk soort situatie kan zich slechts voordoen als de stelling voldoet aan een aantal voorwaarden. Zonder de desperado kan de tegenstander met een actieve zet slaan. Met de desperado zal de tegenstander pas kunnen slaan door een eigen stuk ongelukkig te plaatsen. Bovendien kan er hiervan geprofiteerd worden waardoor de tegenstander uiteindelijk nog een extra tempo moet investeren. Het recente voorbeeld uit mijn partij van Open Gent tegen Ted Barendse hieronder zal zonder twijfel dit thema verhelderen.

Dus in de partij miste ik de desperado waardoor zwart met de actieve slagzet Pxg6 het initiatief kon veroveren. De desperado g7 had mij toegelaten om een belangrijk tempo te winnen met veel beter spel dan in de partij.

In mijn bordpraktijk vond ik nog 2 andere voorbeelden van dit type desperado. Wellicht is het niet helemaal verrassend dat ze allebei voorkomen in de openingsfase. De kans dat iemand een niet-triviale zet speelt is gewoon veel groter in de opening omdat dezelfde stellingen veel frequenter verschijnen en concrete theoriekennis een veel grotere rol speelt. Het eerste voorbeeld komt uit een variant die ik al eens besprak in mijn artikel g4 in de najdorf.

Zonder de desperado speelt wit de actieve slagzet Lxf4. Met de desperado f3 zal zwart na het weliswaar niet verplichte Lxf3 tijd winnen met Pe5. Een zeer gelijkaardig idee komt voor in een populaire zijvariant in het Spaans die even aan bod kwam in mijn artikel vrienden.

Zonder de desperado speelde Koen de actieve slagzet Pxd4. Met de desperado d3 kan zwart een belangrijk tempo later winnen met Pe5 of Pc5.

Al mijn voorbeelden zijn met een pion als desperado. Andere schaakstukken beïnvloeden een veel grotere zone en zullen daarom eerder een ander type desperado zijn. Desalniettemin denk ik dat ook bij de sterkere schaakstukken een zeldzame desperado voor slechts een tempo ergens zal bestaan. Elke hulp van de lezer is hierbij opnieuw zeker welkom.

Brabo

dinsdag 6 september 2016

Eten en drinken deel 2

Vorige week werd mij gevraagd waarom België een vrij zwakke ploeg naar de Olympiade heeft gezonden. Ik weet zeker dan onze nummers 1, 13, 15, 21 en 46 op de fide ranglijst hun uiterste best zullen doen maar met uitsluitend toppers behaal je naar alle waarschijnlijkheid een (veel) hogere rangschikking. Ik meen dat hiervoor een aantal verklaringen zijn.

1) Vooreerst ontbreekt het bij veel Belgen aan enig patriottisme. Ik zal zeker niet claimen dat we allemaal chauvinistische nationalisten moeten worden zoals de Fransen maar de interesse van de leden rond bondsactiviteiten is vandaag zeer lauw (met uitzondering van de interclub). Dit werd trouwens ook bewezen in de opkomst van het voorbije Belgisch kampioenschap waarover ik al rapporteerde in vakantie deel 2.
2) Het gaat niet goed met het schaken in België. Heel wat (top-)spelers spelen nauwelijks nog partijen en mogen dus als inactief worden beschouwd. Dit werd al aangehaald in mijn artikel inactiviteit.
3)  De communicatie van de bond naar de leden betreffende de kandidaatstelling kon zeker beter. Op de bondswebsite vond ik een berichtje hierover maar daar bleef het bij. Op het fefb-forum was ik dan ook niet verwonderd dat er minstens 1 topspeler de boot ongewild had gemist. Ik heb een sterk vermoeden dat de meeste schakers behalve voor hun elo en de uitslagen in de interclub nooit de bondswebsite raadplegen.
4) Tenslotte ontbreekt er ook boter bij de vis. De spelers krijgen geen winstpremies, laat staan een soort salaris uitgekeerd en dan haken vele toppers af. Met het debacle van de secretaris een aantal jaren geleden is er geen budgettaire ruimte voor meer.

Budgettair is het natuurlijk niet alleen onze schaakbond die het moeilijk heeft. Zo kwamen er 2 weken geleden onheilspellende berichten over de fide dat ze mogelijk naar een bankroet gaan (zie bv. chess.com). Op kleinere schaal zien we dan weer vele toernooien knippen op de uitgaven. Ik had al eerder geschreven dat het voor de professionals steeds meer overleven is maar daar blijft het niet bij. Ook in de voorbije Open Gent zag ik dat de liveborden die ik 2 jaren geleden op deze blog nog de hemel inprees slechts gedeeltelijk nog actief waren. Echter het meest vervelende was wellicht voor de meesten het weglaten van de ventilatoren waardoor de tornooizaal een ware bakoven werd.

Om dit ongemak te verlichten zorgden de organisatoren gelukkig voor gekoelde waterflessen tegen een democratische prijs en daar werd massaal van gebruik gemaakt. Zelf kocht ik ook iedere ronde minstens 1 flesje maar dit veroorzaakte dan weer extra sanitaire stops. Als je dan bovendien schaakt tegen iemand die snel speelt dan krijg je soms vervelende situaties. Zulke situatie overviel mij in ronde 2 tegen Wiebke Barbier momenteel actief op de olympiade. Ik wou dringend naar het toilet maar ik kreeg de kans niet omdat ik aan zet was.

Het is bijzonder lastig om na te denken wanneer je naar het toilet moet maar weglopen terwijl je aan zet bent, wordt niet aanvaard. Ik vraag mij trouwens af of er al geen ongelukjes zo zijn gebeurd maar dat zal niemand willen opbiechten. Uiteindelijk maakte ik op goed geluk een keuze en sprintte naar de toiletten. Dat je daarvoor bijna 100 meter ver moest gaan, maakte het er niet gemakkelijker op. Trouwens ik denk niet dat het toeval was dat de seniors in een apart zaaltje naast de toiletten mochten spelen.

Naast het tijdsverlies creëren toiletbezoeken ook achterdocht (iets wat ik zelf al eens meemaakte zie wantrouwen). Dat zoiets steeds vaker tot conflicten leidt, merken we ook op in de lopende olympiade. Spelers moeten de arbiter op de hoogte brengen van hun toiletbezoek en de arbiter moet dit registreren. Dit werd echter niet door iedereen zomaar aanvaard. Al snel werd een petitie gelanceerd en met succes want in ronde 4 werd de gecontesteerde regel alweer afgevoerd.

Een speler die wel heel draconische maatregelen treft om niet of veel minder naar het toilet te gaan, is de Belgische expert Alain Talon. Hij vertelde mij tijdens Open Gent dat hij gewoon niet at voor een partij. Ik snap niet hoe hij het kan volhouden want de avondpartijen konden tot 11uur 's avonds duren. Desalniettemin behaalde hij een mooie gedeeld 1ste plaats in zijn elocategorie en dit had misschien nog meer uit de verf gekomen wanneer hij in ronde 4 geen zeer ongelukkige nederlaag had geleden.

Beide spelers waren achteraf niet te spreken over hun spel maar de totaal ongepaste interventie van de hoofdarbiter veroorzaakte heel wat wrevel. Fouten maakt iedereen maar die van een arbiter vallen natuurlijk veel harder op en creëren ook vaak grotere problemen. In dezelfde context wil ik de lezer zeker ook aanraden om het recente grappig artikel van onze Belgische ploegen te lezen.

Eerder op mijn blog heb ik geschreven dat schaken net als een sadistisch examen is maar hiermee wil ik niet de lijn doortrekken voor eten, drinken en toiletbezoeken. Ik heb in mijn schoolcarrière nooit een examen meegemaakt die 4 uren duurde zonder een pauze. Als we standaardschaak willen behouden dan is het noodzakelijk om de spelers hieromtrent voldoende ruimte te laten. 

Brabo

dinsdag 30 augustus 2016

ROT

Wanneer is mijn kind rijp om toernooischaak te spelen bij de volwassenen? Het is een vraag die een trainer of ouder al snel stelt als men het kind wil laten doorgroeien. Tegenwoordig heb je al een europees en wereldkampioenschap voor de -8 dus sommigen beginnen er al erg vroeg aan om kans te maken op een ereplaats of zelfs medaille.

Voor mijn zevenjarige zoon heb ik beslist dat het volgend seizoen nog te vroeg is. Stap 3 en/ of 1100 elosterkte lijkt mij een minimum en zover staat hij nog niet. Bovendien heb ik hem de voorbije zomermaanden onbezorgd laten genieten van vakantie en werd er bijgevolg geen enkele keer geschaakt. Nee volgend seizoen houden we het nog bij jeugdles (hierbij veranderen we van club naar Mechelen) en enkele jeugdtoernooien.

Echter omdat het jeugdschaakcriterium van Leuven op 10 september niet meer veraf is en mijn zoon graag zou deelnemen, startte ik enkele dagen geleden toch stilletjes met enkele herhalingen. Dit bleek geen overbodige luxe want sommige begrippen als iedereen uitnodigen op het feestje (alle stukken ontwikkelen) en koningsveiligheid eerst (rocheren) was hij al vergeten. Het kennen en toepassen van deze basisprincipes in de opening, maakt vaak een cruciaal verschil in partijen bij de jeugd.

Natuurlijk bestaan er talloze uitzonderingen maar die leer je vanzelf door sterker te worden en het verwerven van ervaring. Een buitenbeentje is de Britse expert Mike Surtees die een eigen revolutionaire openingstheorie (vandaar ROT) heeft ontworpen net gebaseerd op uitzonderingen. Hierbij legt hij de klemtoon op pionzetten in de opening i.p.v. stukken te ontwikkelen en wordt er vaak niet gerocheerd. Voor een gedetailleerde omschrijving en verdediging van zijn theorie verwijs ik naar dit blogartikel.

Opmerkelijk is dat hij met deze zeer onconventionele theorie al heel wat successes heeft geboekt zelfs tegen veel sterkere tegenstanders. Pure onzin is het dus zeker niet want ook in het boek Chess For Life stond een mooi voorbeeld van oud-dameswereldkampioene Nona Gaprindashvili. Het was met die partij trouwens dat ik kennismaakte met dit concept. Het is te zeggen vanuit theoretisch perspectief want ik herinnerde mij onmiddellijk dat ik in de praktijk al dit concept onbewust een aantal keren had toegepast.

Een eerste partij die ik wil tonen waarbij zeker sprake is van ROT, was in de zilveren toren van 2004 tegen de Belgische expert Willem Hajenius. Achteraf moesten we allebei glimlachen bij de slotstelling.

Nog een extremere ROT was mijn partij tegen oud-voorzitter van KSK Deurne Guy Colpin. In de slotstelling staat geen enkel stuk van mij ontwikkeld maar wit staat compleet verloren. Guy was zo onder de indruk dat hij mij na de partij vroeg te poseren met de slotstelling om een foto te maken. Ik voelde mij niet helemaal gemakkelijk erbij maar ging toch maar akkoord.

Het meest fantastisch stukje ROT dat ik ooit gezien heb, is een analyse die ik maakte in 1998. Zwart speelt 8 koningszetten in de opening maar staat toch in de slotstelling beter.

Ik vind het spijtig dat de moderne programma's de oude analyses hebben kunnen weerleggen maar dat is nu eenmaal het lot van heel wat oude analyses. Het blijft voor mij in elk geval een ongelooflijke variant.

ROT levert dus bijna gegarandeerd spektakel op. Ik zou het zeker niet aanraden in elke opening en dat doet Mike evenmin maar het is een concept die af en toe eens te overwegen is.

Brabo

zaterdag 13 augustus 2016

Rontgenaanval

Vorig jaar schreef ik op mijn blog dat computers autonoom worden bij het dicteren van de openingstheorie maar op het domein van schaakcomposities bleef tot voor kort de computer onzichtbaar. Dr Mohammed Azlan Iqbal is een van de eersten die recent een programma schreef dat autonoom schaakcomposities kan creëren. Het artistieke is zowat het laatste bastion in het schaken waarvan men meent dat computers nog lang niet in staat zijn om het menselijk vernuft te evenaarden. Het was dan ook geen verrassing dat critici in de rij stonden om het programma met de grond gelijk te maken. Op Chessbase trachtte de auteur zich nog te verdedigen door te stellen dat hij niet dezelfde criteria voor schoonheid gebruikte als in de compositiewereld maar het kwaad was al geschied. Alhoewel het best een knap programma is met potentieel, lijkt de kans mij klein dat we nog verbeteringen zullen zien.

Echter dit betekent niet dat schaakprogramma's nutteloos zijn voor componisten. Zowel bij verificatie als bij het creëren van problemen/ studies spelen ze vaak een belangrijke rol. Soms in die mate zelfs dat er vraagtekens worden geplaatst bij de meerwaarde van de componist t.o.v. het werk door de computer. Studies met 6 - 7 stukken die allemaal terug te vinden zijn in de lomonosov 7 men tablebases worden daarom ook door sommigen niet meer aanvaard als uniek.

Schaakprogramma's reiken ons ook regelmatig verbazingwekkende ideeën aan. Hoe vaak gebeurt het niet dat we denken een goede partij gespeeld te hebben om dan toch thuis verrast te worden met ongelooflijke wendingen die een computer in een nanoseconde op het bord tovert. Misschien herinnert de trouwe lezer nog mijn artikeltje over interferenties met een fantastisch stukoffer uit mijn bordpraktijk. Deze keer wil ik het eens hebben over enkele fantastische wendingen gebaseerd op rontgenaanvallen die ik (relatief) recent ontmoette. Ter informatie geef ik nog even een beschrijving mee van een rontgenaanval. Een rontgenaanval is een tactiek waarbij 2 stukken van de tegenstander op 1 lijn staan. Als je 1 stuk aanvalt, en deze gaat weg, staat op diezelfde lijn ook nog het andere stuk. Je kijkt als het ware door het voorste stuk heen naar het achterste stuk. Vandaar dus de naam rontgenaanval.

In de stappenmethode wordt reeds veelvuldig getraind op de rontgenaanval maar dit betekent helemaal niet dat ervaren spelers elke rontgenaanval steeds zullen vinden, integendeel. Ook met dit thema bestaan vele soorten graden van complexiteit. Neem nu het voorbeeldje hieronder. Het is een variant uit een clubkampioenschappartij gespeeld te Deurne in 2015 die niet op het bord kwam maar toch belangrijk was voor de evaluatie van de stelling.

Een 2de voorbeeld dat uiteraard niet mag ontbreken, is het fantastische 12. Dg3 gespeeld in de rapid-tiebrake van de kwartfinales van de Fide World Cup te Baku, Azerbaijan. Het Chinese wonderkind Wei Yi  gebruikte slechts een paar seconden voor de zet maar ik ben ervan overtuigd dat hij al op de hoogte was vooraf van die mogelijkheid dankzij het prachtige boek Move First Think Later. Een korte bespreking van dit boek gaf ik op mijn blog zie ik wist het wel.

Het is moeilijk om een mooiere zet te vinden met het rontgenthema maar een paar maanden geleden deed de Russische topgrootmeester Ian Nepomniachtchi toch een serieuze gooi naar de hoofdvogel. Er bestaan heel wat partijen met een loperoffer op h7 wanneer de pion al op h4 staat maar hier werkt het zelfs als wit daarna h4 speelt.

Niet alleen vertelde Ian achteraf op twitter dat het voor hem een van de mooiste en unieke ideeën was dat hij gespeeld had maar ook dat het niet iets was dat hij zelf had ontdekt.

De computers worden door veel spelers vervloekt omdat ze het schaken vernietigen. Anderzijds moeten we toch toegeven dat ze ons ook veel schoonheid laten ontdekken zelfs al zijn de programma's helemaal niet hiervoor geprogrammeerd. Zeker in het geval van rontgenaanvallen heeft een schaakprogramma geen last van bepaalde visuele barrières. Ken je nog andere unieke voorbeelden uit je eigen praktijk of  de profwereld dan ben je welkom om hieronder dit met ons te delen.

Brabo

vrijdag 5 augustus 2016

Vakantie deel 2

Vorig jaar had HK5000 het over Belgen die zomertornooien meespeelden in het buitenland zie artikel. Deze keer wil ik eens kijken naar de populariteit van onze tornooien op eigen bodem bij de Belgen. Het eerste tornooi van enige allure deze zomer was uiteraard het Belgisch kampioenschap. De locatie lag aan de Duitse grens Butgenbach en dit bleek voor veel schakers toch wat te afgelegen want in de Open telden we slechts 79 deelnemers. 

Echter nog frappanter was dat de jeugd bijna compleet het tornooi domineerde. Zowel op Schaakfabriek als in Vlaanderen Schaakt Digitaal werd de vraag gesteld waarom de oudere schakers niet meespelen. Zijn ze bang van de jeugd om rating te verliezen of is het iets anders? Onderstaande tabel toont duidelijk hoe de top 20 in de uiteindelijke rangschikking bijna uitsluitend uit jeugd bestaat.
Top 20 Eindstand Open Belgisch Kampioenschap
Het tweede Belgisch tornooi waar we eens naar kijken, is het Open Gent waaraan ik zelf deelnam. De formule wijkt serieus af van het Open Belgische Kampioenschap want 9 partijen worden gespeeld in slechts 5 dagen en de partijen tellen niet mee voor rating. De leeftijd van de eerste 20 Belgen ziet er ook compleet anders uit. Om een eerlijke vergelijking te kunnen maken met het Open BK, heb ik de experten van het BK verwijderd uit de rangschikking.
Top 20 Belgen zonder BK experten Eindstand Open Gent
Echter het zou nu te kort door de bocht zijn om te stellen dat de oudere spelers inderdaad bang zijn om rating te verliezen en liever tornooien van korte duur spelen. Het derde Belgisch tornooi de Open van Charleroi is nog lopende dus een eindstand is er nog niet maar we kunnen wel al eens kijken naar de 20 Belgen met de hoogste rating. In dit tornooi worden 9 partijen gespeeld in 8 dagen en tellen de partijen mee voor rating. We kiezen opnieuw ervoor om de enkele experten van het BK te verwijderen uit de lijst om een eerlijke vergelijking te kunnen maken.
Top 20 Belgen zonder BK experten Deelnemers Open Charleroi
Dus blijkbaar speelt ratingverwerking en de duur van het tornooi nauwelijks een rol in de deelname van de oudere spelers. Om makkelijker te vergelijken, zet ik de 3 tornooien eens naast elkaar met een verdeling volgens leeftijdsgroep.
Overzicht volgens leeftijdsgroep voor de top 20 in de 3 tornooien
Wat mij het meest opvalt is dat er zo goed als geen top 20 spelers zijn in de leeftijdsgroep 30-39 in om het even welk tornooi. Nochtans heb ik o.a. nog recent in mijn artikel piekrating deel 2 aangegeven dat het net in die categorie is dat spelers hun hoogste rating behalen. Dit stond trouwens toevallig ook vermeld in de laatste editie van Vlaanderen Schaakt Digitaal. Wat is er aan de hand?

De drukste periode in iemands leven is vaak tussen 30 en 40 maar dat kan niet alles verklaren. Als dertiger bleef ik elk jaar minstens 1 tornooi in de zomer spelen. Bovendien herinner ik mij dat ik bijlange niet de enige was. M.a.w. de extreem lage aantal dertigers lijkt mij eerder een recent fenomeen. Een onrechtstreeks bewijs van de trendbreuk zien we ook in het aantal leden volgens leeftijdsgroep.
Ledenaantal KBSB
We zien heel duidelijk een enorme terugval bij de dertigers en het aantal twintigers laat evenmin veel goeds vermoeden voor de toekomst. Het is bovendien een utopie om te verwachten dat die generaties zich nog zullen herstellen tot het niveau van de oudere generaties. Nee alleen bij de jongste spelers zien we het aantal spelers groeien (345 bij leeftijdsgroep <10 in juli 2009 groeit tot 1079 bij leeftijdsgroep 10-19 in juli 2016). Bij de oudere spelers zullen nieuwe spelers niet de spelers die vertrekken kunnen compenseren.

Het is een zorgwekkende evolutie die vandaag wordt verdoezeld door het massaal aantal (piep-) jonge leden en de tijdelijke aanwas van +50 spelers. In elk geval blijft er van de visie om in 5 jaar het aantal leden te verviervoudigen niets meer van over (zie bv artikel nieuwe wedstrijdreglementen).

Er blijft natuurlijk de vraag waarom de oudere spelers zo weinig interesse tonen voor het BK. Veel van de oudere spelers hebben een BK al meerdere malen meegemaakt en dan ga je het ook minder erg vinden om eens niet mee te spelen. Als oudere speler ken je het Belgisch schaakwereldje ook al veel langer. De afwisseling van nationaliteiten in een internationaal tornooi is voor hen aantrekkelijker. Tenslotte is er ook weinig of niet sprake van een tornooitraditie want elke editie (als er al uberhaupt 1 is) legt zijn eigen accenten.

Een Belgisch kampioenschap heeft dus een handicap t.o.v. vele andere tornooien. Echter het heeft ook een grote troef en dat is de vrijheid van de locatie. Plaats het tornooi in de nabijheid van de grootste Belgische clubs waarvan je vermoedt dat er ruime interesse is om mee te spelen. Zorg dat er animatie is buiten het schaken bijvoorbeeld door dicht bij een toeristische plek te verblijven. Hou rekening met de bereikbaarheid via het openbaar vervoer. Ik ben er zeker van dat we dan terug een veel hoger aantal deelnemers zullen noteren waarbij ook oudere spelers van de partij zullen zijn.

Brabo

Addendum 7 Augustus 2016
Ik heb aan het oorspronkelijk artikel nu ook de cijfers toegevoegd van de ledenaantallen in juli 2007. Hiermee krijgen we een veel nauwkeuriger beeld over niet alleen de veranderingen in leeftijdsgroepen maar ook in generaties.

dinsdag 26 juli 2016

Oude wijn in nieuwe zakken deel 2

Net zoals 2 jaren geleden heb ik vorig seizoen niet meegespeeld in het clubkampioenschap van Deurne. De tanende belangstelling van de betere spelers had ik al eerder aangehaald in mijn artikel inactiviteit en hiervoor is nog steeds geen oplossing gevonden. Het alternatief was voor mij opnieuw de TSM Open maar rond nieuwjaar is dit al voorbij waardoor ik na de interclub in april helemaal droog kwam te staan. Om toch enig competitieritme op te doen ter voorbereiding van Open Gent besliste ik dan maar om zoals 2 jaar geleden de beker in Deurne mee te spelen.

Uit 2 eerdere deelnames had ik geleerd dat de wetenschappelijke aanpak mijzelf erg kwetsbaar maakte. Als hoger gekwoteerde speler krijg je volgens het reglement een tijdshandicap en dat is met een openingsverrassing van de tegenstander een zeer gevaarlijke mix. Niet zelden had ik na de opening slechts een handvol minuten over om de partij uit te spelen. De beker winnen, lukte niet.

Dit jaar koos ik om af te stappen van de wetenschappelijke aanpak en eens puur praktisch schaak te spelen. Dit stemt trouwens ook beter af op mijn doelstelling om competitieritme op te doen. Elke match in de beker betekent dat 1 speler verder gaat en 1 speler wordt uitgeschakeld. Dus wil je een maximaal aantal partijen spelen dan moet je eerst en vooral de matchen winnen. Praktisch koos ik dan ook om na het winnen van de eerste partij, remise te forceren in de 2de partij zelfs in compleet gewonnen posities. Mijn openingskeuzes weken ook af van mijn standaardrepertoire. Toen Robert Schuermans in de kwartfinale tegen mij a6 speelde in het Spaans i.p.v. zijn geliefkoosde Schliemanngambiet, counterde ik verrassend met de afruilvariant. Niet alleen viel zijn voorbereiding hiermee in het water maar de dames werden ook nog geruild waardoor hij grotendeels werd ontwapend.

In mijn halve finale tegen Marcel Van Herck en de finale tegen Thierry Penson koos ik om terug te grijpen naar openingen die ik meer dan een decennium geleden geregeld had gespeeld. Ze maakten niet meer deel uit van mijn standaard repertoire omdat er minstens 1 anti-dote voor bestaat maar leken mij een goede keuze voor de beker. De strategie werkte. Beide tegenstanders waren er niet op voorbereid en spendeerden veel tijd in de opening waarna ze later in het middenspel snel in de fout gingen. Zonder groots schaak te tonen won ik comfortabel de beker.

De praktische waarde van een verrassing uit de oude doos kan en mag dus niet onderschat worden. Echter toen vorige maand de Oekrainsche topgrootmeester Vassily Ivanchuk won met een wel erg dubieuze opening van de Cubaanse topgrootmeester Leinier Dominguez Perez in de 51ste Capablanca memorial keek ik toch vreemd op.

De openingsbagage van een +2700 speler is enorm dus ik vermoed dat Leinier het al eens eerder heeft gezien. Dit bleek niet te volstaan om het openingsvoordeel vast te houden en dus werkte voor de zoveelste keer de beredeneerde gok van Chucky. Dat de opening dubieus is weet ik goed omdat ze op mijn standaard repertoire stond tot 2004, weliswaar met een andere zettenvolgorde. Ik won nog mijn laatste partij ermee maar vond het toen welletjes.

Ik maakte kennis met de opening door een boekje van 1986 Spanish gambits door Leonid Shamkovich en Eric Schiller. Kwalitatief waren de analyses niet zo goed maar tot op vandaag (voornamelijk in online blitz) beleef ik nog veel plezier ermee. Diverse namen zijn toegekend aan het systeem. Een van de eerste spelers die het op hoog niveau speelde was de Russische grootmeester Mark Taimanov in 1955 dus wordt het soms naar hem vernoemd. In het boekje dat ik las, heet het wingvariant wat ik ook als optie vond op 365Chess.com. Sommigen noemen het liever de Noorse variant omwille van dat meerdere sterke spelers er het speelden zoals de sterke Noorse grootmeester Simen Agdesteinde Noorse IM Svein Johannessen en de Noorse IM Arne Zwaig.

Het introduceren van oude (dubieuze) openingen in mijn standaardschaak liet ik nog niet toe. Ik ben er vandaag wel overtuigd van dat het praktisch zeker kan tegen om het even welke tegenstander. Winnen is belangrijk maar het is niet het enige dat voor mij telt.

Brabo

Addendum 29 juli 2016
Ik wou ook nog even meegeven dat mijn ervaring met de opening besproken in bovenstaand artikel mij ook hielp in het winnen van een partij tegen Nicola Capone een paar jaar geleden in Leuven. De analyses van die partij kwamen aan bod in het artikel http://schaken-brabo.blogspot.be/2014/01/de-volgorde.html. Als je de analyses leest, kan je zelfs de link detecteren.