dinsdag 15 april 2014

Universele systemen

Soms krijg ik de vraag van een minder ervaren speler wat voor hem een goede opening met zwart zou kunnen zijn. Het is mij duidelijk als ik deze vraag krijg dat de speler geen ingewikkeld antwoord verwacht gebaseerd op complexe varianten met heel wat studiewerk maar wel een kant en klaar recept dat onmiddellijk en overal kan worden geïmplementeerd. De vraag voor het witte kleur beantwoorden is vrij eenvoudig. Het Colle systeem of ook wel vaak zakenman-opening genoemd, is in een minimum van tijd aan te leren en tegen om het even welke opstelling te spelen. Enkele leuke video's over deze opening kan je bekijken op de chessimprover. Echter voor zwart is het heel wat moeilijker om een universeel systeem te vinden. 

Zoals besproken in mijn artikeltje openen met de f pion bouwde ik mijn zwart-repertoire op door bijna elke openingszet (behalve e4 en g4) te beantwoorden met f5. Wel van een repertoire opbouwen kan je eigenlijk niet spreken want het enige wat ik een beetje kende was de Hollandse moderne stonewall en om mijn (toenmalige) zeer beperkte openingskennis te minimaliseren trachtte ik steeds hetzelfde type stelling op het bord te krijgen. Dus was ik onbewust bezig met de Hollandse moderne stonewall als een universeel systeem te gebruiken. Natuurlijk duurde het niet lang of de eerste barsten verschenen in dit concept. Mijn tegenstanders vonden al snel opstellingen waardoor ze makkelijk een openingsvoordeel konden verkrijgen wat mij noodzaakte om aanpassingen uit te voeren. In mijn artikeltje hollandse stappen in de engelse opening bespreek ik 1 van die calavarietochten.

Een bijkomend nadeel van de Hollandse moderne stonewall of ruimer genomen het Hollands als universeel systeem, is dat het voor de tegenstanders wel erg gemakkelijk wordt om iets gevaarlijks voor te bereiden. Een grappige anekdote in deze context is mijn partij in 2006 tegen de Nederlandse IM Koen Leenhouts. Voor de partij waarschuwde Koen mij dat ik beter mijzelf niet voorbereidde want hij zou iets spelen waarop ik mij onmogelijk kon voorbereiden. Zijn raad volgde ik deels op want enerzijds zag ik ook wel aan zijn repertoire dat hij niet schuw was om te variëren/ experimenteren en anderzijds was ik toen veel te graag bij mijn vriendin (en toekomstige echtgenote).

Nu het is niet omdat het Hollands geen universeel systeem is voor zwart dat er helemaal geen mogelijke opstellingen bestaan. De slaagkans voor een universeel systeem hangt voornamelijk af van de mate hoever er contact met de stukken van de tegenstander is. M.a.w. hoe minder contact, hoe langer de speler ongestoord steeds dezelfde zetten kan spelen. Schaken vanuit de baseline is geboren. Enkele maanden terug schreef de Amerikaanse grootmeester Lubomir Kavalek hierover een leuk artikeltje in de Huffington Post wat overgenomen werd op chessbase. Hierin stelt hij correct dat de hypermodernist Richard Reti 1 van de eerste spelers was die de deugden van deze strategie ten volle trachtte te ontwikkelen. In zijn vervolgartikel toont hij dat deze strategie verder werd ontwikkeld door de Serbische grootmeester Ljubojevic Ljubomir begin jaren 70 door die over te nemen in de Hedgehog of ook vertaald naar het Nederlands egelstelling. Deze moderne opstelling is ook vandaag nog populair wat ik o.a. in Open Leuven van 2011 op het bord kreeg.

De hedgehog is dan wel een excellent voorbeeld van schaken uit de achterste linies, een goed voorbeeld van een universeel systeem is het niet want tenslotte heb je toch c4/ c5 nodig. Om echt een universeel systeem met zwart te creëren, moeten vroege pionzetten op de 5de lijn worden vermeden. Enkele van deze systemen zijn hier al op de blog eens vluchtig aangesneden. Ik denk hierbij aan de Pirc of de Tsjechische verdediging. Deze keer wil ik het hebben over misschien wel het meest universele systeem dat ik ooit gezien heb namelijk de Hippopotamus verdediging of ook wel Nijlpaardopening genoemd. Er bestaat discussie over wat nu precies wel of niet in zulke opstelling mag maar in elk geval is men het er over eens dat zwart zo lang mogelijk op 3 rijen tracht te spelen. Persoonlijk dacht ik altijd dat zoiets goed is voor wat snelschaak tot ik laatst het door de Duitse internationaal meester Haub Thorsten Michael voorgeschoteld kreeg in een serieuze officiële wedstrijd.
Hippo specialist Haub Thorsten Michael  (foto: Fabrice Wantiez)
In de partijvoorbereiding had ik gezien dat TM de hippo op zijn repertoire had staan maar serieuze aandacht had ik er niet aanbesteed omdat Haub slechts 1 van de vele mogelijke tegenstanders was en er uiteraard veel lastigere systemen moesten worden bekeken dan een hippo. Het is dan wellicht ook geen verrassing dat ik met wit al snel slechter kwam te staan.

Ik ontsnapte dus met een dik blauw oog maar zelfs in het achteraf analyseren van de partij vond ik het opmerkelijk hoe flexibel en stevig de hippo eigenlijk is. Het feit dat een + 2400 speler er zich geregeld van bedient, zegt eigenlijk al voldoende over de kwaliteiten. Spelers die dus weinig tijd hebben om openingen te studeren, openingen een noodzakelijk kwaad vinden of gewoon liever lui dan moe zijn, hebben misschien na dit artikeltje eindelijk eens het universele systeem te pakken waarmee ze jaren op hun niveau kunnen meedraaien.

Brabo

25 opmerkingen:

  1. Je partij tegen Leenhouts laat goed zien waarom een bredere openingskennis handig is: je bent met verwisselde kleuren in een Geweigerd Koningsgambiet terecht gekomen waarin wit vroegtijdig fxe5 speelt en ook nog eens Le2 speelt ipv Lc4 ....
    Ironisch valt in de databases te vinden dat ook TM het grote probleem van universele systemen niet heeft opgelost: er is altijd een opstelling te vinden waartegen het niet werkt. In dit geval is dat tenminste het Vierpionnenspel. 1.e4 g6 2.d4 Lg7 3.c4 d6 4.Pc3 Pd7 5.f4 e6 6.Pf3 Pe7 7.Ld3 en zwart is nogal eens ongenadig van het bord af gegaan. Een grappig partijtje is Gagel-Elzinger, DEU 1994.
    Voor wit geldt hetzelfde. De Konings-Indische Aanval (1.Pf3 enz.) en de Colle werken niet goed tegen het Klassieke Hollands als zwart op e7-e5 of e7-e6-e5 aanstuurt - de Colle werkt evenmin goed als zwart het Klassieke Hollands met een damefianchetto combineert. Tenslotte is 1.d4 d4 2.Pf3 c6 3.e3 Lg4 ergerlijk - als wit niet oplet krijgt hij/zij een Stonewall met de loper buiten de keten tegen zich. Ik heb op die manier een uitstekende score opgebouwd tegen witte systeemspelers.
    Zelfs Rudel, waar je het laatst over had, ontkomt er niet aan.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een bredere openingskennis was inderdaad handig geweest in de partij tegen Leenhouts. Anderzijds lijkt het mij een stap te ver om te stellen dat daarom een bredere openingskennis een must is want het type partijen zoals tegen Leenhouts zijn een rariteit en maken dus nauwelijks invloed op de speelsterkte.
    Ik geloof wel dat een bredere openingskennis ervoor zorgt dat iemand makkelijker een repertoire kan opbouwen dat bij de eigen stijl past zonder dan nog maar te spreken over het feit dat je als speler meer variatie in de voorbereiding kunt steken.

    We hebben het nu over een bredere openingskennis op te bouwen maar hoe doe je dit?
    Wel uiteraard door veel uit te testen. Echter dit gaat elo kosten (als je het serieus doet) t.o.v. iemand die onmiddellijk met een vast repertoire speelt. Dus dit is zeker vandaag geen evidente keuze:
    - Ik quote MNb "Dat het omwisselen van kleuren een win-win zou zijn heb ik altijd uiterst discutabel gevonden. Voor hetzelfde geld verlies je de eerste partij omdat je er geen hout van begrijpt en de tweede partij omdat je tegenstander wel weet hoe het te spelen." zie http://schaken-brabo.blogspot.be/2013/02/kleuren-omwisselen.html
    - Ik quote Nikos Ntirlis "Getting practical experience in serious tournament games for a new opening is a good way to lose a lot of Elo points"zie http://www.qualitychess.co.uk/blog/?p=2748
    - Ik quote Rein Verstraeten: "wat zou het betekenen voor zichzelf en de buitenwereld moest die favoriet dan winnen?" zie http://schaakfabriek.be/2014/04/14/emile-boucquet-eerste-leider-op-bjk/ Met dit laatste wil ik vooral aantonen dat spelers belang hechten aan wat anderen over hun resultaten denken.

    We zitten vandaag in een maatschappij die onmiddellijke resultaten verlangt. Een jeugdspeler die het voorbije seizoen rating heeft verloren maar een bredere openingskennis heeft opgebouwd, zal sowieso (onterechte) negatieve kritiek/ emoties te verwerken krijgen.

    Desalniettemin geloof ik dat op lange termijn het een absolute must is om veel te variëren in de eerste jaren dat men competitie speelt. Ik las zelfs dat bepaalde Russische coaches hun pupillen opdroegen om continu te variëren tot ze een rating van 2200-2300 behaalden. Met mijn laatste statement geef ik tevens het pijnpunt weer in de hele materie. Welke (jeugd-)spelers hebben voldoende karakter om te stellen dat ze voor x tijd niet zullen geven om hun rating? Zelf kon ik ook niet weerstaan aan de lokroep van de rating. Een verstandige coach kan hierin een cruciale rol spelen maar het is slechts een handvol spelers die over die luxe beschikken.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik ben absoluut geen expert in de Hippo maar ik ben het eens dat een vierpionnensysteem er dreigend uit ziet voor zwart. Trouwens als je mijn analyses leest van mijn partij tegen TM dan geef ik al aan dat ik wellicht beter geen 7.Te1 speel en het veld e1 openlaat om zo Pe1 erin te houden waarna f4 mogelijk wordt.
    Iets wat ik niet vermeldde in het artikeltje maar wel bestudeerde was 7...Pe7 (i.p.v. b6) 8.a4 b6 9.Lf1 Lb7 10.Pb1 met uiteraard de bedoeling om c4 te kunnen spelen opnieuw strevend naar een breed pionnencentrum.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Alhoewel ik het nergens duidelijk vermeld in het artikeltje, is het evident dat universele systemen een utopie zijn.
    Als iemand 1.d4 g6 2.Lh6 speelt en jij speelt enkel Lg7 dan hang je al uiteraard. Dit gebeurde met de Amerikaanse topgrootmeester Nakamura in enkele van zijn online bulletpartijtjes toen hij de pre-move optie gebruikte en de tegenstander liever makkelijk het punt wilden halen dan een echte partij te spelen. Dus bij de definitie van universele systemen moeten we wel toestaan dat er afgeweken wordt van de standaardzetten wanneer de tegenstander anti-schaak speelt.

    Terwijl in een universeel systeem de zetten vastliggen, is de zettenvolgorde nog steeds vrij. De Duitse FM Stefan Bücker schreef een interessant artikeltje hierover: http://www.chesscafe.com/text/kaiss54.pdf Ik quote 1 passage: "Hippopotamus players have to choose their move order carefully, to avoid such disasters. It depends on their personal repertoire as to whether they begin with a King's Fianchetto or 1...b6 or something else. ...." Ik heb het gevoel dat 1...b6 misschien de beste keuze is om een breed pionnenfront te vermijden als ik vluchtig de voorbeelden in het artikeltje bekijk.

    Tenslotte met mijn artikeltje wil ik geenszins propaganderen dat een universeel systeem (zoals de hippo) iets is wat we moeten ambiëren. Ik ken geen profspeler die uitsluitend eenzelfde opstelling kiest met zwart of wit tegen zijn collega's dus een bulletproof universeel systeem is onzin. Echter wat niet kan op profniveau, kan wellicht wel op amateurniveau (2000 elo en minder) of als verrassingswapen tegen een iets beperktere set van opstellingen (zoals in mijn partij).

    BeantwoordenVerwijderen
  5. "We hebben het nu over een bredere openingskennis op te bouwen maar hoe doe je dit?
    Wel uiteraard door veel uit te testen."
    Nee, niet door veel uit te testen. Het sleutelwoord is geleidelijk. Dwz, zo heb ik het gedaan. Kies eerst je eerste zet als wit. Vaak zal dat 1.e4 zijn. Bestudeer dan je openingen in deze volgorde:
    - Open Spelen
    - Siciliaans
    - Frans
    - De rest afhankelijk van hoe vaak je het tegen komt.

    Valt de keuze op 1.d4, begin dan met inderdaad de Colle en voeg er geleidelijk c2-c4 systemen aan toe, bv. eerst 1.d4 d5 2.Pf3 c6 3.e3 en 4.c4.

    Met zwart, afhankelijk van je voorkeur, de Tarrasch of de Benkö en tegen 1.e4 wat je het beste bevalt. Wie 1.e4 speelt kan natuurlijk weer de Open Spelen kiezen; dat zijn twee vliegen in één klap. Wie 1.d4 speelt en van ultrasolide houdt kan de Fort Knox overwegen.

    Kortom, bestudeer eerst grondig wat je vaak op het bord kunt krijgen.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Maar zoals ik dit artikel heb opgevat is het bedoeld voor de luie, gemakzuchtige speler, die geen zin (meer) heeft om tijd te stoppen in openingen. Dit bedoel ik niet verwijtend; de amateur speelt voor zijn/haar plezier en wie geen zin of tijd heeft om uitgebreid de eerste tien, vijftien zetten te bestuderen moet dat vooral niet doen.
    Wat voor repertoire kunnen we aanbevelen dat met minimale, maar toch enige inspanning onder de knie te krijgen valt? Dan raad ik toch een beetje flexibiliteit aan.
    Ik ben het eens dat we nu beter eerst naar zwart kunnen kijken.

    Het combo Oud-Indisch en Philidor is een interessante mogelijkheid. Wie ambitieus is steekt een groot deel van de schaarse tijd in 1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 Pbd7 4.f4 e5 5.Pf3 exd4 6.Dxd4 c6. Wie liever een rustig schaakleven leidt kiest 3...e5. Vergeet vooral de scherpe Pg5 varianten niet. Ze zijn behoorlijk goed voor zwart en kunnen dus punten opleveren.
    Ook moet men aandacht besteden aan typische plannen: ...exd4 gevolgd door Te8 en Lf8; de Picket Shuffle De8, Ld8 en Lb6 of La5; tegenspel met c6, a6, Dc7, Tb8 en b5.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Een aardige combinatie is ook, als men iets meer tijd kan besteden:

    1.d4 g6 2.c4 Lg7 3.Pc3 d6 4.e4 (4.g3 Pd7 5.Lg2 e5 en 6...Pe7; 4.Pf3 Pd7 en 5...e5; 4.e3 f5 wordt een goede Leningrader) Pd7 5.Pf3 (5.f4 e5) e5 6.Le2 Pgf6 7.O-O O-O 8.Te1 (8.Le3 Pg4) c6 9.Lf1 a5 10.Tb1 Pg4!? en hier is enige huisvlijt vereist, want dit is maar zelden gespeeld. De pointe is 11.h3 exd4 12.Pxd4 Db6 met dreigingen tegen f2 en Pc3.

    1.c4 g6 2.Pc3 Lg7 3.g3 d6 4.Lg2 e5 5.d3 (5.Pf3 f5 6.d4 e4) f5 6.e4 (5.Pf3 Pf6 6.O-O O-O) Pf6 7.Pge2 O-O 8.O-O (Botvinniksysteem) c6 of Pc6.

    1.e4 g6 2.d4 Lg7 3.Pc3 (3.c4 d6 zie boven; 3.f4 d6 4.Pf3 c5 5.d5 Pf6 6.Pc3; anders de Hippo) d6
    a) 4.f4 Pc6 (de zuivere Hippo ziet er weer niet zo goed uit; wit volgt het schema van de Grand Prix Aanval) 5.Le3 e6 6.Pf3 Pge7;
    b) 4.Le3 c6 5.a4 (anders 5...b5 met meer tegenspel dan in de Hippo) a5 6.Pf3 Pa6;
    c) anders de Hippo.

    Dit is behoorlijk waterdicht, al is volledig gelijk spel natuurlijk nooit gegarandeerd.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Ik veronderstel dat je met geleidelijk bedoelt dat je elk jaar een paar openingen wijzigt in het repertoire zodat het studiewerk en risico's van eloverlies beperkt blijven. Echter een brede openingskennis op die wijze opbouwen, kost vele jaren misschien wel decennia. Alhoewel ik niet ontken dat met die methode resultaten worden behaald, zou het mij verwonderen als het niet veel sneller en efficiënter kan door onmiddellijk veel uit te testen (en uiteraard steeds kritisch achteraf te analyseren). In een zeer recent interview met Nakamura wordt de nadruk gelegd op het aspect kwantiteit i.p.v. kwaliteit. Ik quote: "America's number one player became a grandmaster while spending most of his time playing blitz chess online.... Because the approach is so different, you're much more open. You're not as rigid in terms of the way you play the game. Now it's a different time, but I'm probably the first of many who will become like that." zie http://www.chessvibes.com/hikaru-nakamura-%E2%80%9Ci-feel-good-im-optimistic%E2%80%9D

    Bedankt voor de repertoire-aanbevelingen want ik ben er zeker van dat er lezers zullen zijn die de informatie kunnen gebruiken.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. "veel sneller en efficiënter kan door onmiddellijk veel uit te testen"
    Uiteraard, maar dat vereist veel meer werk en kost in het begin ELO punten. Bovendien wordt het dan erg moeilijk diepgaande en grondige kennis van openingen op te bouwen. Een GM als Nakamura zal dat dilemma kunnen vermijden omdat hij a) veel meer tijd tot zijn beschikking heeft dan jij en ik en b) veel sneller relevante schaakinformatie opneemt.
    Mijn methode der geleidelijkheid zoekt een middenweg, probeert aan beide kanten de nadelen te beperken en heeft inderdaad het voordeel dat er altijd van alles bij te leren valt.
    Voorbeeld: al begin jaren 80 viel het me op dat allerlei varianten van het Damegambiet waarin zwart d5xc4 speelt bepaalde overeenkomsten hebben met het Koningsgambiet. Pas meer dan 20 jaar later ben ik daar serieus werk van gaan maken.
    Maar ik wil helemaal niet stellen dat de ene of de andere methode superieur is. Welke het beste werkt voor de individuele schaker hangt van zoveel factoren af die met die individuele schaker te maken hebben. De eerste daarvan is de hoeveelheid tijd die die schaker er in wil of kan steken. Niveau en ervaring zijn eveneens belangrijke factoren; ik krijg nu, na 30 jaar schaken, een nieuwe opening heel wat sneller onder de knie dan vroeger.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Ik ben het eens dat veel uittesten wellicht niet werkt voor iedereen. Tijd kan wel voor een groot deel gereduceerd worden door met een sneller tempo te spelen (zoals Nakamura ook deed) maar het absorberend vermogen om informatie aan te leren, blijft iets wat erg afhangt van persoon tot persoon. Het is wel zo dat vandaag veel meer middelen beschikbaar zijn dan 30 jaar geleden om de informatie aan te leren (goede boeken, groene zetten, schaakprogramma's,...)
    Een goede zelfkennis, een goede coach of gewoon proefondervindelijk diverse studiemethodes proberen zal in de meeste gevallen wel leiden tot een studiemethode waarbij men zich het best voelt.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Als ik het goed heb, heeft ook Spassky de hippo gespeeld.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Klopt. In het artikeltje van Stefan Bücker (waarvan ik de link al eerder vermeldde) wordt verteld dat Spassky o.a. 2 keer de hippo speelde in zijn 1ste wereldkampioenschap tegen Petrosian met 2 keer remise als resultaat. De partijen kan je o.a. hier naspelen:
    http://www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1106734
    http://www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1106728
    Dat kan tellen als referentie uiteraard.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. "een studiemethode waarbij men zich het best voelt. "
    Kijk, als leraar heb ik dan meteen belangstelling voor de vraag: kunnen we voorspellen wie zich bij welke studiemethode het beste voelt?
    In dat licht moet je mijn commentaar lezen; het betekent dat ik soms de ene, soms de andere studiemethode verdedig. Zoals ik al schreef ging ik hier uit van een minimale beschikbare hoeveelheid tijd.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. In mijn artikeltje http://schaken-brabo.blogspot.be/2013/07/de-sterktelijst.html heb ik een brede openingskennis al aangeraakt en daarin toonde ik duidelijk aan dat de brede openingskennis zeer sterk afhangt van iemands rating. Ratings van 2300 en meer worden slechts behaald door heel veel tijd te spenderen in het schaken (herinner de 10.000 uren regel). Het is een beetje te kort door de bocht maar als we stellen dat een brede openingskennis vooral voor spelers zijn die ambitie en potentieel hebben dan is het vrijmaken van veel tijd voor het schaken vanzelfsprekend.
    Trouwens, ik heb geen concrete data voor de lagere elo-regionen maar ik meen dat openingen voor hen veel minder relevant zijn en dus ook een brede openingskennis een lage prioriteit heeft.

    M.a.w. het vertrekpunt van minimale beschikbare hoeveelheid tijd voor het opbouwen van een brede openingskennis, vind ik op zijn minst niet optimaal.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. "het vertrekpunt van minimale beschikbare hoeveelheid tijd voor het opbouwen van een brede openingskennis, vind ik op zijn minst niet optimaal."
    Uiteraard - ik zou zeggen dat je je veel te zacht uitdrukt. Zie de titel van je artikel: Unviversele Systemen. Dat is precies het tegendeel van een brede openingskennis! Daarmee wijs ik universele systemen niet van de hand; ik wijs er slechts op dat er nadelen aan vast zitten én ik heb proberen aan te geven hoe de student die nadelen kan beperken.
    Het blijft uiteraard schipperen.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. "vind ik op zijn minst niet optimaal"
    Uiteraard - ik vind dat je je veel te zacht uitdrukt. Zie de titel van je stukje: Universele Systemen. Die beogen precies het tegendeel van een breed openingenrepertoire! Elke benadering komt met nadelen, behalve wellicht als je een professionele topschaker bent. Mijn streven was aan te geven hoe de eenvoudige amateur die nadelen kan beperken.

    "openingen voor hen veel minder relevant zijn "
    Ja en nee.
    Ja, veel minder relevant, omdat de objectieve evaluatie na de openingsfase maar weinig invloed heeft op de uitslag van de partij.
    Nee, toch wel relevant, omdat een onevenwichtige ontwikkeling, zoals een veel betere beheersing van het eindspel vergeleken met de opening, wel degelijk tot onnodige verliespartijen leidt.
    In mijn Elo-regionen geldt in zekere zin "anything goes". Alleen kan de individuele speler ook in mijn regionen er maar wel beter voor zorgen dat "anything" in voldoende mate te begrijpen, vergeleken met de tegenstanders. Zo heb ik Zaandam en omstreken een jaar of acht geterroriseerd met het Morragambiet en het Göringgambiet. Vroeg of laat (Wet van Murphy) kreeg ik tegenstanders die hadden opgezocht wat ze er tegen moesten doen. Ook voor mij is het dan uiterst vervelend geen idee te hebben waar ik in terecht ben gekomen.
    Een clubgenoot, sterker dan ik, maar beslist geen ELO 2300, was zo'n eindspelspecialist. Je wilt niet geloven hoe vaak die na tien zetten al strategisch verloren stond. Nou vond hij dat niet heel erg, maar de meeste spelers hebben daar toch geen zin in.

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Dat een opening goed spelen belangrijk is voor om het even welk niveau daar kan ik akkoord mee gaan. Het zou wel eens nuttig/ interessant kunnen zijn om te weten wat het effect van een positieve opening t.o.v. een negatieve opening is voor diverse elocategorieen. Voor mijzelf bepaalde ik dat het verschil ongeveer 80 elo was, zie artikeltje http://schaken-brabo.blogspot.be/2012/07/schaakopeningen-studeren.html Nu ik denk dat het verschil ook grotendeels afhangt van het type openingen men kiest en hoe pragmatisch men speelt (bv. door in een oppervlakkig bestudeerde stelling te kiezen voor een makkelijker spelende variant die niet als kritiek wordt beschouwd.)

    Echter een brede openingskennis/ repertoire is nog iets heel wat anders en dat lijkt mij echt niet noodzakelijk voor de eenvoudige amateur. Op + 2300 spelers wordt voorbereid (wat ik ook aantoon in heel wat van mijn artikels) want de officiële partijen geraken in de databases. Het zou dus zeker geen 8 jaar duren tot er tegenstanders weten hoe bepaalde gambieten goed te beantwoorden.

    Ik blijf dus bij mijn standpunt dat een brede openingskennis opbouwen voornamelijk van toepassing is voor ambitieuze spelers met potentieel waarbij veel tijd aan het schaken spenderen als een automatisme mag worden beschouwd.

    Universele systemen kiezen/ spelen is uiteraard het tegenovergestelde. Dit betekent niet dat een ambitieuze speler met potentieel het niet kan selecteren maar wel dat hij het nooit als enige opening zal kennen/ in zijn repertoire heeft (net zoals TM of Spassky). Betreffende de eenvoudige amateur geloof ik wel dat je met alleen een universeel systeem spelen zoals de hippo weinig of geen risico neemt t.o.v. een eenvoudige amateur die geleidelijk enkele openingen aanleert. MNb, jij kent duidelijk al heel wat van de hippo maar hierbij ben je toch een grote uitzondering (voor mij was het de 1ste keer in mijn 20 jaar carriere dat ik het in een officiele partij op het bord kreeg) Kwalitatief lijkt mij de hippo meer dan voldoende om vele jaren de streek te terroriseren. :)

    BeantwoordenVerwijderen
  18. "Echter een brede openingskennis/ repertoire is nog iets heel wat anders en dat lijkt mij echt niet noodzakelijk voor de eenvoudige amateur."
    Oh, daar ben ik het ook mee eens. Toen ik nog het Morra- en Göringgambiet had ik beslist geen brede openingskennis; zelfs nu wil ik nog niet beweren dat dat het geval is. Toch levert het geleidelijk verbreden van openingskennis ook voor spelers als ik een voordeeltje op tov tegenstanders. De hoogste prioriteit heeft het echter bij lange na niet.

    "dat je met alleen een universeel systeem spelen zoals de hippo weinig of geen risico neemt t.o.v. een eenvoudige amateur"
    Maar dit spreek ik tegen. De Wet van Murphy geldt hier ook, zoals ik hierboven al aanhaalde: vroeg of laat komt de eenvoudige amateur iemand tegen die er werk van heeft gemaakt en je na een zet of tien in een inferieure stelling heeft geloodst. Ik spreek hier uit eigen ervaring; het is me overkomen en ik heb het tegenstanders aangedaan. Het zal gemiddeld langer duren (zowel gemeten in tijd als in aantal partijen) voordat een tegenstander doelbewust je zwakke plekken opzoekt, maar het gebeurt. Met een systeemspeler is dat ook voor eenvoudige amateurs gemakkelijker. Met databases gaat dat nog een stuk sneller dan vroeger. Ik weet helemaal niet zoveel van de Hippo; gewoon een paar minuten gezocht naar varianten die voor wit goed scoren.
    Het leuke op mijn niveau is dat je dat ook weer gemakkelijk om kunt draaien. Als je eenmaal weet wat de zwakke plekken zijn en het lukt een betrouwbare remedie te vinden, dan staat de tegenstander weer raar te kijken met al zijn voorbereiding.

    BeantwoordenVerwijderen
  19. Toen ik mijn allereerste officiële tornooi voor rating speelde, was er een "eenvoudige amateur" die steeds de Fort Knox speelde. D.m.v. de beroemde partij Spassky - O'Kelly (http://www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1104338) slaagde ik erin een zwakke plek te vinden en hem in een inferieure stelling te brengen. 2 andere spelers volgden mijn voorbeeld in het tornooi waarna de "eenvoudige amateur" gedegouteerd uit het tornooi stapte.

    Ik geef die anekdote mee om aan te geven dat ik dus zeker snap dat er ook in de lagere elo-regionen gebruik wordt gemaakt van voorbereidingen/ voorkennis. Echter ik kijk meer naar het totale plaatje.
    1) Wordt het verlies in bepaalde partijen door een specifieke voorbereiding/ voorkennis op de eenvoudige amateur ruimschoots gecompenseerd door het halen van punten in de andere partijen?
    2) Indien een inferieure stelling op het bord komt, blijven er voldoende kansen over om de situatie recht te trekken voor de eenvoudige amateur (in de veronderstelling dat de tegenstander ongeveer even sterk is)?
    3) Laat het systeem toe om te varieren/ te verrassen indien een specifieke voorbereiding vermoed wordt?
    Betreffende de hippo heb ik de indruk dat de 3 vragen allemaal positief kunnen worden beantwoord vandaar mijn stelling dat een eenvoudige amateur weinig risico neemt met de hippo steeds te spelen. Tenslotte geloof ik dat zeker in de hippo praktijkervaring een grote rol speelt om voeling te krijgen met de juiste plannen dus eerder dan het kennen van bepaalde zettenreeksen (wat in grote mate bepaalt of een voorbereiding al dan niet dominant is.)

    BeantwoordenVerwijderen
  20. We zijn het meer eens dan onze lange discussie doet vermoeden .... want hiermee zijn we terug bij het begin. Want ik schreef:

    "er is altijd een opstelling te vinden waartegen het niet werkt"
    Je derde opmerking was mijn uitgangspunt bij het samenstellen van een repertoire dat de Hippo bevat en iets meer tijd kost.

    BeantwoordenVerwijderen
  21. Te extreem omgaan met universele systemen belemmert de groei van amateurschakers en raad ik dan ook ten zeerste af.
    Ik heb meermaals gezien dat schakers gemakkelijkheidshalve een 'universeel' wapen zoeken en nadien versteld staan dat ze moeilijk vooruitgang boeken of moeilijk hun mannetje kunnen staan in anti-systemen.

    BeantwoordenVerwijderen
  22. Ik ben het eens dat het te extreem omgaan met universele systemen de groei naar alle waarschijnlijkheid belemmert. Het uitlsuitend spelen van een universeel systeem vind ik dan ook enkel ok voor spelers die niet meer geïnteresseerd zijn in groei en het beu zijn om openingen te studeren. Ik geloof dat er heel wat zulke spelers zijn die gewoon een potje willen schaken.
    De hippo lijkt mij voor dit type spelers een goede keuze. Als dat aangevuld wordt met de aanbevelingen van MNb in zijn 4de post dan wordt het nog beter.

    BeantwoordenVerwijderen
  23. Ik speel in bullet en blitz altijd c6-d5 met zwart op zet 1 en 2. Kan bij mijn weten niet worden afgestraft (op belachelijke offers na natuurlijk) en wat echt opvallend is dat er bijna niemand is onder de 2000 die veel theorie speelt tegen de caro of de slav (waarschijnlijk geld dit voor alle openingen).
    Bv. in de caro is de doorschuifvariant op top niveau tegenwoordig bijna dodelijk voor zwart maar onder de 2000 haal ik daar mijn beste resultaten tegen, zeker in bullet/blitz.

    BeantwoordenVerwijderen
  24. Mijn broer speelde vroeger ook schaak (1600-1700 elo) en wou geen schaaktheorie leren dus kwam mij vragen of ik een goed makkelijk systeempje kende voor zwart. Wel ik raadde hem toen ook c6-d5 aan waarvan hij heel tevreden was. Op zijn niveau was er bijna geen gevaar voor een afstraffing van zijn totaal gebrek aan theoriekennis en zelfs tegen spelers 200 punten hoger gekwoteerd kon hij goed weerwerk bieden. C6 - d5 heeft als grote voordeel t.o.v. de meer universele hippo dat je met zwart sneller veel meer ruimte krijgt en dus minder kans hebt om weggedrukt te worden. Nu elk voordeel heeft zijn nadeel want op een hoger niveau begint theorie zeker een grote rol te spelen in de c6-d5 opstelling in tegenstelling met de hippo.

    BeantwoordenVerwijderen
  25. Volledig akkoord met bovenstaande. Want met minder ruimte moet je toch al kunnen spelen vind ik of het moet je liggen. Ik kan het in elk geval niet. Mijn c8 loper moet ontwikkeld worden anders vind ik mezelf al slechter staan. Dat is ook de reden dat ik niet graag frans speel met zwart.

    BeantwoordenVerwijderen