woensdag 28 augustus 2013

Groene zetten

In de meeste schaaktornooien staat er wel een boekenstand waar je tijdens of na het tornooi kan rondneuzen. Dit was ook zo in het voorbije Open Gent waarvan ik gebruik maakte om naast een vakantieleesboek ook een openingsboek te zoeken. Trouwe blogvolgers zullen zich zeker herinneren dat ik o.a. in mijn commentaren onder het blogartikel schaakopeningen studeren verteld heb dat ik geen openingsboeken gebruik om openingen te studeren. Dit is nog niet gewijzigd want ik heb het hier niet over een klassiek openingsboek waar je kan in lezen maar een openingsboek voor een schaakprogramma. 

Je kan je terecht afvragen wat je moet met een openingsboek voor een schaakprogramma. In een recent blogartikeltje gambieten heb ik aangegeven dat ik mij niet meer interesseer in computerwedstrijden. Dit betekent dat ik geen partijen meer speel tegen schaakprogramma's noch dat ik mij bezig hou met het organiseren van partijen waarin schaakprogramma's het onderling uitvechten. Nee voor mij ligt de kracht van dit soort openingsboek vooral in de partijvoorbereiding

Het aspect tijd speelt (voor mij) een cruciale rol in de partijvoorbereiding wat ik o.a. heb aangetoond met data in mijn blogartikeltje de sterktelijst. De reden van de tijdsdruk betreffende de partijvoorbereiding in de Belgische interclub moet m.i. vooral worden gezocht in het relatief hoog aantal mogelijk tegenstanders. In Zwitserse tornooien is die eerder te zoeken bij het feit dat de tijd tussen het tijdstip waarin de paringen bekend worden gemaakt en het tijdstip waarop de partij aanvangt erg beperkt is (gaande van enkele minuten tot enkele uren). In beide type tornooien is het dus zaak om zo efficiënt mogelijk te werken tijdens de voorbereiding en dan is een openingsboek voor mij een erg handig hulpmiddel.

Dit moet ik verder uitleggen want ik veronderstel dat bovenstaande onvoldoende is om te begrijpen waarom zulk type openingsboek een handig hulpmiddel is. In tegenstelling met (sommige) profschakers of zelfs sterke geroutineerde amateurs is mijn kennis van heel wat openingen gebrekkig zoals o.a. eerder al vermeld in mijn blogartikel een uitgebreid zwartrepertoire. Dit combinerend met het feit dat ik in elke partij een wetenschappelijk aspect tracht te weven, is voor mij voorbereiden vaak grotendeels een race tegen de tijd om een basiskennis te verkrijgen van de onbekende systemen/ varianten die mijn tegenstander mogelijks zal spelen (baserend uiteraard op het beschikbare materiaal in de databases).  Als basiskennis beschouw ik weten welke kritieke partijen er met een systeem/variant werden gespeeld hierbij vooral oog hebbend voor de meest recente. 

Het opzoekwerk van deze kritieke/recente partijen kan je doen via een simpele zoekfunctie op de onbekende stelling eventueel aangevuld met minimum eloratings van de spelers (bv. + 2500) in o.a. Chessbase.  Echter deze methode is nogal traag en omslachtig. 
  • Afhankelijk van de stelling, de grootte van de database(s) en de snelheid van de computer kan zulke zoekfunctie gemakkelijk een minuut of meer vragen.
  • Afhankelijk van de populariteit van de opening en de diepte van de gekozen onbekende stelling kan je soms erg veel partijen te zien krijgen waardoor het lang kluwen is om te weten wat wel of niet relevant is.
  • Het naspelen van de partijen is vaak onvoldoende om een oordeel te vellen over de kwaliteit van de gespeelde zetten. Een engine in parallel laten draaien is dus noodzakelijk waardoor je extra tijd moet spenderen om een redelijk kwaliteitsoordeel te zien op het scherm.


Een veel snellere en efficiëntere methode die (ongeveer) hetzelfde werk verricht, is het gebruiken van een openingsboek die een engine ondersteunt. 
  • Een zoekfunctie wordt uitgevoerd in (ongeveer) 1 seconde
  • Je krijgt onmiddellijk een overzicht van alle mogelijke zetten in een stelling met bijhorende populariteit, score, ...
  • De praktijkscore van een zet geeft een goede indicatie over hoe correct de zet is. Bovendien duidt de auteur van het openingsboek met het kleur groen aan of hij 1 of meerdere keuzes aanraadt voor zijn eigen engine. Vooral dit laatste vind ik interessant want we mogen veronderstellen dat de auteur vooraf al een goede afweging heeft gemaakt tussen de zetten naar alle waarschijnlijkheid met behulp van de engine. M.a.w. we mogen veronderstellen dat we voor de groene zetten geen engine parallel hoeven te draaien.
In het onderstaande screenshot kunt u het resultaat vinden van zulke zoekfunctie volgens een openingsboek die gelinkt is aan Fritz 11.
We zien dus rechts van de stelling, het resultaat van de zoekfunctie in het openingsboek.
  • Kolom 1 geeft de zetten weer die al werden gespeeld in de praktijk. 
  • Kolom 2 geeft per zet weer, hoeveel partijen werden gespeeld in de praktijk.
  • Kolom 3 geeft per zet weer, wat de score voor wit was.
  • Kolom 4 geeft per zet weer, hoeveel rating de spelers hadden die de zet hebben gespeeld in de praktijk.
  • Kolom 5 geeft per zet weer, wat de eloperformantie was van de spelers die de zet hebben gespeeld in de praktijk.
  • Kolommen 6-8 bepalen welke zet(ten) door de engine in tornooimodus worden gespeeld dus niet relevant voor mij.
  • 11...dxe5 staat in het groen wat betekent dat de auteur vindt dat deze keuze zijn voorkeur heeft en als kritiek moet worden beschouwd.
Deze werkmethode stelt mij in staat om op zeer korte tijd heel wat kritieke varianten te bekijken en te memoriseren. Ik durf zelfs te stellen dat mits beschikkend over een goed geheugen dat je in 1 uurtje voorbereiden met deze methode tegen de meeste spelers (niveau waar ik tegen speel dus geen + 2700 spelers) al de meeste lacunes in openingskennis kunt opvullen.

Het laatste decennium heb ik er veelvuldig van gebruik gemaakt in mijn partijvoorbereidingen en tot recent was ik erg tevreden van de resultaten. Ik zeg tot recent omdat ik onlangs met deze werkmethode een nare ervaring heb gehad. Als we kijken naar de resultaten in bovenstaand screenshot dan mogen we er uit afleiden dat dxe5 en b4 verder moeten worden bekeken. Pg4 mag worden genegeerd want slechts 1 keer gespeeld tussen niet-gekwoteerde spelers dus naar alle waarschijnlijkheid niet-relevant. Zo maakte ik ook in realiteit mijn partijvoorbereiding. De trouwe bloglezer zal misschien al gezien hebben dat deze stelling komt uit mijn partij tegen Stefan Docx die ik besprak in mijn blogartikeltje grootmeesternorm voor stefan docx. Als we die partij opnieuw naspelen dan zien we al snel dat Stefan net koos voor het door mij genegeerde Pg4. Erger wordt het om vervolgens vast te stellen dat Pg4 vandaag vrij populair is en het dus vreemd is dat de openingsboek hierover niets verteld.

Minder vreemd wordt het echter als ik vertel dat ik een openingsboek gelinkt aan Fritz 11 gebruikte dus daterend van 2007. Eigen schuld dikke bult, hoor ik al sommigen denken want een openingsboek gebruiken van 2007 in 2013 is gewoon vragen om moeilijkheden. Dat weet ik uiteraard ook wel dus waarom gebruik ik zulk boek dan. Wel de voorbije jaren heb ik weinig partijen gespeeld en zelden tegen sterkere tegenstanders waardoor ik weinig of geen kritieke recente lijnen op het bord kreeg. M.a.w. ik kreeg niet het gevoel dat mijn openingsboek te oud was om nog te betrouwen. Ook is het zo dat in mijn recente aankopen van schaakprogramma's (Rybka, Houdini) geen openingsboeken meer worden meegegeven. In tegenstelling met vroeger worden vandaag de openingsboeken apart verkocht en zoals velen hou ik de knip op mijn (schaak-) uitgaven dus liet ik het na om het openingsboek mee aan te schaffen.

De nare ervaring in mijn partij met Stefan Docx leerde dus mij een lesje vandaar ik vroeg aan Ben Van de Putte of hij een up to date openingsboek voor engines te koop had in zijn boekenstand op de Open Gent. Echter het enige waarmee hij op de proppen kon komen was opening encyclopedia 2013. Ik ben bereid om rond de 30 euro hiervoor uit te geven (per jaar) maar geen 100 euro zoals Chessbase vraagt wat mij op afzetterij lijkt. Het is Chessbase hun recht om van hun monopoliepositie in de markt te profiteren maar ik help er niet aan mee dus ik zoek naar andere legale alternatieven.

Een mogelijk alternatief is het zoeken naar gratis openingsboeken die te downloaden zijn van het internet. Iedereen kan met behulp van Chessbase zelf een openingsboek creëren dus heel wat is beschikbaar op het internet. Zoek op de extensie ctg en je vindt vele pagina's zelfs van recent gemaakte openingsboeken. Het probleem met dit alternatief is dat je geen enkele garantie hebt over de kwaliteit van het aangeboden openingsboek. Welke partijen werden verwerkt? Maakte de auteur zelf aanpassingen aan het boek of is het allemaal automatisch gegenereerd door de computer? Hoe recent is het boek gemaakt? ... Te veel open vragen voor mij om dit soort boeken blindelings te vertrouwen.

Een ander alternatief is het gebruik maken van een relatief nieuw fenomeen van online openingsboeken. Zo heb je 365chess.comchesslive.degameknot.com ,... Het meest recente online openingsboek is chesstheory.org, geleid door USCF Senior Master Mark Morss met als zeer ambitieuze opzet niet alleen de data te beperken tot de gespeelde zetten maar ook hoogstaande analyses toe te voegen en nauwkeurige beoordelingen. Ook hier zijn echter enkele belangrijke nadelen. Vooreerst heb je een internetconnectie nodig. Als je ter plaatste bent dan ben je min of meer verplicht om gebruik te maken van een smartphone of dergelijke wat ik niet bezit. De beschikbare data in de online openingsboeken is meestal van een lagere kwaliteit t.o.v. de te downloaden openingsboeken. Ik vermoed omdat de meeste online openingsboeken nog in hun kinderschoenen staan. Veel van die online openingsboeken eisen lidmaatschap die vaak niet gratis is. Tenslotte vind ik het grootste nadeel dat je niet snel kunt switchen tussen engine en openingsboek. Eenmaal op het einde van een variant in een openingsboek, is het aan te bevelen om met een schaakprogramma snel nog enkele zetten verder te kijken wat erg omslachtig is als je een online openingsboek gebruikt.

Uiteindelijk heb ik dan maar gekozen om mijn eigen openingsboek te maken met behulp van Chessbase. Ik selecteerde alle partijen gespeeld door +2300 spelers in de Megadatase (2011) en in de twics van de laatste 2 jaren dus 2012 en 2013. De geselecteerde partijen injecteerde ik in het openingsboek en na enkele uren wachten, was het openingsboek automatisch gegenereerd volledig gratis ! Hieronder kan je een screenshot vinden van een zoekfunctie volgens dit nieuw openingsboek op dezelfde stelling als in het eerdere screenshot.



























We zien onmiddellijk dat er een totaal ander beeld wordt getoond over dezelfde stelling. Pg4 wat ik volgens mijn oude openingsboek negeerde, wordt hier aanbevolen als absolute topkeuze. Hiermee is het verhaal nog niet af. Ik heb nu wel een nieuw up to date openingsboek die ik in de toekomst makkelijk kan verder updaten maar ik mis wel nog steeds mijn groene zetten. 

Zo is een statistisch goede score geen garantie voor een correcte zet. Zo kan het zijn dat er recent een weerlegging is gevonden maar het aantal partijen met die weerlegging nog erg klein is en dus te weinig invloed heeft op de uiteindelijke score. Evenmin is een statistisch slechte score voor een bepaalde zet een garantie dat de zet slecht is. Het is best mogelijk dat de speler wel gekozen heeft voor de beste zet maar later zijn voordeel heeft weggeven in de partij. Dit effect zien we vooral als er weinig partijen gespeeld zijn met een specifieke zet. Door het gebruiken van groene zetten, kan er worden bijgestuurd aan de evaluatie. Het aanduiden van de groene zetten is vandaag geen automatisch proces bij het creëren van een openingsboek dus het is aan de gebruiker om dit manueel te doen maar dit is voor een amateurschaker zoals mijzelf een onbegonnen karwei. Er bestaat wel een middeltje om een openingsboek te tunen door het schaakprogramma tegen zichzelf te laten spelen en de resultaten te laten meetellen in de statistieken. Echter ook dat is geen wondermiddel want je hebt duizenden partijen nodig vooraleer je een serieus effect zal zien in het openingsboek wat met een simpele pc, een proces van erg lange adem is.

Zelf ben ik tevreden over de eerste resultaten van het nieuwe openingsboek maar besef tezelfdertijd dat het niet perfect is. Ik verwelkom dus zeker reacties van lezers die andere en hopelijk betere ideeën hebben om een nog efficiënter en sterker openingsboek te verkrijgen zonder dat er hoge kosten aan verbonden zijn.

Brabo

Addendum 2 september 2013
Dankzij een hint op chesspub vond ik op de Hiarcs website een openingsboek die 3 maandelijks wordt upgedate. Er wordt geclaimd dat het boek jaarlijks 80 elopunten wint in sterkte en er geen betere complete openingsboeken bestaan maar zonder harde bewijzen lijkt mij dit eerder verkoopspraatjes. Gratis is het dus evenmin want 1 jaar abonnement op het openingsboek kost 50 euro zonder BTW. Dit is voor mij te duur zonder enige garanties op kwaliteit maar reacties van lezers zijn opnieuw welkom.

vrijdag 9 augustus 2013

Bedrog

Het schaken begint stilaan op wielrennen te lijken – zelfverklaarde anti-dopingcommissies roepen de hele community bijeen voor iedereen die enigszins onregelmatige prestaties neerzet. Namen worden al bij voorbaat bij een modderpoel gezet om alvast als eerste met modder te kunnen gooien. Het feit dat er regelmatig zondaars de kop opsteken, zal hier niet vreemd aan zijn. Maar hoe is het zover kunnen komen?
Wel, al sinds het begin der informaticatijden hebben schakers gepoogd om de boel te belazeren. Een recent nummer (1/2013) van het tijdschrift Karl ging bijna integraal over deze thematiek. Er zijn vele vormen van bedrog (naast elektronische hulpmiddelen denk ik aan het influisteren van zetten, het gaan spieken in het boekenstalletje, het op het toilet analyseren van de stelling met een zakschaakspelletje, het faken van ganse tornooien (als je rijk genoeg bent, zoals Alexandru Crisan), het inzetten van je tweelingbroer of –zus (echt, het komt voor), enzovoort), maar hier beperk ik mij tot de bekendste gevallen van het zich laten assisteren met elektronische middelen. Op de site van chess.com staan enkele goede artikelen met leuke partijfragmenten (google “computers in chess good or evil”). In Chessvibes “cheating” in het zoekvenster intikken levert ook al een opvallend grote oogst op.
Eén van de eerste pogingen (die, zoals de meeste, slecht afliep), vond plaats in de New York open van 1993. Een onbekende zwarte speler, met een groot rastakapsel, speelde plots mee voor het prijzengeld. Met een opmerkelijke naam als “John von Neumann” kreeg hij al snel de aandacht van de tornooileiding, vooral toen hij één van zijn partijen verloor door tijdsoverschrijding na amper enkele zetten. Op het einde van het tornooi, mocht hij zijn kunnen demonstreren in een blitzpartijtje. De bedrieger viel meteen door de mand – hij was nauwelijks op de hoogte van de loop der stukken. Hij bleek een koptelefoon en zender te dragen, waarmee de zetten doorgegeven werden.
De 55-jarige Duitser Clemens Allwermann (elo 1925) werd in de Böblinger Open in 1998 de eerste echte schaker die “goed” gebruik maakte van software. Hij verklaarde zijn succes in het tornooi met argumenten als “iets wat ik net geanalyseerd heb voor mijn correspondentiepartijen”, of “gewoon geluk gehad”. Toen hij op het einde van zijn beslissende partij tegen Kalinichev een moeilijk mat in acht aankondigde, viel hij door de mand. Uiteindelijk gaf hij zijn 1660 DM prijzengeld terug en werd de rechtszaak tegen hem geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Sindsdien staat de man bekend als de pionier van het gebruik van de combinatie transmissie- en schaaksoftware Diverse sites verwijzen nog naar de eerste deftige poging om te cheaten, een compleet overzicht van het verhaal staat op Chessbase.
In 2006 speelde Eugen Varshavsky de pannen van het dak in de World open, maar nadat hij Ilya Smirin versloeg, werd hij verplicht om de twee laatste ronden zonder zijn immense hoed te spelen – zeer verrassend daalde zijn speelsterkte plots met meer dan 1000 elopunten – tot nu toe het enige geval dat bekend is van een schakende hoed.
Ook andere landen werden niet gespaard – onder andere Nederland, Indië en Dubai kregen er ook mee te maken. En dan was er de slimme telefoontruc van enkele Franse (top)spelers op de olympiade van Khanty-Mansiysk (2010), waarbij de zetten gecamoufleerd waren in internationale telefoonnrs. Marzolo analyseerde, stuurde de zetten door naar de coach (Hauchard) en die liep dan volgens een bepaald pad langs de borden, zodat de Feller wist wat hij moest doen. To no avail – het bedrog werd ontdekt en spelers en trainers werden zwaar gesanctionneerd. Dit was ongetwijfeld op het hoogste niveau tot op heden dat er gefraudeerd werd.
In Duitsland (2011) werd FM Natsidis gepakt in zijn laatsteronde partij tegen Sebastian Siebrecht (terwijl zelfs een verlies in die partij hem nog een IM-norm had opgeleverd). Overmoed gekoppeld aan gewoonte: zelfs voor een partij die hij mocht verliezen, had hij nog elektronische hulp nodig. Het zelfvertrouwen wordt volledig in het apparaat gelegd en het eigen denken stopte volledig.
In oktober 2012 werd Falko Bindrich (GM ondertussen) beschuldigd van cheating met zijn smartphone tijdens zijn partij tegen Sebastian Siebrecht (jawel, dezelfde). Hij kreeg een speelban van 2 jaar, maar toen hij beroep aantekende bij de Duitse bond, haalde de federatie bakzeil, met als motivatie dat er geen legale basis voor de schorsing was.
Het laatste bekende geval is dat van Jens Kotainy, die het open tornooi van Dortmund (zomer 2013) domineerde met 7/7. Dat kon misschien nog verklaard worden met het feit dat hij de hoogste elo was, maar het viel toch op dat hij weeral eens perfect speelde en pas een steekje liet vallen wanneer de buit al lang en breed binnen was. Hoe Kotainy geklist werd, is uitvoerig te lezen op de grote schaaksites. Opvallend is dat hij in een Duits tijdschrift (ik geloof dat het Schach 64 was) vorig jaar al aangevallen werd omwille van zijn verdachte schommelingen in speelsterkte (in blitz schijnt hij niet veel voor te stellen). In zijn recht van antwoord verdedigde hij zich met “Mir kann man keine - und wird es auch zukünftig nicht - Computerhilfe nachweisen”. Tot nu dus. Hoogmoed voor de val.
Nu enkel Ivanov nog – met zijn partners in crime deelt hij het gevoel van onaantastbaarheid. Zijn systeem werkt zo goed, dat hij zelfs rapidpartijen kan spelen op computersterkte. Hij draagt geen overdreven hoofddeksel en loopt niet weg van het bord tijdens de partij. De zender/ontvanger moet hij dus op zichzelf dragen – wat gestaafd wordt door zijn (zwakke) optreden in een tornooi waarin aangekondigd werd dat er controles zouden plaats vinden. Want zijn eigen bewering (dat hij zowel van Rybka als Houdini een trainingsmatch met 10-0 heeft gewonnen) gelooft natuurlijk niemand.
De recente gevallen vallen op door het feit dat het relatief jonge schakers zijn die in de verleiding komen. Is het normvervaging – of gewoon luiheid en de idee dat easy succes ook mogelijk is? Het feit dat deze generatie (zonder dat ik hiermee een ganse generatie wil zwart maken) van 20-30’ers opgegroeid zijn met internet, iPads en krachtige GSMs zal er voor iets tussen zitten. De technologie is er, de mogelijkheden ook en op het einde van de rit easy money.
Tweede opvallend feit is dat er ook een verschuiving in speelsterkte is waar te nemen. In het begin waren het zwakke spelers die eens wilden proeven van het leven van de schaakelite (en bijhorend prijzengeld). Behalve Ivanov, zijn het nu eerder spelers van meer dan 2300 die zich hieraan verbranden, in een onbezonnen poging om de eigen grenzen te verleggen. Een eerder verrassende vaststelling, maar anderzijds doet het ons besluiten dat de verleiding in elke laag van schaaksterkte moet voordoen. Sterke spelers hebben ook het voordeel dat een “goed tornooi” minder snel zal opvallen dan een -2000 speler die plots op wereldniveau begint te spelen. Maar zolang de sjoemelaars het doel te snel willen bereiken (lees: de eerste keuze van Houdini), zullen ze door de mand vallen.
En toch, “de perfecte moord” in het schaken is al eens beschreven in een fictief kortverhaal dat ooit (ik schat de negentiger jaren) eens gepubliceerd werd in het Engelse tijdschrift “Chess”. Hierin krijgt een gewone clubspeler plotseling het inzicht hoe hij elke schaakpartij moet winnen – het schaakspel is opgelost, de methode eenvoudig te onthouden. De speler pakt het slim aan – hij werkt zich geleidelijk op tot regionaal niveau en vergeet nooit om nu en dan een remise te spelen of een partij te verliezen. Na enkele jaren plaatst hij zich voor het zonaal en later het interzonaal tornooi. Hij slaat zich – weeral niet overtuigend – door de kandidatenmatchen heen en krijgt zijn kans op de wereldtitel. Nu pas ontbindt hij zijn duivels: hoewel de WK op topniveau speelt, verliest die elke partij. De match duurt amper 13 partijen: 13-0. Maar wanneer hij op het slotbanket zijn geheim wil onthullen en het schaken wil vernietigen, wordt hij neergeschoten door de ex-WK, die ondertussen de reden van zijn nederlaag heeft beseft. Na herstel blijkt hij een deel van zijn geheugen kwijt te zijn.
Een mooi verhaal, maar de vraag is natuurlijk hoe dergelijk gedrag vermeden of gedetecteerd kan worden. Om te beginnen de GSM afgeven of open en bloot op de speeltafel leggen, kan op praktische bezwaren stuiten bij grotere competities (vrees voor diefstal, om er maar één te noemen). Als de scheids al die GSMs moet in bewaring houden, zitten we bij een groot tornooi met een logistiek probleem.
Analyses van de partij achteraf kan al één en ander verduidelijken: heeft de speler werkelijk zoveel meer gezien dan zijn tegenstander? Kotainy vloog in Dortmund tegen de lamp omdat hij al een reputatie had en omdat hij bezig was om het deelnemersveld met een perfecte score op te rollen. Hij werd goed in de gaten gehouden en zo werd zijn merkwaardig gedrag opgemerkt: bij elke zet stak hij zijn hand in de broekzak waar zijn gsm zat, om de trilsignalen op te vangen en door te geven. Oplettendheid is minstens even belangrijk als technologische maatregelen (zo viel het Siebrecht op dat Bindrich net als Natsidis vaak van zijn bord wegging op zijn eigen bedenktijd).
Het uitsluiten van prijzengeld van spelers die drie forfaitpunten krijgen is een drastische maatregel, die tegen Ivanov uitgeprobeerd wordt. Maar hier wordt beroep gedaan op het altruïsme van de schaker: hij (en twee anderen) moet een punt afstaan, zodat een algemeen belang gediend wordt. Een speler die zelf in aanmerking komt voor een prijs, zal dit m.i. niet zomaar doen. Enkel wanneer alle spelers overeen komen, kan zo’n speler in de eerste drie ronden geboycot worden, waarmee de schade voor de “helden” beperkt blijft – ze kunnen gebruik maken van een Zwitsers gambiet (voor de speler die 0/2 heeft en de cheater tegenover zich krijgt, is de schade trouwens al beperkt – met 0/2 doe je zelden nog mee voor de prijzen). Controles op bezit van andere elektronische hulpmiddelen lijkt me nutteloos, gezien het gebruik van de gsm (die uitstond) in het geval Kotainy. Iedereen heeft een gsm, dus waarom als cheater het moeilijk maken om extra zendapparatuur mee te zeulen? Misschien gebruikt Ivanov wel een zendapparaat in zijn schoenen (een zet in correspondentiecode versturen en ontvangen met je tenen is niet zo moeilijk, deze techniek is in het verleden trouwens al gebruikt). Short in het jongste nummer van New in Chess gebruikt dit argument in zijn artikel “Dressed to Kill” om een stripschaaktornooi te houden en zo Ivanov te ontmaskeren.
Een alternatieve regel zou zijn dat aan de topborden (bv de eerste tien), de paringen en het kleur pas vlak voor de partij worden vrijgegeven, als de spelers in de speelzaal zijn – of de partijen te laten plaatsvinden in een volledig afgesloten ruimte. Opnieuw moeten spelers “boeten” (geen voorbereiding mogelijk) om een algemeen kwaad uit te roeien, maar het is een mogelijkheid, net als het vertraagd doorsturen van de zetten op het internet – wat op zich nog zo gek niet is (en niemand heeft er nadeel van, behalve enkele journalisten en internetschakers die het tornooi live willen volgen).
Een meer serieuze poging om het cheaten te ontmaskeren is het achteraf analyseren van de partijen, om zo een mate van overeenstemming met computers te kunnen aantonen. Hier zal een slimme cheater er wel voor waken om niet meer de beste zet van Houdini te gebruiken, maar van bv een freeware programma (Stockfish bv), dat dan nog eens getweakt is met afwijkende parameters. In gelijke stellingen kan er bovendien worden voor gekozen om bv de tweede of derde beste zet te spelen. Bovendien laat een slimme cheater ook taktisch nu en dan een gelegenheid door de vingers glippen en is hij niet afkerig van een remise meer of minder of van een tweede of derde plaats in een tornooi. Een “menselijk” openingsboek (niet te breed) en een onregelmatig tijdsverbruik maakt de verhullingsoperatie compleet. De kans dat er dan nog partijen met de computer kunnen geïdentificeerd worden als “vals” lijkt me klein.
Moraal van het verhaal: het is zeer moeilijk om onopgemerkt te cheaten en get away with it. Bovendien, het doet eigenlijk denken aan de postbodes in het cr-schaak: wat is de fun aan het doorgeven van computerzetten? Daarvoor schaak je toch niet?
Voor wie moedeloos wordt van dit artikel, er is hoop: Ivanov heeft wel degelijk – ondanks zijn computerhulp – al een partij verloren. Op de ouderwetse manier: hij werd verslagen met een extreme vorm van horizonwerking. De hele partij laat hij/de computer na om tegenspel te creëren met f6 of f5 en in tijdnood begaat hij een elementaire blunder (niet snel genoeg meer kunnen seinen?).

HK5000

woensdag 7 augustus 2013

Sportiviteit

Alhoewel het voorbije Belgisch kampioenschap op minder dan 50 meter van mijn kantoor afspeelde, moest ik zelf verstek laten gaan wegens onvoldoende verlof op de teller. Mijn chef laat nog niet toe om te batchen en daarna 50 meter verder schaak te spelen. Echter na het werk trachtte ik wel geregeld even binnen te springen om zo een glimp op te vangen van de sfeer en de partijen. Spijtig stelde ik vaak vast dat er nog weinig partijen bezig waren omstreeks 5 uur dus slechts 3 uren na het aanvangsuur. De reden hiervan is zeker het nieuwe tempo. Met minder tijd voor 40 zetten, zijn partijen sneller gedaan maar er is ook een zeker kwaliteitsverlies wat op zijn beurt leidt tot partijen met een gemiddeld minder aantal zetten. Het is een evolutie die ik niet toejuich maar ik zie in deze maatschappij waarin men steeds drukkere agenda's heeft, geen mogelijkheid om dit te counteren.

Als toeschouwer vielen mij 2 partijen in het bijzonder op. 1 partij vermeldde ik al in een vorig blogartikeltje de hollandse schaakanekdote. Rein Verstraeten weigerde remise in die partij waardoor hij Tanguy Ringoir verplichtte om verder te spelen. In zijn keuze speelde wellicht ook sportiviteit een rol. Geen enkele concurrent kon achteraf kwalijk nemen dat hij te makkelijk in een goede stelling de titel van Belgisch kampioen had weggegeven. In een 2de partij speelde opnieuw Rein een opmerkelijke rol. Daar koos hij tot mijn verbazing om niet de remise te claimen op zet 40 in een duidelijk inferieure stelling. Stefan had net per ongeluk 3 keer dezelfde stelling toegelaten. 

Het reglement artikel 9.2 uit Laws of Chess werd uiteraard gecreëerd om conflictsituaties te vermijden waarin 1 van de spelers geen zin had in remise maar tevens geen pogingen meer ondernam om de partij op een normale wijze te winnen. Omdat het duidelijk was dat Stefan wel nog serieuze pogingen ondernam om de partij op een normale wijze te winnen, zou het dus kunnen zijn dat Rein niet naar de letter maar naar de geest van het reglement handelde. Achteraf vroeg ik Rein wat precies zijn intenties waren in de partij maar hij gaf een ontnuchterend antwoord dat hij gewoon gemist had dat er een remiseclaim mogelijk was. Zelf herinner ik mij dat ik 2 gelijkaardige situaties al heb meegemaakt in officiële wedstrijden.


In beide partijen hadden mijn tegenstanders weinig zin in de remise. Pas toen ik ging claimen bij de scheidsrechter, werd het hun duidelijk dat ze per ongeluk 3 keer dezelfde stelling op het bord hadden laten verschijnen waarna ze teleurgesteld de remiseuitslag ondertekenden. Ik koos dus om de letter van het reglement toe te passen maar er bestaan wel degelijk spelers die kiezen voor de zogenaamd sportieve keuze.

Zo herinner ik mij het verhaal op schaakfabriek waarin verteld werd dat Jan Gooris opgaf in een stelling waarin hij remise kon claimen op basis van het reglement artikel 9.3 uit Laws of Chess. Zijn jonge tegenstander Yasseen De Herdt had enige moeite om de winst in het zeldzame eindspel paard + loper te vinden waardoor hij uiteindelijk 52 zetten nodig had voor de mat. Absoluut geen schande als je weet dat recent nog de wereldkampioene bij de dames er niet in slaagde om de mat te vinden, zie het leuke youtubefilmpje. De 50 zetten regel werd oorspronkelijk gecreëerd om te vermijden dat iemand onbeperkt zou proberen een stelling te winnen. Arbitrair werd de grens getrokken op zet 50 maar omdat hier duidelijk geen sprake was van onbeperkt proberen een stelling te winnen, vond Jan het correcter om niet vast te pinnen op de 50 zetten en dus de overwinning te gunnen aan zijn jonge beloftevolle tegenstander.

Men zou denken dat zulk gedistingeerd gedrag enkel voorkomt bij amateurs waar weinig op het spel staat maar ook bij professionals zijn gelijkaardige gevallen bekend. De Oekrainsche topgrootmeester Vassily Ivanchuk is een zeer eigenzinnige schaker met briljante ideeen. Niet alleen voor de tegenstanders is hij onnavolgbaar maar ook zelf heeft hij moeite om de controle over zijn gedachten te behouden waardoor hij geregeld in grote tijdnood komt. Zo was het ook in zijn partij tegen de Cubaanse topgrootmeester Leinier Dominguez Perez, gespeeld in Linares 2009. In het tijdsnoodduel smeet Vassily enkele stukken per ongeluk om die echter door Leinier in zijn eigen tijd werden rechtgezet. Echter Vassily voelde intuitief aan dat hij hiermee de normale gang van zaken had verstoord en stelde daarom op zet 47 in gewonnen stelling remise voor.

Leinier nam het voorstel aan maar kreeg later wroeging hierover toen hij vernam waarom Vassily niet had willen winnen. Hij vond dat hij nooit dit cadeau had mogen aannemen. In de Grandprix van Thessaloniki 2013 was hij dan ook blij om een cadeautje terug te kunnen geven aan Vassily maar dat was buiten de waard gerekend. Ook deze keer was Vassily in grote tijdnood. Vassily had een totaal winnende stelling maar blunderde en kwam verloren te staan. Leinier wou remise voorstellen maar Sofia Rules waren geldig dus moest hij zoeken naar een andere oplossing.

Uiteindelijk kwam een zetherhaling op het bord maar ondertussen was ook de vlag gevallen van Vassily. Leinier probeerde nog bij de arbiter te claimen voor een remise maar die was onverbiddelijk. Een arbiter is aanwezig om toezicht te houden op het volgen van de reglementen dus enigszins normaal dat hij die reglementen dan ook op de letter tracht toe te passen. 

De wellicht grootste perfectionist is de Tjechische topgrootmeester David Navara. Erg bekend is uiteraard zijn partij tegen Moiseenko waar hij remise gaf in compleet gewonnen stelling alhoewel er kwalificatie in de Wereldbeker en een grote som geld op spel stond. Echter wat weinigen weten is dat David zulke cadeaus niet 1 keer maar minstens in 3 gelijkaardige situaties heeft gegeven. Telkens betrof het een situatie waarin er mogelijks invloed was geweest op de prestatie van de tegenstander waardoor David zich slecht voelde bij het winnen van de stelling. Zelfs een slecht werkende klok waaraan David geen enkele verantwoording betrof, was voldoende om zich schuldig te voelen t.o.v. de tegenstander.

Het is een logica die weinig of geen andere grootmeesters vandaag volgen wat we o.a. kunnen afleiden uit Peter Svidlers quote: “I want to stress that this is in huge part due to what kind of a man David is. He is constantly worried he will do something wrong and in fact never does. In all my years of knowing him he hasn't done one thing wrong ethically and yet he constantly worries about it […] He is a great guy but sometimes he is his own worst enemy. I think because he wants so badly to be absolutely perfect in every respect.” 

Ik begrijp wel de drijfveer voor zulk extreem correct gedrag. Schaken wordt door heel wat spelers bekeken als een nobel spel waarin een pure krachtmeting op het vlak van ideeën en kunde plaatsvindt. Het resultaat van de partij moet in rechtstreeks verband staan met wie de sterkste speler was tijdens de partij. Reglementen zijn nodig om het geheel in een zeker kader te gieten maar mogen geen dominante rol spelen. In werkelijkheid is zulke zuivere strijd een utopie. Zoals de grote Tartakower ooit zei: " I never defeated a healthy player." Altijd zijn er wel redenen te vinden waarom het niet perfect ging. Als iedereen eerlijk is dan beseffen we dat zelden alle randvoorwaarden vervuld zijn om optimaal te kunnen spelen.

In tegenstelling met 'being mister nice guy of mister perfect' verkies ik Emanuel Lasker's filosofie: "Chess is, above all, a fight" . Dit betekent helemaal niet dat ik onbeschoft of onbeleefd gedrag goedkeur, integendeel maar wel dat spelers in de partij best gebruik maken van de mogelijkheden in de reglementen om de partij in hun voordeel te beslechten. Zo is het spelen op iemands tijdsgebrek een onderdeel van dit gevecht wat ik o.a. al uitlegde in mijn blogartikel eindspelen met ongelijke lopers deel 2. Om de mogelijkheden van de reglementen optimaal te gebruiken, moet je ze uiteraard ook eerst op voorhand bestuderen en daar knelt vaak het schoentje. Recent zag ik in Open Gent hoe Olaf Pienski (dezelfde persoon uit mijn blogartikeltje gambieten) een bekende theoretische remisestelling verloor op tijd tegen Geert Van der Stricht. Achteraf vroeg ik wat er precies gebeurd was aan Geert. Geert vertelde mij dat hij helemaal geen probleem had met een remise maar als de tegenstander vergeet remise voor te stellen/ claimen dan is dit voor zijn rekening waarmee ik het uiteraard eens ben.

Bovendien lijkt het erg sportief om af en toe eens niet het maximaal haalbare uit een stelling te halen maar in realiteit is het vaak een bron voor ergernis. Spelers worden jaloers omdat de ene wel een cadeau krijgt en de andere niet. Ook is het vaak zo dat een gunst voor de ene speler ten koste gaat van 1 of meerdere andere spelers. Ik ben dus van mening dat we beter ons concentreren op andere domeinen (stiptheid, niet praten tijdens een wedstrijd, ...) om sportiviteit te verdedigen.

Brabo

Addendum 26 augustus 2013
In de 2de ronde van de Fide Worldcup kwam het tot een conflict tussen de spelers Wang Hao en Dreev Aleksey zie o.a. chessbase,  betreffende remise door 3 keer dezelfde stelling. Aleksey stond huizenhoog gewonnen maar liet per ongeluk 3 keer dezelfde stelling op het bord verschijnen waarna Hao echter op verkeerde wijze remise claimde. Hij claimde namelijk remise zonder de zet waarmee 3 keer dezelfde stelling zou verschijnen vooraf schriftelijk te noteren. Het artikel 8.1 in de fidereglementen zegt dat je geen zetten op voorhand mag noteren maar blijkbaar weten heel wat spelers niet dat er een uitzondering bestaat voor het claimen van remises op basis van artikels 9.2 en 9.3. Puur toeval maar op deze blog vermeldde ik al eerder een voorbeeld van zulke fout, zie mijn partij tegen Steven Geirnaert in het blogartikel gekke materiaalverhoudingen. Echter in tegenstelling met Aleksey, ging ik niet in discussie maar vertelde ik Steven dat hij gewoon zijn formulier moest aanvullen met de beoogde zet waarmee de kous af was. Nu ik had uiteraard makkelijk praten wat er stond bijzonder weinig op het spel in mijn partij en bovendien was de eventuele winst veel minder evident in mijn partij tegen Steven. Vervolgens wil ik er ook nog op wijzen dat een foutieve remiseclaim niet betekent dat er geen nieuwe juiste claim kan worden gemaakt wat gebeurde in de partij door Hao. Uiteraard veelvuldig verkeerd claimen kan/ zal wel uiteindelijk bestraft worden met een nederlaag want wordt beschouwd als opzettelijk en herhalend storen van de tegenstander.