woensdag 17 juni 2015

Databases gebruiken deel 2

Het is voor mij al lang geen verrassing meer om te zien hoe stiefmoederlijk sommige erg sterke spelers hun partijvoorbereiding benaderen. Het zijn echt niet enkel amateurschakers zoals in mijn artikel paswoord die op zijn zachtst gezegd niet optimaal voorbereiden. Vorig blogartikel was een modelvoorbeeld van hoe het niet moet. Je ben een internationaal meester en speelt een gesloten grootmeesternormtornooi in TsjechiĆ«. De paringen zijn ruim op voorhand bekend en je moet maar 1 partij spelen per dag. Toch slaag je erin om een belangrijke partij gespeeld door je tegenstander ruim een jaar voordien te missen. Die partij stond nochtans in elke database.

Grappig of eigenlijk beter gezegd schrijnend is een Chessbase artikel die enkele maanden geleden werd gepubliceerd. Daarin legt de Britse grootmeester Daniel Gormally uit hoe hij zich goed had voorbereid met behulp van schaakprogramma's (databases en engines) maar desondanks met wit de boot inging tegen zijn meer dan 300 punten lager gekwoteerde tegenstander. Echter zijn hele voorbereiding had met 1 belangrijk element geen rekening gehouden en dat was dat zijn tegenstander een zeer ervaren en sterke correspondentiespeler is, namelijk de Britse Senior Internationaal Meester John Anderson.
Heel toevallig wist ik dit want in 1998 had ik een mooie correspondentiepartij van hem gewonnen waar ik tot op vandaag nog best trots op ben.
Het is nu duidelijk dat Daniels openingskeuze allesbehalve verstandig was. Een scherpe variant kiezen is al riskant als sterkere speler (zie mijn artikel hoe winnen van een sterkere speler). Als je dat dan bovendien doet tegen een speler met tonnen correspondentieschaakervaring dan zijn alle elementen aanwezig voor een zeer nare verrassing.

Daniel had niet het geluk om een eerdere correspondentiepartij tegen John te spelen, zullen sommige lezers als verdediging aanbrengen. Dit is voor mij geen excuus. In mijn artikel databases gebruiken leg ik uit hoe ik de correspondentiedatabase gebruik om de optimale zetten in een variant te vinden maar dit is niet alles waarvoor ik de database gebruik. Ik ga ook bij een voorbereiding eens checken of mijn tegenstander toevallig niet correspondentieschaak speelt. Zo kwam ik o.a. te weten dat behalve oud-wereldkampioen correspondentie Gert-Jan Timmerman spelend voor KOSK, ook Rene Beniest correspondentieschaak speelt wat mogelijks een belangrijke rol had kunnen spelen in de interclubwedstrijd tegen SK Oude God

Enkel zich baseren op de correspondentiedatabase om te bepalen of iemand een (actieve) correspondentiespeler is, vind ik wat magertjes. Zelf heb ik 20 correspondentiepartijen gespeeld en slechts 1 zeer gedeeltelijke partij werd opgenomen dus ik kan mij voorstellen dat heel wat correspondentiespelers er zelfs niet voorkomen. Het is daarom zeker niet overbodig om een aantal sites te checken zoals ICCFIECCFICGS met de voor mij onbekende Belgische topspeler Jeroen Van Assche die onlangs de overstap naar ICCF heeft gemaakt. Die overstap is niet verwonderlijk want ICCF is de place to be in correspondentieschaken.

Ik wil ook nog even meegeven dat onze Belgische correspondentiefederatie nog steeds maandelijks een knap tijdschrift publiceert waarvan we met bordschaken zeker na de recente algemene vergadering alleen maar kunnen dromen. Scrollend door de huidige correspondentieledenlijst valt mij trouwens onze Belgische topper Francois Godart op. Misschien gebeurde dit in navolging van onze noorderburen waar meerdere jeugdige topspelers begonnen zijn met correspondentieschaak: Etienne GoudriaanTwan Burg. In elk geval meen ik dat een paar jaartjes correspondentieschaak best nuttig kan zijn voor het bordschaak want je leert er goed werken met databases en programma's wat geen overbodige luxe blijkt te zijn uit mijn bovenstaand artikel.

Brabo

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen