woensdag 29 februari 2012

Wie speelt mee in het NK?

Deze vraag stel ik mij na het lezen van het huidige reglement en de buitengewoon pijnlijke historie herinnerend van vorig jaar. Ik kan in elk geval iedereen geruststellen dat ik zelf geen kandidaat ben, noch voor de expertengroep , noch voor de open groep. De reden is simpel, gebrek aan verlof. Ik heb nu nog 11 dagen jaarlijks verlof staan en bovendien moet ik nog een oplossing zien te vinden voor de 2 maanden grote vakantie van mijn 2 kleine kindjes. Nu we dwalen af want uiteraard wil ik het vooral hebben over wie er wel zal/mag meedoen.

Ik denk dat de meesten het wel eens zullen zijn dat de modaliteiten tot deelname aan het open nationaal kampioenschap vandaag in orde zijn. Een beperking t.o.v. buitenlanders mag je wel toepassen als je het label nationaal tornooi draagt.

Anders liggen de zaken bij de expertengroep. Vandaag moet je om te kunnen deelnemen in de expertengroep voldoen aan minstens 1 van de volgende voorwaarden:
  • - Belg zijn
  • - Belg zijn volgens de Fide van 1 januari
  • - In Belgie gedomicilieerd zijn van 1 januari
Zie ook artikel 19 - Deelname: belgisch-kampioenschap

Echter de titel wordt pas toegekend als je voldoet aan minstens 1 van de volgende voorwaarden:
  • - Belg zijn
  • - Belg zijn volgens de Fide
  • - Nog geen Belg bij de Fide maar die bij aanvang van het kampioenschap als Belg kan geregistreerd worden volgens de voorwaarden vermeld in het Fide handboek hoofdstuk C 05 paragraaf 1.
Zie ook artikel 13 - Titels: algemene-schikkingen.

Het eerste wat opvalt is dat er spelers kunnen meespelen in de expertengroep maar niet de titel kunnen halen. In theorie is het zelfs mogelijk om een expertengroep samen te stellen puur uit spelers die niet in aanmerking komen van de titel. Absurd maar mogelijk indien de automatisch geselecteerden afhaken en de groep moet worden aangevuld volgens rating. 

M.i. zou de expertengroep enkel gevuld mogen worden met spelers die ook effectief de titel kunnen halen anders krijg je sowieso een vervormd kampioenschap. Toeval of niet maar op 26 februari 2012 (vorige zondag), schreef de Nederlandse IM Herman Grooten over het Nederlands NK-experiment van 2000, zie: fritz-in-het-nk. Toen speelde een computer mee in het NK voor puur commerciële redenen. Dit leidde toen tot een storm van protest met zelfs enkele spelers die hun partij prompt opgaven na geen of een paar zetten spelen. Het spreekt voor zich dat hierdoor de eindstand serieus werd beïnvloed. De KNSB zag in dat de geloofwaardigheid van de titel hierdoor een deuk had gekregen en het experiment werd niet meer herhaald. Uiteraard vandaag zou zulk experiment nog weinig betekenis hebben want het resultaat is ongeveer bekend op voorhand.

Ik vermeld dit vooral omdat vorig jaar in het Belgische NK, de tornooiorganisatie zich liet verleiden om niet een computer maar spelers die niet de titel kunnen behalen aan te trekken. Het creëren van GM-normmogelijkheden werd belangrijker dan een zuivere competitie van 10 spelers die elk voor de titel speelden. Correct, het is allemaal binnen de reglementen maar zoals ik eerder aantoonde, deugen de reglementen niet en een minder commercieel ingestelde organisatie had zichzelf dan ook weerhouden om het reglement op de kantjes af te lopen.

Het is niet de enige vreemde kronkel van het reglement. Vandaag kan je ook kampioen worden van België en tezelfdertijd kampioen zijn van een andere land. Dit is mogelijk omdat je als Belg niet hoeft als Fide-Belg geregistreerd te zijn. Zo kan in theorie Patrick Van Hoolandt kampioen worden in Monaco als Fide-Monaco en tevens in België als Belg. Ik ken niet veel spelers die in dit geval zijn maar het is een lacune in de reglementen dat je in 2 verschillende landen in hetzelfde jaar nationaal kampioen kan worden. Ik heb op zich geen moeite dat Belgen meespelen in het Belgisch NK als niet Fide-Belg maar dan moeten ze wel akkoord gaan dat het Belgische NK, het enige NK is dat ze zullen spelen in het jaar.

Tenslotte heb je ook nog het hele gedoe rond de niet-Belgen die gedomicilieerd zijn in België. Opnieuw toeval of niet maar op 25 februari 2012 (vorige zaterdag) schreef Hans Meijer een opmerkelijk artikel over buitenlanders die het Nederlands NK gewonnen hadden, zie: Vreemdeling in een vreemd land. Een eerste interessant gegeven is dat in 2000 het reglement voor buitenlanders aanzienlijk strikter is geworden op instigatie van Loek Van Wely waardoor domicilie onvoldoende werd maar je tevens bij de Fide als Nederlander moest worden erkend. Iets gelijkaardigs gebeurde begin 2011 op o.a. instigatie van Pascal Van der Voort. De conclusie van het artikel vond ik heel correct. De inbreng van af en toe een sterke buitenlandse schaker geeft een positieve invloed op het nationaal schaak (Nederland, België,...) en het weren is daarom een ondoordachte protectionistische strategie.

Persoonlijk zou ik graag een reglement zien waarbij niet-Belgen die gedomicilieerd zijn in België niet alleen mogen meespelen maar ook in aanmerking komen voor de titel  op voorwaarde dat ze niet in andere landen een nationaal kampioenschap spelen in hetzelfde jaar. Hiermee keren we niet volledig terug naar het oude reglement daar we ook aan de niet-Belgen een zekere graad van toewijding/ integratie aan het Belgisch schaken vragen.

Brabo

maandag 27 februari 2012

Familieschaak

Met familieschaak bedoel ik in dit berichtje niet een schaakterm maar letterlijk het spelen van wedstrijdschaak tussen familieleden (broers, zussen, echtgenoten,...). Zelf heb ik die speciale gevoelens van familieschaak ook al meegemaakt want mijn broer heeft in het verleden nog lid geweest van de Torrewachters, zie : Brabo's broer dus niet Antigoon. Verder dan wat blitz en rapid hebben we nooit tegen elkaar gespeeld maar zelfs in die onbelangrijke ontmoetingen was het voor mij als oudere en 600 punten hoger gekwoteerde broer psychologisch moeilijk om mijn schaakplicht uit te voeren. De verleiding was dus erg groot om een cadeautje te geven om de huisvrede te bewaren. Ik herinner mij minstens 1 keer waarin ik niet kon weerstaan om een halfje te gemakkelijk af te geven. Pas later besefte ik dat dit desondanks ongepast en onfair was t.o.v. de andere deelnemers en maakte ik vooraf duidelijk dat ik dit niet meer kon herhalen zelfs al was het een blitzpartijtje.

Ik haal die oude historie op omdat ik onlangs op chessvibes een intrigerend verhaal las tussen 2 zussen: Kosintseva zussen

Bron: http://susanpolgar.blogspot.com

Telkens de 2 zussen tegen elkaar spelen, kiezen ze een bekende korte remisepartij om snel remise te spelen. Een poster op chessvibes gaf zelfs een link naar een lijst van 18 korte salonremises waarbij een groot aantal met een specifieke afgesproken partij, zie chessgames.com. Dit is uiteraard geen propaganda meer voor het schaken en je kan je terecht afvragen of dit soort gedrag niet een halt moet worden toegeroepen. Voorlopig zie ik geen reactie van arbiters, organisatoren of andere instanties wat ik betreur. Vandaag spelen familieleden niet meer met elkaar, straks zijn het clubgenoten en nog wat later landgenoten. Ik kan perfect begrijpen dat de Klitschko broers geen bokskamp onderling willen uitvechten maar schaken is toch heel wat anders dan een slopend fysiek gevecht. Onderstaande partij in het erg goed betaalde ACP-tornooi in Tbilisi, Georgie is dan ook een schertsvertoning.
Op chessvibes werd als verdediging aangehaald dat je zoiets niet kunt vermijden. Volgens mij kun je als organisator alvast 1 van de speelsters niet meer uitnodigen en je kan hen ook wijzen op hun schaakplicht. 

Tevens werd geopperd dat een beslissend resultaat tussen de 2 zussen altijd verdacht zou zijn en dus een remise een betere oplossing is om alvast geen andere deelnemers voor het hoofd te stoten. Die redenering volg ik niet want het zeker uitvoeren van een illegale oplossing is voor mij niet aanvaardbaar om te vermijden dat er insinuaties zouden ontstaan over een speler die zijn partij weggeeft ten voordele van de andere. Ik ben van mening dat je moet vertrekken vanuit een correct ethisch gedrag bij iedere speler en niet vanuit het standpunt dat corruptie zal gebeuren.

Het is geen gemakkelijke materie en geeft snel stof voor heel wat discussies. Zo herinner ik mij ook een jammerlijk geval in België. In 2005 werden in de laatste ronde van Geraardsbergen de 2 broers Jeroen en Pieter Claesen aan elkaar gepaard met de tornooioverwinning op spel. Daar Jeroen een halfje meer had, was het uiteraard duidelijk op voorhand dat het interessanter was dat hij zou winnen. Jeroen won ook wat achteraf leidde tot heel wat speculaties en discussies. Als lager gekwoteerde broer vonden velen het verdacht dat hij gewonnen had van zijn  hoger gekwoteerde broer. Of er effectief iets afgesproken was, maakt niets uit in deze affaire. Feit is dat de zaak een domper zette op het tornooi. Nu ik denk dat om het even welk resultaat tussen hun beiden, kritiek had opgeleverd. M.i. is het gezonder in dit soort situaties om de paring lichtjes aan te passen wat technisch mogelijk is binnen het tornooireglement. Het is geen superoplossing want manipuleren van de paring leidt ook tot onvrede maar ik zie het hier als een klein noodzakelijk kwaad om erger te vermijden.

Brabo

Addendum 28 Februari 2012:
Op schaaksite, zie een-gezusterlijke-doorgestoken-kaart-remise-3-update wordt de kwestie eveneens in detail besproken met reacties van zowel spelers die een halt willen roepen aan deze praktijken en spelers die het niks kan schelen.

zaterdag 25 februari 2012

Eindspelen met ongelijke lopers

Met dit berichtje wou ik even terugkeren naar 2 interessante eindspelen die ik de voorbije interclubseizoenen gespeeld heb toevallig beiden tegen Wachtebeke. Na de partijen werd ik gefeliciteerd door mijn ploeggenoten die onder de indruk waren van mijn eindspel maar als perfectionist was ik heel wat minder tevreden. 

Vandaag wordt m.i. veel te weinig belang nog gehecht aan het eindspel. Ik kan verkeerd zijn maar ik meen dat weinig spelers nog de moeite doen om hun gespeelde eindspelen grondig te bekijken. Enerzijds kan ik dit wel begrijpen want de partijen worden in een steeds hoger tempo afgewerkt waardoor vaak een eindspel moet worden afgehaspeld in een paar minuutjes. Anderzijds valt heel wat te leren uit eindspelen want het is de meest pure fase waarin je met concreet analysewerk meestal tot een definitief antwoord kunt komen.

Zelf heb ik geen schrik om soms 1 volle week of meer bezig te zijn met een interessant eindspel te doorgronden. Ik vraag mij af wie dit nog kan opbrengen in tijden waar men onmiddellijk een antwoord wenst te ontvangen.

Het eerste eindspel dat ik bespreek, is eentje waarbij we een puur ongelijk lopereindspel binnengaan. Het pionnenfront ligt verspreid over de ganse breedte van het bord waardoor het allesbehalve evident is om de correcte verdediging te vinden. Zwart die niet zich niet meer 100% kon opladen voor deze fase, faalt uiteindelijk. Tevens wil ik opmerken dat mijn eigen spel ook niet vlekkeloos is want ik geef een kans weg om een opmerkelijke vesting te maken.

Hieronder zie je een synthese van het eindspel. De oorspronkelijke analyse bevatte talloze varianten maar dit vind ik nogal onoverzichtelijk en na een grondige analyse probeer ik steeds alles te synthetiseren zodat het leesbaarder en beter verstaanbaar wordt.
Het tweede eindspel dat ik bespreek, is m.i. een stuk complexer niet perse omwille van de 2 extra dames maar vooral omdat wit zelfs bij een onnauwkeurigheid van zwart nog steeds erg lange riskante varianten moet durven spelen om winstkansen te creëren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er wat meer foutjes sluipen in het spel. 

Na zwarts 50ste zet had ik reeds door dat het eindspel technisch naar alle waarschijnlijkheid remise was geworden. Bij het nadenken over mijn 51ste zet had ik al de afwikkeling met het verrassende stukoffer op f7 gezien. Het idee leidde ik pas in op zet 61 omdat ik wist op voorhand dat het bij correct spel slechts tot remise zou leiden en het dus belangrijk was om er eerst voor te zorgen dat de tegenstander nog wat tijd op de klok zou verliezen aan afleidingsmanoeuvres. Deze smerige tactiek wordt heel vaak gebruikt door ervaren (professionele) spelers en is uiteraard compleet legaal. Dit praktisch werkschaak is niet echt leuk voor de toeschouwers of de verdediger maar heel vaak dodelijk efficiënt. 

Ook in deze partij loonde de uitputtingstactiek. Na het stukoffer op f7 heeft zwart enkele remisemechanismes maar met een kleine 10 minuten resterend op de klok en bijna 6 uren strijd, gaat het licht uit. De opgave verliep niet rimpelloos want mijn tegenstander had uiteraard wel door dat hij een halfje had laten liggen, stond gedegouteerd op en verliet minachtend de zaal.

Brabo

donderdag 23 februari 2012

Bartel Mateusz

Deze naam zal sinds vorige week wel wat bekender klinken nadat hij het A-tornooi van Aeroflot in Moskou op zijn naam schreef. Het was een kleine verrassing want er waren flink wat favorieten. Uiteraard moet je als speler enig geluk hebben om zulk tornooi te kunnen winnen. Bartel Mateusz fideprofiel kan gevonden worden op fide ratingcard .

Bron: http://ratings.fide.com


Normaal doe ik niet aan rapporteren van tornooien waaraan ik zelf niet deelneem (dit laat ik over aan de andere sites en blogs) maar voor Mat maak ik een uitzondering omdat ik de speler al enige tijd volg. Dit is geen toeval als je weet dat hij een fervente Hollands-speler is. Spijtig geen stonewallspeler maar wel een Leningraderexpert die als 1 van de weinige (sub)toppers het systeem nog gebruikt als 1 van zijn hoofdwapens. Ooit wil ik die variant van het Hollands ook wel eens in mijn repertoire opnemen als ik genoeg heb van de Stonewall. Het is volgens mij geen toeval dat de Stonewall ergens ophoudt als hoofdwapen bij 2600 elo terwijl Leningraders frequent gespeeld worden tot bijna 2700 elo.

Ook tijdens Aeroflot speelde Mat het Hollands met succes tegen een ex-2700, Eljanov  met een redelijke partij, zie hieronder.

Mijn aandacht gaat/ ging vooral uit naar zijn behandeling van de anti- Hollandse systemen. In 2006 kreeg ik in de Brugse meesters serieus klop o.a. door de nu Belgische topper Malakhatko Vadim. Het betrof een lastig anti-Hollandssysteem waarin Vadim zich specialiseerde. Zie:
Enkele maanden later zag ik een verfrissend en erg creatieve partij van Mat tegen dezelfde Vadim Malakhatko, zie hieronder:

Ik was vrij snel verkocht door zijn ideeën en implementeerde ze vaak in mijn eigen partijen. Ik was trouwens niet de enige die dezelfde conclusies maakte want op chesspub, zie chesspub werden bepaalde lijnen onmiddellijk gedoopt als de 'Bartel' opening.

Het is  leuk voor een  adept van het Hollands om te zien dat een topspeler blijft  de moed opbrengen om deze strategisch riskante opening op regelmatige basis te spelen. Ik vrees als Mat nog verder doorgroeit naar hogere eloregionen dat we wellicht minder zijn gegoochel in het Hollands zullen zien maar ik blijf hopen op het tegendeel uiteraard.

Brabo

Addendum 2 maart 2012:
Bartel heeft nu ook het Pools nationaal kampioenschap gewonnen, zie Chessbase Bartel. Echter deze keer speelde hij geen Hollands alhoewel hij meerdere gelegenheden had. Je kon reeds lezen in mijn laatste alinea dat ik hiervoor vreesde want Hollands wordt nu eenmaal te riskant om regelmatig op topniveau te spelen. 

dinsdag 21 februari 2012

Voorkomt schaken Alzheimer?

Vorige week las ik op Susan Polgars blog, het volgende artikel over schaken en Alzheimer, zie: Does_playing_chess_prevent_Alzheimer. Hierin werd een oproep gelanceerd aan 50-plussers om o.a. te schaken als een preventiemiddel tegen Alzheimer. De laatste jaren zie je steeds vaker artikels opduiken waarin schaken als een soort wondermiddel wordt vermeld tegen Alzheimer. Schaakclubs en schaakbonden zien hierin uiteraard een nieuw drukkingsmiddel om fondsen of sponsorgelden los te weken bij de overheid.

Dit is geen overbodige luxe in een landje zoals België waarbij schaken zijn statuut als sport definitief heeft verloren. Ook in Nederland las ik dat binnenkort de sponsorgelden voor de schaaksport serieus zouden worden teruggeschroefd. Je kan er alles over lezen in het artikel op de schaaksite (ik raad iedereen aan om deze site in zijn favorieten toe te voegen want er valt heel wat nieuws te rapen). Toeval of niet maar in de reacties kan je trouwens al lezen over een ballonnetje met de link naar Alzheimer.

In deze materie wordt echter vaak een heel belangrijke studie vergeten of verkeerd geïnterpreteerd die een kleine 2 jaar geleden heel wat stof deed opwaaien, zie: neurology.org. Deze studie bracht enkele nieuwe elementen naar boven in de link tussen het oefenen van de hersenactiviteit en Alzheimer. Hierin werd niet alleen aangetoond dat schaken een uitbreken van Alzheimer serieus vertraagd maar eenmaal Alzheimer uitgebroken was, bij schakers tot een veel sneller verval leidde dan bij niet-schakers.

Dit laatste element van veel sneller verval is schrikwekkend uiteraard en wordt vaak verzwegen. De verklaring vernam ik in een radioprogramma. Klaarblijkelijk zou schaken of andere training van de hersenen niet Alzheimer voorkomen maar de symptomen onderdrukken. Het afsterven of disfunctioneren van de cellen vertraagt niet maar de overgebleven cellen nemen de taken over tot er een kritische massa ontstaan is wanneer het onaangetaste gedeelte van het brein te klein is geworden om alle taken op zich te nemen. Eenmaal die kritische drempel overschreden, zou er een veel sneller uitvallen van de functies gebeuren dan wat je bij normaal traag proces van degeneratie ziet gebeuren. Daar de gemiddelde duur van eerste symptomen tot uiteindelijke sterfte iets bij Alzheimer in de orde is van 7 jaren, gebeurt het wel vaker dat schakers of mensen die geregeld hun hersenen trainen eerder sterven aan andere oorzaken dan er zelfs duidelijk sprake is van het verschijnen van de symptomen van Alzheimer.

Conclusie, schaken zal Alzheimer niet voorkomen maar verhoogt wel gemiddeld voor vele jaren de levenskwaliteit. Dit is echter een twijfelachtig argument voor onze politici om effectief fondsen of sponsorgelden vrij te geven. Is de verhoging van de levenskwaliteit prioritair of staat de verlenging van het leven centraal?

De materie zal mij blijven boeien vooral omdat in mijn dichte familie er wel wat gevallen bekend zijn van overlijdens door progressieve neurologische ongeneeslijke ziektes.

Brabo

zondag 19 februari 2012

Toeval ?

Ik wou nog even terugkeren op mijn interclubpartij gespeeld in de 7de ronde tegen Roel Hamblok die ik al vermeld heb in het bericht 'Vroege remisevoorstellen in de interclub'. De partij kwam tot stand door een vreemde samenloop van omstandigheden die ik hieronder zal proberen uit te leggen waarbij je terecht kunt afvragen of er toch toeval bestaat in het schaken. Eerst geef ik nog eens de partij mee zodat de lezer weet over welke partij het gaat.
Je moet weten dat beide spelers een bord hoger speelden dan hun basisplaats. Jan Rooze speelde nog in Wijk aan Zee (en zette er een heel mooi resultaat neer in de Tienkamp B). Glen De Schampeleire was afwezig door partiële examens (als ik het correct begrepen heb). Ik was lichtjes verwonderd hierover daar ik bij mijn voorbereidingswerk gezien had dat Glen artikels publiceerde voor 'Schamper', zie schamper. In mijn studententijd werd dit boekje geleid door de rechtenfaculteit Gent die toen geen partiële examens hadden. Nu mijn studententijd ligt weer al een heel tijdje achter de rug dus wellicht is die stelling achterhaald. Tevens las ik op het Zottegem forum geen enkel bericht over een mogelijke afwezigheid van Glen, eerder in tegendeel. Nu de meesten in Zottegem weten ondertussen wel dat Brabo meeleest dus ik verwachtte niets anders.  In elk geval maakte het voor mij niet veel uit want zoals gewoonlijk zorg ik ook steeds voor een backup-plan als de te verwachten tegenstander ziek is of door andere redenen er niet is en bijgevolg was ik ook op Roel goed voorbereid.

Roel daarentegen had geen backup-plan zoals ik en was dus onvoorbereid tegen mij. Hij is bijlange niet de enige die slechts op 1 persoon voorbereidt want ik weet van sommigen in mijn team dat ze ook vaak niet meer bekijken dan de basisspeler. Op Schaakfabriek stond vermeld dat Jan Rooze in Wijk aan Zee rondliep maar dit werd verkeerd geïnterpreteerd als bezoeker i.p.v. speler. 

Roel vroeg mij voor de partij of ik voorbereid was maar daar antwoordde ik uiteraard niet op. Nu hij vermoedde wel dat hij risico's zou nemen met zijn normale spel bij een ongelijke voorbereiding en koos daarom na lang nadenken voor een zijsteempje in het Hollands die hij zonet Radjabov in Wijk aan Zee had zien spelen tegen Van Wely. Zie onderstaande partij:
 Geen gekke keuze want Radjabov heeft zelf heel veel Hollands gespeeld met zwart tot ongeveer 2004 dus je mag veronderstellen dat hij wel een wit systeempje kent die vrij onbekend is maar toch niet zo gemakkelijk voor zwart te spelen valt. Toch vind ik de keuze om dit systeem te copieren twijfelachtig want Radjabov speelde steevast eerst e6 voor Pf6 waardoor hij dit Lg5 systeem ontweek en bijgevolg geen of zeer weinig ervaring mee heeft. In elk geval vond ik Radjabovs spel weinig indrukwekkend in de partij. Bovendien in de slotstelling staat wit zelfs verloren maar de spelers realiseerden dit pas toen iemand op de proppen kwam met de computerevaluatie.

Als je zelf al meer dan 15 jaar Hollands speelt met Pf6 zoals in de partij dan is het erg moeilijk om nog iets op het bord te krijgen wat je niet al eerder eens gezien hebt. Onderstaande correspondentiepartij is echter de enige partij die ik vond, gespeeld op een serieus (hier heel serieus) tempo in mijn database.
Zoals je ziet, speelde ik het systeem zoals Van Wely met een snelle d5 opstelling. Ik vond en vind de partij nog steeds een pareltje wat je wellicht slechts kunt terugvinden in correspondentie. Zwart kijkt niet om naar wat zwaktes maar rekent wit erg diep in puur combinatieve stijl van het bord, nochtans was mijn tegenstander met zijn +2400 elo geen kleintje in die tijd toen computers nog een stuk minder dominant waren. 

Je zal je terecht afvragen waarom speelde ik dan een ander systeem in mijn partij. De ervaring met die correspondentiepartij, leerde mij ook dat de opening dubieus was want wits spel kan op diverse plaatsen zeker verbeterd worden en bovendien vergt het resulterende middenspel typische computerkwaliteiten (erg tactisch) waarin ik achter het bord zonder twijfel minder zou uitblinken.

Echter een nieuw systeem spelen zonder enige voorbereiding was ook riskant maar het moest net lukken of vorige ronde hadden we Borgerhout op bezoek. Bij Borgerhout speelt Segarra Concalves, Jorge en bij mijn voorbereiding op hem, had ik vooral gekeken naar onze laatste onderlinge ontmoeting, zie onderstaande partij:
Dit systeem waarvoor hij koos, is helemaal niet zo onschuldig als het lijkt. Zwart speelt het best anders dan in de partij ondanks het eindresultaat. Wetende dat Jorge elke onderlinge partij wel met een nieuw systeem op de proppen probeert te komen, trachtte ik te gissen welk systeem. Als je kijkt naar de gespeelde partij dan zie je dat Jorge Lg5 en Pd2 speelde dus kwam ik tot de conclusie dat hij misschien wel eens een gelijkaardig systeem zou spelen zoals in de partij maar zonder de fiancetto van de loper. 

Zoals eerder vermeld wou ik het snelle d5 systeem niet spelen en bekeek ik enkele partijen met een later d5. Hierbij viel mijn oog op o.a. onderstaande partij:
Zover kwam het uiteindelijk niet in ronde 6 tegen Jorge maar toeval of niet wel in ronde 7 tegen Roel. Als je deze partij  vergelijkt met de eerste partij vermeld in dit artikel (Roel - Brabo) dan zie je dat de eerste 14 zetten dezelfde zijn. Zelf herinnerde ik het nog tot zet 10 en bij zet 14 twijfelde ik lang tussen Pd8 en Pa5. Ik heb de positie nog niet in detail geanalyseerd maar beide zetten lijken mij speelbaar waarbij Pd8 iets kritieker lijkt.

Brabo

vrijdag 17 februari 2012

Onze selectie voor de olympiade

Vorige maand verscheen op de KBSB-site een aankondiging over de selectie voor de olympiade zie: KBSB Olympiade 2012.  Ik was verheugd dat de bond ruim op voorhand deze procedure opstartte wat zeker een serieuze vooruitgang is t.o.v. het verleden. Tevens las ik in het voorstel enkele interessante ideeën om het schaken te propaganderen in België. Kortom de eerste indruk was positief.

Daarna begon ik zoals gewoonlijk kritischer te kijken naar het artikel. Al snel vond ik enkele onduidelijkheden en zelfs vreemde gegevens. De twijfel werd verder gevoed door een hoog oplaaiende discussie op het FEFB-forum, zie: Fefb forum. Ik nam contact op met Jan Rooze, de fideafgevaardigde en schreef een aantal korte mails waarin ik enkele vragen ter verduidelijking vroeg en tevens hem er attent op maakte dat het artikel niet bij iedereen in goede aarde was gevallen omwille van enkele m.i. terecht vermelde onfairheden. Ik verwachtte een spoedig antwoord maar meer dan een afwimpelend antwoord waarbij vaag werd gerefereerd naar tijdsgebrek, kreeg ik niet. Ik kan niet ontkennen dat ik door dit antwoord ontgoocheld was. Aanvankelijk wou ik dan ook dit thema als 1 van de eerste bespreken op mijn blog maar daar Jan Rooze, tevens het 1ste bord speelt en dus mijn ploeggenoot is in Deurne, vond ik het meer opportuun om te wachten op meer info. Wel vandaag is een maand verstreken en er is niets gekomen, noch in mijn mailbox, noch op de KBSB site, noch op het FEFB forum. We zijn minder dan 2 weken van de deadline voor de kandidaturen dus langer wachten met dit artikel, was geen optie meer. 

Ik hoop voor de onderlinge verstandhouding met Jan Rooze dat hij rekening houdt dat onderstaande (erg) kritische analyse pas gepubliceerd werd na lang wachten en aandringen voor meer info. Hiermee wijk ik eigenlijk al af van mijn eigen normen waarbij ik iedereen met dezelfde gewichten en maten tracht te behandelen. Tevens hoop ik dat Jan Rooze mijn statements niet bekijkt als een persoonlijk conflict maar een oproep tot het herstellen van het vertrouwen tussen topspelers en de bond.

1) Er staat een verschil in vertaling tussen de Franse en Nederlandse versie. Mijn Duits is onvoldoende om     die versie goed te controleren.
  • Minimum aantal ELO-geregistreerde gespeelde partijen in België: gemiddeld 15 voor 2010 en 2011
  • Nombre minimum de parties enregistrées pour l'ELO et jouées en Belgique : en moyenne 15 pour les années 2010-2011.
Als je de Franstalige versie vertaalt naar de Nederlandstalige dan zou je moeten hebben: Minimum aantal Elo-geregistreerde partijen en gespeeld in België. Het is belangrijk om te weten waarbij 'spelen' staat. In de Nederlandse versie mag je veronderstellen dat alle gespeelde partijen die geregistreerd worden in België worden meegeteld. Nu fidepartijen gespeeld in het buitenland worden ook geregistreerd in België via de Belgische elo.

2) Eveneens is mij niet duidelijk of de registratie gaat over fide of Belgische elo. Indien enkel de fidepartijen gespeeld in België dan is dit een eerder twijfelachtig reglement daar spelen voor fiderating bijlange nog niet serieus ingeburgerd is in België. Ik las op chessbase zonet dat slechts een 1229 Belgische spelers effectief een fiderating hebben dus nog steeds een kleine minderheid. Indien enkel de Belgische elopartijen gespeeld in Belgie dan is dit eveneens een dubieus reglement. Vorige ronde speelde ik in het Deurnse clubkampioenschap tegen een speler met 1529 elo en dit zou dan wel meetellen voor de selectie? Ik zie niet in dat ik hiermee het schaken in België propagandeer noch dat ik hiermee aantoon dat ik het niveau van de selectie waardig ben. Tenslotte houdt de regel geen rekening met het spelen van Opens zoals Gent, Leuven, Geraardsbergen,... Stuk voor stuk toch open tornooien waar op een serieus tempo wordt geschaakt, het schaken in België wordt gepropagandeerd en er wel degelijk een registratie is van de partijen en resultaten.

3) De Belgische kampioenen van 2010 en 2011 krijgen voorrang bij de selectie. Ik ben akkoord met Bart Michiels voor 2011 maar in 2010 was het niet Pascal Vandevoort maar wel Mher Hovhanisian. Ik weet dat Mher niet kan spelen omwille van zijn nationaliteit en ik kan erin komen dat je voor een vervanger zoekt als de Belgisch kampioen niet kan spelen. Echter als je Pascal als vervanger aanduidt voor Mher dan moet je tevens Dgebuadze aanduiden voor Bart als hij niet kan. Bovendien betwijfel ik sterk dat het huidige reglement toelaat om de Belgische kampioen te vervangen indien hij/zij niet kan. Nu lijkt het meer op een evenwicht tussen de Franse en Vlaamse federatie om toch alvast elk 1 speler te kunnen vertegenwoordigen. Politieke overwegingen zouden geen invloed mogen hebben op een selectie want zo krijg je nooit de beste vertegenwoordiging van België.

4) Gemiddeld 15 voor 2010 en 2011. Wat betekent dit precies? 15 per jaar of 15 over de 2 jaren of 30 over de 2 jaren. Gelieve de regels zo neer te schrijven dat er geen mogelijkheid is om te interpreteren.

5) In het artikel wordt tevens gezegd dat spelers die niet compleet voldoen aan alle voorwaarden, desalniettemin worden verzocht om hun kandidatuur binnen te brengen. Als de persoon kan bewijzen dat hij/zij zich verdienstelijk inzet voor het Belgische schaakleven dan is de raad van het bestuur bij machte om een afwijking toe te staan. Dit klinkt mooi maar leidt wel gemakkelijk tot erg subjectieve beoordelingen. Bovendien wat gebeurt er als iemand die niet voldoet aan alle voorwaarden met een erg hoge elo, zijn kandidatuur indient maar de bond al voldoende kandidaturen heeft gekregen die voldoen aan alle voorwaarden om een ploeg te maken? Gaat de bond dan de lagere elo, die volledig voldoet aan alle reglementen, uit de ploeg zetten voor de (veel) hogere elo die niet volledig voldoet aan alle reglementen? Dit wordt nergens vermeld en zal zonder twijfel tot conflicten leiden.

6) Er zijn ook een aantal zaken die niet of slecht stroken met het beleid om het schaken meer te propaganderen in België.
  •  Het eenmalig publiceren van een artikel op de KBSB-site die de meeste spelers niet eens regelmatig bekijken, gaat m.i. rechtlijnig tegen een grootschalige propaganda voor het Belgische schaak. Ik heb enkele topspelers gesproken in België en sommigen waren niet eens op de hoogte van dit artikel. Dit gebrek aan serieuze communicatie is zeker geen methode om het schaken te propaganderen.
  • Er bestaat geen enkele duidelijkheid over wie welke kandidatuur voor de olympiade heeft ingediend. Voor de meeste tornooien worden deelnemerslijsten gebruikt maar hier gebeurt alles via de mailbox, liefst zo ver mogelijk van elke publieke instantie. Nochtans zou een up to date kandidatuurlijst niet alleen een veel transparantere kijk geven maar tevens gebruikt kunnen worden als propagandamiddel om de olympiade bekender te maken bij het grote publiek.
  • Het artikel is bijzonder onvriendelijk voor de professionele spelers. De compensatie van 50 euro is een lachertje en tevens het eisen van 15 partijen te spelen in België vaak tegen een hongerloontje, zal geen zoden aan de dijk brengen. Nochtans is het uitsturen van de beste spelers, dus ook de professionele spelers de beste wijze om propaganda te maken voor het Belgische schaken. Het aantrekken van een serieuze sponsor is m.i. een noodzakelijk werk voor de bond en er is wel degelijk interesse vanuit het bedrijfsleven wat een programma zoals ' Go for grandmaster' eerder toonde. Trouwens als je kijkt naar andere bonden dan zal geen van die bonden hun beste spelers thuislaten omdat ze thuis onvoldoende spelen Er zijn voorbeelden genoeg zoals Carlsen, Aronian, Anand, Radjabov, Topalov, Ivanchuk, Gelfand...

7) Luc Winants merkte terecht op dat het artikel niet strookt met het officiële tornooireglement en artikel 41 zie internationale tornooireglementen. Daar het nieuwe artikel nog niet is goedgekeurd op de algemene vergadering, blijft het een voorstel en kan bijgevolg de nieuwe selectie niet op die basis gemaakt worden, in tegenstelling tot wat gezegd wordt in het artikel.

8) Er wordt in het nieuwe voorstel gevraagd aan de spelers om 15 partijen in 2010/2011 gespeeld te hebben. Echter hoe kon je dat weten in 2010 en 2011 als het reglement nu pas aangepast is. Dit soort retroactieve maatregelen zijn bijzonder onfair. Trouwens als iemand de moeite doet om een klacht in te dienen bij de sportcommissie dan heeft die persoon grote kans om gelijk te krijgen. Ik herinner mij het geval Jasper Beukema op het Belgisch jeugdkampioenschap van 2009, zie Bespreking uitspraak sportcommissie, waar een soortgelijk retroactief reglement werd ingevoerd en Jasper Beukema in beroep gelijk kreeg t.o.v. het onsportieve reglement.

9) Tenslotte wordt tevens vermeld dat in de volgende selectie, rekening zal worden gehouden met deelname aan het Belgisch kampioenschap. Topspelers die dus willen geselecteerd worden, zullen in het vervolg tevens moeten deelnemen aan het Belgisch kampioenschap. Er wordt geen rekening gehouden met het feit dat sommige spelers niet in de mogelijkheid zijn om net voor die specifieke periode verlof te krijgen, noch wordt er enige melding gemaakt van gegarandeerde vergoedingen bij deelname van een Belgisch kampioenschap. Ik kan begrijpen dat het Belgisch kampioenschap meetelt bij de selectie wat nu al gebeurt bij het a priori toelaten van de Belgische kampioenen van 2010 en 2011 maar eisen dat elke topspeler meespeelt of hij valt uit de selectie, getuigt van een betutteling t.o.v. de spelers en weinig respect.

Als ik zo alles overlees dan kom ik tot de vaststelling dat we nog lang geen transparante en faire werking voor de selectie hebben. Grondige hervormingen zijn m.i. noodzakelijk. Veel van de besproken ergernissen en ongemakken zouden kunnen worden vermeden als de bond beslissingen neemt na het consulteren van de betrokken partijen (hier de topspelers). Ik vind het spijtig dat een artikel zoals hierboven nodig is om de stem als (top)speler te laten horen t.o.v. de bond en het gekozen beleid.

Brabo

Addendum 21 Februari 2012:
Ik kreeg vandaag een berichtje doorgestuurd van mijn club, ontvangen deze ochtend van de bond waarin de inhoud vermeld stond van wat er al op 14-1 gepubliceerd was op de KBSB-site. Ik kan alleen maar vermoeden dat de kandidaturen niet talrijk zijn binnengekomen ondanks meer dan 50 +2250fideelo Belgische spelers en men nu slechts 8 dagen voor de deadline tot het besef is gekomen dat er nog andere communicatiemiddelen zijn. Daar het een kopij is van het oorspronkelijk bericht, staat er geen enkele verduidelijking in, betreffende de vele open vragen gesteld hier in de blog en op andere fora. Leest niemand van de KBSB op het internet of wenst de KBSB niet een open discussie te voeren met de gewone schaker?

Addendum 24 Februari 2012:
Ik heb het stukje over Schaakfabriek verwijderd omdat het niet meer relevant is. Vandaag werd een link naar het KBSB-artikel gepubliceerd op Schaakfabriek, zie: Schaakfabriek olympiade. Aanvankelijk werd niets gepubliceerd hierover omdat aankondigingen van de KBSB in de regel niet worden overgenomen op Schaakfabriek. Echter na het lezen van o.a. bovenstaand berichtje werd ingezien dat het onderwerp wel degelijk enige nieuwswaarde heeft en verder gaat dan een standaardaankondiging.


Addendum 27 Februari 2012:
Door het zoeken naar de reglementen van het Nationaal kampioenschap heb ik toevallig een Nederlandstalige versie van de internationale tornooireglementen gevonden. Je kan blijkbaar enkel veranderen van taal bij de hoofdselectie en niet binnen het reglement.

woensdag 15 februari 2012

Op remise spelen met wit tegen een sterkere tegenstander?

Na de partij Van Wely - Aronian in Wijk aan Zee, vroeg ik mij af of het wel correct is om met wit vanaf zet 1 op remise te spelen. Wit ruilde in die partij zijn theoretische witvoordeel voor een remise tegen een hoger gekwoteerde speler. Zie: Chessvibes ronde 5 Wijk aan Zee en voor de partij zie hier:

Nu ik kan zijn beslissing wel begrijpen. Aronian ga je niet zomaar opzij zetten en een extra halve rustdag is welgekomen. Bovendien is elk extra half punt een gegarandeerde financiele bonus op het einde van het tornooi.


Een veel meer omstreden geval van op remise spelen met wit tegen een sterkere tegenstander gebeurde in 2010 in het Nederlands kampioenschap. Toeval of niet maar de sterkere speler was toen Van Wely met  2653 elo terwijl de zwakkere witspeler Benjamin Bok heette, toen nog FM met 2430 elo. Zie: Chessvibes Dutch-championship en voor de partij zie hier:

Het is uiteraard aanlokkelijk om relatief gemakkelijk een halfje te halen bij een tegenstander die veel hoger gekwoteerd staat. Naast de extra elo's, garandeerde het ook 150 euro wat voor een jongen van 15 jaar wel flink wat zakgeld kan lijken. Desalniettemin kan men niet ontkennen dat je toch het gevoel krijgt dat de jongen een uitgelezen kans op een zeldzame schaakles gemist heeft. Van Wely was dan ook zeer hard in zijn commentaar wat gelezen kan worden in het chessvibesartikel. Persoonlijk denk ik dat die commentaar wat overdreven is. Wij kennen niet de innerlijke toestand van de jongen en moeten bijgevolg zijn beslissing leren respecteren. Sommigen geven trouwens aan dat Van Wely ook schuld treft door de variant toe te laten maar dat is tevens overdreven want zwart moet eerst trachten gelijk te maken en het is niet altijd evident om een volwaardig alternatief te vinden dan de remisevariant.

Zelf ondervond ik in mijn schaakcarriere ook wel enkele malen een gelijkaardig gedrag. Het meest schrijnende vond ik dat een zwakkere speler in een vriendschapsontmoeting vanaf zet 1 met wit liet verstaan dat hij voor een geforceerde remisevariant zou kiezen.  Dit deed hij omdat remise tegen een hoger gekwoteerde speler goed klonk. Ikzelf verkies eerder om het bord te spelen dan de tegenstander en liet bijgevolg de remisevariant toe met de zwarte stukken. De redering die ik volg, is dat ik van elke (lange) partij een test tracht te maken van mijn repertoire. Ik ben daarom niet bereid om iets te spelen die niet hoort bij mijn repertoire en bijgevolg mij nauwelijks of niet interesseert. Dit is bovendien ook 1 van de hoofdredenen waarom ik aan thematornooien weinig of geen aandacht schenk. Ik ben mij goed bewust dat slechts weinigen deze wetenschappelijke/mathematische aanpak van het schaken apprecieren. Echter ik trek mij daar weinig van aan want de drijfredenen om  te schaken zijn iets persoonlijks waar een ander m.i. geen zaken mee heeft.

Ik herinner mij 1 geval waarin ik mijn dogmatische regel om het bord te spelen halvelings overtrad. In 2004 speelde ik in de laatste interclubronde van de top16 tegen de Duitse GM Igor Khenkin 2571. Ik wist dat hij Caro Cann speelde maar had daar op het moment zelf geen serieus wapen tegen. Om toch een goed resultaat te maken, koos ik voor het ultrasolide maar erg saaie Spasskysysteem. Het levert geen geforceerde remisevarianten op maar het is erg moeilijk om met zwart of wit, de balans te breken. Zie partij:
In de partij probeerde Igor vanalles en ging zelfs uiteindelijk iets te ver maar stelde net op tijd remise voor wat ik accepteerde. Acheraf werd ik gefeliciteerd door mijn teamgenoten maar ik voelde mij niet tevreden. Dit was anti-schaak en nam mij voor om dit in de toekomst niet meer te herhalen ondanks het aantrekkelijk resultaat.

Brabo

maandag 13 februari 2012

Desinformatie van chessbase

Gisteren slaagde Chessbase er opnieuw in om een mooi stukje desinformatie in de wereld te sturen. Zie Population growth. Daar werd getoond dat het aantal gekwoteerde spelers de laatste jaren serieus was toegenomen in ongeveer alle landen. Tevens werd vermeld dat de gemiddelde elo gedaald was omdat vele nieuwe spelers waren toegevoegd die natuurlijk onderaan de ladder beginnen. Zo werd o.a. voor België een groei van 93% over 4 jaren getoond. Onmiddellijk begon bij mij een alarmbelletje te rinkelen dat zoiets onmogelijk correct kon zijn.

België, Nederland en vele andere West-Europese landen zien al jaren een langzame afbrokkeling van hun ledenbestanden en nu beweert fide plots dat alles er heel gunstig uitziet. Het duurde niet lang of ik had de ballon van desinformatie doorprikt. Fide repte geen woord over de drastische elovloerverlagingen die men het laatste decennium heeft doorgevoerd. In 1998 kreeg ik na het WK studenten in Rotterdam mijn eerste fiderating die toen net boven de 2200 kwam. 2200 was toen de minimale elo die je moest halen om op de tabellen te verschijnen. In 1999 verlaagde men de elovloer naar 2000 elo. In 2001 verlaagde men opnieuw de elovloer naar 1800 elo en 2003 kwam opnieuw een verlaging naar 1600 elo. Echter het hield niet op want in 2009 kwam er nog 1 naar 1200 elo en nu staat een voorlopig laatste verlaging gepland voor juli 2012 naar 1000 elo. De reden hiervoor is vrij simpel. Fide krijgt geld per gekwoteerde speler en het verlagen van de elovloer brengt dus extra geld in het laatje. We kunnen dus helemaal niet spreken van een aangroei van nieuwe spelers maar moeten spreken van (veelal ervaren) spelers die nu eindelijk hun eerste officiële fiderating krijgen.

Chessbase is zeker een kampioen als het betreft desinformeren van de lezers. Zo vergat men erbij te vermelden dat de 4 artikels over Rybka (hun eigen chessbaseproduct) werden geschreven door de Rybkaforummaster. Pas helemaal op het laatste artikel stond een verwijzing hierna, hierbij minimaliserend het zekere belangenconflict. Een ander voorbeeld is het steeds laten opdraven van Jeff Sonas die met onbenullige statistieken eloinflatie tracht te verkopen. Het praatje van de eloinflatie is volledig weerlegd door het werk van Regan and Hawarth, zie  Rating inflation. Dit werd op diverse schaaksites gepubliceerd maar niet op Chessbase want het paste niet in hun strategie.

Waar Chessbase wel goed in is, is het geven van grote tornooiverslagen vol met foto's waarbij steevast 80% van het vrouwelijk schoon. Je moet kijken met een vergrootglas om een schaakfragment te vinden.

Voor de schakers die serieuze internationale schaakberichtgeving willen lezen, raad ik de lezers vandaag chessvibes aan. De chessbasesite is voor mij een rioolgazette geworden.

Brabo

Addendum 24 februari 2012:
Vandaag stond op chessbase opnieuw een mooi voorbeeld van desinformatie, nl: Elo rariteiten: de schildpad en de haas, zie: Elo oddities. Gelukkig gaf John Nunn zelf toe in zijn antwoord dat het onderwerp hem eigenlijk niet meer kon schelen, zie quote: "In any case, it's no longer a concern of mine!". Triestige verslaggeving als je pagina's met dit soort onzinnige opmerkingen moet vullen.

zondag 12 februari 2012

Shirovs briljante Lh3!!

Vorige week las ik op chesspub dat de computers opnieuw een stap dichter waren gekomen tot de oplossing van het schaken. In 1998 had Shirov een briljante zet gespeeld in het eindspel tegen Topalov en er werd toen geopperd dat het onmogelijk was voor een computer om die zet te vinden. Zie hieronder het desbetreffende eindspel:
Wel op chesspub toonden enkele computercracks aan dat vandaag sommige programma's er wel inslagen om het probleem te kraken. Zie Chesspub Shirov Lh3 . Een dump van 1 van de programma's kan je hieronder vinden:

26/54  00:49   553,861,944    11,081,000 +1.48 Bf5-e4 g2-g3 f6-f5 Kg1-f2 Ke6-d6 Bc3-d4 Kd6-c6 Kf2-e2 Kc6-b5 Ke2-d2 
27/54  01:02   694,243,666    11,165,000 +1.48 Bf5-e4 g2-g3 f6-f5 Kg1-f2 Ke6-d6 Bc3-d4 Kd6-c6 Kf2-e2 Kc6-b5 Ke2-d2 
28/54  01:22   929,349,860    11,264,000 +1.48 Bf5-e4 g2-g3 f6-f5 Kg1-f2 Ke6-d6 Bc3-d4 Kd6-c6 Kf2-e2 Kc6-b5 Ke2-d2 
29/63  01:57  1,338,366,562   11,349,000 +1.48 Bf5-e4 g2-g3 f6-f5 Kg1-f2 Ke6-d6 Bc3-d4 Kd6-c6 Kf2-e2 Kc6-b5 Ke2-d2 
29/64+ 03:07  2,134,991,667   11,382,000 +1.56 Bf5-h3
29/78+ 13:15  9,214,503,132   11,583,000 +5.60 Bf5-h3 


Toevallig kreeg ik in 2004 een merkwaardige déjà-vue in 1 van mijn partijen. Een nog erg jonge Robin Swinkels haalde uit zijn hoge toverhoed een magistraal idee. 
Bron: http://schaaksite.nl/
Het is niet 100% correct maar zijn durf en inzicht lieten verstaan dat de jongen heel wat in zijn mars had. Laat ons even kijken en genieten van zijn kunsten:


Zo remise uit handen geven, wil ik elke partij doen. Het is 1 van de weinige keren dat iemand mij in het eindspel heeft overklast. 5 jaar later werd de jongen grootmeester, zie de link naar zijn fideratingprofiel Robin-Swinkels. Het verwonderde mij niet want het was mij al lang duidelijk dat hij talent had.

Brabo

zaterdag 11 februari 2012

Forfaits in de interclub

Niemand houdt van forfaits. Noch degene die de forfait krijgen, noch degene die de forfait geven. Toch zien we de laatste jaren steeds vaker forfaits verschijnen waardoor de competitie serieus vertekend wordt en bijgevolg gesproken mag worden van al dan niet opzettelijke vervalsing. 

Ik denk dat we een onderscheid moeten maken tussen type forfaits:
1) forfait door overmacht van zowel de club als de spelers (bv. ongeluk, onaangekondigde treinstaking, plotse hevige sneeuwval,...)
2) forfait door overmacht van de club maar niet door de speler (bv. overslapen, vergeten,...)
3) forfait zonder er sprake kan zijn van overmacht (bv. gebrekkige planning, strategische keuze,...)

Het huidige reglement maakt m.i. onvoldoende onderscheid in de strafmaat tussen de 3 soorten forfaits met als excuus dat het moeilijk zo niet onmogelijk is om voor de wedstrijdleiding een onderscheid hierin te maken.Daar ben ik het niet mee eens. 

Voor het 1ste type forfait kan een bewijs afgegeven worden waarna de tornooileiding kan beslissen of het al of niet terecht is. M.i. indien echt van complete overmacht sprake is dan mogen er geen boetes opgelegd worden en maximaal de bordpunten afgenomen worden.
Voor het 2de type forfait kan/moet geen bewijs worden gegeven maar kan door de tornooileiding worden verondersteld dat dit soort forfait eerder zelden zal voorkomen. Ik zou opteren als er slechts 1 of 2 forfaits zijn dan mogen we veronderstellen dat dit forfaits type 2 zijn.
Als we de redenering verder volgen dan mogen we stellen dat forfait type 3 slechts zal voorkomen wanneer er meer dan 2 forfaits door een club overheen alle ploegen wordt gegeven. Als het aantal forfaits hoger dan 2 is dan worden alle forfaits (uitgezonderd de type 1) gerekend als type 3.

De geldboete moet m.i. gekoppeld zijn aan het type forfait, het niveau van de competitie en het bord (zoals nu reeds het geval) maar ook bij type 3 van het aantal forfaits en het aantal interclubplaatsen (som van alle ploegen) die een club heeft.
  1. Type 1: Geen boete
  2. Type 2: Als forfaits niet van het type 1 < 3 dan bestaand systeem
  3. Type 3: Als forfaits niet van het type 1>2 dan nieuw systeem hieronder uitgelegd.

Nieuw systeem voor Type 3:
Clubboete = Som van de boetes volgens bestaand systeem * (1+(aantal forfaits-2)/4) * (1+(aantal interclubplaatsen-4))/10
Hierbij zou ik ook een cap plaatsen van bv. 1000 euro per ronde omdat het niet de bedoeling is dat een club failliet gaat.
Daarnaast zou ik ook de mogelijkheid geven aan de club om voor een schikking te kiezen waarbij bv. slechts de helft van de boete wordt betaald maar er onmiddellijk een ploeg(en) naar keuze uit de competitie wordt genomen die betreffende aantal spelers minstens 50% van het aantal forfaits dekt.

Concreet voorbeeldje:
Aalter in ronde 7 heeft 8 forfaits en een boete volgens het oude systeem van 266,5 euro. Stel Aalter kan geen enkele forfait aantonen volgens het type 1 dan zijn alle 8 forfaits van type 3. De boete wordt dan 266,5 euro * (1+(8-2)/4) * (1+(8+6+4+4-4)/10) = 266,5 euro * 2,5 * 2,8 = 1865,5 euro. Rekening houdend met de cap op 1000 euro zal Aalter 1000 euro moeten betalen tenzij ze kiezen voor de schikking van 500 euro met het onmiddellijk uit de competitie halen van een ploeg bestaande van tenminste 4 spelers.

Uiteraard kan aan de cijfers en komma's heel wat gesleuteld worden maar het mechanisme vind ik goed. Beter zou zijn om helemaal geen boetes te moeten opleggen maar vandaag zien we dat dit een noodzakelijke voorwaarde is om de competitie sportiever te laten verlopen.

Brabo

donderdag 9 februari 2012

Een korte remise in de laatste ronde

Na de laatste ronde in Wijk aan Zee steeg een storm van protest en verontwaardiging op na de ultrakorte remise tussen Aronian en Radjabov. Zie o.a. chessvibes: aronian-draws-with-radjabov-in-12-moves-wins-tata-steel De meesten zullen wellicht nog de partij kennen maar ik geef ze toch nog even mee.

Ik vond de hele heisa toch wel flink overdreven. Aronians keuze om het voordeel van het witte kleur en het spelen van een lange complexe en riskante partij in te ruilen voor een zekere tornooiwinst vond ik perfect logisch. Tevens vind ik Radjabovs keuze logisch want afwijken van de partij, stond gelijk aan het drastisch verhogen van de verlieskansen terwijl er nauwelijks winstkansen worden gecreëerd. Afwijken, noem ik gokken en waarom? De tornooioverwinning hoor ik sommigen denken want slechts de winnaar is belangrijk. Echter als slechts de winnaar belangrijk is dan waarom doen al die spelers mee waarvan het gros weet op voorhand dat ze toch het tornooi niet kunnen winnen? Iedere deelnemer heeft een mathematische kans? Ja correct en dat is ook zo bij kansspelen zoals de lotto, echter schaken is voor zover ik het spelletje begrijp nog steeds geen kansspel (alhoewel ik ooit het cowboyverhaal hoorde van de kansspelcommissie die op een schaaktornooi belastingen kwam innen). Een schaker gokt niet maar weegt zijn voordelen en nadelen af. Ik vraag mij dan af wat je als professional het liefst hebt: zekerheid op een serieuze zak centen of die zak centen grotendeels op spel zetten voor een minieme mathematische kans op meer en een titel waarvan je niets kunt kopen? Wel een profspeler zal bijna steeds kiezen voor de zekerheid want het leven van een schaker is al erg onzeker op zich zonder sociaal vangnet. Deze keuze iemand kwalijk nemen omdat je als toeschouwer ontnomen wordt van een spannende finale, vind ik egoïstisch en toont een gebrek aan empathie. Een andere reden die ik hoor, is dat dit geen partij is en de spelers worden dik betaald om partijen te spelen dus moeten een partij spelen. Sorry maar voor mij is dit wel degelijk een partij die gespeeld werd tot op het bot, namelijk een remise door zetherhaling.
Je kan als organisator weinig maatregelen treffen om dit soort anticlimax te vermijden in dit specifieke geval. De Sofiaregels helpen niet dus je moet al naar iets heel drastisch grijpen die helemaal niet meer past bij dit soort tornooien (bv. een armageddon).

Een paar jaar eerder in 2009 had ik toevallig een gelijkaardig voorval in de Open van Leuven. Mijn tegenstander Stephen Berry had een fantastisch tornooi gespeeld en stelde in de laatste ronde remise voor na slechts 10 zetten wat ik na lang nadenken aanvaardde. Toen kon je lezen op schaakfabriek dat dit sommigen een jammerlijke ontknoping vonden maar uiteraard kwam het niet tot eenzelfde uitbarsting van emoties als bij Aronian- Radjabov. Zie de desbetreffende korte partij eronder:


Ikzelf had liever ook een langere partij gespeeld en serieuze kansen gekregen op de tornooiwinst maar uiteindelijk vond ik het aannemen van de remise de juiste keuze en aanvaardbaar. Ik zou vandaag wellicht in gelijkaardige omstandigheden hetzelfde doen.

1) Vooreerst zijn er geen Sofiaregels geldig in het tornooi waardoor spelers niet verplicht zijn om tot op het bot hun partijen te spelen. Je kan als organisator de Sofiaregels invoeren maar ik vrees dat dit bij een 99% amateurtornooi wel eens verkeerd zou uitpakken betreffende het aantal inschrijvingen daar de meeste mensen komen spelen voor hun plezier en dus geen extra regeltjes willen hebben wat mag en niet mag.
2) Vervolgens is geen enkele speler betaald, integendeel want er is inschrijvingsgeld betaald. Je kan dus evenmin zeggen dat ze hun plicht niet vervuld hebben t.o.v. de organisatie.
3) Er is ook het argument dat spelers de morele plicht hebben om het maximum uit de stelling te halen. Hierin lopen de meningen uiteen. Is dit het maximum eruit halen tegen om het even welk risico of is het maximum gelinkt aan de risico's? Ik volg het principe van het maximum gelinkt aan de risico's want ik speel schaak en geen gokspel. Je moet weten dat wits laatste zet voor mij onbekend was en ik helemaal niet wist hoe er precies op te reageren. De stelling vergt van zwart een veel grotere nauwkeurigheid en ik vond geen zet aan het bord die geen grote risico's zou inhouden. Ook wist ik dat ik vanuit die opening nog niet eerder had kunnen winnen en momenteel een score had van +0,=4,-1. De tegenstander had vorige ronden sterk schaak getoond dus schatte ik uiteindelijk de kansen in op 10% winst, 50% remise en 40% verlies. Als je dan weet dat winst ongeveer 750 euro was, remise 250 en verlies wellicht 0 dan kon je snel het verschil uitrekenen tussen remise aannemen en het statistisch gemiddelde bij doorspelen. Remise aannemen = 250 euro. Doorspelen = 10%* 750 euro + 50%* 250 euro + 40%* 0euro = 200 euro. Logisch redeneren, enkel rekening houdend met het te winnen bedrag gaf dus aan remise aannemen.
4) Uiteraard er is nog de tornooiwinning zelf maar je moet toegeven dat die titel weinig voorstelt op nationaal of internationaal vlak. Als je dan ook nog ziet bijvoorbeeld in de laatste editie welk en hoe het scheidingssysteem wordt toegepast dan verliest de titel toch al heel veel in waarde. Je kan tevens niemand verplichten om zijn zekere prijs op spel te zetten, zelfs al is die amateur. Ik kan 250 euro goed gebruiken en bovendien heeft niemand zaken met mijn financiële keuzes. Tenslotte was ik al een tevreden man over mijn tornooiverloop en dan sluit je liever niet af met een negatieve noot.

Ik hoop dat dit een betere kijk geeft in de zogenaamde salonremises (zonder afgesproken op voorhand te zijn) en er ook wat meer begrip komt van de omstaanders.

Brabo

woensdag 8 februari 2012

Interclubcompetitie of interploegcompetitie?

Deze vraag stelde ik mij recent na het lezen van reacties op schaakfabriek Uiteraard moet ik eerst even uitleggen wat ik precies bedoel met de 2 begrippen.
Een pure interclubcompetitie betekent dat elke club tracht te steven naar een zo hoog mogelijke rangschikking in een zo hoog mogelijke divisie.
Een interploegcompetitie betekent daarentegen dat elke ploeg tracht te streven naar een zo hoog mogelijke rangschikking in een zo hoog mogelijke divisie.

Dit is een pittig verschil want in de interclubcompetitie gaan alle sterkste krachten van de club naar ploeg 1, vervolgens de iets mindere krachten naar ploeg 2 enzoverder. Daarentegen in een interploegcompetitie gaat een club de krachten meer verdelen over de diverse teams om zo globaal genomen over alle ploegen het beste resultaat te bereiken. In deze optiek wordt weinig belang gehecht aan ereplaatsen (2de, 3de, ...) maar veel meer aan het bereiken van promotie en vermijden van degradatie voor de vele ploegen.

Vandaag gaat de tendens sterk naar het interploegmodel want het globale belang van de club wordt hiermee maximaal ondersteund. De verdediging van het model bestaat uit volgende argumenten:
    1. de spelers in een groep moeten minstens 50% van de partijen gezamenlijk spelen dus is het normaal dat bepaalde spelers in de groep blijven spelen, zelfs al moet de hogere ploeg hierdoor zwakkere spelers plaatsen
    2. de gemiddelde eloregel laat toe om sterkere spelers ook in lagere groepen te plaatsen
    3. voor jeugdspelers is het vaak noodzakelijk een chauffeur in het team te hebben die dan weliswaar wat meer elo heeft.
    4. laattijdige afzeggingen zouden een cascade-effect veroorzaken indien geen zwakkere spelers in hogere afdelingen mogen spelen.
    5. spelers spelen liever in een vast team omdat dit de sfeer bevordert en er meer gericht gewerkt kan worden voor het groepsresultaat
    6. globale resultaten worden meer geapprecieerd dan de resultaten van de eerste ploeg
    Dit zijn de voornaamste redenen die ik kan vinden wat niet betekent dat er geen andere zijn.

    Echter er zijn wel flink wat nadelen aan dit model. Hieronder de belangrijkste:
    1. Dit model is ver weg van de oorspronkelijke gedachte dat 2 clubs hun beste mannen tegen elkaar opzetten (zoals vriendschapsmatchen nog vandaag gespeeld worden) en er onderling wordt uitgemaakt wie de sterkste club heeft. Vandaag zie je vaak het 1ste team een lagere rangschikking nemen in de hoogste afdeling om de lagere teams te helpen.
    2. Dit systeem werkt sterk competitievervalsing in de hand. Een club met veel ploegen kan veel meer schuiven zodat ploegen versterkt of verzwakt kunnen worden wanneer de club het wilt.
    3. Sterke spelers spelen nu in ploegen mee soms ver onder hun niveau. In een individuele competitie vind iedereen het normaal dat bv. een 2100 speler niet in een -1800 tornooi kan meespelen maar in de interclub mag men plots wel in een ploeg of 2 lager spelen dan te verwachten met de rating.
    Ik ben volledig akkoord dat een puur interclubmodel waarbij elke ploeg volgens beschikbare spelers in sterkte wordt opgevuld, onwerkbaar is voor grote clubs met meerdere teams. Echter het huidige systeem bevalt mij evenmin. 

    Vandaar mijn voorstel tot enkele veranderingen waarbij rekening gehouden wordt met de eigenschappen van de diverse afdelingen.
    • Invoeren van de regel waarbij ploegen in volgorde van sterkte, rekening houdend met de  beschikbaarheid per ronde worden opgesteld. Dit echter enkel voor de 1ste,2de en 3de afdeling en bovendien mogen de clubs hiervan afwijken met 2 spelers per team om late vervangingen op te vangen dus niet om een speler in een lager team te laten spelen. Effecten van dit nieuwe reglement:
      •  Het 1ste team wordt het belangrijkste voor een club, tenminste als die in 1 van de 3 hoogste afdelingen speelt.
      •  Spelers worden opnieuw gelinkt aan de club en minder aan het team wat correcter is naar de definitie van interclubcompetitie
      •  Voor 4de en 5de afdeling geldt de regel niet zodat naar hartenlust wel geschoven kan worden met de spelers om zo jeugdspelers maximaal kansen te geven
      • Een speler die normaal in 1ste, 2de of 3de afdeling moet spelen volgens de beschikbare volgorde kan nooit kiezen om een lagere groep te versterken.
      • Per team moet het reglement voor 2 spelers niet gevolgd worden. Hiermee los je laattijdige afzeggingen op zonder het cascade-effect
    • Afschaffen van de gemiddelde eloregel want de vorige regel maakt die overbodig (te bekijken of er geen misbruik wordt van gemaakt tussen 4de en 5de afdeling)
    • Afschaffen van de 50% regel behalve voor de 1ste afdeling. In het nieuwe systeem kan je voor de lagere afdelingen niet garanderen dat de 50% wordt gehaald want de klemtoon ligt nu op het hoogste team. Voor 1ste afdeling zou ik het houden of zelfs verscherpen omdat daar anders profteams te vaak zouden roteren waardoor ze een te groot voordeel op vlak van openingsvoorbereiding t.o.v. amateurteams die dit niet kunnen, zouden verkrijgen. Ik vind niet dat een competitie mag worden bepaald door wie zich best kan voorbereiden.
    Volgens mij is mijn voorstel niet ingewikkelder dan het bestaande systeem want een aantal regels worden afgeschaft en er is 1 regel die je gemakkelijk kan volgen als interclubverantwoordelijke met de elolijst naast je. Mij lijkt het een sportiever reglement voor alle afdelingen waarin ook de specifieke problemen van bepaalde afdelingen in rekening worden genomen. Echter misschien denken jullie er anders over en dat zou ik graag weten.

    Brabo

    Addendum 13 Februari 2012:
    Ik zag zonet op de interclubsite van de KBSB dat Boitsfort voluit de kaart van de interploegcompetitie koos tijdens de voorbije ronde. De eerste ploeg werd op het randje van het huidige reglement verzwakt in het voordeel van de tweede ploeg. Dit soort verschuivingen zou met mijn voorstel in elk geval grotendeels vermeden worden. 

    dinsdag 7 februari 2012

    Een merkwaardig eindspel in Wijk aan Zee ?

    Eindspelen hebben mij van bij het begin van mijn schaakcarriere gefascineerd. Dit is dan ook het eerste artikeltje over eindspelen maar er zullen er ongetwijfeld nog volgen.

    Toen ik zoals gewoonlijk de pagina's doorbladerde op chessbase na elke ronde, viel mijn oog op een analyse over een eindspel gespeeld in Wijk aan Zee. De titel klonk ronkend : 'Giri's amazing idea' en was becommentarieerd door de bekende eindspelguru Karsten Muller. Het eindspel bevatte een verrassend stukoffer waarna zwart toch remise kon houden.


    De link naar het artikel kan gevonden worden hier: Chessbase eindspel

    De reden waarom het mij opviel, ligt in het feit dat ik zelf iets heel gelijkaardigs gespeeld heb in 1997, het begin van mijn schaakcarriere. De partij werd gespeeld in de laatste ronde van het open Belgisch kampioenschap en mijn tegenstander kon echt niet geloven dat dit speelbaar was. De winst had er wel ingezeten tot een zet voor het stukoffer.


    Ik vind de 2 eindspelen zeer gelijkend op elkaar en dus vond het leuk om het commentaar te lezen op chessbase.

    Brabo