woensdag 27 mei 2015

Catenaccio

De jeugd is de toekomst van morgen. Terecht wordt heel wat aandacht geschonken aan onze jeugd maar dit betekent geen vrijgeleide om de (iets) oudere schakers al af te schrijven. Dit werd nogmaals getoond door sterke Jan die in het Griekse Eretria Europees kampioen werd bij de + 65 jarigen. Een TPR meer dan 200 punten boven de eigen rating terwijl je slechts de 5de startrating hebt, is toch iets wat je eerder zou verwachten van een opklimmende jeugdspeler.

De uitzondering bevestigt de regel maar daar ging Marcel Van Herck op het Vlaams kampioenschap niet mee akkoord. Vooraf was hij gebombardeerd als kanonnenvoer maar tot ieders grote verrassing werd hij ei zo na kampioen met een TPR wel 332 elo hoger dan zijn rating.
Marcel Van Herck
Ei zo na is helemaal niet overdreven als je weet dat hij de hoogste TPR neerzette van de 7 leiders (of ruimer genomen van het hele deelnemersveld) en vorig jaar TPR nog als eerste scheidingssysteem werd gebruikt om Steven Geirnaert tot Vlaams kampioen te kronen. Nu vorig jaar was er ook heel wat kritiek op TPR als scheidingssysteem en dat was niet allemaal onterecht. Marcel toont trouwens zelf aan dat rating soms heel relatief is. Edo Phoenix op Caballos forum liet optekenen dat Marcel te weinig rating heeft.

Het nieuwe scheidingssysteem werd zeker niet door iedereen geapprecieerd maar ik vraag mij af welk systeem ooit perfect kan zijn bij 7 spelers die gelijk eindigen. Rapidwedstrijden zullen ook een hele tijd in beslag nemen met 7 spelers dus niet iedereen zal daar mee gelukkig zijn zonder maar te denken aan organisatorische problemen. Uiteindelijk vind ik de keuze voor meeste winsten en meeste zwartpartijen niet onlogisch. Het is de organisatie hun volste recht om een extra beloning te geven aan spelers die bereid zijn om risico's te nemen zelfs al heeft dit niet perse iets te maken met beter schaken. De scheidingssystemen waren op voorhand bekend zie reglementen dus men kon zijn tornooistrategie erop afstemmen.

Ik wijk af van waarover ik het wil hebben in dit artikel want dat is natuurlijk Marcel. Marcel heeft niet de krachtige aanvallende speelstijl van Jan maar toch bleek dit tornooi zijn aanpak erg verraderlijk voor heel wat spelers. Zijn tegenstanders soms honderden punten hoger voelden zich verplicht om op winst te spelen maar liepen geregeld op een dodelijke counter.

Op schaakfabriek liet Adrian Roos optekenen dat het niet zonder risico is om vol voor winst te gaan tegen Marcel Van Herck. Stefan Docxs blunder van een ronde eerder tegen Marcel is iets te zwaar om dit toe te wijten aan op winst te spelen maar feit is wel dat Marcel met zijn erg afwachtend spel zeker ook de alertheid bij Stefan deed afnemen. Echter zijn partij tegen Rein past wel zeker weer helemaal in het plaatje. Rein speelt vol op winst, kan de winst al ruiken maar mist iets en plots kantelt het spel.

Ik snap heel goed hoe onverdiend en onnodig zulke nederlaag voelt want in mijn eigen praktijk heb ik tot scha en schande hetzelfde al meegemaakt met Marcel. Onze vorige ontmoeting in 1999 had ik verloren dus wou ik eens perse de score gelijkmaken.

Laatst in het clubkampioenschap overkwam het mij zelfs bijna opnieuw maar ik kon in extremis nog aan de noodrem trekken. 

Een stevige gezonde opbouw weerleg je dus niet met een paar goede zetten. Ik durf niet te zeggen dat Marcel met opzet Catenaccio speelt maar het is wel zo dat hij vaak punten op deze wijze kan scoren zelfs tegen veel hogere gerangschikte spelers. Marcel is zeker niet de enige of eerste speler die op deze wijze speelt. Kasparov schreef in zijn 3de boek bijvoorbeeld over hoe Petrosian hem 2 leerzame nederlagen toediende in nochtans zeer voordelige of zelfs winnende posities.

Echter een belangrijk nadeel van Catenaccio is dat het slechts tot remise leidt als de tegenstander niet op winst wil spelen. Sommige spelers vinden dit best ok want toch maar weer niet verloren maar op lange termijn kost dit elo zeker als je regelmatig tegen lager gekwoteerde spelers speelt. Doseren met deze techniek is zoals altijd de sleutel en uiteraard moet je ook over een flinke dosis positiekennis en verdedigingsvaardigheden beschikken.

Brabo

woensdag 20 mei 2015

De Glek

Sterke ambitieuze spelers zullen zeker op de hoogte zijn van welke openingen momenteel trendy zijn. In het Britse schaaktijdschrift kortweg genoemd Chess staat zelfs maandelijks een overzicht van welke openingen gestegen of gedaald zijn in populariteit bij de wereldtoppers. Echter de meeste amateurs proberen ver weg te blijven van deze openingen en verkiezen een repertoire die niet onderhevig is aan snelle theoretische ontwikkelingen. Het is niet moeilijk om theoriekennis te vermijden maar het is wel veel minder evident om tezelfdertijd een interessante stelling op het bord te verkrijgen. Met een interessante stelling bedoel ik dat er een strijd van ideeën op het bord kan afspelen. 

Een opening voor zwart die aan deze voorwaarden voldoet en ik reeds aanraakte op mijn blog is De Tsjechische verdediging. In dit artikel wil ik eens kijken naar een opening die voor wit al geruime tijd erg populair is onder amateurs: de Glek. De Glek wordt gedefinieerd als een vierpaardenspel met g3. De Russische grootmeester Igor Glek ontwikkelde het systeem begin jaren 90 en blijft het tot vandaag nog geregeld bovenhalen. Ondertussen staan er ongeveer 40 partijen van Igor met zijn eigen systeem in de databases.

De populariteit is wellicht ook te danken aan het groot aantal boeken die de opening als makkelijk speelbaar propaganderen: Mikhail Tseitlin & Igor Glazkov "The Complete Vienna" (Batsford, 1995)Gary Lane "Vienna Game" (Everyman, 2000)John Nunn "New Ideas In The Four Knights" (Batsford, 1993)Jan Pinski "The Four Knights" (Batsford, 2003)Cyrus Lakdawala "The Four Knights: Move By Move" (Everyman, 2012),... Ik herinner mij dat net voor het millennium vooral Paul Motwani in onze contreien rondleurde met zijn boeken en hierdoor een enorme boost veroorzaakte bij heel wat schakers om deze opening te spelen.

De opening mag dan wel vooral populair zijn bij amateurs ook profs lusten wel geregeld pap ervan. Niet elke profschaker staat steeds klaar om een zwaar theoretisch gevecht aan te gaan. Soms wil men gewoon schaken en de voorbereiding vermijden. Zo koos recent de Azerbeijaanse grootmeester Shakhriyar Mamedyarov in zijn partij tegen de Russische grootmeester Dmitry Jakovenko in de Fide Grandprix te Tbilisi voor deze opening. Ja wellicht geen toeval dat Shak net zoals in het artikel van de Tsjechische verdediging opnieuw een protagonist is.

Mijn analyses geven aan dat wit het wellicht moet zoeken in 12.g4. Bij het voorbereiden van dit artikel ontdekte ik dat net dezelfde aanbeveling werd gemaakt op chesspub door Markovich reeds in 2013 ! (Markovich is senior internationaal meester ICCF Mark Morss)

De Weense zet-volgorde is vandaag minstens even populair als de vierpaardenspel volgorde maar dat zou wel eens kunnen veranderen nadat spelers op de hoogte geraken van de recente partij Vedder - Geirnaert.
Steven Geirnaert
Steven Geirnaert is vandaag 1 van de rijzende sterren in het Belgisch schaken alhoewel hij niet meer behoort tot de jeugd. Sommigen zullen zich zeker afvragen hoe dit mogelijk is maar als je aandachtig kijkt naar de kruimels die hij af en toe laat vallen dan realiseer je dat hard werken zoals zo vaak de sleutel is naar succes. Schaakboeken lezen en bestuderen, eindspelen analyseren, voorbereidenbuitenland spelen (met dit jaar een grootmeesterresultaat in de Nederlandse interclub) ... getuigen van motivatie en ijzeren discipline. Hierbij mag ik ook niet de rol onderschatten van zijn schaakbeminnende en ondersteunende vriendin Iris.

Uiteraard is zijn repertoire vandaag ook veel volwassener geworden. Op het zonet beeindigde Vlaams kampioenschap vertelde hij mij dat vandaag vaak zijn parate kennis verder gaat dan de specifieke voorbereiding van de tegenstander. Nu niet alleen in de diepte zien we zijn vooruitgang maar ook in de breedte. In zijn partij tegen Vedder komt hij met een schokkend nieuwtje voor de dag op zet 4!
1.e4 e5 2.Pc3 Pf6 3.g3 d5 4.exd5 c6 !?
Wel nieuw is niet helemaal correct want er bestaan al meerdere partijen in de database met deze zet maar bovenstaand screenshot toont aan dat geen sterkere spelers (+2400) het ooit eerder speelden. Evenmin zijn er partijen met getitelde spelers die door zwart werden gewonnen. Integendeel want bijna alles werd tot nu toe verloren door zwart. Dus was dit nieuwtje opnieuw een bluf van Steven? Hoogtijd om de partij eens onder de loep te nemen.

Mijn analyses tonen duidelijk aan dat het nieuwtje perfect speelbaar is. Bovendien getuigt de partij hoe levensgevaarlijk het kan zijn om als witspeler onvoorbereid zulke stelling te moeten spelen. Spelers die dus deze opening met wit willen blijven spelen, raad ik dan ook ten stelligste aan om mijn voorstellen te bekijken hoe Vedders spel mogelijks kan worden verbeterd. Nu het is een beetje tekort door de bocht om Stevens overwinning puur aan de opening toe te schrijven. Zijn sterk middenspel moet zeker ook de nodige erkenning krijgen. Nu we het hebben over erkenning, mag ik zeker ook niet vergeten te vermelden dat Steven dit nieuwtje aangeboden kreeg van niemand minder dan Stefan Docx tenminste als ik het Borgerhoutse interclubverslag van de 10de ronde mag geloven. Stefan is niet toevallig ook een speler die geruime tijd al niet meer bij de jeugd hoort maar recent door hard werken heel wat progressie heeft gemaakt zie bv. grootmeesternorm voor stefan docx.

Ik kan mij voorstellen dat er heel wat spelers zijn die geen zin hebben om de details van dit nieuwtje te studeren of gewoon de resulterende stellingen onaantrekkelijk vinden. Wel er blijft gelukkig ook nog de vierpaardenspel volgorde over. In 2004 koos de enige actieve grootmeester van Andorra: Oscar De La Riva Aguado in onze onderlinge partij voor die volgorde.

Flink wat foutjes aan beide zijden maar de partij demonstreert m.i. wel goed hoe complex de stellingen zijn in de Glek. Bijna op elke zet zijn er alternatieven en vaak zijn het kleine details die de evaluatie bepalen.

Sommige spelers die liever de Weense volgorde verkiezen zullen wellicht bepaalde varianten van het Vierpaardenspel kunnen aanhalen die ze liever vermijden. Persoonlijk denk ik dat er theoretisch weinig of misschien zelfs geen verschil in evaluatie is tussen beide volgorden. Trouwens beiden leveren interessante gevechten op. Met dit artikel is de lezer in elk geval gewaarschuwd voor c6 in de Weense volgorde.

Brabo

donderdag 7 mei 2015

Profylaxis

Het artikel Desert Island books maar ook sommige reacties bevestigden nog maar eens dat ik bitter weinig schaakliteratuur achter de kiezen heb. Het heeft geen zin om over het waarom te schrijven. Relevanter is dat ik de laatste jaren nu wel geregeld een schaakboek in de hand neem. Financieel kan ik vandaag (veel) makkelijker boeken kopen maar het is vooral het lezen van de Kasparov serie die mij deed beseffen dat schaakboeken meer konden zijn dan droge analyses.

Na eerst de 3 boeken gelezen te hebben over de Kasparov- Karpov matchen ben ik overgeschakeld naar zijn boeken over de Great Predecessors. Persoonlijk ben ik altijd gefascineerd geweest in het achterhalen waarom bepaalde zaken nu net zo en niet anders zijn. Welke geschiedenis, ontwikkeling ging vooraf tot vandaag. Momenteel ben ik bezig met boek 3 en ik moet toegeven dat de 3 boeken al mijn kijk over het schaken serieus hebben bijgeschaafd. Niet dat ik perse hierdoor beter zal schaken maar ik krijg wel het gevoel dat ik van de complexiteit van schaken als spel meer kan genieten.

Een concept als profylaxis wordt door elke meester nu standaard gebruikt soms meerdere keren in een partij. Echter je beseft pas na het lezen over de Armeense oud-wereldkampioen Tigran Petrosian dat vooral hij ervoor zorgde dat profylaxis als volwaardig wapen kan en moet worden gehanteerd. Kasparov wijdt er het hoofdstuk "Miracles of Prophylaxis" in deel 3 aan waarmee hij Petrosian zeker de nodige erkenning geeft voor de ontwikkeling van dit concept.

Zelf had ik al eerder gehoord hoe Petrosian in middenspelen het inzicht had om tegenspel nog voor het zelfs kon beginnen te vermijden met profylaxis maar mij was helemaal niet bekend dat hij ook openingen had ontwikkeld op basis van deze ideologie. Ik ben geen 1.d4 speler maar zowel in het koningsindisch als in het dame-indisch drukte hij zij stempel. Zo speelde Petrosian in 1954 voor het eerst de Lg5 variant in het Koningsindisch die vandaag zijn naam draagt en nog steeds gevreesd wordt.

Voor de complete analyses van bovenstaande partij verwijs ik naar het 3de boek. Petrosian verfijnde het systeem over de jaren maar belangrijker is hier te onthouden dat Lg5 werd gespeeld omdat hij wist dat dit f5 minder aantrekkelijk zou maken.

Eerder schreef ik dat ik niet perse beter zal schaken door het lezen van de boeken maar dit is misschien niet helemaal waar. Indien ik deze passage had gelezen voor ik mijn partij speelde tegen Rein dan had die partij wel eens helemaal anders kunnen verlopen.

Het is koffiedik kijken of het resultaat beter of slechter ware geweest met Lg5 i.p.v. Le3. Feit is dat ik het ondertussen al 2 keer met succes online in bullet/blitz heb kunnen uittesten. Mijn tegenstanders werden koud gepakt in de opening.

Tja we weten allemaal dat we de klassiekers moeten bekijken maar klaarblijkelijk dringt het niet bij iedereen even snel door. Zelf ben ik nu wel overtuigd om door te gaan tot het einde van de serie en ook naar andere boeken begin ik ondertussen al te loeren. Echter openingsboeken nee daar ben ik nog niet aan toe.

Brabo