woensdag 30 november 2016

Voortgang van schaakprogramma's deel 2

Op deze blog hebben we het geregeld over nieuwe schaakprogramma's. Ze worden niet alleen steeds sterker maar ze beïnvloeden ook onze wijze van spelen (zie bv revolutie in het millennium) en analyseren (zie de valse waarheid). Bovendien blijkt de rek er bijlange nog niet uit want de ontwikkelingen gaan vandaag razendsnel. Persoonlijk vind ik dit ongelooflijk na meer dan 2 decennia intens programmeren door verscheidene grote talenten. Het is niet makkelijk om deze enorme progressie correct naar waarde in te schatten maar ik zal met dit artikel toch een poging doen.

In 1997 versloeg Deep Blue de toenmalig regerende wereldkampioen Garry Kasparov wat algemeen als een mijlpaal wordt beschouwd maar het was pas enkele jaren later dat elke schaker een schaakprogramma kon gebruiken van dezelfde sterkte. Het is moeilijk een exacte datum vast te leggen wanneer dit gebeurde maar ik vermoed dat 2003 er dichtbij zal zijn. 2003 was de periode van de matchen Kasparov tegen Deep Junior en X3D Fritz die beiden op een gelijk spel eindigden.

Sindsdien hebben de topprogramma's iedereen in sterkte achter gelaten en geen klein beetje. Volgens CCRL maakte Fritz een progressie van 470 elopunten in de laatste 13 jaar. Daar bovenop zien we dat Komodo 10 nog eens 210 elopunten sterker is dan de sterkste versie van Fritz. Samen dus 680 elopunten of 52 elopunten gemiddeld per jaar. Als we kijken naar enkel de laatste 3 jaar dan zien we dezelfde trend. Eind 2013 werkte ik met stockfish 4. Vorige week downloadde ik Stockfish 8 die op zijn beurt weer al 165 elo sterker speelt dan versie 4 volgens CCRL. Dat is jawel 55 elopunten gemiddeld per jaar.

Een belangrijke rol in deze progressie van de laatste jaren speelt zonder twijfel TCEC (Top Chess Engine Championship). Verbeteringen van de programma's worden toegelaten tussen de stages binnen 1 kampioenschap en dit gecombineerd met de steeds groter wordende bekendheid van het kampioenschap, werkt erg motiverend bij de meeste programmeurs.

Momenteel is de superfinale bezig van seizoen 9 waar we nu dicht bij de eindbeslissing zijn. 2 grote verrassingen noteer ik dit seizoen. De eerste is dat Komodo, de huidige leider van CCRL er niet in geslaagd is om zich te kwalificeren voor de superfinale. Dit heeft m.i. vooral te maken dat er al opnieuw met betere versies van programma's wordt gespeeld t.o.v. waarmee getest wordt door CCRL. De tweede grote verrassing is uiteraard de terugkeer van onze Belgische super getalenteerde programmeur Robert Houdart met zijn programma Houdini. Deze comeback had ik niet verwacht want Houdini 4 dateert al van 2013 ! Op de site van Houdini claimt men een vooruitgang van maar eventjes 200 elopunten en dat lijkt mij niet overdreven.

In het aparte rapidkampioenschap won Houdini voor Komodo en Stockfish maar in de superfinale van het klassieke gedeelte zal Houdini naar alle waarschijnlijkheid nipt de duimen moeten leggen voor Stockfish. Van 1 partij kunnen we nu al stellen dat ze nog lang zal herinnerd worden al is het maar door de controverse die ze creëerde en dan bedoel ik natuurlijk de 17de.

In de slotstelling werd automatisch winst toegekend aan Stockfish op basis van de Nalimov tablebases. Echter heel wat kijkers gingen hiermee niet akkoord. Vooreerst geven beide programma's een quotering van 0.00 in de slotstelling zie TCEC maar bovendien bleek dat er geen rekening werd gehouden met de 50 zetten-regel. Indien TCEC gebruik had gemaakt van Syzygy tablebases dan was dat wel mogelijk geweest.
Evaluatie door Syzygy tablebase van de slotstelling superfinale partij 17 TCEC seizoen 9
DTZ vertelt ons hoeveel zetten er geen pion wordt verplaatst of stuk wordt geslagen bij optimaal spel. DTM daarentegen is het aantal zetten naar mat bij optimaal spel. Met 123 plies of 62 zetten voor DTZ treedt de 50 zetten-regel inderdaad in werking.

Anderzijds is de 50 zetten-regel iets dat wij als mensen geïntroduceerd hebben om ervoor te zorgen dat er niet eindeloos tevergeefs wordt gezocht naar winst. Zoals ik reeds vermeldde ik mijn artikel ICCF is het ook hier niet onzinnig om af te stappen van deze regel.

Daarnaast blijft het natuurlijk wel erg vreemd om winst toe te kennen wanneer geen van beide programma's überhaupt winst zien. Ik snap perfect dat er flink wat tijd en energie wordt gewonnen door arbitrage. Dit ging tot nu toe altijd zonder problemen maar deze keer dus niet. Achteraf werd trouwens terecht opgemerkt dat Houdini de slotpositie had vermeden indien het de tablebases had mogen consulteren vooraf.

Arbitrage door (veel) zwakkere scheidsrechters levert problemen op als er moet geoordeeld worden over op winst spelen maar het omgekeerde bestaat dus ook. De veel sterkere scheidsrechter maakt een oordeel op basis van zijn kunnen maar negeert de veel lagere vaardigheden van de betrokken spelers.

Toevallig overkwam mijn zoon Hugo spelende bij de -8 in het Vlaams Jeugschaakcriteriumtornooi te Gent iets gelijkaardigs. Zijn 3de partij werd in een eindspel van elk toren + koning gearbitreerd als remise toen de tegenstander dreigde te verliezen op tijd. Achteraf kon Hugo de traantjes niet meer onderdrukken. De arbiter kweet haar taak in eer en geweten maar het is uiteraard bijzonder pijnlijk wanneer je slechts een paar weken eerder in het stapjestornooi te Turnhout net hetzelfde eindspel tegen een broer verloor van jawel net die tegenstander.

Misschien zou Hugos tegenstander in Gent dit soort fout niet maken maar we kunnen dat onmogelijk met zekerheid stellen. In de -8 categorie weet je niet wat er zal gebeuren en dan is elke beslissing betwistbaar. Uiteindelijk raadde ik Hugo aan om zich neer te leggen bij de arbitrage. Remise was een fair resultaat en uit ervaring weet ik dat het vaak beter is op lange termijn om jezelf niet te verbranden in dit soort conflicten.

Ik vermoed dat TCEC ook zo moet hebben gedacht. De arbitrage was zeker niet de allerbeste maar de beslissing was nu eenmaal gemaakt en tijdens de superfinale nog het systeem aanpassen is evenmin een optie. Tenslotte worden er 100 partijen gespeeld en het ziet er voorlopig niet naar uit dat de winnaar zal beïnvloed worden door deze ene arbitrage.

Ik verwacht na de superfinale dat CCRL ook de nieuwe versies van beide finalisten zal beginnen testen. Normaal betekent dit dat Stockfish de nieuwe nummer 1 wordt met een handvol ratingpunten meer dan zijn achtervolgers. Voor de commerciële programma's breken er moeilijke tijden aan want weinigen zullen betalen voor een zwakker programma wanneer je gratis het beste kunt krijgen.

De exacte elosterkte van de topprogramma's uitdrukken in Carlsens elo + de progressie sinds 2003 lijkt mij te kort door de bocht. Als we dit zouden doen dan betekent het dat Carlsen theoretisch geen enkel punt zou kunnen scoren in een standaardpartij zonder handicap. Ik zie hem wel een match met ruime cijfers verliezen maar met de juiste openingen moet hij toch een paar halfjes kunnen scoren wat betekent dat het eloverschil nooit 700 kan zijn.

Anderzijds in dit artikel spreken we enkel over de absolute sterkte van de schaakprogramma's. In het cijfermateriaal wordt geen rekening gehouden met hardware ontwikkelingen, verbeterde interfaces of nieuwe en grotere tablebases. Samen duwen ze de progressie misschien nog eens 200 punten hoger.

Het is niet zomaar dat ik in het begin van dit artikel vertelde dat het erg moeilijk is om de progressie naar waarde correct in te schatten. Als je de optelsommen maakt dan kom je aan duizelingwekkende ratings van 3800 elo waaraan niemand nog iets heeft. De enige manier om programma's te beoordelen vandaag is te kijken hoe ze het doen tegen andere programma's. Spijtig zien we dat ook veel schakers hetzelfde doen bij onze topspelers waardoor vaak er een groot gebrek is aan respect.

Brabo

maandag 21 november 2016

Angst

Hoe men reageert op een verliespartij hangt af van de persoon en de omstandigheden. Sommigen hebben geen enkele moeite om steeds direct na de partij het verlies van zich af te zetten. Anderen kunnen soms voor zeer lange tijd gedemoraliseerd zijn. Welbekend zijn Fischers 6-0 overwinningen in de kandidatenmatchen waarna zijn tegenstanders Taimanov en Larsen verdwenen uit de topechelons. Fischer wou niet alleen winnen op het bord maar ook de tegenstander psychologisch kraken.

In de jeugdtornooien zien we die kloof ook. Sommige kinderen verlaten hun bord na een verliespartij met een glimlach en gaan voetballen alsof er niets is gebeurd. Andere kinderen kunnen hun emoties niet meer verbergen en laten de traantjes de vrije loop. Uiteraard is schaken voor ieder kind niet even belangrijk maar het heeft wel als gevolg dat de ambitieuzere spelers al snel de leiding nemen. Spelers die meer moeilijkheden hebben met een verliespartij, zijn over het algemeen veel leergieriger en maken veel sneller progressie dan hun meer relaxte leeftijdsgenoten.

Echter emoties zijn niet enkel een positieve katalysator maar kunnen soms ook verlammend werken. Verlies kan zo zwaar doorwegen op een persoon dat men hiervoor een angst opbouwt. Een logisch verdedigingsmechanisme wordt het vermijden van nederlagen tegen elke kost en dit gaat soms heel ver. Zo zag ik enkele maanden geleden tot mijn afgrijzen hoe mijn zoon na 1 zet remise voorstelde in het debutantentornooi te Wetteren omdat hij hiermee dacht de 1ste plaats te verzilveren. Het werd een harde les want niet alleen, zat er een kronkel in het reglement waardoor hij slechts de 2de plaats behaalde maar daarnaast moest hij ook nog aanhoren hoe teleurgesteld ik was in zijn gedrag. Ik heb hem geen remises meer zien voorstellen sedert die keer.

Ik geef het voorbeeld van mijn zoon maar in België is de angst om te verliezen een zeer verspreid fenomeen. Misschien ligt het aan de grote bescheidenheid waarvoor we zo bekend staan dat we niet tot het uiterste gaan. In België wordt een remise tegen een hoger gekwoteerde speler sowieso aanzien als een mooi succes. Zelden wordt de vraag gesteld of er meer in zit. Ik heb al meerdere remisevoorstellen van mijn tegenstanders onbegrijpbaar gevonden. Een voorbeeldje kwam al aan bod in mijn artikel Lars Schandorff. Een tweede hieronder komt uit de Open Leuven van vorig jaar.
Wit stelde remise voor alhoewel hij 10 minuten meer tijd heeft en dit normaal niet houdbaar is voor zwart.
Ik ken natuurlijk ook de uitdrukking van beter 1 vogel in de hand dan 10 in de lucht maar de slotstelling geeft de witspeler toch 1000 keer betere kansen om te winnen dan de beginstelling. Waarom een partij spelen als je toch niet wilt winnen?

Emoties laten ons soms gekke dingen doen. Ik zal trouwens niet ontkennen dat ik zelf ook altijd moet vechten tegen mijn angst om te verliezen. De voorbije jaren is mijn angst zeker verminderd (wat ik al eerder aankaartte in mijn artikel sofia regels) maar helemaal weg is die nooit. In de laatste ronde van Open Leuven dit jaar kon ik ook weer niet weerstaan aan het remise-aanbod van mijn tegenstander Hans Renette terwijl ik wist dat ik naar alle waarschijnlijkheid beter stond.
Wit stelde remise voor. Ik wou het correcte b6 spelen en sta beter want kan later met e5 proberen te winnen.
Ik had slechts iets meer dan een half uur over voor 21 zetten. Vorige keer had ik tegen Hans een groter voordeel verkwanseld. Ik heb zwart. Ik had in mijn voorbereiding gekozen om dezelfde remisevariant te spelen als in Open Gent zie Avrukh deel 2 dus remise was het plan. Met de remise was ik zeker van een mooie geldprijs (380 euro). Het zijn allemaal excuses om te verbergen dat ik schrik had om alsnog te verliezen. Arno Bomans had meer haar op zijn tanden en weigerde het remisevoorstel van topfavoriet Stefan Docx (zie zijn pittige commentaar) alhoewel ik hier een beetje appelen met peren aan het vergelijken ben.

Angst mag dan wel iets typisch zijn voor de Belgische schaker, het komt natuurlijk veel meer voor dan uitsluitend onder ons. Zelfs heel sterke spelers hebben er last van. Zo liet de sympathieke Australische grootmeester David Smerdon na zijn partij met Carlsen optekenen dat hij nooit remise had geforceerd tegen om het even welke speler onder de 2700 elo met de voordelige stelling die hij op het bord had zie chess.com.

Respect is goed maar niet je eigen kansen ten volle durven benutten is angst. Momenteel lees ik het boek Ivan's Chess Journey waarin een aantal mooie anekdotes staan. Zo vertelt Ivan over de grootmeester Bojan Kurajica uit Bosnie-Herzegovia. Bojan was een groot talent maar kon zijn volle potentieel niet bereiken omdat hij steeds bang was om te verliezen. Echter in 1994 schitterde hij toch door een samenloop van omstandigheden. Door de oorlog in Bosnië had hij heel wat praktische problemen en alsof dat niet genoeg was, gaf tezelfdertijd zijn vrouw aan hem de scheidingspapieren. Het was een enorme shock voor Bojan en zijn glas met miserie was vol. Hij voelde zich een man die niets meer te verliezen had. Een man met talent, zonder vrees die niets te verliezen heeft, is een fantastische tegenstander. Hij werd de held op de 34ste olympiade te Moscow met niet minder dan 6 overwinningen. In hetzelfde jaar versloeg hij de 200 elo hoger gekwoteerde Karpov in een rapid tie-brake.

Spelers moeten dus hun faalangst trachten te overwinnen als ze echt het maximum uit zichzelf willen halen. De beste schakers zijn onbevreesde vechtmachines, gladiatoren die tot de dood strijden. Het is aan de coaches, ouders, entourage van onze (jeugd-) spelers om die klik te maken en ze te overtuigen om er steeds voor te gaan. Anderzijds huppelt er bij mij thuis nu een klein lief knuffelbeertje rond. Willen we daar echt een grote gevaarlijke grizzlybeer van maken?

Brabo

woensdag 9 november 2016

Penningen

183.000 unieke bezoekers kreeg de live broadcast van de chess.com blitz finale. Normaal volg ik blitz of rapid niet maar deze keer bleef ook ik aan mijn stoel plakken om het spektakel tussen Carlsen en Nakamura te volgen. De enige smet op een anders vrij goed georganiseerde match was de onmacht van de moderatoren om de chat vrij te houden van de ontelbare aanvallen van trollen. Zelfs de commentatoren kregen het op hun heupen hiervan en hadden moeite om hun aandacht bij de partijen te houden.

Het is een wederkerend fenomeen bij veel websites waar je anoniem kunt reageren. Steevast zien we een aantal personen die er op uit zijn om chaos en ergernis te creëren. Men kickt op de macht dat men heeft om een gesprek te controleren. Het is zonder twijfel ook de reden waarom er vandaag veel minder zinvolle reacties worden gemaakt in vergelijking met de beginjaren van het internet.

Moeilijk is het allerminst om een discussie vast te laten lopen zelfs al ken je weinig van het onderwerp af. Je mening verkondigen als een feit is een veel voorkomende methode. De geloofwaardigheid van iemand onderuit halen is een andere. Zich concentreren op spellingsfouten, semantische elementen of pietluttige details is eveneens een beproefd recept. Als doorwinterde poster met 18 jaar internetervaring in meerdere fora heb ik al het een en ander meegemaakt natuurlijk.

Negeren is het gemakkelijkste en vaak noodzakelijk maar creëert een dorre woestijn van stilte. Beter vind ik daarom het zorgvuldig kiezen op welke punten ik nog verder wil praten. Deze strategie wordt niet altijd geapprecieerd vooral als ik bepaalde punten negeer die mijn gesprekspartner belangrijk vindt.

Met deze aparte inleiding wil ik de link leggen naar een reactie onder mijn artikel rontgenaanval. Ik geloof niet dat we hier te maken hebben met een trol maar de reactie gaat wel over een technisch detail. Wat is het verschil tussen een rontgenaanval en een penning? Ik heb de waarheid niet in pacht betreffende schaakterminologie maar voor mij persoonlijk is er toch een wezenlijk verschil tussen beide. Een penning is iets statisch terwijl een rontgenaanval iets dynamisch is. Ik bedoel bij een rontgenaanval is de verdediging aan het bewegen terwijl dit niet het geval is bij een penning.

De verwarring wordt misschien gevoed door de vele thema's uit de probleemwereld rond penningen. Daarin zien we ook bewegingen zelfs van het gepende stuk zoals in onderstaand werkje van eigen makelij.
Mat in 2
Wit speelt met het gepende stuk. Om de matdreiging te pareren, ontpent zwart dit stuk.

Een stapje verder gaat het volgende werkje.
Mat in 2
Opnieuw speelt wit met het gepende stuk maar deze keer zien we dat de dreiging bestaat uit het ontpennen van een zwart stuk. Zwart pareert door het gespeelde stuk te ontpennen. Dit is het Kagan thema.

In beide voorbeelden zien we bewegingen maar de penningen blijven absoluut dus kunnen enkel opgeheven worden door de partij die pent. Dit is een belangrijk verschil t.o.v. rontgenaanvallen waarbij de gepende partij nog altijd kan beslissen om de penning zelf op te heffen uiteraard vaak gepaard gaande met materiaalverlies.

Brabo

Oplossingen
Stelling 1:
1. Tf5 dreigt 2.Pd4#
1. ... Df6~ (ontpent de toren) 2. Tc5#
1. ... e7~ 2.Dc5#
1. ... d7~ 2.De8#
1. ... b7~ 2.Da8#
1. ... Pb5 2.cxb5#
1. ... fxg6 2.Ld5#

Stelling 2:
1. Td2 dreigt 2.Da1# (ontpent de dame)
1. ... De2~ (ontpent de toren) 2. Td5#
1. ... Txd6 2.Ld6#
1. ... Pg3~ 2.Tf5#

donderdag 27 oktober 2016

Gekke materiaalverhoudingen deel 2

Eind vorig jaar kocht ik mijn allereerste schaakklok bij de denksportkampioen. Op aanraden van Ben opteerde ik voor de DGT North American die prijs/ kwaliteit goed is. Voor iemand die al meer dan 20 jaar schaakt lijkt het misschien vreemd om nu pas een klok te kopen maar in tegenstelling tot Amerika voorzien alle tornooien de spelers van schaakmateriaal. Het is zelfs zo dat ik tot een paar jaar geleden geen schaakbord thuis had omdat ik toch al mijn analyses liever op de computer maak. Niet alleen heb je dan onmiddellijk een zeer sterke partner in de vorm van een schaakprogramma die kan meekijken maar alle analyses kan je ook met een paar muisklikken bewaren.

De schaakklok kocht ik aan omdat mijn zoon het wel eens leuk vond om in een "echte" partij zijn papa trachten te verslaan. Om hem een kans te geven en het tezelfdertijd voor mij ook interessant te maken, gaf ik mijzelf een handicap. In het begin was het aftasten welke de optimale handicap was. Uiteindelijk ontdekten we dat een handicap van 1 minuut tegen 20 minuten voor mijn zoon en bovendien 23 punten extra (een pion = 1 punt) voor hem, de meest spannende partijtjes produceerde.

Tijdens het voorbije jaar kon ik dankzij deze handicappartijtjes ook duidelijk zijn progressie meten. Telkens hij met een handicap won ging er een punt af maar als hij verloor dan ging er weer een punt bij. Ik was dan ook gisteren aangenaam verwonderd toen ik al moest vaststellen dat ik niet verder kwam dan een remise met een handicap van slechts 4 punten. In zijn stap-boekjes had mijn zoon weinig vordering gemaakt in het voorbije jaar maar blijkbaar met gewoon regelmatig te spelen, kan je ook heel veel leren.

De handicappartijtjes leerden mij zelf opnieuw de waarde van de pionnen te appreciëren. Zeker als je zoon de 4 centrumpionnen wegneemt dan besef je heel snel hoe lastig het is om iets nuttigs te doen met de overblijvende stukken. De Franse grondlegger van het schaken Philidor zei niet zomaar dat de pionnen de ziel van het schaken zijn. Deze quote dateert al van 1749 maar het blijft natuurlijk ook vandaag nog geldig. Een moderne briljante toepassing hiervan konden we laatst zien in een van Kramniks partijen op de schaakolympiade te Baku. Deze partij bezorgde Kramnik individueel goud op bord 2 en een persoonlijke recordrating van 2817 op 41 jarige leeftijd.

De slotstelling in de partij toont een gekke materiaalverhouding. Zwart heeft een toren extra maar staat machteloos.

Stellingen waarin een stuk vecht tegen een legertje pionnen zien we in de praktijk niet vaak. Wellicht speelt het onvoorspelbare hierbij ook een rol. Schakers gaan niet graag vrijwillig een stelling spelen waarmee men geen ervaring heeft en bovendien zeer moeilijk correct te evalueren is. Het is een mogelijke verklaring waarom mijn tegenstander Ian Vandelacluze in de 3de ronde van Open Gent met opzet dit soort stelling vermeed met een objectief minderwaardige zet.

Wij zijn geen computer die dit soort gekke materiaalverhouding correct kan spelen dus ik kan goed begrijpen dat mijn tegenstander het te gewaagd vond. Trouwens in de praktijk behaalde hij comfortabel remise met zijn mindere zet weliswaar profiterend van mijn tijdnood.

In de probleemwereld bestaan talloze stellingen waarin het ene kleur een massa pionnen heeft en het andere niet. Echter er is een belangrijk verschil met de zeldzame stellingen uit de bordpraktijk. In de probleemwereld bestaat er telkens een duidelijke oplossing terwijl in de bordpraktijk zoiets niet gegarandeerd is. Het open einde maakt het voor mij een stuk fascinerender om te bekijken.

Brabo

donderdag 20 oktober 2016

Avrukh deel 2

De Hollandse stonewall is geen populaire opening bij de grote jongens. Theoretische ontwikkelingen gebeuren bijgevolg op een gezapig tempo. Echter ook het karakter van de opening speelt hierin een rol. Tactische weerleggingen komen veel minder vaak voor dan in meer open speltypes. We zien eerder een gevecht tussen plannen dan concrete zetten.

1 van de laatste grote verschuivingen in de Hollandse stonewall was de opkomst van de b6-systemen die grotendeels de oude Lc8-d7-e8-h5(g6) systemen heeft vervangen. Hierover schreef ik in mijn artikel handleidingen. Vandaag geloof ik dat we opnieuw een verschuiving meemaken. Steeds meer witspelers verlaten de klassieke opstelling met paarden op e5 en d3 om de zwarte velden te betonneren en kiezen i.p.v. voor een veel dynamischer type stelling aanbevolen o.a. door Avrukh.

In mijn artikel daterend van 2012 gaf ik al aan dat we een toename van 150% zagen met het onorthodoxe systeem in de databases na de publicatie van Avrukhs werk en deze tendens zet zich nog steeds verder. Zo staan er 50 partijen (+2300 elo) gespeeld in 2015 met de openingsvariant in de database. Dit is meer dan het viervoudige in vergelijking met voor 2010.

Deze evolutie verwondert mij geenszins. Psychologisch is het voor de zwartspeler niet makkelijk om een Hollandse stonewall te spelen waarin je moet afstappen van de normale schema's. De witscore in mijn openingsboek die meer dan 62% toont op +400 partijen (+2300 elo) versnelt uiteraard enkel dit proces. Ook in België zijn al heel wat witspelers op de kar gesprongen waarvan grootmeester Bart Michiels misschien wel de bekendste en sterkste is. Zijn recente partij tegen de regerende Vlaams kampioen Ashote Draftian, een zeer grote (Hollandse) stonewall liefhebber toont mooi waar de kansen liggen voor wit in dit systeem.

Natuurlijk is Bart een klasse sterker maar ik vermoed dat Ashote niet op de hoogte was van de theorie anders laat je gewoon die variant met 10.b4 niet toe als zwartspeler. Het spreekt voor zich dat ik op mijn beurt deze opening op een heel andere wijze aanpak. Schaakopeningen studeren maakt tegenwoordig een zeer groot deel uit van mijn schaakstudie dus kan ik in tegenstelling tot Ashote wel in mijn partijen gebruik maken van een zeer uitgebreide voorkennis. Een extreem voorbeeld was zeker mijn partij in Open Gent in ronde 5 tegen Johan Goormachtigh waarin ik minder dan een kwartier bedenktijd verbruikte.

Ik zal zeker niet claimen dat mijn gekozen concept de doodsteek is voor het witte systeem maar de anti-dote vermeld in de meeste referentiewerken (zoals die van Avrukh) is volstrekt ontoereikend. De oude partij Efim Bogljubov - Savielly Tartakower gespeeld in 1924 wordt steevast als stempartij gebruikt maar niemand schijnt op de hoogte te zijn van de partij Savielly Tartakower - Alfred Brinckmann gespeeld in 1928 die een heel ander licht werpt. Misschien heeft het te maken met de niet alledaagse zettenvolgorde maar iedere database beschikt vandaag over instrumenten om dit te omzeilen.

Puur toevallig kreeg ik dezelfde opening in de laatste ronde van hetzelfde tornooi nog eens op het bord. Aanvankelijk wou ik variëren maar omdat ik wegens de discriminatie t.o.v. Belgische elo's toch niet meer in aanmerking kon komen voor het prijzengeld, wou ik wel eens kijken wat mijn tegenstander, de Nederlandse FM Adrian Clemens had voorbereid. Een minithematornooi leek mij leuk maar ik kwam van een kale reis thuis.

Adrian had mijn partij tegen Johan Goormachtigh, die nochtans gepubliceerd stond in de live-uitzendingen, gemist en had de opening enkel gekozen omdat hij Bart er mooi had mee zien winnen tegen Ashote. Op zet 18 verbeterde ik de eerder vermelde partij Tartakower - Brinckmann met een ingestudeerd nummertje en een paar zetten later was de muziek uit de stelling. Opnieuw gebruikte ik slechts 10 minuten voor de hele partij wat mij achteraf toch een beetje naar smaakte vooral omdat ik tot het nieuwe seizoen niet meer tot spelen zou kunnen komen.

2 solide gemakkelijke remises tegen FMs en eerder dit seizoen een hypersnelle overwinning tegen Raf De Coninck (zie opgeven) is een veelbelovende start voor dit concept. Anderzijds biedt het geen oplossing tegen vooral lager gekwoteerde spelers die slechts remise met wit ambiëren. Het resulterende eindspel in beide remisepartijen werd niet uitgespeeld maar biedt bijzonder weinig kansen. Ik herinner mij wel 1 online blitzpartijtje waarin ik het onmogelijke klaarspeelde weliswaar met enige hulp van mijn tegenstander.

Ik raad dus aan om een alternatief te hebben als je als zwartspeler op winst wil spelen. O.a. de hoofdlijn Pe4 biedt zeker betere kansen mits voldoende theoretische bagage. Daarnaast lijkt het mij ook verstandig om niet altijd dezelfde lijn te spelen met zwart en het verrassingselement af en toe te gebruiken.

Brabo

vrijdag 7 oktober 2016

Comebacks deel 2


Slechte reclame is ook reclame maar ik stel voor het schaken hier een groot vraagteken bij. Als ik niet beter zou weten dan hou je als ouder je kind ver weg van het schaken. Schaken is natuurlijk veel meer dan deze incidenten. In de voorbije olympiade was de spanning en drama niet minder dan in om het even welke topsport zie bv tiebrake-systeem beslist de olympiade. Echter niets hierover in de media. Zelfs in Amerika verscheen niets ondanks dat ze goud hadden gewonnen. Het is te zeggen bijna niets want er werd toch iets gepubliceerd in de New York Times. Het stuk kan voor mijn part onmiddellijk naar de prullenmand. I.p.v. de loftrompet te spelen werd de prestatie in het belachelijke getrokken door te insinueren dat Amerika het goud heeft gekocht door buitenlandse topspelers te importeren.

Het is een gemiste kans om aan het Amerikaanse publiek te tonen dat schaken ook vandaag nog steeds zeer boeiend en mooi kan zijn. Veel geld en tijd kost het nochtans niet voor de meeste grote media om een paar partijen van de helden met verteerbare commentaar te publiceren. Materiaal is er genoeg om een verhaal te schrijven. Trouwens drama kwamen we ook niet tekort. Ik haalde al eerder de ontknoping van het tiebrake-systeem aan maar minstens even spectaculair was de comeback van de sterke Amerikaanse grootmeester Samuel Shankland in zijn partij tegen de sterke Indische grootmeester Sethuraman. 11 zetten (vanaf 23 tot 34) staat wit compleet verloren. Sommige programma's schreeuwen zelfs winstscores voor zwart van 18 punten op een bepaald ogenblik maar het is toch wit die uiteindelijk wint.

Verlies i.p.v. winst had 16 tiebrake punten minder betekend voor USA als al de rest hetzelfde had gebleven. M.a.w. dit gelukje hielp USA aan goud want bij de eindmeet hadden ze slechts 9 tiebrake punten meer dan Ukraine.

Op Chess.com vertelde Samuel achteraf dat hij al eerder zulke slechte posities heeft gered in zijn carriere maar nooit tegen het kaliber als Sethuraman. Op een bepaald moment stop je gewoon met te rekenen en speel je een zet die niet direct verliest.

In een eerder blogartikel het sadistische examen vertelde ik dat competitie-schaak emotioneel heel hard kan. Een goed gespeelde partij kan met 1 domme fout om zeep worden geholpen waarna je geen enkele kans meer krijgt om nog terug te komen. Echter minstens even dramatisch is het niet kunnen afwerken van een gewonnen stelling omdat je de finale genadeslag niet kunt vinden. Emanuel Lasker zei dat een gewonnen partij winnen het moeilijkste is. Desalniettemin wat er gebeurde in mijn partij tegen Vermaat waarvan ik in vorig artikel al bepaalde stukjes toonde, tart elke verbeelding. 27 zetten (vanaf 22 tot 49) sta ik totaal gewonnen maar mis ik de ene na de andere k.o.

Na de partij kwam de Indische IM Kumar Praveen mij vertellen dat ik een winst had gemist. Niet 1 maar duizend winsten, antwoordde ik bitsig. Ik kan geen standaardpartij terugvinden tussen de bijna 800 in mijn persoonlijke database waarin mij zoiets overkwam. Hoe is dit mogelijk?

De laatste maanden had ik nochtans dagelijks geoefend op tactiek. Op Chess.com haalde ik een tactiekrating van + 2600. Daarnaast had ik de beker in Deurne gewonnen net voor het open tornooi in Gent en op Playchess won ik in de laatste maanden zelfs een aantal blitzpartijtjes van grootmeesters. Ik denk dus dat ik voldoende mijzelf had voorbereid om in tijdsdruk te kunnen presteren. Anderzijds is de beste training voor standaardpartijen nog altijd de standaardpartijen zelf. Als je 3 maanden al geen serieuze partijen meer gespeeld heb dan kruipt er onvermijdelijk roest in de partijen. Echter misschien de beste verklaring wordt gegeven op de Amerikaanse schaakblog van Dana Mackenzie: "Als er 1 iets is waarin schakers, zelfs GM's, niet goed zijn dan zijn het matcombinaties." Dat klinkt natuurlijk een beetje te makkelijk dus ga ik straks toch maar een aparte les wijden aan matcombinaties samen met mijn leerlingen.

Brabo

vrijdag 30 september 2016

De schaakmicrobe

Na 3 jaar les gevolgd te hebben in Deurne is mijn 7 jarige zoon Hugo overgestapt naar Mechelen. Dit was een lastige beslissing voor mij maar tezelfdertijd wel een noodzakelijke om zijn interesse voor het schaken niet te verliezen. De lessen in Deurne hadden hem nog bitter weinig te bieden en het bestuur slaagde er niet in om hiervoor een oplossing aan te bieden. De jeugdwerking valt of staat bij de onbaatzuchtigheid van vrijwilligers en zoiets kan je natuurlijk niet forceren. Anderzijds zie ik dat er geen enkele doorstroming is van de jeugd naar het volwassenschaak in Deurne. 10 jaar geleden werd gestart met de jeugdlessen omdat de vergrijzing de toekomst van de club in gevaar kon brengen (zie historie). Vandaag is het probleem nog veel groter. Een evaluatie van het jeugdschaak dringt zich op.

In KMSK krijgt Hugo vandaag stap 2+ in een kleine groep met hun eigen juf (Marie-Jaenne Jonckers). De lessen duren een kleine 2 uren (dubbel zo lang als in Deurne) en bestaan uit de helft werken met het handboek en de helft spelen. Ondertussen help ik net zoals vorige jaren in Deurne ook een handje bij het jeugdschaak. Als je toch moet wachten dan vind ik dat je jezelf best nuttig kunt maken. Ik vermoed dat dit voor KMSK een welgekomen geschenk is want ze verrasten mij door mij onmiddellijk te bombarderen tot lesgever voor de meest gevorderde spelers vanaf stap 5.

Ik moest toch even slikken toen ik dit hoorde want ervaring heb ik niet met lesgeven op dat niveau. Bovendien ben ik een autodidact dus kan ik mij niet beroepen op eerdere voorbeelden van lesgevers. Trouwens wat betekent stap 5 en hoger? Ik stelde vast dat de sterkte van mijn leerlingen wel heel erg uiteenlopend is gaande van 1400 tot zelfs 2100 elo. Een rondvraag naar de verwachtingen bij mijn leerlingen bevestigde het heterogene beeld. Kortom het wordt voor mij een serieuze uitdaging om iedereen een tevreden gevoel te geven over mijn lessen.

Van het bestuur krijg ik carte blanche dus ik ga deze kans dan ook gebruiken om te experimenteren met een aantal lesmethodes. De handboeken van stap 5 en 6 heb ik ondertussen ontvangen en zal ik zeker gebruiken maar ook het bespreken van partijen gespeeld door de leerlingen komt aan bod. Daarnaast biedt deze blog een bron van mogelijke lesonderwerpen. Niemand van mijn leerlingen blijkt de blog te volgen waardoor ik niet hoef te vrezen dat het puur herhaling wordt. Desalniettemin nam ik zondag laatst geen enkel risico bij het selecteren van een blogartikel. Een Belgische IM had mij ooit verteld dat mijn artikel interferenties heel interessant was dus ik achtte de kans klein dat het thema gesneden koek is voor mijn leerlingen.

Inderdaad geen van hen bleek vooraf te weten wat ik bedoelde met interferenties. Om de diverse types uit te leggen op een speelse wijze stelde ik van elke type een probleem voor die de groep samen mocht oplossen. Hierdoor kreeg ik een interactieve les waarvan ik vermoed dat de leerlingen ook veel beter en sneller alle thema's absorbeerden. Een ander voordeel van deze methode is dat je ook veel sneller feedback krijgt. Zo vroegen meerdere leerlingen mij of bepaalde stellingen niet te onrealistisch zijn.

Dit is een heel natuurlijke en terechte vraag. Sommigen stellingen zullen inderdaad nooit in de normale schaakpraktijk kunnen verschijnen. Schaaktechnisch zal het de leerlingen bijgevolg dan ook eerder beperkt iets bijbrengen. Echter ik zie de rol van een lesgever meer dan puur de leerlingen beter te laten schaken. Minstens even belangrijk vind ik hen ook de liefde voor het schaakspel te laten ontdekken. Punten winnen geeft op korte termijn een kick maar op lange termijn is de schaakmicrobe afhankelijk van inspiratie en verwondering.

In deze categorie brengt het dame-offer misschien wel de grootste euforie voor de schaker. Volgens de Britse grootmeester en prominent adept van aanvalsschaak Simon Williams in een artikel op chess.com is er niets magischer dan dit. Nu er bestaan natuurlijk vele gradaties van schoonheid in dame-offers. Echter in de praktijk zijn de echt mooie pareltjes toch meestal enkel te vinden bij de betere schakers. Spijtig behoor ik hier nog steeds niet bij. Er is altijd wel iets waardoor het niet lukte. Ik leg uit aan een van mijn meest dramatische partijen die ik in de laatste jaren heb gespeeld. Minstens 4 fantastische dame-offers zaten er verscholen voor mij in mijn 8ste ronde van Open Gent tegen Marcel Vermaat.

De eerste verschijnt op zet  24 maar mijn tegenstander laat het niet toe. Anderzijds moet ik toegeven dat alhoewel het dame-offer correct is, er andere winstwegen zijn die makkelijker zijn. Het is zelfs erg waarschijnlijk dat ik het niet had gespeeld als ik de kans had gekregen.

Een tweede dameoffer is verborgen op zet 30. Deze keer had ik het zeker wel gespeeld maar opnieuw liet mijn tegenstander al dan niet bewust het niet toe.

Op zet 32 krijg ik de eerste echte kans om een dame-offer te plegen. Spijtig speel ik een andere winnende zet. Normaal mag ik zoiets eigenlijk niet missen maar de tijd begon hier zeker ook al mee te spelen.

Het laatste dame-offer is zonder twijfel de meest gesofistikeerde. Het offer zelf is eigenlijk de inleiding naar een spectaculaire combinatie. Persoonlijk denk ik dat dit soort combinaties te hoog gegrepen is voor mijzelf.

Ik denk niet dat er veel partijen bestaan waar je 4 totaal verschillende dame-offers kunt terugvinden. Dat ik de partij uiteindelijk niet won, deed veel pijn (meer hierover in een ander artikeltje) maar ik kon achteraf (veel later) toch genieten van al dat moois onder het oppervlak van de partij. Mijn schaakmicrobe is springlevend.

Brabo