woensdag 18 januari 2017

The Hyper Modern French

Het voorbije jaar heeft mijn zoon flink wat prijzen bij elkaar gesprokkeld. Vooral geld blijkt erg welkom te zijn want daar kocht hij o.a. een paar lego-dozen mee, een blitse step, twee voetballen,... Kortom alhoewel het geld verdiend werd met het schaken, werd niets geïnvesteerd om beter te leren schaken. Hij keek dan ook heel sip toen hij een waardebon te spenderen bij chessconsult kreeg bij het winnen van het provinciaal Antwerps kampioenschap voor -8 jarigen. Gelukkig wist ik hiermee raad. Ik betaalde hem de waardenbon contant uit en gebruikte zelf de waardebon om 2 nieuwe schaakboeken te kopen: Nadorf x Najdorf en Timman's Titans beiden uitgebracht in 2016.

Ondertussen heb ik Najdorfs boek uitgelezen. We kennen allemaal de opening maar de persoon Najdorf is na zijn dood (1997) al voor een groot stuk in de vergetelheid geraakt. Dit boek probeert hieraan iets te verhelpen en ik denk dat de opzet geslaagd is. Het boek leest erg vlot en ook de geselecteerde partijen zijn zeker de moeite. Vooral de talloze anekdotes zijn zeer te smaken. Zo vertelt Najdorf ook waarom hij zijn eigen opening in zijn latere jaren niet meer zelf speelde. Met de opening was niets mis mee maar hij had geen zin om tegen de openingskennis van de jonge spelers op te boksen terwijl hij het veeleer moest hebben van techniek en creativiteit.

Zo is het ook voor sommigen met de Modern French. De theorie is geëxplodeerd in deze opening door zijn enorme populariteit. Zelf kreeg ik het 5 keer in de laatste 5 jaar op het bord waarover ik rapporteerde in meerdere blogartikels (zie bv. the modern french, the modern french deel 2, kleuren omwisselen deel 2, ...). Dat is enorm veel als je rekening houdt met dat ik slechts ongeveer 15 standaardpartijen met wit per jaar speel. Bovendien zijn er ondertussen meerdere systemen ontdekt voor wit waarin zwart onder druk kan worden gezet. Een idee dat ik had klaarliggen voor een volgende ontmoeting, werd een aantal maanden geleden compleet toevallig met succes geïntroduceerd door de sterke Nederlandse grootmeester Benjamin Bok.

Niet verwonderlijk zien we dan ook steeds meer spelers zoeken naar weer nieuwe varianten in het Frans. De 20-jarige sterke Duitse grootmeester Matthias Bluebaum speelt hierin zeker een pioniersrol. Steeds vaker zet hij zijn tegenstanders op een verkeerd been door voortdurend te variëren met diverse zettenvolgorden. Zijn invloed op de hyper-moderne Franse opening waarbij Pc6 wordt uitgesteld of zelfs helemaal niet gespeeld, kan niet worden genegeerd. Zijn frisse aanbreng van nieuwe strategieen heeft er zeker voor gezorgd dat we de laatste 2 jaren een enorme boost hebben gezien van deze hyper-moderne aanpak. Zelfs sommige absolute wereldtoppers hebben dit opgemerkt en sprongen op de trein. Zo scoorde de topgrootmeester Pentala Harikrisha er dit jaar in Altibox Norway Chess een sensationele overwinning mee.

Een gewaarschuwd man is er 2 waard maar ik moest met het schaamrood op mijn wangen in de voorbije Open Leuven toegeven dat ik geen jota begreep van de opening. Ik was bovendien ook totaal verrast dat een 47 jarige Jan Rogiers zulke hyper moderne opening in zijn repertoire had. Ik kwam dan ook al snel in de problemen en slechts een onwaarschijnlijke tegenaanval vermeed een elogewijs grote verrassing.

Mijn analyses zaaien twijfels over de absolute correctheid van dit hypermodern systeem maar het laatste woord is zeker niet gezegd. Trouwens deze rijke strategische stellingen lenen zich uitstekend om met beide kleuren op winst te spelen. Een opvallend statistiekje met deze opening vertelt mij dat er in al mijn 6 standaardpartijen een beslissende resultaat was waarbij de elologica steeds gerespecteerd werd.

Brabo

dinsdag 10 januari 2017

Familieschaak deel 2

Bijna iedereen maakt tijd rond nieuwjaar om zijn familie te bezoeken. Het is een sterk gehypte periode door o.a. media waarin geluk en blijdschap steevast centraal staan maar de realiteit vaak anders is. Het voorbereiden van de feesten gaat gepaard met soms heel wat stress en bepaalde familieleden die je gelukkig maar die ene keer ziet, slagen er steeds opnieuw in je te irriteren. Vrienden kan je kiezen maar de kaarten liggen heel wat moeilijker met familie.

Alhoewel het in mijn familie zeker niet allemaal peis en vrede is, zal ik zeker niet klagen. Vooral over mijn band met de schoonouders kan ik geen slecht woord zeggen. Of zij nu op bezoek zijn bij ons in Belgie voor een maand tijdens de zomer of wij ben hen in Ufa zoals de voorbije 2 weken, steeds ben ik versteld over hun oneindig geduld en oprechte bekommernis om ons. Hun kinderen en kleinkinderen komen duidelijk op de eerste plaats dus voor zichzelf. Ik weet niet of dit iets typisch Russisch is maar in België is dit zeker geen standaard.

Echter zelfs al is de relatie goed dan nog is het zo dat gesprekken met familie vaak zeer oppervlakkig blijven door weinig of zelfs compleet ontbrekende gemeenschappelijke interesses. Terwijl de ene een passie heeft voor voetbal maakt het de andere niets uit wie laatst gewonnen heeft in de Champions League. De grote uitzondering op deze regel is het eten en drinken die op familiefeesten meestal zeer overvloedig aanwezig is. Ook in Rusland kunnen ze hier wat van met uiteraard hun eigen typische kenmerken. Bij een goede feestmaaltijd moet de tafel steeds bomvol staan met drank en gerechten zoals op onderstaande foto van ons bezoekje bij een neef van mijn vrouw.
Vorig jaar hadden we een bijzonder goed restaurant ontdekt en dit jaar had ik weinig moeite om mijn schoonfamilie te overtuigen om er opnieuw een bezoekje te brengen. Ik ontdekte achteraf dat Balkan Gril volgens tripadvisor op plaats 8 staat van beste restaurants in Ufa. Als echte bourgondier kan ik van zulke culinaire uitstapjes enorm genieten. 
Trouwens op youtube kan je een leuk fimpje vinden van het spectaculair flamberen dat er aan vooraf ging.

Eten en drinken speelt dus een heel belangrijke rol in familieverband maar het wordt natuurlijk nog een stuk aangenamer als er toch iets anders is waar je samen plezier kunt aan beleven. Persoonlijk vind ik het dan ook een goed idee om als ouder samen met de kinderen een gezamenlijke hobby trachten uit te oefenen. Zo leerde ik o.a. mijn beide kinderen 4 jaar geleden het schaken aan (zie vals spelen) en ben ik blij dat 1 van hen nog steeds graag speelt.

Om het even wat mijn kinderen doen, interesseert mij maar het heeft natuurlijk iets extra als het iets is wat je zelf ook graag doet. Bovendien beseft mijn zoon ook wel dat hij erg bevoordeeld is t.o.v. zijn leeftijdsgenootjes met een papa die hem (binnen de fairplay grenzen uiteraard) altijd kan helpen met om het even welk schaakprobleem. Nu al zie ik dat hij hierdoor een serieuze voorsprong heeft met als wellicht voorlopig hoogtepunt een eerste plaats in de eindstand van de F-reeks van het voorbije Vlaams jeugdschaakcriterium.

Ik hoop natuurlijk dat we in de (nabije) toekomst samen tornooien kunnen spelen zoals andere schaakfamilies in België geregeld doen. Anderzijds zal een onderlinge confrontatie aan het bord een bijzondere spanning creëren. Cadeaus zoals familieschaak deel 1 zal ik niet geven want als ouder moet ik het goede voorbeeld tonen. Uitwisselen van voorbereidingen of openingskennis daarentegen lijkt mij vanzelfsprekend.

Met dit laatste aspect hou ik zelf ook rekening in mijn voorbereiding wanneer ik tegen een telg van een schaakfamilie moet spelen. Zo speelde in 2011 tegen Patrick Boons onderstaande partij.

In de voorbije Open Leuven botste ik tegen de broer Bert Boons. Ik vond heel weinig bruikbare partijen van Bert in de database maar ik won toch flink wat tijd op de klok door vooraf mijn analyses op de partij tegen Patrick te herhalen.

Een andere bekende Belgische schaakfamilie bestaande uit reeds 3 generaties zijn Daniel, Arben en Bardyl Dardha. Ook hier zien we opnieuw overlappingen in het repertoire vooral tussen Arben en Daniel. Trouwens in mijn onderlinge partij tegen Arben laatstleden in de interclub volgde ik een tijdje mijn voorbereiding die gebaseerd was op een partij van zoon Daniel.

In mijn artikel openingskeuzes gaf ik al aan dat externe elementen een grote invloed hebben op iemands repertoire en dit wordt hiermee uiteraard alleen maar bevestigd. Dit betekent niet dat familieleden elkaars repertoire automatisch copieren maar wel dat je er best rekening mee houdt. Trouwens mijn zoon speelt momenteel bitter weinig systemen die ik zelf ook speel. Het Hollands raad ik hem bijvoorbeeld ten stelligste af. Daarnaast is mijn basiskennis over de meeste openingen meer dan voldoende om hem op zijn niveau bij te staan.

Brabo

vrijdag 23 december 2016

De expert deel 2

Een paar dagen geleden botste ik in het boek Ivan's Chess Journey Unravelled opnieuw op een leuke anekdote. Ivan beschrijft hoe hij en zijn tegenstander de Lettische sterke grootmeester Alexei Shirov een staande ovatie kregen van het publiek nadat hun partij op een spectaculaire wijze in remise was beeindigd. De partij werd gespeeld in 1994 dus voor de computers in staat waren om commentaar te geven waardoor zo goed als niemand wist dat de partij vol grote blunders zat.

In die dagen was schaken nog magisch. Toen had je echte fans die dweepten met hun helden. Vandaag heeft een absolute wereldtopper zoals Wesley So een fanbase met welgeteld 3 leden. Computers tonen elke dag aan dat iedereen veel fouten maakt waardoor nog zeer weinig waardering voor talent bestaat.

Het idoliseren van personen vind ik niet goed maar dat betekent niet dat ik niet meeleef met de resultaten van anderen. Uiteraard volg ik de eerste schaakstappen van mijn zoon op de voet maar ook de partijen van clubgenoten en andere bevriende spelers interesseren mij. Daarnaast vind ik kibitzen bij belangrijke nationale of internationale wedstrijden ook best leuk.

Sommige spelers trekken hierbij sneller mijn aandacht dan anderen. Daarbij is de elo uiteraard een belangrijke parameter. In elke broadcast zie je dat de regerende wereldkampioen Magnus Carlsen een magneet is. Echter naast elo spelen bij mij ook iemands speelstijl en theoretische kennis een rol. De sterke Britse grootmeester Nigel Short staat bekend om niet schuw te zijn te experimenteren met openingen die we over het algemeen enkel in clubpartijtjes ontmoeten. De sterke Oekrainsche grootmeester Andrei Volokitin en de Griekse grootmeester Vasilios Kotronias lokken dan weer mijn interesse omwille van hun verfijnd openingsrepertoire.

Experten in de openingen die ik speel, zijn dan weer zeer goed studiemateriaal. Zo vertel ik in het artikel kleuren omwisselen deel 2 over de Turkse IM Burak Firat die 17 keer dezelfde variant op het bord kreeg. Echter nog beter is te kijken naar spelers boven de 2600 elo die normaliter hun openingen veel solider en professioneler selecteren. Het was Botvinnik trouwens die o.a. Kasparov vertelde om een opening te studeren via de partijen van de topspelers.

Tegenwoordig spelen de meeste sterke spelers een enorme waaier aan varianten (wat o.a. aan bod kwam in het artikel de sterktelijst) maar je hebt ook nog steeds een aantal uitzonderingen die vasthouden aan een veel nauwer repertoire. In die categorie hoort bijvoorbeeld Oud Europees kampioen en Russische grootmeester Vladimir Potkin. In de laatste 5 jaar koos hij in 81/104 partijen voor het Siciliaans na 1.e4. Bovendien wordt 1.e4 c5 2.Pf3 bijna steeds (66/69 partijen)  beantwoord met e6. Vladimir is een echte expert in de Siciliaanse Taimanov zoals bijvoorbeeld onderstaand partijtje tegen de Russische supergrootmeester Ian Nepomniachtchi.

Het is natuurlijk geen toeval dat bijna krak dezelfde partij aan bod kwam in mijn vorig artikeltje. Achteraf gaf Benjamin aan dat hij de partijen van Vladimir met bijzondere aandacht had bekeken.

Anderzijds valt het mij ook op dat sinds 2015 Vladimir opnieuw de opening speelt met a6. Ik vermoed dat hij toch niet helemaal tevreden was en dan zal zelfs een expert aanpassingen maken in zijn repertoire. Net zoals zovelen opteert hij nu voor het modieuze Negi concept die reeds aan bod kwam in mijn artikel met een kanon op een mug schieten.

Nu veel tijd zal Vladimir recent niet gehad hebben om aan zijn eigen repertoire te werken. Hij was zowel in de kandidatenfinales als in het wereldkampioenschap secondant van uitdager Sergei Karjakin. Een harde werker in de opening is altijd nuttig maar ik vermoed dat Sergei ook beinvloed werd door Vladimir in zijn openingskeuzes. We zien een duidelijk verschil tussen Magnus en Sergeis strategieën.
WK Strategie


















De gele zetten vertellen ons waar Magnus afwijkt van de eerdere partijen in het wk. De blauwe zetten zijn die van Sergei waar hij afwijkt. Het valt op dat het bijna steeds Magnus is die eerst afwijkt (10 - 4) en bovendien heel vroeg in de partij. De Oekrainische supergrootmeester Ruslan Ponamariov vraagt zich op Chessbase luidop af wat Carlsen ons in het wk getoond heeft. Wel misschien is het wel dat het mogelijk is om wereldkampioen te blijven door theoretische gevechten te vermijden.

Anderzijds mogen we niet negeren dat Sergei heel dicht bij de titel was. Openingexperts blijven dus ook vandaag een belangrijke rol spelen voor zowel amateur als wk-finalist. Kasparovs tweet over een gebrek aan voorbereiding van Carlsen bevat zeker een grond van waarheid.

Brabo

Addendum 25 December 2016
Een leuk artikeltje dat bij dit thema zeker past, is Can You Still Specialize In An Opening?

vrijdag 16 december 2016

Ambities deel 2

Competitie spelen doe je pas graag als je winnen belangrijk vindt. Een minimum dosis aan ambities is dus aanwezig bij elke schaker. In deel 1 toonde ik aan dat iemands rating geen absolute graadmeter is voor iemands ambities. Het is dus best mogelijk dat iemand met een lagere rating veel harder werkt aan het schaken dan iemand met een hogere rating. Dat de zwakkere hard werkende speler hiervoor kritiek of soms minachting krijgt, vind ik onterecht. Het plezier van het schaken is iets persoonlijks. Bovendien smaakt een succes door hard werken niet minder zoet, integendeel. 

Zo was Serge Daenen uiterst tevreden na zijn remise in het clubkampioenschap van Deurne tegen mij. Een remise in een officiële partij tegen iemand die bijna 600 elopunten meer heeft, gebeurt niet elke dag. Bovendien vond ik het eerder knap dat zijn succes grotendeels afhing van een doorgedreven huisvlijt. Achteraf vertelde Serge mij dat hij 3 weken in de voorbereiding had gestoken en tot zet 17 hij de partij thuis op het bord heeft gehad. In het resulterende middenspel/ eindspel kon ik hem niet op een fout betrappen.

Elke partij kan dus op zichzelf al een ambitieus doel zijn. Anderzijds ontken ik niet dat men ambities eerder linkt aan progressie op langere termijn. Als je even je oor te luister legt bij de bar na een schaakwedstrijd of snuistert door de vele artikels en blogs op het internet dan gaat het zeer vaak over hoeveel ratingpunten men wil winnen in de nabije toekomst. Uiteraard trachten gewiekste zakenlui hieruit munt te slaan met aanbiedingen die te mooi klinken om waar te zijn zoals bv. 21 days to become a dramatically better chess player.

Als beginner is snel en veel progressie maken meestal niet moeilijk. Echter eenmaal men al een aantal jaartjes competitie speelt wordt het een stuk moeilijker. Uiteindelijk komt iedereen op een punt in de carrière waarop stagnatie intreedt. Men ziet de rating gedurende jaren schommelen in een zone. Het plafond doorbreken lijkt een schier onmogelijke opdracht. 

Heel wat schakers kunnen zich hiermee niet verzoenen en stoppen met schaken. Echter een paar enkelingen stellen zichzelf in vraag. Welke extra inspanningen kan ik doen om misschien alsnog een hoger niveau te bereiken? Hoe kan ik een hoger rendement halen in de uren die ik reeds aan het schaken spendeer? Een pasklaar antwoord voor iedereen bestaat er niet want veel hangt natuurlijk af van het niveau en reeds bestaande routines van de schaker. Een persoonlijke coach kan hiervoor zeer nuttig zijn maar ze zijn schaars en zeker niet voor iedereen financieel haalbaar.

Een speler die recent op mij heel wat indruk heeft gemaakt betreffende progressie, is Benjamin Decrop. De 22 jarige met hoofdclub Oostende slaagde erin om 9 opeenvolgende jaren zijn rating omhoog te stuwen waardoor hij vandaag dichtbij 2200 is geraakt. Zeer weinigen hebben zulk exploot hem voorgedaan.
Bron: http://www.frbe-kbsb.be/

De laatste 2 jaar zijn voor dit artikel de meest interessante. Serieuze progressie is dan al niet vanzelfsprekend meer wat trouwens de vervlakking in 2014 al doet vermoeden. Wat doet Benjamin vandaag anders ? Wel als we kijken naar het aantal partijen verwerkt voor rating dan zien we sinds 2014 een drastische verhoging. 33 in 2014. 76 in 2015 en maar liefst 94 in 2016 (ik heb er slechts 15) . Er zijn zelfs heel wat professionals die minder spelen.

Om aan 94 te geraken in het voorbije jaar speelde Benjamin niet alleen in een reeks open tornooien maar ook in 3 clubkampioenschappen tezelfdertijd. Zo speelde hij in Kosk (Oostende)Sk Oude God (Mortsel/ Antwerpen) en TSM (Mechelen). Trouwens hiervan waren 17 partijen tegen +2200 spelers dus zeker geen kattenpis. Zelf ontmoette ik hem een eerste keer in TSM waar ik niet verder geraakte dan remise met zwart.

Nu veel spelen is 1 ding maar je moet er ook nog iets van opsteken. Ik was niet overtuigd. Echter na onze tweede ontmoeting van het seizoen in de Belgische interclubs veranderde dit. Met sprekend gemak neutraliseerde hij met zwart mijn opening waarmee ik nochtans de laatste tijd heel mooie stellingen had bereikt.

Vooral de apres-schaak met een pint in de hand was verhelderend. Niet alleen kende Benjamin de slotstelling maar hij wist ook een aantal details te vertellen over de opening. Het is duidelijk dat Benjamin zeker niet alleen maar partijtjes had gespeeld maar dat ook zijn schaakkennis sterk was verruimd.

Voor de meeste schakers zijn zulke inspanningen uiteraard te veel van het goede. Sommigen zullen misschien afvragen wat Benjamin hierna nog meer kan doen om verder te stijgen. Je kan niet eeuwig extra inspanningen doen, laat staan gewoon al elk jaar 94 partijen spelen. 

Daar gaat het in dit artikel niet over. Waar het wel over gaat is dat het ene plafond, het andere niet is. Hoe groot iemands ambities zijn, staat hiermee rechtstreeks in verband. Tenslotte kan ik begrijpen dat sommigen pas tevreden zijn met zichzelf wanneer ze al het mogelijke hebben gedaan.

Brabo

P.s. Tegenwoordig heb je opnieuw de mogelijkheid zonder de Arena registratie om de geschiedenis van je fide-rating te zien, zie chessgraphs. Je moet wel de juiste input geven: "familienaam, voornaam". De komma en spatie zijn belangrijk!

donderdag 8 december 2016

De valse waarheid deel 2

De eindejaarsfeesten staan voor de deur dus dat zullen we aan onze portemonnee voelen. Het is de tijd van geschenkjes zoeken waarbij je natuurlijk jezelf ook iets mag gunnen. Dit doet mij eraan denken dat ik nog op zoek ben naar een goed schaakboek om te lezen tijdens de kerstvakantie. Het boek Ivan's_Chess_Journey_Unravelled waarin ik nu lees, vind ik best aangenaam dus het mag iets in dezelfde stijl zijn maar totaal andere voorstellen in de reacties zijn uiteraard ook welkom.

In deze periode gaan de winkels dan ook extra inspanningen doen om klanten te lokken. Advertenties, nieuwsbrieven,... zijn maar een paar vormen van reclame maken. De commerciële koning in de schaakwereld is al enkele decennia Chessbase. Niemand anders slaagt er beter in om geld te verdienen met het schaken. Behalve een ruim gamma van aantrekkelijke producten besteden ze ook heel wat tijd aan de marketing wat minstens even belangrijk is.

De financiële slagkracht van Chessbase is vele malen groter dan de competitie en dit voordeel wordt met uitgekiende marketingplannen goed uitgespeeld. Dit jaar liet Chessbase een buitenkans zoals het wereldkampioenschap schaken niet onbenut om (nieuwe) klanten aan te trekken. Als enige slaagden ze erin om de wk-partijen schriftelijk becommentarieerd aan te bieden door de wereldtoppers Ruslan PonomariovFabiano CaruanaWesley So en David Navara. Ik kan mij geen eerder wk herinneren waarin 4 spelers met een gemiddelde van +2760 elo hun inzicht gaven op de partijen. Ik schrijf deze blog onbezoldigd maar die toppers kregen zonder twijfel een zeer ruime financiële vergoeding voor hun diensten.

Of Chessbase effectief zijn verkoopcijfers zal zien stijgen met deze stunt is heel moeilijk te voorspellen. Trouwens zijn de analyses van deze toppers echt beter dan wat je krijgt op de vele andere sites? In mijn vorig blogartikel kon je lezen dat de beste schaakprogramma's vele honderden punten sterker zijn dan om het even welke speler. Je zou hieruit kunnen afleiden dat een commentator slechts de analyses aan elkaar kan praten.

Puur analytisch zie je volgens mij inderdaad weinig verschil. De computers tonen snel en accuraat de fouten en die staan in elk goed verslag vermeld. De belangrijkste uitzondering hierop is de opening. De toppers spelen en kennen elkaars repertoire als niemand anders waardoor ze vrij nauwkeurig een verdict kunnen geven over een variant. Zo toont Wesley So aan dat de vrij ordinaire opening in de 11de partij niet zo onschuldig is.

De grootste toegevoegde waarde door deze topspelers vind ik de geschreven commentaar. Computers zijn niet in staat om de schaakpsychologie in onze partijen te begrijpen. Bovendien is dit aspect iets waarin schaaksterkte een belangrijke rol speelt. Tenslotte injecteert Wesley So ook lessen in zijn commentaar voor de modale schaker. Je ziet heel duidelijk dat Wesley flink wat ervaring heeft met coaching geven aan zwakkere spelers in tegenstelling met zijn illustere collega's. Zo vertelt hij eerlijk hoe je praktisch moet blijven bij het analyseren van openingen. Uren een variant analyseren die in de praktijk zeer weinig kans heeft om te verschijnen, is niet de beste methode om jezelf als bordschaker te ontwikkelen. Veel beter is het zorgvuldig selecteren en absorberen van ideeën.

Een andere opmerkelijke uitspraak is dat Wesley zijn notities van 2013 niet meer ten volle vertrouwd. Zo vertelt hij terecht dat Houdini, de computer en het internet 3 jaar geleden veel trager waren. Dit ligt volledig in de lijn van mijn vorig blogartikel waarin ik sprak over een sprong van 200 elopunten in 3 jaar tijd. Daarentegen stel ik mij wel vragen wat hij bedoelt met het internet. Ik zie vandaag een boom aan erg leuke en verslavende multi-player spelletjes dankzij het snellere internet (slither.ioagar.iodiep.iosplix.io) maar schaakanalyses maak je normaal op 1 welbepaalde server/ PC.

Als amateurschaker is dit probleem uiteraard veel kleiner. De invloed van de opening is relatief klein op het uiteindelijke partijresultaat (zie schaakopeningen studeren). Anderzijds tracht ik steeds in mijn partijen een wetenschappelijk facet toe te voegen. Achteraf ontdekken dat je analyses waarin je soms flink wat tijd hebt gestoken reeds gedateerd zijn, is best frustrerend. Zoiets overkwam mij laatst in de Belgische interclub. In 2007 kreeg ik voor het eerst een zonderlinge variant in het Siciliaans op het bord waarna ik het eens grondig bekeek.

In de 2de ronde kreeg ik onlangs dezelfde opening op het bord door Hendrik Ponnet. Ik kon de aanbeveling uit mijn openingsboek nog herinneren maar stelde achteraf vast dat de theorie ondertussen al veel verder stond.

Erg uitgebreid zal Hendriks partijvoorbereiding niet geweest zijn want anders had ik nooit met een voordeeltje uit de opening mogen komen. Een voordeel van gedateerde analyses is dus dat je de tegenstander uit boek kunt gooien maar dat is natuurlijk een toevalligheid waarop je eigenlijk niet mag rekenen.

Op de voortgang van de computers zit er voorlopig geen sleet dus datering van analyses zullen ook in de toekomst onvermijdelijk zijn. Zeker als je scherpe varianten speelt, is het belangrijk om hiermee rekening te houden. Daarnaast heb ik in de laatste jaren geleerd dat de kwaliteit van openinganalyses drastisch verbetert wanneer je ook grondig de opties bestudeerd van de tegenstander. Tot enkele jaren geleden was ik tevreden om een antwoord te hebben op de computervarianten. Vandaag bekijk ik ook alle varianten die met enig succes werden getest in de praktijk (+2300 standaardschaak, computerschaak, correspondentieschaak en zelfs mijn onlineschaak). Het is te zeggen binnen een tijdsbestek van maximaal een paar weken.

Door een veel grotere waaier aan varianten te bekijken, krijg ik een meer evenwichtige evaluatie van een opening. Daarnaast heb ik ondervonden dat deze methode van analyseren ook flink wat ideeën baart die ik kan gebruiken als verrassingen.

Brabo

woensdag 30 november 2016

Voortgang van schaakprogramma's deel 2

Op deze blog hebben we het geregeld over nieuwe schaakprogramma's. Ze worden niet alleen steeds sterker maar ze beïnvloeden ook onze wijze van spelen (zie bv revolutie in het millennium) en analyseren (zie de valse waarheid). Bovendien blijkt de rek er bijlange nog niet uit want de ontwikkelingen gaan vandaag razendsnel. Persoonlijk vind ik dit ongelooflijk na meer dan 2 decennia intens programmeren door verscheidene grote talenten. Het is niet makkelijk om deze enorme progressie correct naar waarde in te schatten maar ik zal met dit artikel toch een poging doen.

In 1997 versloeg Deep Blue de toenmalig regerende wereldkampioen Garry Kasparov wat algemeen als een mijlpaal wordt beschouwd maar het was pas enkele jaren later dat elke schaker een schaakprogramma kon gebruiken van dezelfde sterkte. Het is moeilijk een exacte datum vast te leggen wanneer dit gebeurde maar ik vermoed dat 2003 er dichtbij zal zijn. 2003 was de periode van de matchen Kasparov tegen Deep Junior en X3D Fritz die beiden op een gelijk spel eindigden.

Sindsdien hebben de topprogramma's iedereen in sterkte achter gelaten en geen klein beetje. Volgens CCRL maakte Fritz een progressie van 470 elopunten in de laatste 13 jaar. Daar bovenop zien we dat Komodo 10 nog eens 210 elopunten sterker is dan de sterkste versie van Fritz. Samen dus 680 elopunten of 52 elopunten gemiddeld per jaar. Als we kijken naar enkel de laatste 3 jaar dan zien we dezelfde trend. Eind 2013 werkte ik met stockfish 4. Vorige week downloadde ik Stockfish 8 die op zijn beurt weer al 165 elo sterker speelt dan versie 4 volgens CCRL. Dat is jawel 55 elopunten gemiddeld per jaar.

Een belangrijke rol in deze progressie van de laatste jaren speelt zonder twijfel TCEC (Top Chess Engine Championship). Verbeteringen van de programma's worden toegelaten tussen de stages binnen 1 kampioenschap en dit gecombineerd met de steeds groter wordende bekendheid van het kampioenschap, werkt erg motiverend bij de meeste programmeurs.

Momenteel is de superfinale bezig van seizoen 9 waar we nu dicht bij de eindbeslissing zijn. 2 grote verrassingen noteer ik dit seizoen. De eerste is dat Komodo, de huidige leider van CCRL er niet in geslaagd is om zich te kwalificeren voor de superfinale. Dit heeft m.i. vooral te maken dat er al opnieuw met betere versies van programma's wordt gespeeld t.o.v. waarmee getest wordt door CCRL. De tweede grote verrassing is uiteraard de terugkeer van onze Belgische super getalenteerde programmeur Robert Houdart met zijn programma Houdini. Deze comeback had ik niet verwacht want Houdini 4 dateert al van 2013 ! Op de site van Houdini claimt men een vooruitgang van maar eventjes 200 elopunten en dat lijkt mij niet overdreven.

In het aparte rapidkampioenschap won Houdini voor Komodo en Stockfish maar in de superfinale van het klassieke gedeelte zal Houdini naar alle waarschijnlijkheid nipt de duimen moeten leggen voor Stockfish. Van 1 partij kunnen we nu al stellen dat ze nog lang zal herinnerd worden al is het maar door de controverse die ze creëerde en dan bedoel ik natuurlijk de 17de.

In de slotstelling werd automatisch winst toegekend aan Stockfish op basis van de Nalimov tablebases. Echter heel wat kijkers gingen hiermee niet akkoord. Vooreerst geven beide programma's een quotering van 0.00 in de slotstelling zie TCEC maar bovendien bleek dat er geen rekening werd gehouden met de 50 zetten-regel. Indien TCEC gebruik had gemaakt van Syzygy tablebases dan was dat wel mogelijk geweest.
Evaluatie door Syzygy tablebase van de slotstelling superfinale partij 17 TCEC seizoen 9
DTZ vertelt ons hoeveel zetten er geen pion wordt verplaatst of stuk wordt geslagen bij optimaal spel. DTM daarentegen is het aantal zetten naar mat bij optimaal spel. Met 123 plies of 62 zetten voor DTZ treedt de 50 zetten-regel inderdaad in werking.

Anderzijds is de 50 zetten-regel iets dat wij als mensen geïntroduceerd hebben om ervoor te zorgen dat er niet eindeloos tevergeefs wordt gezocht naar winst. Zoals ik reeds vermeldde ik mijn artikel ICCF is het ook hier niet onzinnig om af te stappen van deze regel.

Daarnaast blijft het natuurlijk wel erg vreemd om winst toe te kennen wanneer geen van beide programma's überhaupt winst zien. Ik snap perfect dat er flink wat tijd en energie wordt gewonnen door arbitrage. Dit ging tot nu toe altijd zonder problemen maar deze keer dus niet. Achteraf werd trouwens terecht opgemerkt dat Houdini de slotpositie had vermeden indien het de tablebases had mogen consulteren vooraf.

Arbitrage door (veel) zwakkere scheidsrechters levert problemen op als er moet geoordeeld worden over op winst spelen maar het omgekeerde bestaat dus ook. De veel sterkere scheidsrechter maakt een oordeel op basis van zijn kunnen maar negeert de veel lagere vaardigheden van de betrokken spelers.

Toevallig overkwam mijn zoon Hugo spelende bij de -8 in het Vlaams Jeugschaakcriteriumtornooi te Gent iets gelijkaardigs. Zijn 3de partij werd in een eindspel van elk toren + koning gearbitreerd als remise toen de tegenstander dreigde te verliezen op tijd. Achteraf kon Hugo de traantjes niet meer onderdrukken. De arbiter kweet haar taak in eer en geweten maar het is uiteraard bijzonder pijnlijk wanneer je slechts een paar weken eerder in het stapjestornooi te Turnhout net hetzelfde eindspel tegen een broer verloor van jawel net die tegenstander.

Misschien zou Hugos tegenstander in Gent dit soort fout niet maken maar we kunnen dat onmogelijk met zekerheid stellen. In de -8 categorie weet je niet wat er zal gebeuren en dan is elke beslissing betwistbaar. Uiteindelijk raadde ik Hugo aan om zich neer te leggen bij de arbitrage. Remise was een fair resultaat en uit ervaring weet ik dat het vaak beter is op lange termijn om jezelf niet te verbranden in dit soort conflicten.

Ik vermoed dat TCEC ook zo moet hebben gedacht. De arbitrage was zeker niet de allerbeste maar de beslissing was nu eenmaal gemaakt en tijdens de superfinale nog het systeem aanpassen is evenmin een optie. Tenslotte worden er 100 partijen gespeeld en het ziet er voorlopig niet naar uit dat de winnaar zal beïnvloed worden door deze ene arbitrage.

Ik verwacht na de superfinale dat CCRL ook de nieuwe versies van beide finalisten zal beginnen testen. Normaal betekent dit dat Stockfish de nieuwe nummer 1 wordt met een handvol ratingpunten meer dan zijn achtervolgers. Voor de commerciële programma's breken er moeilijke tijden aan want weinigen zullen betalen voor een zwakker programma wanneer je gratis het beste kunt krijgen.

De exacte elosterkte van de topprogramma's uitdrukken in Carlsens elo + de progressie sinds 2003 lijkt mij te kort door de bocht. Als we dit zouden doen dan betekent het dat Carlsen theoretisch geen enkel punt zou kunnen scoren in een standaardpartij zonder handicap. Ik zie hem wel een match met ruime cijfers verliezen maar met de juiste openingen moet hij toch een paar halfjes kunnen scoren wat betekent dat het eloverschil nooit 700 kan zijn.

Anderzijds in dit artikel spreken we enkel over de absolute sterkte van de schaakprogramma's. In het cijfermateriaal wordt geen rekening gehouden met hardware ontwikkelingen, verbeterde interfaces of nieuwe en grotere tablebases. Samen duwen ze de progressie misschien nog eens 200 punten hoger.

Het is niet zomaar dat ik in het begin van dit artikel vertelde dat het erg moeilijk is om de progressie naar waarde correct in te schatten. Als je de optelsommen maakt dan kom je aan duizelingwekkende ratings van 3800 elo waaraan niemand nog iets heeft. De enige manier om programma's te beoordelen vandaag is te kijken hoe ze het doen tegen andere programma's. Spijtig zien we dat ook veel schakers hetzelfde doen bij onze topspelers waardoor vaak er een groot gebrek is aan respect.

Brabo