woensdag 31 oktober 2012

Spelen op de man

Om een succesvolle competitiespeler te worden, moet je bereid zijn om op de man te spelen. Je kan onmogelijk optimaal scoren als je enkel tracht steeds de beste zetten te spelen. Uiteraard speelt de stelling een cruciale rol bij het maken van keuzes maar vaak is het ook nuttig om rekening te houden met de tegenstander. Vele schakers vinden dit psychologisch aspect een serieuze meerwaarde in het spel maar ik vind dat er ook een keerzijde is aan deze medaille. Om de tegenstander te verslaan, wordt met opzet gekozen voor minderwaardige zetten waardoor de partij op wetenschappelijk en vaak ook op esthetisch vlak onthoofd wordt in waarde en gedegradeerd wordt tot een weliswaar sportieve trukendoos.

Als ex-correspondentiespeler heb ik altijd zeer veel belang gehecht aan het wetenschappelijke element in het schaken. Hierdoor maak ik geregeld keuzes die sportief niet optimaal zijn en dus punten kosten. Zo heb ik persoonlijk een afkeer in het variëren van openingen of selecteren van dubieuze openingen puur om de tegenstander uit zijn comfortzone te halen. Een competitiepartij is voor mij meer dan puur een sportieve ontmoeting en is tevens een wetenschappelijk experiment waarin ik streef naar de onhaalbare perfectie. Het spreekt voor zich dat het met opzet kiezen van systemen die ik slechts oppervlakkig ken of erger dubieus zijn, niet past in deze filosofie. 

Ik ben er mij zeer goed van bewust dat ik hierdoor een 'sitting duck' ben voor tegenstanders die op de man willen spelen met een specifieke openingskeuze. Ik tracht dit te compenseren door uitgebreid de openingen van mijn gespeelde partijen te analyseren maar mijn ervaring leert mij dat het vooral tegen geroutineerde sterke spelers onvoldoende is. Enkele blogartikels die deze uitspraak staven zijn: een uitgebreid zwartrepertoire of the modern french. Af en toe krijg ik dan ook kritiek van o.a. ploeggenoten op mijn aanpak die niet begrijpen waarom ik niet steeds tracht te spelen voor het optimale resultaat en dus meer op de man. De drijfveren waarom iemand schaakt, zijn voor iedereen verschillend. De ene speler geniet vooral van het verslaan van de tegenstander terwijl ik ook kan erg kan genieten van de correctheid van een partij zelfs al is het eindresultaat minder.

Dit betekent niet dat ik nooit op de man speel. Integendeel! Soms kan je toch met een eng openingsrepertoire variëren dus zonder te moeten grijpen naar dubieuze systemen of systemen die je slechts oppervlakkig  kent. 1 voorbeeldje gaf ik in mijn blogartikel correspondentieschaak waar ik varieerde met een ongeveer gelijkwaardig alternatief om de grootste complicaties te vermijden daar mijn tegenstander vooral een goede tacticus was. Een ander voorbeeldje gaf ik in mijn blogartikel wit kiest al in de opening een remisevariant waar ik koos voor een alternatieve openingsbehandeling in mijn partij tegen Tamer Ismail. Dit leidde naar een technisch eindspel wat mij een goede keuze leek omwille van zijn jeugdige leeftijd.

Een minstens even belangrijk element voor op de man te spelen is het juist kunnen afwegen wanneer het beter is op winst te blijven spelen en wanneer het beter is om de remise te aanvaarden. Naast de stelling spelen vaak ook andere factoren een rol in de beslissing om het optimale resultaat (rekening houdend uiteraard met de bijhorende risico's) te bewerkstelligen. De scherpste situaties ontstaan wanneer de veel lager gekwoteerde tegenstander remise aanbiedt via zetherhaling en er geen serieus alternatief beschikbaar is om de zetherhaling te vermijden. Sommige professionals hebben geen schrik om in dit soort situaties 1 of meerdere mindere zetten te spelen als dit enkele vage schwindelkansen oplevert. Een recent frappant voorbeeldje kon je vinden in het voorbije Europese clubkampioenschap waar de Roemeense sterke grootmeester Nisipeanu zichzelf maneuvreerde in een gladverloren stelling tegen zijn 550 punten lager gekwoteerde tegenstander. Het was een persoonlijke beslissing omwille van de te verliezen ratingpunten want de wedstrijdswinst tegen Gambit Aseko-See  stond niet ter discussie.

In mijn eigen praktijk heb ik ook meerdere keren tot schade en schande ondervonden dat professionals het niet zo nauw nemen met de werkelijke situatie op het bord maar vooral geïnteresseerd zijn hoe het volle punt afhandig te maken. Als lager gekwoteerde speler is het vooral zaak om niet geïntimideerd te zijn en gewoon je eigen spel verder te spelen wat uiteraard makkelijker gezegd is dan gedaan. De eerste keer dat ik een grootmeester versloeg, was een situatie waarin mijn tegenstander iets te ver ging met het spelen op de man. Ik kan niet ontkennen dat de overwinning dubbelzoet smaakte na de 4 eerdere smadelijke nederlagen in de Franse top 16 competitie.
Ik kan erin komen dat je een riskantere voortzetting kiest of remise weigert zolang je de eigen positie taxeert binnen de remisegrenzen. Echter het met opzet opzoeken van slechtere posities of zelfs verliezende posities om te kunnen schwindelen, vind ik persoonlijk een brug te ver. Het enige voorbeeld dat ik mij herinner waar ik moedwillig afweek van mijn normaal spel, was tegen Tanguy Ragheno. Ik voelde mij genoodzaakt door de grote elopuntenkloof om enkele zeer bescheiden risico's te nemen in de keuze van mijn zetten
Dit liep goed af maar ook ik kan niet ontkennen dat ik af en toe eens te ver ga met het spelen op winst en/ op de man. Een negatief voorbeeldje kan je vinden in het blogartikel: de favoriet heeft honderden punten meer. Een zeer pijnlijke nederlaag leed ik eens in de Open van Charleroi toen ik in mijn jacht op een topplaats veel te ver ging met mijn winstpogingen.
Ik veronderstel dat iedereen wel eens dit soort nederlagen heeft moeten slikken. Sommige spelers worden hierdoor bang om te verliezen en trachten elk risico te vermijden. Om sportief, wetenschappelijk, esthetisch iets te kunnen presteren, creëren is het noodzakelijk om ook zekere risico's te nemen en dus zijn m.i. dit soort nederlagen een noodzakelijk kwaad.

Het toppunt van op de man spelen, vind ik nog steeds het kiezen van een opening waarvan je weet op voorhand dat ze weerlegd is omdat je denkt dat de tegenstander de weerlegging niet zal kennen. Zo herinner ik mij dat Bruno De Baenst mij eens vertelde dat hij Geert Van der Stricht had verslagen in een simultaanpartij met het dubieuze Konikowski gambiet. Ik toonde hem achteraf de weerlegging maar Bruno gaf aan het verder te blijven spelen daar niemand die weerlegging kende en zijn tegenstanders evenmin voldoende sterk waren om het te vinden in een partij. Bruno was wel zo verstandig om jaren later iets anders te spelen tegen mij toen hij zwart had in onze onderlinge partij. Ik hou niet van gokken en kan dus weinig begrip opbrengen voor spelers die schaken puur om iemand punten te ontfutselen.

Brabo

dinsdag 23 oktober 2012

The Modern French

Er bestaat weinig twijfel dat de Franse opening tegenwoordig opnieuw trendy is. In de voorbije Masters Final zagen we 6 keer de typische Franse openingszetten 1.e4 e6 op het bord verschijnen. Ik kan mij geen tornooi herinneren met de wereldtop waarin de Franse opening zo vaak werd gekozen. 

M.i. is het geen toeval dat we net nu een revival van het Frans zien. Met de steeds grotere invloed van computers wordt steeds vaker een toevlucht gezocht in strategische openingen waarin beide zijden een ruime keuze hebben over mogelijke plannen en schema's. Een resem grootmeesters (Gurevich, Morozevich,Vitiugov,...) hebben in de laatste 5 jaren ervoor gezorgd dat er een explosie aan nieuwe ideeën werden ontwikkeld in het Frans. Dit heeft geculmineerd in enkele zeer hoogstaande boeken over het Frans zoals 'The French defense reloadedPlay the French en The Modern French die allen gepubliceerd zijn in 2012. Ik heb een sterk vermoeden dat deze boeken ook zijn opgemerkt bij de wereldtoppers en ze ideeën voor de eigen praktijk eruit hebben gekopieerd al dan niet nog wat verfijnd met een persoonlijke toets.

In de 1ste ronde van de Belgische interclub mochten we thuis met KSK Deurne aantreden tegen KGSRL. Zoals eerder aangegeven in het artikel Deurne profiteert in de interclub speel ik dit jaar op bord 1 in 1ste nationale wat niet alleen betekent opboksen tegen tegenstanders met een veel hogere rating maar tevens ook veelal gissen wie mijn tegenstander zal worden. Ik zag het nut niet in om een oppervlakkige voorbereiding te maken tegen bv. Ivan Sokolov of Eduardas Rozentalis (beiden + 2600 spelers) zodat ik besliste om mij te concentreren op Bart Michiels met een lichte aanvullende voorbereiding op Edwin Van Haastert en Geert Van der Stricht. Bart leek mij de meest logische keuze als 1ste bord voor KGSRL tegen een bescheiden KSK Deurne, rekening houdend met de opstellingen van vorig jaar terwijl Edwin en Geert mij de meeste logische keuzes als vervanger leken als Bart laattijdig door ziekte of ander belet zou afhaken.

Ik weet niet of mijn logica klopte maar feit is dat Bart Michiels inderdaad mijn tegenstander was in de 1ste ronde. Ik had op (bijna) alle systeempjes die hij eerder had gespeeld (tenminste indien  vermeld in de Megadatabase) iets voorbereid waarbij enkele stevige nieuwtjes dus ik zag bij aanvang de partij vol moed tegemoet. Bart opende met het Frans, al jaren een vast klant in zijn repertoire maar de vreugde was van erg korte duur toen hij snel afweek van zijn gekende en te verwachten systemen met een hypermoderne variant . Een zeer geslaagde keuze want ik had de variant nooit eerder bekeken wat al snel een aanzienlijk tijdsvoordeel opleverde voor Bart en bovendien een zeer prettige stelling. Achteraf vond ik op chesspub forum, zie reactie 48 dat Barts keuze aanbevolen werd in 'the Modern French'. Klaarblijkelijk bekoort het idee dat ontdekt werd omstreeks 2009 wel meer spelers want sommigen gaven onomwonden toe dat ze het in de toekomst zullen testen. Ik gebruik enkel de reacties uit het forum want het boek heb ik niet en het  boek aanschaffen voor een paar pagina's vind ik net iets te gortig als amateur.
Enkele weken na het spelen van de partij, bij het uitpluizen van 7....,Le7 in de Steinitz zag ik in de Megadatabase een aantal keren de naam Michael Gurevich opduiken. Een belletje begon te rinkelen bij mij want ik herinnerde mij dat er op schaakfabriek enkele maanden geleden vermeld stond dat Bart 2 weken voor het Belgisch kampioenschap nog een schaaktraining had gevolgd bij Michael Gurevich. Plots was Barts keuze helemaal niet meer zo verrassend meer. Ik vond het dan ook sneu dat ik dit stukje belangrijke informatie tijdens de voorbereiding had vergeten want anders had ik zeker eens in de Megadatabase gekeken, welke vervelende Franse systeempjes Michael Gurevich tegenwoordig speelt.  Dit zou een flinke tijdswinst op de klok opgeleverd hebben en misschien ook wat stellingsvoordeel.

Ondanks mijn mislukte voorbereiding en opening was de partij vrij hoogstaand en had ik tot mijn grote verbazing zelfs uitstekende kansen op een remise. Hoe het precies afliep, kan je hieronder zien in de becommentarieerde partij.

Enerzijds een nederlaag die dus gemakkelijk te vermijden was maar anderzijds ook de verdienste is van Bart die nogmaals zijn exceptionele schaaktalenten in rapidschaak toonde en mij in de K.O.-fase overklaste. Ik hoop opnieuw een gaatje in mijn repertoire te hebben gedicht want ik heb een sterk vermoeden dat ik de variant nog zal zien. Dit is geen loze veronderstelling want ik zag voorbije zondag, de 3de ronde van de Belgische interclub, dat David Roos, spelend voor Zottegem, eveneens slachtoffer werd van dit systeempje. David koos tegen de Duitse IM Fiebig Thomas het zeer interessante 10.0-0-0 i.p.v. 10.0-0 maar ging daarna al snel de mist in. Ik raad aan om eens de onderstaande vrij onbekende correspondentiepartij na te spelen waar wit duidelijk aantoont dat er kansen zijn.

Op chesspub heb ik gevraagd of het idee 10.0-0-0 besproken is in 'The Modern French' en dit blijkt niet het geval te zijn. Mits enige huisstudie zou het idee wel eens voor een zeer onaangename verrassing kunnen zorgen voor spelers die denken over een theoretisch voordeel te beschikken met het instuderen van 'The Modern French'.

Brabo

woensdag 17 oktober 2012

Tornooireglementen

Naast de Laws of Chess heeft elk schaaktornooi ook nood aan eigen tornooireglementen. De tornooiorganisatoren maken een keuze betreffende het tempo, locatie, aanvangsuren, aantal ronden, scheidingssysteem, prijzen,... en vatten dit samen in de tornooireglementen. 

Een schaaktornooi wordt georganiseerd in de 1ste plaats om het schaken te propaganderen. Je kiest als organisator een bepaalde formule en creëert hiermee kansen voor spelers om te schaken. Ik vermoed dat voor 95% van de spelers dit volstaat. De meeste spelers zijn blij dat ze überhaupt kunnen schaken en zien dan ook het gekibbel over tornooireglementen als futiliteiten die gemakkelijk vermeden kunnen worden want daar heb je tenslotte de tornooileiding voor.

Ik schat dat voor ongeveer 5% van de schakers een wel doordachte keuze en implementatie van de tornooireglementen (zeer) belangrijk is. De relevantie hangt m.i. nauw samen met hoe groot de motivatie is om te spelen. Zelf heb ik nooit problemen gehad met motivatie o.a. dankzij een goed gecontroleerde competitieload. Ik geef zo'n 3 tal voorbeelden uit mijn eigen praktijk om te illustreren hoe gemotiveerd ik aan bepaalde competities deelnam:
- Voor 2 interclubpartijtjes naar Zuiden van Frankrijk rijden met een busje zonder hiervoor betaald te worden. Zondagnacht terugkeren en maandagochtend terug op het werk want van baas geen verlof gekregen.
- Voor 1 interclubpartijtje heen en terug vliegen uit Turkije waar ik aan het werk was, opnieuw zonder enige tussenkomst van de club.
- 38,5 graden koorts maar toch niet afzeggen in de Belgische interclub omdat anders een forfait moest worden gegeven.

Het spreekt voor zich als je zelf dit kaliber van inspanningen maakt dat je dan ook meer belang hecht aan de details in de tornooireglementen. Vooreerst vind ik dat in een tornooi altijd de deelnemers centraal moeten staan. Te vaak gaan organisatoren er van uit dat deelnemers enkel dankbaar moeten zijn voor het werk van de organisatoren en dus kritiek ongepast is. Men vergeet dat je zonder deelnemers niet eens een tornooi hebt. Ongeïnteresseerde spelers of ontevreden deelnemers haken af. Een positieve evolutie zag ik in de tornooien van Open Gent en Open Leuven. Na de Open van Gent 2009 werd een enquete gemaakt om feedback over de gekozen formule rechtstreeks van de deelnemers te verkrijgen. Ook voerden de organisatoren van de Open van Leuven recent een gelijkaardig initiatief uit met een korte vragenlijst via email.

Onze Belgische bond beslist over de tornooiformules intern tijdens de bondsraden. Nieuwe reglementen kunnen pas definitief goedgekeurd worden in de jaarlijkse Algemene vergadering. Echter om de lopende werking niet te hinderen, kunnen nieuwe reglementen wel al eerder in voege zijn dus in afwachting van die finale goedkeuring. Enerzijds begrijp ik wel dat we onmogelijk voor elke noodzakelijke beslissing soms tot 1 jaar moeten wachten, anderzijds vind ik dat we geregeld storende complicaties hadden kunnen vermijden indien er ook met de basis op voorhand was gecommuniceerd.

Ik ben akkoord dat een enquete tussen alle leden zoals in de hogerop vermelde open tornooien nogal omslachtig en moeilijk is voor een nationale bond. Trouwens ik verwacht dat niet meer dan 5% de moeite zou doen om een enquete over tornooireglementen serieus te bestuderen en te beantwoorden. Ik pleit daarom eerder voor een soort forum waarop reglementsvoorstellen van de bond (of ruimer genomen de leden) in het openbaar kunnen worden besproken. Ik heb al diverse gelijkaardige privefora gezien dus technisch mag het geen probleem zijn om iemand te vinden die zoiets snel ineen knutselt. Ik had gelezen in het bondsverslag van 14/7/2012 dat een comité verantwoordelijk zou zijn voor de reglementen dus idealiter zijn die mensen de moderatoren van het forum.

Een goed uitgewerkt draaiboek van de tornooireglementen is een serieuze plus voor de geloofwaardigheid van een tornooi. Als spelers zich committeren voor een lange periode om mee te spelen dan mag je m.i. ook verwachten dat de details geruime tijd voor aanvang van het tornooi beschikbaar zijn. Het is belangrijk dat hiaten zoveel mogelijk vermeden worden door ruim op voorhand voldoende te brainstormen. Bij de invoering van het nieuwe reglement 'slechts 1 ploeg/club in 1ste afdeling' op de Algemene vergadering van 26 November 2011 is er onvoldoende op voorhand gekeken naar de nevenwerkingen van dit nieuwe reglement.  Ik heb weet van minstens 3 hiaten die ontstaan zijn na de invoering van dit reglement.
1) De reglementswijziging gaf geen antwoord of clubs die een ploeg moeten laten degraderen door dit nieuwe reglement, de 2 vaste degradatieplekken beinvloeden. Een antwoord van de tornooileider kon worden gevonden, goed verborgen in een nota onderaan de kalender. Daags voor aanvang van de competitie werden uiteindelijk toch de ploegleiders per email op de hoogte gesteld van deze belangrijke informatie.
2) De reglementswijziging gaf tevens geen antwoord wie wel promoveert indien een ploeg op basis van een beste tweede zou stijgen maar hiervoor niet in aanmerking komt door dit nieuwe reglement. Klaarblijkelijk zou in de bondsvergadering van 30 september 2012 hiervoor een oplossing zijn beslist maar die is nog niet gepubliceerd alhoewel ze al van toepassing is op deze competitie.
3) De reglementswijziging geeft tevens geen antwoord wie promoveert als een club in beide reeksen van 2de afdeling kampioen speelt. Dit jaar kan het niet voorvallen dus heeft men bij mijn weten nog geen oplossing klaar liggen.

Ik ben ervan overtuigd dat met een (bonds)forum voor reglementswijzigingen, de meeste hiaten (zoniet allemaal) ruim op voorhand waren opgelost en zelfs goedgekeurd in de algemene bondsvergadering. Akkoord misschien is het onmogelijk om alles op voorhand te voorzien maar ook de afhandeling van het oplossen van de hiaten (of ruimer genomen problemen) kan m.i. veel beter bij onze bond. Spelers zoals mijzelf maken serieuze inspanningen om mee te spelen. Ze committeren zich voor lange tijd aan op voorhand gepubliceerde reglementen dus vind ik het correcter wanneer iets moet worden opgelost tijdens een tornooi dat de rechtstreeks betrokkenen tenminste worden gehoord in een besluitvorming. Indien geen consensus kan worden gevonden dan zal uiteraard de tornooileiding de knoop moeten doorhakken.

Ik besef dat dit artikeltje voor velen overbodig lijkt maar ik wil er op wijzen dat ondoordachte tornooireglementen in het verleden al de bond serieus wat geld hebben gekost aan processen. Ik denk bijvoorbeeld aan de zaak Jasper Beukema. Het is dus aangewezen om aanpassingen, oplossingen, wijzigingen pas te maken na consulteren van de deelnemers zeker van zodra de inschrijvingsperiode gestart is en dit ook zeer duidelijk en liefst zo snel mogelijk te communiceren.

Brabo

zondag 14 oktober 2012

Een Hollands gambietje

Sommigen denken dat ik mijn repertoire regelmatig onderhoud als FM maar dat klopt helemaal niet. Ik lees geen openingsboeken en heb evenmin een antwoord klaarliggen op alle mogelijke systemen die in mijn repertoire kunnen voorkomen. Eigenlijk is mijn repertoire een kaas met grote gaten. Door een aantal systeempjes zeer gedetailleerd te hebben bestudeerd, werd de perceptie gecreëerd bij heel wat schakers dat ik een fenomenale openingskennis bezit en dus domineer in de opening. Die reputatie heeft er eens een seizoen voor gezorgd dat ik met zwart bijna elk partij iets onorthodox voorgeschoteld kreeg: 1.a3, 1.b3, 1.g3, 1.d3, 1.c3, 1.e3...

Lezers van bv. het blogartikel een uitgebreid zwartrepertoire zullen al opgemerkt hebben dat ik in de vermelde partijen over bijzonder weinig voorkennis beschikte van de gekozen systemen. Vorige zondag shockeerde ik opnieuw sommigen toen ik claimde na zet 4 uit boek te zijn in een nochtans tegenwoordig populair geworden systeempje tegen het Hollands. De verklaring is eenvoudig want ik bestudeer openingen uiterst zelden in detail vooraleer ik ze al eens in een serieuze partij op het bord heb gehad. De laatste 3-4 jaren bestudeer ik wel telkens van een gespeelde partij de opening in detail.

Dit betekent hoe recenter het systeempje, hoe groter de kans dat ik het nog niet eerder op het bord heb gehad en dus hoe groter de kans dat ik er geen voorkennis van heb. Eigenlijk geef ik hiermee belangrijke voorbereidingsinformatie weg aan potentiële tegenstanders maar daar maal ik niet echt om. Het is aangenaam om nieuwe frisse ideeën op het bord te zien en bovendien beschikt niemand over de exacte lijst van mijn gespeelde serieuze partijen behalve mijzelf. 

Ik geloof niet dat mijn methode efficiënt is om openingen te bestuderen. Je kan m.i. beter minder in detail gaan en dus breder met behulp van enkele openingsboeken. Doch blijf ik mijzelf vastpinnen aan mijn achterhaalde methode waarvoor ik mijn eigenzinnige redenen heb. Vooreerst speel ik de laatste jaren te weinig partijen (vorig jaar slecht 12 voor fide) om te kunnen dromen van progressie dus verkies ik de klemtoon te leggen op de plezierige zaken. Voor mij is het lezen van openingsboeken, een repertoire opbouwen/onderhouden waar je op elke (grote) variant wel ergens iets hebt liggen, ...niet plezierig terwijl ik het wel fijn vind om van een (niche)variant het laatste naadje en draadje uit te zoeken. Het is geen toeval waarom ik ook enkele jaren correspondentieschaak speelde zodat ik mijzelf kon uitleven door soms waanzinnig diepe analyses te maken van een zeer klein zijvariantje.

Omdat de tijd te beperkt is om een groot aantal systeempjes in detail te bekijken, ben ik dus zorgvuldig bij de selectie hiervan. Ik heb ondervonden dat het voor mij meer loont om iets in detail te bekijken wat ik al eens op het bord heb gehad dan wat ik nog niet op het bord heb gehad. Ik zie hiervoor een aantal redenen. Het merendeel van de amateurs spendeert onvoldoende of geen tijd om de laatste ontwikkelingen van de theorie op te volgen en houdt zich vast aan de eigen oude systeempjes. Spelers in een regio kijken naar elkaar en daar ik vooral in 1 regio speel, loont het extra om de systeempjes van mijn eigen gespeelde partijen te bestuderen. Tenslotte bereiden de tegenstanders zich voor met behulp van de gespeelde partijen.

Op deze blog heb ik al meerdere artikeltjes gepubliceerd die mijn lange inleiding van dit artikel bevestigen. Ik denk bijvoorbeeld aan een obscuur weens variantje of de boemerang of een theoretisch duel in de svechnikov of wit kiest al in de opening een remisevariant. Ik wil hier nog een nieuw voorbeeldje aan toevoegen met een kort verhaal over een zeer specifiek Hollands gambietje.

In 2006 speelde ik het enige gesloten meestertornooi tot nu toe van mijn schaakcarriere in Brugge. Het werd een teleurstelling voor mijzelf door een mix van allerlei factoren. Wellicht 1 van die factoren was het feit dat een aantal deelnemers mij goed kenden en bijgevolg ook gemakkelijker het spel konden sturen naar oncomfortabele stellingen voor mij. Tom Piceu koos in onze onderlinge partij voor een zeldzaam scherp Hollands gambietje waarvan hij hoopte dat ik er geen ervaring mee had. Bovendien hebben de resulterende middenspelposities een verwantschap met het Frans, een opening die ik als zwart niet op mijn repertoire heb staan in tegenstelling tot Tom. De openingskeuze bleek een schot in de roos voor Tom want hij kreeg achteraf de schoonheidsprijs voor de partij.

Onlangs kreeg ik het in de laatste ronde van Open Gent opnieuw in een serieuze partij op het bord. Na mijn smadelijke nederlaag een ronde eerder tegen Hovhanisian, wou ik toch nog iets rechtzetten en dit lukte door te borduren op mijn verworven kennis uit de partij tegen Tom.

Ik scoorde dankzij deze snelle overwinning uiteindelijk een behoorlijke 6,5/9. Evenveel dus als het vorige jaar maar deze keer viel ik niet meer in de prijzen daar de prijzen voor de beste Belgen waren afgeschaft. Als voltijds werkende schaakamateur maak ik mij niet druk om de paar euro's. Ik was tevreden van mijn spel en dit is uiteindelijk wat voor mij het meest telt. Je eigen partijen bestuderen, loont op termijn altijd.

Brabo

dinsdag 9 oktober 2012

Schaakcomposities

Toen ik in 1990 als veertienjarige begon te schaken, waren de mogelijkheden om zich te verbeteren veel beperkter, zeker als je niet eens lid bent van een schaakclub. Het is dan ook met de try and error methode dat ik pas na verloop van tijd enig zicht kreeg op wat nuttig is en wat niet.

Al snel werd mij duidelijk dat geregeld en veel spelen een noodzakelijke voorwaarde is om te verbeteren. Echter schaken werd gezien door mijn ouders als een spelletje dat je thuis in familieverband wel eens kunt spelen voor de gezelligheid maar schaken in clubverband, vonden ze maar niets. Ik zocht bijgevolg een andere weg om geregeld te kunnen schaken en kocht met wat spaargeld zelf een kleine schaakcomputer.
Mephisto Europa A
Bron: http://tluif.home.xs4all.nl/chescom/MephEurA.html
Naast het spelen op een schaakcomputer, trachtte ik ook in om het even welk tijdschrift of krant de schaakrubriek te volgen. Vaak stond een interessante stelling of schaakcompositie vermeld die ik dan probeerde op te lossen. Soms lukte dit in enkele minuten maar vaak was het veel langer of in het ergste geval wachten tot de volgende editie. Langzaam groeide een fascinatie voor de vreemde wereld van combinaties, dreigingen, verleidingen,... waaruit volgde dat ik in 1992 zelf de handschoen opnam om composities te creëren. Enkele zelf gemaakte stukjes kan je hieronder bekijken. Ze zijn uiteraard van een beperkt niveau maar zeker voor een niet-geoefend oog zal het toch wel wat tijd kosten om ze op te lossen.
Wit geeft mat in 2
Wit geeft mat in 2
Wit geeft mat in 3
Ik heb de oplossingen onderaan het blogartikel geplaatst om de lezers de mogelijkheid te geven, zelf eens te proberen. 

Mijn eerste stappen in de club de Torrewachters kwam een jaar later na het bricoleren van mijn eerste schaakwerkjes. Het waren toen onregelmatige vluchtige bezoekjes omdat het grotendeels buiten weten van mijn ouders gebeurde. De bezoekjes waren te vluchtig om deel te nemen aan de serieuze competities maar wel voldoende om toch heel wat informatie te vergaren. Van Antoon Flo kreeg ik eens een map met honderden schaakcomposities mee en een oud boek over alle toenmalig bekende belangrijke compositiethema's. Ik herinner mij dat hij mij vertelde dat het een erfenis was van zijn pa waarin hij zelf als bordspeler niet of nauwelijks geïnteresseerd was.

In de maanden daarop trachtte ik al die problemen zelfstandig op te lossen en bestudeerde ik de thema's aan de hand van het boek o.a. door het zelf fabriceren van nieuwe werkjes waarin de thema's voorkwamen. Ik deed het allemaal met plezier. Eigenlijk was ik zonder het te beseffen bezig met een soort geavanceerde stappenmethode of een soort Michael de la Maza project die beroemd werd omwille van zijn stoute uitspraak '400 points in 400 days'.

In het seizoen 1995-1996 speelde ik voor het eerst officiële partijen. Mijn eerste kandidatuur ingenieursstudies had ik afgerond met grote onderscheiding en dat was voldoende om mijn ouders te overtuigen mij toch een jaartje te laten meespelen in het clubkampioenschap van de Torrewachters. Als ongekwoteerde speler moet je dan normaal in de 3de afdeling beginnen maar dankzij gelobby van enkele supporters kreeg ik zeer uitzonderlijk de toelating om onmiddellijk in 1ste afdeling te starten. Eind 1993 verloor ik nog in rapid en blitz van + 1700 spelers maar eind 1995/begin 1996 slaagde ik in het klubkampioenschap een TPR van 2294 neer te zetten wat tevens mijn eerste Belgische rating werd.

Uiteraard was die rating onnauwkeurig en wellicht 150 punten overgewaardeerd maar het blijft opmerkelijk hoe ik zonder het spelen van 1 enkele officiële partij (de 2 jaren voordien), een sprong in de orde van 500 punten maakte. Van openingen kende ik bijna niets en strategisch inzicht had ik evenmin. Zowat elke partij speelde ik wel eens g4 of g5 zodat sommige spelers mij al lachend de speler met de g-pion noemden. Partijen werden dus keer op keer beslecht op basis van tactiek. Een mooi voorbeeldje was mijn partij tegen Kris Muylle, de toenmalig uittredende kampioen.

Het spreekt voor zich dat ik heel wat te danken heb aan de wereld van de schaakcomposities. De bekende slogan: schaken is 99% tactiek, bezit heel wat waarheid. In de jaren erna heb ik nog geregeld bezig geweest met schaakcomposities. Echter het componeren is vrij snel weggevallen toen ik serieus competitie begon te spelen. Componeren op een hoger niveau vergt heel wat tijd. Je komt terecht in een zeer gespecialiseerde wereld wat met gewoon bordschaak nog nauwelijks iets te maken heeft. Het oplossen van schaakcomposities (maar ook eindspelen,...) , heb ik langer volgehouden. Echter ook daar is sleet op gekomen. Enerzijds is het een gebrek aan tijd en anderzijds ook een beetje dat het steeds terugkeren van dezelfde thema's in steeds ingewikkeldere verwerkingen mij niet meer zo fascineert. Als ik puur op tactiek wil trainen dan speel ik blitz maar nog beter is de Chess Tactics Server waarop je snel volgens eigen kunnen, kan oefenen. Je kan er mij vinden onder mijn voornaam als gebruikersnaam.

Brabo

Oplossingen
1: Thema Loydse orgelpijpen, sleutelzet 1.Ld1
2: Thema kruisvlucht, sleutelzet 1.Da7
3: Thema geef en neem sleutel, sleutelzet 1.Ph3

Addendum 16 December 2015
Ik vond vandaag in mijn archief het oud themaboek dat ik verloren waande. Daarna vond ik met de juiste titel en auteurs ook het boek als pdf online: 
http://problem64.beda.cz/silo/koldijk_nanning_themaboek_1948.pdf 
Voor elke liefhebber van schaakcomposities is dit een absolute must.

woensdag 3 oktober 2012

Een uitgebreid zwartrepertoire

Dat heel wat spelers zich voorbereiden op een partij kwam in de vorige blogartikels al uitvoerig aan bod. Tezelfdertijd heb je een tegenreactie van spelers die er alles proberen aan te doen dat de tegenstander zijn voorbereiding niet kan gebruiken. Met wit is dit vrij eenvoudig door rustige systemen te kiezen waarin het aantal kritieke varianten miniem of onbestaande is. Echter met zwart is het heel wat moeilijker om succesvol een rustig systeempje te kiezen.

Om dit euvel op te lossen, wordt er gevarieerd in systemen. Nu een vervelend neveneffect van vele systemen spelen met zwart is dat er ook veel te studeren valt. Toch bestaat ook hier een remedie tegen en dit is een doordachte selectie maken van de systemen. Een aantal regels bij de selectie moeten worden in acht genomen:
- Kies 1 grote opening en varieer met systemen binnen de opening (bv. Siciliaans, e4e5, Frans, CaroCann....)
- Kies voor minder bekende systemen maar waar recent wel enkele nieuwe ideeën zijn gevonden
- Kies voor systemen waar het belangrijker is de plannen te weten dan de precieze zettenvolgorde

Met 1 grote opening kan je makkelijk een hele carrière vullen want er zijn jaarlijks voldoende ontwikkelingen  dat je geen schrik moet hebben van een gebrek aan nieuwe ideeën. Bovendien beperk je met het kiezen van 1 grote opening het aantal nevensystemen waarvan je beter enige notie hebt. Veel van die nevensystemen zijn niet ongevaarlijk als je onwetend bent hoe ze precies moeten worden aangepakt.

Het kiezen van minder bekende systemen maar waar recent wel enkele nieuwe ideeën zijn gevonden, heeft meerdere voordelen. Vooreerst is de kans dat je de tegenstander verrast groot. Het is voor de professional al bijna onmogelijk om alle ontwikkelingen op de voet te volgen, laat staan voor een amateur. Bovendien zelfs al heeft de tegenstander er enige notie van dan nog zal het beschikbare materiaal erg beperkt zijn daar er naar alle waarschijnlijkheid slechts weinig gepubliceerde partijen zullen bestaan. Zonder uitgebreide zelfgemaakte analyses zal de voorbereiding van de tegenstander weinig punch hebben. Veelal is de tijd bij een partijvoorbereiding te beperkt om zulke analyses te maken. De kans dat de tegenstander al eens eerder die gemaakt heeft, is zeer klein net omwille van het recente karakter van de systemen.

Tenslotte is het ook raadzaam om systemen te kiezen waarin niet of nauwelijks concrete tactische varianten voorkomen. Dit heeft een aantal voordelen. Vooreerst vermijd je dat je uitgebreide analyses en studiewerk moet maken en kan je toch relatief eenvoudig iemand die de opening niet goed kent met een openingsnadeel opzadelen. Daarnaast maakt het een specifieke partijvoorbereiding moeilijker voor de tegenstander want hij kan niet eenvoudig een tactisch variantje kiezen maar zal vooral de plannen/ideeën moeten kennen. Het is ook makkelijker en veiliger om dit soort systeempjes eens te herhalen want het is uiteraard onmogelijk (zeker voor spelers die veel spelen) om voor elke partij een ander systeem te selecteren.

De selectie van de juiste systemen lijkt wellicht voor de meeste spelers een onmogelijke opdracht nochtans is er een eenvoudig middeltje dat het studiewerk tot een minimum herleidt met desalniettemin uitstekende resultaten. Het wondermiddel heet schaakboeken kopen. Geregeld eens het laatste schaakboek kopen met je favoriete opening en je beschikt onmiddellijk over een zee van recente systemen met tal van frisse ideeën  Uiteraard moet je dan wel de moeite doen om dit te lezen maar dit vraagt slechts een fractie van de tijd t.o.v. wat de auteurs (veelal grootmeesters) gespendeerd hebben om dit materiaal te verzamelen, te analyseren en te synthetiseren.

Ik geef toe dat ik dit eenvoudig middeltje niet gebruik voor mijn partijvoorbereidingen. Ik speel de laatste jaren slechts een handvol partijtjes tegen spelers die de moeite doen om op die wijze een gevaarlijk repertoire op te bouwen waardoor ik het te duur vind om die vele boeken aan te schaffen. Goedkoop illegaal kopiëren vind ik respectloos en oneerlijk. Mijn eigen huisgemaakte analyses zijn vrij beperkt en vaak hopeloos achterop hinkend als ik ze eindelijk eens kan gebruiken waardoor ik af en toe voor het voldongen feit sta opnieuw in een voor mij totaal onbekende en niet ongevaarlijk systeempje terecht te zijn gekomen. 

De Armeense speler Mher Hovhanisian is een modelvoorbeeld van succesvol een uitgebreid zwartrepertoire te hebben opgebouwd in relatief korte tijd naar alle waarschijnlijkheid met de hulp van schaakboeken (ik zou niet weten hoe anders dit iemand kan bewerkstelligen). In de voorbije jaren ontmoetten we elkaar 3 keren waarbij ik steeds wit had en hij dus zwart. Telkens kreeg ik een ander systeempje voorgeschoteld waarvan telkens snel bleek dan ik er geen kaas van had gegeten. 

In 2006 kreeg ik van Mher, het zogenaamde Portisch-Hooksysteem in de Winawer voorgeschoteld. Het systeempje wordt door verscheidene andere Armeense topspelers (Akopian, Asrian,...) gespeeld dus ik heb een sterk vermoeden dat een uitwisseling van ideeën tussen landgenoten gebeurde.

In 2009 koos Mher voor een recent idee in een offervariant van de Steinitz wat het jaar erop gebruikt werd in Vitiugovs boek, the French Defence. Dit boek werd gepubliceerd kort na onze onderlinge partij dus Mher moet het idee ergens anders hebben opgepikt.

In onze laatste ontmoeting koos Mher voor het minder bekende Petrosiansysteem (genoemd naar de Armeens oud-wereldkampioen). Erg populair is deze variant nooit geweest maar de Russische grootmeester Ulibin Mikhail en tevens expert in de Franse opening, speelt het nog geregeld dus een (duidelijke) weerlegging is er niet.

Het is duidelijk dat in de 3 partijen Mher over een duidelijk openingsvoordeel beschikte door gebruik te maken van een uitgebreid zwartrepertoire. Echter het aantal partijen is te klein om statistisch conclusies te kunnen trekken. Wel is duidelijk dat zelfs op een niveau van + 2400 het nog heel moeilijk is om efficiënt die openingsvoordeeltjes te verzilveren. Slechts in de 3de onderlinge partij werd het structureel openingsvoordeeltje omgezet in een winstpunt weliswaar via een omweg door een serieuze tijdshandicap.

Het opbouwen van een uitgebreid zwartrepertoire zoals in de inleidende tekst beschreven, kost tijd maar veel minder tijd dan het onderhouden van een beperkt gespecialiseerd repertoire waarop gemakkelijk kan worden voorbereid. Ik heb bijgevolg een sterk vermoeden dat Mher niet zijn (succesvolle want de laatste jaren heel wat ratingpunten gewonnen) filosofie zal wijzigen en in een volgende onderlinge ontmoeting mij opnieuw zal trachten te verrassen. Ik weet dat hij nog vele andere systeempjes heeft klaarliggen dus het blijft zeer moeilijk om te voorspellen wat Mher precies de volgende keer op het bord zal toveren.

Brabo