vrijdag 18 december 2015

Sneller

60 plussers vragen mij af en toe waarom ik niet vaker speel. In hun beste jaren speelden ze soms in een weekend zowel vrijdagavond, zaterdag als zondag schaak. Als ik dan als antwoord geef dat ik jonge kinderen heb dan wordt dit steevast gecounterd met dat ik toch een echtgenote heb. De emancipatie van de vrouw is de laatste decennia niet gestopt en terecht natuurlijk. Trouwens ik beklaag het mij zeker niet want ik spendeer graag tijd met mijn kinderen.

Sociale verschuivingen maar ook de grotere flexibiliteit gevraagd door de werkgevers, het veel uitgebreidere aanbod vrijetijdsbestedingen,... zetten onze agenda's zwaar onder druk. Ik vermoed dat het dubbelrondig gesloten clubkampioenschap van de Roeselaarse Torrewachters kanshebber is om als grootste levende dinosaurus in België te worden benoemd. 22 ronden bikkelen 12 spelers in de A-klasse het uit met een naar hedendaagse normen langzaam interclubtempo (B en C-klasse gebruiken zelfs nog 2u 40 zetten met 1u K.O). Het is geen toeval dat enkel (?) jongeren, (pre-)gepensioneerden of (eeuwige) vrijgezellen deelnemen.

10 jaar geleden toen ik voor het eerst in de Brugse Meesters met het snelste fide tempo (1h30 met 30 seconden increment) in contact kwam, werd nog de vraag gesteld of dit tempo als serieus kon worden beschouwd. Vandaag is de vraag eerder hoe we ervoor kunnen zorgen dat er nog meer tijd kan worden bespaard. Dubbele ronden op de speeldagen zien we daarom in heel wat fide-tornooien steeds vaker opduiken. Het nieuwe initiatief van Wachtebeke gaat hierbij nog een stapje verder door de voormiddag vrij te houden en de dubbele ronden te proppen in de namiddag. Nadeel van deze keuze is dat het niet aangenaam en zelfs gevaarlijk is om nog ver naar huis te rijden na middernacht.

Het initiatief van de Zurich Chess Challenge organisatoren mag dan wel als bedoeling hebben om topschaak aantrekkelijker te maken, een sneller standaardschaak kan mogelijks ook aan amateurs een oplossing bieden voor hun steeds beperktere vrije schaaktijd. Echter het verder reduceren van de bedenktijd in standaardschaak bevat zeker ook gevaren. Hoe sneller het tempo, hoe dichter we beginnen aan te leunen bij internetschaak. Met internetschaak heb je geen last van (lange) (nachtelijke) autoritten. Je moet niet wachten tussen de ronden. Je vermijdt het jo-jo effect in vele Zwitserse tornooien want je kan de tegenstanders selecteren volgens rating. Kortom het verwondert mij niet dat ik al clubspelers hun lidmaatschap heb zien opgeven omdat ze internetschaak veel makkelijker en aantrekkelijker vinden.

Het enige wat misschien internetschaak je niet geeft, is een betrouwbare rating. In fide-tornooien heb je tenminste een zekere controle over de identiteit van je tegenstanders.  Erg grappig was trouwens fides beslissing om de spelers te verzamelen op 1 locatie voor het 1st fide world online dames blitz kampioenschap. Met een eerste prijs van 3000$ stond er natuurlijk wat meer op het spel dan wat we gewoon zijn in online schaak.

Nu weinig spelers bekommeren zich om een betrouwbare online-rating. Het sneller tempo zorgt voor grote schommelingen in de rating en schaken wordt steeds meer als een spelletje herleid. Fide heeft meer dan 3 jaren geleden officiële rapid en blitzratings geintroduceerd maar de meerderheid van de Belgen heeft er nog steeds geen.
Ratings standaard/rapid/blitz
We zien een groot verschil tussen de top 20 spelers en de rest. Zo hebben 12 van de top 20 een rapidrating en 14 van de top 20 een blitzrating. Bij de top 100 spelers zijn het er slechts 33 die een rapidrating hebben en 39 die een blitzrating hebben. Als topspeler win je natuurlijk makkelijker prijzen dus misschien verklaart dit het verschil in interesse.

Rapid en blitz-tornooien worden vandaag in België sporadisch doorgegeven voor eloverwerking maar het verklaart niet waarom de meerderheid nog altijd geen rapid/blitz- ratings heeft na 3 jaar. Als er interesse was dan hadden spelers al lang gezocht naar een tornooi die eloverwerking doet. Zelfs zonder eloverwerking zie je beperkte rapid of blitz-activiteiten in de clubs. In Deurne speelden afgelopen maanden slechts 7 spelers meer dan 3 clubdagen mee op 13 in de Deurnse superblitzer terwijl aan het clubkampioenschap 21 spelers deelnemen en nu 6 ronden ver is.

Misschien het meest democratische systeem is TSM Open. Spelers mogen zelf het tempo kiezen waarmee ze willen spelen en worden gepaard met iemand die dezelfde keuze heeft. Naast de (trage) fide-tempo's wordt het zo ook mogelijk om 1 uur K.O te spelen. Van de 14 spelers kozen echter 8 spelers voor de (trage) fide-tempo's, voor 4 spelers was het om het even en slechts 2 spelers kozen voor het (nieuwe) 1 uur K.O systeem.

Iedereen beseft dat een sneller tempo een verlies aan kwaliteit betekent. Ik vrees dan ook als organisatoren in de toekomst massaal overschakelen naar nog snellere tempo's (als fide het toelaat voor eloverwerking) dat onze ledenaantallen serieus zullen dalen. Spelers komen eerst en vooral naar de club om een partij te spelen waarvan men achteraf kan zeggen dat er inhoud was en geluk nauwelijks een rol speelde. Ik zie dan ook een sneller tempo meer als een uitbreiding van het aanbod dan de ultieme oplossing van het tijdsgebrek waarmee veel schakers kampen.

Zelfs 1 uur per partij per speler is alweer een ander soort schaak dan wat we bijvoorbeeld in de interclub vandaag spelen. Dit betekent niet dat er geen leuke partijtjes kunnen zijn want spelers gaan al eens iets meer riskeren. Zo speelde ik dit seizoen in Open TSM een scherp partijtje op 1u K.O. We konden pas starten na 21u 's avonds omwille van de jaarlijkse algemene vergadering en ik had geen zin om tot 2 uur 's morgens te spelen terwijl ik al om 7 uur op moest staan.

Jan had pech dat ik wel iets afwist van dit Goringgambiet maar ik heb ook het gevoel dat hij de partij niet even serieus speelde als in officiële wedstrijden. Het is net dat serieuze/ officiële element dat we nodig hebben om competitieschaak interessant te houden. Ik mis dit bij rapid- blitz-schaak wat ik recent nogmaals zelf ervoer toen ik zonder problemen mijn PC aflogde net voor de finale tiebrake rapids tussen Magnus en Maxime. Noem mij oud en conservatief maar nog sneller hoeft voor mij niet.

Brabo

zaterdag 12 december 2015

Restbeeld

Het is afkicken van de actuele verslaggeving op Schaakfabriek waarvan we bijna 8 jaar mochten genieten. Ik weet wel dat niets eeuwig blijft duren maar nu is er helemaal geen gecoördineerde regionale verslaggeving meer. Ik had gehoopt dat Jan Gooris met zijn initiatief Vlaanderen schaakt digitaal deze leemte deels zou opvullen maar de inhoud gaat bijna uitsluitend over leren schaken.

Uit een recente enquête bleek dat een meerderheid van de lezers het didactisch materiaal wel kon smaken. Het materiaal is van excellente kwaliteit en ik twijfel er niet aan dat spelers tot 2200 elo iets kunnen opsteken. Schakers iets bijbrengen is Jan zeker op het lijf geschreven want ik zie hem geregeld op vrijdagavond in TSM voor de start van de clubcompetitie nog enkele jongeren iets aanleren. Zo zag ik vorige week nog hoe hij met de hulp van eigen nota's hun inbeeldingsvermogen trainde.

De leerlingen krijgen een stelling en plaatsen die op een bord. De opgave bestond erin om niet de stelling op het bord te evalueren maar de stelling na een aantal specifieke zetten zonder dat deze zetten op het bord mogen worden uitgevoerd. De voor mij totaal onbekende techniek was zowel simpel als ingenieus.

Spelers die al eens blind hebben geschaakt, weten dat het niet zo eenvoudig is om stellingen goed te kunnen inbeelden. Blindsimultanen blijven daarom ook vandaag spectaculair. Het wereldrecord werd niet zo lang geleden in 2011 nog scherper gesteld door FM Marc Lang op 46 borden maar zelfs een bescheiden aantal vind ik best nog speciaal. Zo waagden in het laatste decennium o.a. lokale helden Jan Rooze zie youtube, Ronny Weemaes zie gmclub en Glen De Schampheleire zie karpovmeetskarpov zich aan deze aparte discipline. Zelf heb ik nooit veel blindschaken gespeeld. Ik herinner mij wel dat ik een aantal partijtjes speelde tegen Kris Deleu tijdens saaie theorielessen aan de Hogeschool Gent maar dat is alweer 20 jaar geleden.

Kortsluitingen bij het blindspelen gebeuren er natuurlijk ook. Zelfs regerend wereldkampioen Magnus Carlsen kwam laatst bij een blindsimultaan in de problemen toen hij er niet meer in slaagde om de stellingen bij te houden, zie filmpje. Nu dit soort kortsluitingen kunnen ook gebeuren in standaardschaak. Bij het uitrekenen van varianten gebeurt het wel eens dat we onderweg niet meer alle stukken op de correcte velden kunnen voorstellen. Dit fenomeen wordt soms ook gerelateerd aan restbeelden die blijven hangen.

Een eerste voorbeeld van dit soort fouten die ik in dit artikel wil voorstellen, komt uit mijn eigen praktijk. De partij speelde ik in 1998 tegen Philip Lemmens.

De partij liep nog goed af voor mij en dan maak je jezelf minder druk om dit soort fouten. Erger was heel recent toen ik opnieuw door een restbeeld een directe winst miste en uiteindelijk de partij liet verzanden in remise.

Niemand is immuun voor dit soort fouten. Zo las ik de voorbije maanden het boek 'The Life and Games of Mikhail Tal' en jawel ook de tovenaar van Riga had soms last van restbeelden in zijn combinaties zoals onderstaand voorbeeld bewijst.

Visualiseren van een stelling is iets wat getraind kan worden. De simpelste manier lijkt mij door geregeld standaardpartijen te spelen waarbij de speler dus voldoende tijd krijgt om te rekenen. Diep en lang nadenken is iets wat ik bij vele jonge spelers onvoldoende zie en dit gedrag wordt spijtig alleen maar beloond in de vele rapidtornooien zoals het Vlaams jeugdcriterium. Het lijkt mij dus niet onredelijk om hier iets aan te veranderen want hogerop wordt rekenen steeds belangrijker.

Brabo

zaterdag 5 december 2015

Risico's

Als je kijkt naar de spelregels van ons eeuwenoude spel dan stel je vast dat er de laatste jaren heel wat aan gesleuteld is. Sommige veranderingen werden fel bekritiseerd maar iedereen was het er wel over eens dat bepaalde aanpassingen noodzakelijk waren om de toekomst van het schaken veilig te stellen. Zo zien we dat de meeste organisatoren dankbaar gebruik maken van de snellere tempo's om hun tornooien zowel aantrekkelijk als kost efficiënt te houden. De organisatoren van het toptornooi in Zurich maakten zelfs recent een oproep naar de fide om nog snellere tempo's toe te laten voor standaardschaak.

Een gedurfd commercieel concept is het Miljonair-tornooi van Las Vegas waarbij grote geldprijzen werden uitgereikt deels gesponsord door de hoge inschrijvingsgelden. In US kreeg het tornooi heel wat publiciteit ook in de mainstream-media waardoor we toch van een zeker succes mogen spreken. Schaken komt vandaag bijna alleen nog negatief in het nieuws dus misschien moeten we dit model meer uitwerken alhoewel ik vrees dat in Europa zoiets moeilijker ligt.

Schaken (opnieuw) bekend maken bij het grote publiek is natuurlijk al lang een doelstelling in de schaakpolitiek. Het toelaten van sofia regels en daarna ook effectief toepassen in heel wat tornooien, maakt uiteraard onderdeel van de strategie. Desondanks zien we dat alle inspanningen ten spijt het geen garantie biedt op spektakelschaak want in de cruciale 7de ronde van het Miljonair tornooi was er heel wat controversie over de partij Luke McShane - Hikaru Nakamura die teleurstellend eindigde na 9 zetten in een zetherhaling.

Schakers zijn pure individualisten. Ik val in herhaling maar soms moet ik wel want in het zonet  gepubliceerd interview met Harika Dronova werd opgetekend "But all the top players have different skills and I respect them for the hard work they put in it to entertain viewers with beautiful games". Het is onzin om te beweren dat schakers zetten kiezen om het publiek te amuseren. Nu het hele interview kan mij niet bekoren.

Risicomanagement is een erg belangrijk aspect in het schaken maar zorgt er tezelfdertijd ook voor dat spelers geregeld niet tot echt schaken komen. Dit negatieve zagen we in een extreme vorm in de eerder vermelde partij maar het kan ook een stuk subtieler. Zo koos ik voor een lange theoretische lijn in mijn partij tegen Marc Ghysels die uiteindelijk uitmondde in een eindspel waar te weinig muziek in zat.

Ik had geen zin om onvoorbereid de scherpste varianten te spelen en hoopte dan maar dat hij het nevensysteem niet voldoende zou kennen. Marc had in onze vorige onderlinge partijen gekozen voor een Scheveningen, Pirc en Frans dus ik vond het niet onredelijk om die gok te wagen.

Het hoeft zelfs geen lange theoretische varianten te zijn om te spreken van anti-schaak. In de volgende interclubpartij werd al heel snel de theorie verlaten en toch kwam de partij nooit van de grond omdat geen enkele speler bereid was om risico's te nemen.

Zowel ik als Philippe hadden meerdere mogelijkheden in de partij om de stelling te verscherpen maar er werd slechts op een algemene afruil aangestuurd. Met bovenstaande partijen zal je nooit het grote publiek warm kunnen maken.

Spelers kunnen worden overtuigd om meer risico's te nemen als er een beloning is. Een goede motivatie is een grote elokloof want de hoogst gekwoteerde speler moet dan wel winnen. In het verleden toonde ik al enkele voorbeelden in mijn artikel spelen op de man. Recenter maakte ik een opmerkelijke keuze in mijn partij van Open Gent tegen Hendrik Westerweele.

Ik taxeerde correct dat slaan met de c-pion goed was maar je kan duidelijk zien in het vervolg dat ik niet gewend ben om met zwart dit soort stellingen te spelen. Ik ben mij dan ook bewust dat ik met een iets ander verloop best had kunnen verliezen.

Dit artikel gaat dan ook niet over of risico's nemen al dan niet gezond is voor je rating. Meer risico's verhoogt de spektakelwaarde. Die is nodig om publiek en uiteindelijk sponsors aan te trekken. Een grote elokloof is slechts aanwezig in een beperkt aantal partijen dus voor de meerderheid is er nood aan bijkomende stimuli. Een aangepast puntensysteem, scheidingssystemen, schoonheidsprijzen, sofia regels... helpen maar zijn niet sluitend. Anderzijds moeten we vermijden dat een hard bevochten remise niet (te zwaar) bestraft wordt. Organisatoren hebben het niet makkelijk met de erg beperkte goodwill van de deelnemers.

Brabo

donderdag 26 november 2015

Opgeven

Jonge ouders zullen zeker al eens gehoord hebben van Triple P. Deze moderne opvoedingsmethode bekijkt steeds problemen vanuit een positieve ingesteldheid. Straffen wordt zoveel mogelijk vermeden. Ik ben al lang fan van deze aanpak maar makkelijk is het zeker niet. Bovendien is het steeds opboksen tegen de zienswijze van de oudere generatie die heel andere technieken hanteerde.

De toekomst zal ons vertellen welke ouders de beste keuzes hebben gemaakt. Vandaag ben ik best tevreden met de band die ik met mijn kinderen heb opgebouwd alhoewel ik soms wel eens afvraag of we het niet te gezellig maken. Teleurstellingen horen nu eenmaal bij het leven en bij sommige jongeren zie je toch een gebrek aan ruggengraat zoals een recent artikeltje op hln bewees.

Net daarom kan schaken een belangrijke meerwaarde betekenen voor heel wat kinderen. Ik zeg kan want ik merk op dat veel kinderen weliswaar schaakles volgen maar weinigen meespelen in tornooien. In de recentste jeugdtornooien was mijn zoon de enige van een 30 tal kinderen uit Deurne die effectief deelnam. Natuurlijk is er een verband met de bereidwilligheid van ouders of vrijwilligers maar ik zie ook dat veel kinderen liever niet deelnemen aan competities. Competitieschaak is een harde leerschool. Dit merk je bijvoorbeeld ook op bij de allerkleinsten wanneer ze de traantjes niet meer kunnen onderdrukken door de emoties.

Zelfs na vele jaren competitieschaak kan ik stellen dat verliezen nooit helemaal went. Misschien verklaart dit ook waarom ik het spelletje blijf spelen in tegenstelling tot vele leeftijdsgenoten. Nauw verbonden met verlies is natuurlijk ook het eeuwige discussiepunt wanneer blijven verder vechten of wanneer beter opgeven. Aan mijn zoon die bij de -8 speelt, geef ik altijd de raad om door te spelen tot de mat. Echter bij ervaren spelers is het veel minder gebruikelijk om zo lang door te spelen. In een compleet verloren positie doorspelen is niet alleen puur tijdsverlies maar wordt ook als een gebrek aan respect beschouwd.

Wat is een compleet verloren positie of anders gezegd wanneer wordt een partij normaal opgegeven? Om een meer objectief antwoord hierop te kunnen geven, heb ik eens mijn laatste 100 partijen onder de loep genomen waarin een speler opgaf of mat werd gezet. De slotstellingen liet ik door Komodo 8 op mijn portable evalueren na telkens een minuutje rekenen. Elke score boven de [9] liet ik kappen tot [9] om te vermijden dat enkele waarden het gemiddelde zouden scheef trekken. Ik vermoed dat niemand in twijfel trekt dat [9] = dame voor iedere clubschaker volstaat om de partij te winnen.
Mijn 100 meest recente partijen waarin een speler opgaf of mat werd gezet.












Tot mijn verbazing stelde ik vast dat het gemiddelde erg hoog lag met 7,45 punten! Ik scoorde 7,46 en mijn tegenstanders 7,44 dus bijna krak hetzelfde. Ook interessant vond ik om te weten of er verschillen zijn in de ratinggroepen.
Rating/ gemiddelde score bij opgave of mat
Er zijn weinig partijen verwerkt maar we zien toch een soort trend dat lager gekwoteerde spelers iets sneller opgeven naarmate het eloverschil groter is. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn het toenemende respect voor de sterkte van de tegenstander en het beseffen van de afnemende kansen op een kantelen van de partij. Voor de hoger gekwoteerde spelers durf ik niets te vertellen omdat het aantal partijen te klein is.

Uit de statistieken leid ik 1 belangrijk feit af en dat is dat schakers gemiddeld erg lang doorvechten. In 58 van de 100 partijen tekende ik zelfs een score op van 9 of meer! Het is dus een fabeltje dat competitiespelers opgeven van zodra ze totaal verloren staan. Zoals al eerder vermeld is schaken in de eerste plaats een puur individuele aangelegenheid en trekt met zich weinig of niets aan van wat het publiek denkt. De meeste spelers, mijzelf incluis spelen dus een heel tijdje door in compleet verloren stellingen.

Desalniettemin heb je ook spelers die geen zin hebben om totaal verloren stellingen lang door te spelen. Zeker in open tornooien kan je soms meemaken dat een horde kibitzers als gieren zitten te likkebaarden naar de doodstrijd die op een bord afspeelt. Het is dus begrijpelijk dat sommigen graag een eind maken aan de partij wanneer er geen realistische kans meer bestaat op beterschap. Wanneer kan je met een gerust hart opgeven? Wel als we kijken naar enkele recente handicap matches tussen mens en machine dan stellen we vast dat een mens nog makkelijk in de fout kan gaan met extra materiaal. Elke situatie is natuurlijk anders maar minder dan een licht stuk achter, vind ik zeker te vroeg. Mijn vroegste opgave in bovenstaande tabel is dan ook bij een score van 3 waarbij ik dan nog in tijdnood zat en mijn tegenstander meer dan 300 punten extra had zie 1ste partij van het artikel "met een kanon op een mug schieten".

Groot was dan ook de verwondering bij mijzelf en de aanwezige spelers in TSM toen mijn tegenstander Raf De Coninck enkele maanden geleden bij een 0,77 nadeel al de brui gaf.
Opgave wit bij -0,77 score van Komodo
Als je Komodo langer (10 minuten) laat nadenken dan begint hij wits stelling somberder te evalueren dus veel perspectief biedt wits stelling niet. Echter iedereen behalve Raf was het eens dat het te vroeg was om op te geven. Nu het kan natuurlijk nog erger zoals deze zomer gebeurde in de Politiken cup met de bekende Zweedse grootmeester Tiger Hillarp Persson die opgaf in een dode remisestelling.
Opgave wit in een dode remisestelling
De remiseweg werd getoond op diverse sites waaronder de blog van de Indische IM Sagar Shah. Het is zeker geen alleenstaand feit. Op de blog van Tim Krabbe kan je een hele lijst van bijzondere opgaven terugvinden in gewonnen stellingen. Zelf vind ik het daarom niet slecht om je tegenstander nog eventjes de makkelijke winstvariant te laten uitspelen. Bovendien doe je er vaak nog je tegenstander een plezier mee dat hij de slotcombinatie effectief ook op het bord mag tonen.

Brabo

maandag 23 november 2015

In memoriams

Binnen het schaken zijn er diverse aspecten waarin men zich kan “specialiseren”. Onze webmaster hier benadert het schaken op wetenschappelijke wijze – hij focust op de strijd op het bord. Hij houdt consequent vast aan zijn aanpak en zijn openingsrepertoire, waarbij hij relatief minder aandacht heeft voor het sportieve of artistieke aspect van het schaken. Dat is geen oordeel, gewoon een vaststelling. Want dat is net het leuke aan schaken (en andere sporten/spellen) dat er geen “winnende” aanpak is.

Ikzelf heb graag geschaakt, maar nog liever lees en schrijf ik over schaken – en dan nog vooral de onbekende kanten van het schaken, zijn opvallende en minder bekende actoren, de uitzonderlijke gebeurtenissen. Dat heeft deels te maken dat mijn eerste schaakboek ‘Thieme’s Nieuwe Schaakboek’ was (van Unzicker) – een zeer goed eerste boek voor beginnende 1.e4 spelers. Hierin zit een beknopt overzicht van de moderne schaakgeschiedenis, samen met de beste partijen van de wereld-kampioenen, zodat ik vanaf mijn eerste boek al in aanraking kwam met de klassiekers. Met Tim Krabbé als uitmuntend schrijver over de anekdotische kant van het schaken even later (eerst via zijn schaakrubriek in ‘Kijk’, later met de komst van het internet) kreeg ik interesse voor het toeval en het bizarre in het schaken.

Toen in mijn club een lid en wielertoerist overleed in een verkeersongeval, vond ik dat de man minstens een kort artikel verdiende om herdacht te worden – al was het maar op schaakvlak. Het was het begin van een reeks ‘in memoriams’ voor het clubblad, waarin ik niet enkel de eigen ontvallen leden nog eens in het zonlicht zette, maar ook de (sub)toppers die het tijdelijke voor het eeuwige ruilden.

Ook hier was internet een dankbare (maar niet noodzakelijk volledige) bron en vaak stootte ik op namen die tot mijn verrassing ook in het lijstje opgenomen konden worden. Ik weet dat deze website eerder de focus heeft op het schaaktechnische, maar een artikeltje over de (on)bekende schaaksoldaat nu en dan kan geen kwaad, denk ik.

Om niet helemaal uit de toon te vallen, ga ik proberen om een beetje spelers te selecteren wiens openingsrepertoire wat aansluit bij dat van de webmaster (1.e4 openingen met vooral Spaans en op 1.d4 het Hollands).

Een lange inleiding om als eerste in de reeks Bert Enklaar (1/12/1943-3/10/1996) voor te stellen. Bert Enklaar kende een wisselvallige carrière – in die mate zelfs dat hij verschillende keren overwoog om te kappen met schaken. Zijn eerste grote tornooi was de B-groep van het IBM tornooi in Amsterdam 1964, gewonnen door Karaklajic. Enklaar werd zevende met 4/9. Zeven jaar later (nadat hij in 1970 de reservegroep had gewonnen) verbeterde hij zijn score: 5,5/11 in de B-groep. Zijn doorbraak kwam toen hij samen met Zoltán Ribli de Meestergroep won van het Hoogovenstoernooi 1973. Beiden haalden 12/15 – 2 punten voorsprong op Hecht en vier op Krnic en Cafferty.

Maar voor het echt grote werk viel Enklaar te licht uit: in Amsterdam IBM 1972, gewonnen door Polugaevsky, werd hij gedeeld laatste met 4/15 (ondanks winst in de eerste ronde tegen Walter Browne); Amsterdam IBM 1973: gedeeld voorlaatste met 5,5/15. Het jaar erop weer maar 4,5/11 in de meestergroep, waarin Jos Boey tweede werd achter Makarichev. Hoogovens 1974: 6/15; zijn elo lag in die periode boven de 2400. In 1973 werd hij gedeeld eerste in het Nederlands kampioenschap samen met Genna Sosonko en Coen Zuidema. Sosonko won toen de beslissingsdriekamp om de nationale titel. Het was zijn meest succesvolle deelname aan het NK, later was zijn rol eerder die van middenmotor. Enklaar speelde voor Nederland in de Olympiades van Skopje (1972) en Nice (1974). In de jaren 1980 en 1990 speelde hij veel minder maar bleef een zeer sterk schaker, getuige zijn spectaculaire overwinning op Ljubomir Ljubojević gespeeld in het Lost Boys-toernooi in Antwerpen, vlak voor zijn overlijden.

Met wit speelde Enklaar bijna alles – 1.d4, 1.c4, 1.Pf3, 1.e4; deze Spaanse partij is dus niet representatief voor Enklaar en het is zeker ook niet zijn beste. Tot aan zet 25-30 vallen de fouten nogal mee, maar eenmaal de tijdnood meespeelt is het hek van de dam en heeft de computer de ene na de andere opmerking.


HK5000

dinsdag 17 november 2015

Taktiek deel 2

Als we een gespeelde partij door de computer halen dan is het vaak schrikken wat we allemaal tactisch gemist hebben. Het vergalt voor sommigen zelfs in die mate het spelplezier dat ze niet meer willen kijken naar wat het tactisch monster allemaal uitspuwt aan varianten. Ik ben daarentegen een echte masochist want zelfs de slaap zou ik laten om toch maar eerst een goede ouderwetse afranseling te kunnen krijgen (zie mijn artikel interferenties).

Natuurlijk ben ik niet serieus. Het is in de eerste plaats mijn ongebreidelde nieuwsgierigheid die voorlopig getemperd moet worden met een snelle kwalitatieve analyse. Ik vermoed dat voor 99% van de schakers hun partijanalyse hiermee stopt maar mijn nieuwsgierigheid is pas helemaal verzadigd wanneer ik vaak dagen of zelfs weken later elke partijzet minstens 1 minuut heb laten evalueren door mijn 2 sterkste schaakprogramma's, zie details in mijn artikel analyseren met de computer. Het verklaart ook deels waarom partijen soms pas maanden na de speeldag hier op de blog aan bod komen. Kwaliteitsvolle analyses kosten nu eenmaal tijd zeker als schaken niet je beroep is.

Behalve plezier kan je jezelf terecht afvragen of er enig nut is aan het maken van dit soort grondige partijanalyses. Ik heb natuurlijk een blog en dan wil je geen belabberd figuur slaan met slappe analyses op het internet maar wat als de blog niet zou bestaan? Iedereen kan nog wel begrijpen wat het nut is van openingsanalyses want de kans is reëel dat die ooit van pas komen maar wat is de kans dat een tactisch grapje in het middenspel ooit nog in de praktijk verschijnt? Als ik objectief kijk naar mijn eigen partijen dan moet ik toegeven dat het bijzonder zeldzaam is dat je eenzelfde combinatie in het midden- of eindspel meerdere keren zult tegenkomen. Anderzijds is het wel zo dat fouten heel goed worden onthouden soms zelfs vele jaren later.

Zo miste ik eens in 2002 een niet eens zo moeilijke tactische combinatie. Ik baalde na de partij enorm vooral omdat ik de winst daarna nog liet glippen.

Echter deze zomer kreeg ik tot mijn grote vreugde de kans om een gelijkaardig motief te spelen in de laatste ronde van Open Gent. Niet alleen vond ik de combinatie wel deze keer maar had ik ze al een paar zetten eerder gezien !

Het wordt pas helemaal gek wanneer ik vertel dat iets later in dezelfde partij nog eens eenzelfde soort tactische eigenaardigheid zich voordoet. Vorig seizoen miste ik in de slotronde van het Deurnse klubkampioenschap een vrij eenvoudige damewinst tot mijn grote verbazing. Gelukkig was mijn gekozen zet ook nog vlot winnend anders had ik wel heel rode oortjes gehad.

Krak hetzelfde motief maar dan in een veel mooiere versie kwam aan bod in die partij tegen Ted. Niet alleen kostte het mij deze keer slechts luttele seconden om de juiste zetten te vinden maar ik had de combinatie al gezien voor wit sloeg op b7 !

Een zwaluw maakt de lente nog niet dus deze voorbeelden bewijzen niet dat het spenderen van vele uren met partijanalyses een hoog rendement oplevert. Persoonlijk denk ik dat een goed tactisch schaakboek of een van de vele tactische sites (waarvan enkele vermeld werden in het artikel onzichtbare zetten) veel efficiënter werkt. Een paar puzzels oplossen kan wel fun zijn maar dagelijks je huiswerk maken zoals sommige (Belgische) toppers doen, is eentonig hard labeur waarvoor ik mij als amateurschaker niet kan opladen.

Brabo

zaterdag 7 november 2015

Wandelende koningen

De sterke Georgische grootmeester Jobava Baadur bevestigde nog maar eens in een recent gepubliceerd tweedelig interview op Chessbase dat het kennen van de klassiekers cruciaal is in de ontwikkeling van elke jonge speler. Spijtig komt deze info voor mij meer dan 20 jaar te laat want toen was er geen internet of andere bron die mij hierop attent kon maken. Ik kwam pas via mijn werk in 1998 voor het eerst beperkt in contact met het internet.

Sedert een jaar of 5 ben ik nu langzaam bezig om dit gat in mijn schaakkennis te dichten. Vaak geraak ik niet verder dan 15 minuutjes per dag maar ondertussen heb ik wel het gevoel dat ik eindelijk een mondje kan meepraten over onze schaakgeschiedenis. Schaaktechnisch leer ik ook wel iets maar elowinst verwacht ik niet daar er te veel andere factoren minstens even belangrijk zijn.

Misschien het meest aantrekkelijke bij het bestuderen van de klassiekers is het ontdekken van verbanden tussen vandaag en vroeger. Het herkennen van bepaalde wederkerende thema's laat toe om partijen beter te begrijpen en te consumeren. Zo heb je bijvoorbeeld het thema van de wandelende koning. De koning gaat op wandel enkel met de bedoeling om niet in de weg te lopen van het offensief. De waanzinnige koningswandel van Navara die aan bod kwam in mijn artikel g4 in de najdorf is dus geen goed voorbeeld van dit thema.

Als we kijken naar onze klassiekers dan is het geen verrassing dat oud-wereldkampioen Tigran Petrosian meerdere keren dit thema gebruikte. Zijn meest bekende is wellicht de partij tegen de Duitse grootmeester Wolfgang Unzicker.

Een ander indrukwekkend voorbeeld vind ik zijn partij tegen de Spaanse grootmeester Jesus Diez del Corral.

Nog andere Petrosian partijen met dit thema kan je vinden in deze collectie. Petrosian heeft met zijn bijzondere stijl een grote invloed gehad op het schaken. Dit werd al vermeld in mijn artikel over profylaxis maar dit zien we ook terug met dit thema. Zo werd nog heel recent een koningswandel uitgevoerd in de tiebrake van de halve finale voor de wereldbeker door de Russische topgrootmeester Peter Svidler in een partij tegen het Chinees wonderkind Wei Yi.

Die topspelers kennen natuurlijk hun klassiekers maar ook dichter bij huis zien we dan onze Belgische toppers de nodige bagage hebben. Zo toonde zelfs Bart Michiels in onze onderlinge partij een wandelende koning.

Ik kan mij goed voorstellen dat sommige spelers zelfs zonder het kennen van de klassiekers een wandelende koning kunnen bedenken. Echter de kostbare tijd die nodig is om zelf iets te bedenken is zeker met de huidige snellere tempi niet altijd beschikbaar. Ik lees vaak dat de oude meesters 40 minuten of meer nadachten over 1 zet maar die luxe hebben we niet meer.

Brabo