vrijdag 23 december 2016

De expert deel 2

Een paar dagen geleden botste ik in het boek Ivan's Chess Journey Unravelled opnieuw op een leuke anekdote. Ivan beschrijft hoe hij en zijn tegenstander de Lettische sterke grootmeester Alexei Shirov een staande ovatie kregen van het publiek nadat hun partij op een spectaculaire wijze in remise was beeindigd. De partij werd gespeeld in 1994 dus voor de computers in staat waren om commentaar te geven waardoor zo goed als niemand wist dat de partij vol grote blunders zat.

In die dagen was schaken nog magisch. Toen had je echte fans die dweepten met hun helden. Vandaag heeft een absolute wereldtopper zoals Wesley So een fanbase met welgeteld 3 leden. Computers tonen elke dag aan dat iedereen veel fouten maakt waardoor nog zeer weinig waardering voor talent bestaat.

Het idoliseren van personen vind ik niet goed maar dat betekent niet dat ik niet meeleef met de resultaten van anderen. Uiteraard volg ik de eerste schaakstappen van mijn zoon op de voet maar ook de partijen van clubgenoten en andere bevriende spelers interesseren mij. Daarnaast vind ik kibitzen bij belangrijke nationale of internationale wedstrijden ook best leuk.

Sommige spelers trekken hierbij sneller mijn aandacht dan anderen. Daarbij is de elo uiteraard een belangrijke parameter. In elke broadcast zie je dat de regerende wereldkampioen Magnus Carlsen een magneet is. Echter naast elo spelen bij mij ook iemands speelstijl en theoretische kennis een rol. De sterke Britse grootmeester Nigel Short staat bekend om niet schuw te zijn te experimenteren met openingen die we over het algemeen enkel in clubpartijtjes ontmoeten. De sterke Oekrainsche grootmeester Andrei Volokitin en de Griekse grootmeester Vasilios Kotronias lokken dan weer mijn interesse omwille van hun verfijnd openingsrepertoire.

Experten in de openingen die ik speel, zijn dan weer zeer goed studiemateriaal. Zo vertel ik in het artikel kleuren omwisselen deel 2 over de Turkse IM Burak Firat die 17 keer dezelfde variant op het bord kreeg. Echter nog beter is te kijken naar spelers boven de 2600 elo die normaliter hun openingen veel solider en professioneler selecteren. Het was Botvinnik trouwens die o.a. Kasparov vertelde om een opening te studeren via de partijen van de topspelers.

Tegenwoordig spelen de meeste sterke spelers een enorme waaier aan varianten (wat o.a. aan bod kwam in het artikel de sterktelijst) maar je hebt ook nog steeds een aantal uitzonderingen die vasthouden aan een veel nauwer repertoire. In die categorie hoort bijvoorbeeld Oud Europees kampioen en Russische grootmeester Vladimir Potkin. In de laatste 5 jaar koos hij in 81/104 partijen voor het Siciliaans na 1.e4. Bovendien wordt 1.e4 c5 2.Pf3 bijna steeds (66/69 partijen)  beantwoord met e6. Vladimir is een echte expert in de Siciliaanse Taimanov zoals bijvoorbeeld onderstaand partijtje tegen de Russische supergrootmeester Ian Nepomniachtchi.

Het is natuurlijk geen toeval dat bijna krak dezelfde partij aan bod kwam in mijn vorig artikeltje. Achteraf gaf Benjamin aan dat hij de partijen van Vladimir met bijzondere aandacht had bekeken.

Anderzijds valt het mij ook op dat sinds 2015 Vladimir opnieuw de opening speelt met a6. Ik vermoed dat hij toch niet helemaal tevreden was en dan zal zelfs een expert aanpassingen maken in zijn repertoire. Net zoals zovelen opteert hij nu voor het modieuze Negi concept die reeds aan bod kwam in mijn artikel met een kanon op een mug schieten.

Nu veel tijd zal Vladimir recent niet gehad hebben om aan zijn eigen repertoire te werken. Hij was zowel in de kandidatenfinales als in het wereldkampioenschap secondant van uitdager Sergei Karjakin. Een harde werker in de opening is altijd nuttig maar ik vermoed dat Sergei ook beinvloed werd door Vladimir in zijn openingskeuzes. We zien een duidelijk verschil tussen Magnus en Sergeis strategieën.
WK Strategie


















De gele zetten vertellen ons waar Magnus afwijkt van de eerdere partijen in het wk. De blauwe zetten zijn die van Sergei waar hij afwijkt. Het valt op dat het bijna steeds Magnus is die eerst afwijkt (10 - 4) en bovendien heel vroeg in de partij. De Oekrainische supergrootmeester Ruslan Ponamariov vraagt zich op Chessbase luidop af wat Carlsen ons in het wk getoond heeft. Wel misschien is het wel dat het mogelijk is om wereldkampioen te blijven door theoretische gevechten te vermijden.

Anderzijds mogen we niet negeren dat Sergei heel dicht bij de titel was. Openingexperts blijven dus ook vandaag een belangrijke rol spelen voor zowel amateur als wk-finalist. Kasparovs tweet over een gebrek aan voorbereiding van Carlsen bevat zeker een grond van waarheid.

Brabo

Addendum 25 December 2016
Een leuk artikeltje dat bij dit thema zeker past, is Can You Still Specialize In An Opening?

vrijdag 16 december 2016

Ambities deel 2

Competitie spelen doe je pas graag als je winnen belangrijk vindt. Een minimum dosis aan ambities is dus aanwezig bij elke schaker. In deel 1 toonde ik aan dat iemands rating geen absolute graadmeter is voor iemands ambities. Het is dus best mogelijk dat iemand met een lagere rating veel harder werkt aan het schaken dan iemand met een hogere rating. Dat de zwakkere hard werkende speler hiervoor kritiek of soms minachting krijgt, vind ik onterecht. Het plezier van het schaken is iets persoonlijks. Bovendien smaakt een succes door hard werken niet minder zoet, integendeel. 

Zo was Serge Daenen uiterst tevreden na zijn remise in het clubkampioenschap van Deurne tegen mij. Een remise in een officiële partij tegen iemand die bijna 600 elopunten meer heeft, gebeurt niet elke dag. Bovendien vond ik het eerder knap dat zijn succes grotendeels afhing van een doorgedreven huisvlijt. Achteraf vertelde Serge mij dat hij 3 weken in de voorbereiding had gestoken en tot zet 17 hij de partij thuis op het bord heeft gehad. In het resulterende middenspel/ eindspel kon ik hem niet op een fout betrappen.

Elke partij kan dus op zichzelf al een ambitieus doel zijn. Anderzijds ontken ik niet dat men ambities eerder linkt aan progressie op langere termijn. Als je even je oor te luister legt bij de bar na een schaakwedstrijd of snuistert door de vele artikels en blogs op het internet dan gaat het zeer vaak over hoeveel ratingpunten men wil winnen in de nabije toekomst. Uiteraard trachten gewiekste zakenlui hieruit munt te slaan met aanbiedingen die te mooi klinken om waar te zijn zoals bv. 21 days to become a dramatically better chess player.

Als beginner is snel en veel progressie maken meestal niet moeilijk. Echter eenmaal men al een aantal jaartjes competitie speelt wordt het een stuk moeilijker. Uiteindelijk komt iedereen op een punt in de carrière waarop stagnatie intreedt. Men ziet de rating gedurende jaren schommelen in een zone. Het plafond doorbreken lijkt een schier onmogelijke opdracht. 

Heel wat schakers kunnen zich hiermee niet verzoenen en stoppen met schaken. Echter een paar enkelingen stellen zichzelf in vraag. Welke extra inspanningen kan ik doen om misschien alsnog een hoger niveau te bereiken? Hoe kan ik een hoger rendement halen in de uren die ik reeds aan het schaken spendeer? Een pasklaar antwoord voor iedereen bestaat er niet want veel hangt natuurlijk af van het niveau en reeds bestaande routines van de schaker. Een persoonlijke coach kan hiervoor zeer nuttig zijn maar ze zijn schaars en zeker niet voor iedereen financieel haalbaar.

Een speler die recent op mij heel wat indruk heeft gemaakt betreffende progressie, is Benjamin Decrop. De 22 jarige met hoofdclub Oostende slaagde erin om 9 opeenvolgende jaren zijn rating omhoog te stuwen waardoor hij vandaag dichtbij 2200 is geraakt. Zeer weinigen hebben zulk exploot hem voorgedaan.
Bron: http://www.frbe-kbsb.be/

De laatste 2 jaar zijn voor dit artikel de meest interessante. Serieuze progressie is dan al niet vanzelfsprekend meer wat trouwens de vervlakking in 2014 al doet vermoeden. Wat doet Benjamin vandaag anders ? Wel als we kijken naar het aantal partijen verwerkt voor rating dan zien we sinds 2014 een drastische verhoging. 33 in 2014. 76 in 2015 en maar liefst 94 in 2016 (ik heb er slechts 15) . Er zijn zelfs heel wat professionals die minder spelen.

Om aan 94 te geraken in het voorbije jaar speelde Benjamin niet alleen in een reeks open tornooien maar ook in 3 clubkampioenschappen tezelfdertijd. Zo speelde hij in Kosk (Oostende)Sk Oude God (Mortsel/ Antwerpen) en TSM (Mechelen). Trouwens hiervan waren 17 partijen tegen +2200 spelers dus zeker geen kattenpis. Zelf ontmoette ik hem een eerste keer in TSM waar ik niet verder geraakte dan remise met zwart.

Nu veel spelen is 1 ding maar je moet er ook nog iets van opsteken. Ik was niet overtuigd. Echter na onze tweede ontmoeting van het seizoen in de Belgische interclubs veranderde dit. Met sprekend gemak neutraliseerde hij met zwart mijn opening waarmee ik nochtans de laatste tijd heel mooie stellingen had bereikt.

Vooral de apres-schaak met een pint in de hand was verhelderend. Niet alleen kende Benjamin de slotstelling maar hij wist ook een aantal details te vertellen over de opening. Het is duidelijk dat Benjamin zeker niet alleen maar partijtjes had gespeeld maar dat ook zijn schaakkennis sterk was verruimd.

Voor de meeste schakers zijn zulke inspanningen uiteraard te veel van het goede. Sommigen zullen misschien afvragen wat Benjamin hierna nog meer kan doen om verder te stijgen. Je kan niet eeuwig extra inspanningen doen, laat staan gewoon al elk jaar 94 partijen spelen. 

Daar gaat het in dit artikel niet over. Waar het wel over gaat is dat het ene plafond, het andere niet is. Hoe groot iemands ambities zijn, staat hiermee rechtstreeks in verband. Tenslotte kan ik begrijpen dat sommigen pas tevreden zijn met zichzelf wanneer ze al het mogelijke hebben gedaan.

Brabo

P.s. Tegenwoordig heb je opnieuw de mogelijkheid zonder de Arena registratie om de geschiedenis van je fide-rating te zien, zie chessgraphs. Je moet wel de juiste input geven: "familienaam, voornaam". De komma en spatie zijn belangrijk!

donderdag 8 december 2016

De valse waarheid deel 2

De eindejaarsfeesten staan voor de deur dus dat zullen we aan onze portemonnee voelen. Het is de tijd van geschenkjes zoeken waarbij je natuurlijk jezelf ook iets mag gunnen. Dit doet mij eraan denken dat ik nog op zoek ben naar een goed schaakboek om te lezen tijdens de kerstvakantie. Het boek Ivan's_Chess_Journey_Unravelled waarin ik nu lees, vind ik best aangenaam dus het mag iets in dezelfde stijl zijn maar totaal andere voorstellen in de reacties zijn uiteraard ook welkom.

In deze periode gaan de winkels dan ook extra inspanningen doen om klanten te lokken. Advertenties, nieuwsbrieven,... zijn maar een paar vormen van reclame maken. De commerciële koning in de schaakwereld is al enkele decennia Chessbase. Niemand anders slaagt er beter in om geld te verdienen met het schaken. Behalve een ruim gamma van aantrekkelijke producten besteden ze ook heel wat tijd aan de marketing wat minstens even belangrijk is.

De financiële slagkracht van Chessbase is vele malen groter dan de competitie en dit voordeel wordt met uitgekiende marketingplannen goed uitgespeeld. Dit jaar liet Chessbase een buitenkans zoals het wereldkampioenschap schaken niet onbenut om (nieuwe) klanten aan te trekken. Als enige slaagden ze erin om de wk-partijen schriftelijk becommentarieerd aan te bieden door de wereldtoppers Ruslan PonomariovFabiano CaruanaWesley So en David Navara. Ik kan mij geen eerder wk herinneren waarin 4 spelers met een gemiddelde van +2760 elo hun inzicht gaven op de partijen. Ik schrijf deze blog onbezoldigd maar die toppers kregen zonder twijfel een zeer ruime financiële vergoeding voor hun diensten.

Of Chessbase effectief zijn verkoopcijfers zal zien stijgen met deze stunt is heel moeilijk te voorspellen. Trouwens zijn de analyses van deze toppers echt beter dan wat je krijgt op de vele andere sites? In mijn vorig blogartikel kon je lezen dat de beste schaakprogramma's vele honderden punten sterker zijn dan om het even welke speler. Je zou hieruit kunnen afleiden dat een commentator slechts de analyses aan elkaar kan praten.

Puur analytisch zie je volgens mij inderdaad weinig verschil. De computers tonen snel en accuraat de fouten en die staan in elk goed verslag vermeld. De belangrijkste uitzondering hierop is de opening. De toppers spelen en kennen elkaars repertoire als niemand anders waardoor ze vrij nauwkeurig een verdict kunnen geven over een variant. Zo toont Wesley So aan dat de vrij ordinaire opening in de 11de partij niet zo onschuldig is.

De grootste toegevoegde waarde door deze topspelers vind ik de geschreven commentaar. Computers zijn niet in staat om de schaakpsychologie in onze partijen te begrijpen. Bovendien is dit aspect iets waarin schaaksterkte een belangrijke rol speelt. Tenslotte injecteert Wesley So ook lessen in zijn commentaar voor de modale schaker. Je ziet heel duidelijk dat Wesley flink wat ervaring heeft met coaching geven aan zwakkere spelers in tegenstelling met zijn illustere collega's. Zo vertelt hij eerlijk hoe je praktisch moet blijven bij het analyseren van openingen. Uren een variant analyseren die in de praktijk zeer weinig kans heeft om te verschijnen, is niet de beste methode om jezelf als bordschaker te ontwikkelen. Veel beter is het zorgvuldig selecteren en absorberen van ideeën.

Een andere opmerkelijke uitspraak is dat Wesley zijn notities van 2013 niet meer ten volle vertrouwd. Zo vertelt hij terecht dat Houdini, de computer en het internet 3 jaar geleden veel trager waren. Dit ligt volledig in de lijn van mijn vorig blogartikel waarin ik sprak over een sprong van 200 elopunten in 3 jaar tijd. Daarentegen stel ik mij wel vragen wat hij bedoelt met het internet. Ik zie vandaag een boom aan erg leuke en verslavende multi-player spelletjes dankzij het snellere internet (slither.ioagar.iodiep.iosplix.io) maar schaakanalyses maak je normaal op 1 welbepaalde server/ PC.

Als amateurschaker is dit probleem uiteraard veel kleiner. De invloed van de opening is relatief klein op het uiteindelijke partijresultaat (zie schaakopeningen studeren). Anderzijds tracht ik steeds in mijn partijen een wetenschappelijk facet toe te voegen. Achteraf ontdekken dat je analyses waarin je soms flink wat tijd hebt gestoken reeds gedateerd zijn, is best frustrerend. Zoiets overkwam mij laatst in de Belgische interclub. In 2007 kreeg ik voor het eerst een zonderlinge variant in het Siciliaans op het bord waarna ik het eens grondig bekeek.

In de 2de ronde kreeg ik onlangs dezelfde opening op het bord door Hendrik Ponnet. Ik kon de aanbeveling uit mijn openingsboek nog herinneren maar stelde achteraf vast dat de theorie ondertussen al veel verder stond.

Erg uitgebreid zal Hendriks partijvoorbereiding niet geweest zijn want anders had ik nooit met een voordeeltje uit de opening mogen komen. Een voordeel van gedateerde analyses is dus dat je de tegenstander uit boek kunt gooien maar dat is natuurlijk een toevalligheid waarop je eigenlijk niet mag rekenen.

Op de voortgang van de computers zit er voorlopig geen sleet dus datering van analyses zullen ook in de toekomst onvermijdelijk zijn. Zeker als je scherpe varianten speelt, is het belangrijk om hiermee rekening te houden. Daarnaast heb ik in de laatste jaren geleerd dat de kwaliteit van openinganalyses drastisch verbetert wanneer je ook grondig de opties bestudeerd van de tegenstander. Tot enkele jaren geleden was ik tevreden om een antwoord te hebben op de computervarianten. Vandaag bekijk ik ook alle varianten die met enig succes werden getest in de praktijk (+2300 standaardschaak, computerschaak, correspondentieschaak en zelfs mijn onlineschaak). Het is te zeggen binnen een tijdsbestek van maximaal een paar weken.

Door een veel grotere waaier aan varianten te bekijken, krijg ik een meer evenwichtige evaluatie van een opening. Daarnaast heb ik ondervonden dat deze methode van analyseren ook flink wat ideeën baart die ik kan gebruiken als verrassingen.

Brabo

woensdag 30 november 2016

Voortgang van schaakprogramma's deel 2

Op deze blog hebben we het geregeld over nieuwe schaakprogramma's. Ze worden niet alleen steeds sterker maar ze beïnvloeden ook onze wijze van spelen (zie bv revolutie in het millennium) en analyseren (zie de valse waarheid). Bovendien blijkt de rek er bijlange nog niet uit want de ontwikkelingen gaan vandaag razendsnel. Persoonlijk vind ik dit ongelooflijk na meer dan 2 decennia intens programmeren door verscheidene grote talenten. Het is niet makkelijk om deze enorme progressie correct naar waarde in te schatten maar ik zal met dit artikel toch een poging doen.

In 1997 versloeg Deep Blue de toenmalig regerende wereldkampioen Garry Kasparov wat algemeen als een mijlpaal wordt beschouwd maar het was pas enkele jaren later dat elke schaker een schaakprogramma kon gebruiken van dezelfde sterkte. Het is moeilijk een exacte datum vast te leggen wanneer dit gebeurde maar ik vermoed dat 2003 er dichtbij zal zijn. 2003 was de periode van de matchen Kasparov tegen Deep Junior en X3D Fritz die beiden op een gelijk spel eindigden.

Sindsdien hebben de topprogramma's iedereen in sterkte achter gelaten en geen klein beetje. Volgens CCRL maakte Fritz een progressie van 470 elopunten in de laatste 13 jaar. Daar bovenop zien we dat Komodo 10 nog eens 210 elopunten sterker is dan de sterkste versie van Fritz. Samen dus 680 elopunten of 52 elopunten gemiddeld per jaar. Als we kijken naar enkel de laatste 3 jaar dan zien we dezelfde trend. Eind 2013 werkte ik met stockfish 4. Vorige week downloadde ik Stockfish 8 die op zijn beurt weer al 165 elo sterker speelt dan versie 4 volgens CCRL. Dat is jawel 55 elopunten gemiddeld per jaar.

Een belangrijke rol in deze progressie van de laatste jaren speelt zonder twijfel TCEC (Top Chess Engine Championship). Verbeteringen van de programma's worden toegelaten tussen de stages binnen 1 kampioenschap en dit gecombineerd met de steeds groter wordende bekendheid van het kampioenschap, werkt erg motiverend bij de meeste programmeurs.

Momenteel is de superfinale bezig van seizoen 9 waar we nu dicht bij de eindbeslissing zijn. 2 grote verrassingen noteer ik dit seizoen. De eerste is dat Komodo, de huidige leider van CCRL er niet in geslaagd is om zich te kwalificeren voor de superfinale. Dit heeft m.i. vooral te maken dat er al opnieuw met betere versies van programma's wordt gespeeld t.o.v. waarmee getest wordt door CCRL. De tweede grote verrassing is uiteraard de terugkeer van onze Belgische super getalenteerde programmeur Robert Houdart met zijn programma Houdini. Deze comeback had ik niet verwacht want Houdini 4 dateert al van 2013 ! Op de site van Houdini claimt men een vooruitgang van maar eventjes 200 elopunten en dat lijkt mij niet overdreven.

In het aparte rapidkampioenschap won Houdini voor Komodo en Stockfish maar in de superfinale van het klassieke gedeelte zal Houdini naar alle waarschijnlijkheid nipt de duimen moeten leggen voor Stockfish. Van 1 partij kunnen we nu al stellen dat ze nog lang zal herinnerd worden al is het maar door de controverse die ze creëerde en dan bedoel ik natuurlijk de 17de.

In de slotstelling werd automatisch winst toegekend aan Stockfish op basis van de Nalimov tablebases. Echter heel wat kijkers gingen hiermee niet akkoord. Vooreerst geven beide programma's een quotering van 0.00 in de slotstelling zie TCEC maar bovendien bleek dat er geen rekening werd gehouden met de 50 zetten-regel. Indien TCEC gebruik had gemaakt van Syzygy tablebases dan was dat wel mogelijk geweest.
Evaluatie door Syzygy tablebase van de slotstelling superfinale partij 17 TCEC seizoen 9
DTZ vertelt ons hoeveel zetten er geen pion wordt verplaatst of stuk wordt geslagen bij optimaal spel. DTM daarentegen is het aantal zetten naar mat bij optimaal spel. Met 123 plies of 62 zetten voor DTZ treedt de 50 zetten-regel inderdaad in werking.

Anderzijds is de 50 zetten-regel iets dat wij als mensen geïntroduceerd hebben om ervoor te zorgen dat er niet eindeloos tevergeefs wordt gezocht naar winst. Zoals ik reeds vermeldde ik mijn artikel ICCF is het ook hier niet onzinnig om af te stappen van deze regel.

Daarnaast blijft het natuurlijk wel erg vreemd om winst toe te kennen wanneer geen van beide programma's überhaupt winst zien. Ik snap perfect dat er flink wat tijd en energie wordt gewonnen door arbitrage. Dit ging tot nu toe altijd zonder problemen maar deze keer dus niet. Achteraf werd trouwens terecht opgemerkt dat Houdini de slotpositie had vermeden indien het de tablebases had mogen consulteren vooraf.

Arbitrage door (veel) zwakkere scheidsrechters levert problemen op als er moet geoordeeld worden over op winst spelen maar het omgekeerde bestaat dus ook. De veel sterkere scheidsrechter maakt een oordeel op basis van zijn kunnen maar negeert de veel lagere vaardigheden van de betrokken spelers.

Toevallig overkwam mijn zoon Hugo spelende bij de -8 in het Vlaams Jeugschaakcriteriumtornooi te Gent iets gelijkaardigs. Zijn 3de partij werd in een eindspel van elk toren + koning gearbitreerd als remise toen de tegenstander dreigde te verliezen op tijd. Achteraf kon Hugo de traantjes niet meer onderdrukken. De arbiter kweet haar taak in eer en geweten maar het is uiteraard bijzonder pijnlijk wanneer je slechts een paar weken eerder in het stapjestornooi te Turnhout net hetzelfde eindspel tegen een broer verloor van jawel net die tegenstander.

Misschien zou Hugos tegenstander in Gent dit soort fout niet maken maar we kunnen dat onmogelijk met zekerheid stellen. In de -8 categorie weet je niet wat er zal gebeuren en dan is elke beslissing betwistbaar. Uiteindelijk raadde ik Hugo aan om zich neer te leggen bij de arbitrage. Remise was een fair resultaat en uit ervaring weet ik dat het vaak beter is op lange termijn om jezelf niet te verbranden in dit soort conflicten.

Ik vermoed dat TCEC ook zo moet hebben gedacht. De arbitrage was zeker niet de allerbeste maar de beslissing was nu eenmaal gemaakt en tijdens de superfinale nog het systeem aanpassen is evenmin een optie. Tenslotte worden er 100 partijen gespeeld en het ziet er voorlopig niet naar uit dat de winnaar zal beïnvloed worden door deze ene arbitrage.

Ik verwacht na de superfinale dat CCRL ook de nieuwe versies van beide finalisten zal beginnen testen. Normaal betekent dit dat Stockfish de nieuwe nummer 1 wordt met een handvol ratingpunten meer dan zijn achtervolgers. Voor de commerciële programma's breken er moeilijke tijden aan want weinigen zullen betalen voor een zwakker programma wanneer je gratis het beste kunt krijgen.

De exacte elosterkte van de topprogramma's uitdrukken in Carlsens elo + de progressie sinds 2003 lijkt mij te kort door de bocht. Als we dit zouden doen dan betekent het dat Carlsen theoretisch geen enkel punt zou kunnen scoren in een standaardpartij zonder handicap. Ik zie hem wel een match met ruime cijfers verliezen maar met de juiste openingen moet hij toch een paar halfjes kunnen scoren wat betekent dat het eloverschil nooit 700 kan zijn.

Anderzijds in dit artikel spreken we enkel over de absolute sterkte van de schaakprogramma's. In het cijfermateriaal wordt geen rekening gehouden met hardware ontwikkelingen, verbeterde interfaces of nieuwe en grotere tablebases. Samen duwen ze de progressie misschien nog eens 200 punten hoger.

Het is niet zomaar dat ik in het begin van dit artikel vertelde dat het erg moeilijk is om de progressie naar waarde correct in te schatten. Als je de optelsommen maakt dan kom je aan duizelingwekkende ratings van 3800 elo waaraan niemand nog iets heeft. De enige manier om programma's te beoordelen vandaag is te kijken hoe ze het doen tegen andere programma's. Spijtig zien we dat ook veel schakers hetzelfde doen bij onze topspelers waardoor vaak er een groot gebrek is aan respect.

Brabo

maandag 21 november 2016

Angst

Hoe men reageert op een verliespartij hangt af van de persoon en de omstandigheden. Sommigen hebben geen enkele moeite om steeds direct na de partij het verlies van zich af te zetten. Anderen kunnen soms voor zeer lange tijd gedemoraliseerd zijn. Welbekend zijn Fischers 6-0 overwinningen in de kandidatenmatchen waarna zijn tegenstanders Taimanov en Larsen verdwenen uit de topechelons. Fischer wou niet alleen winnen op het bord maar ook de tegenstander psychologisch kraken.

In de jeugdtornooien zien we die kloof ook. Sommige kinderen verlaten hun bord na een verliespartij met een glimlach en gaan voetballen alsof er niets is gebeurd. Andere kinderen kunnen hun emoties niet meer verbergen en laten de traantjes de vrije loop. Uiteraard is schaken voor ieder kind niet even belangrijk maar het heeft wel als gevolg dat de ambitieuzere spelers al snel de leiding nemen. Spelers die meer moeilijkheden hebben met een verliespartij, zijn over het algemeen veel leergieriger en maken veel sneller progressie dan hun meer relaxte leeftijdsgenoten.

Echter emoties zijn niet enkel een positieve katalysator maar kunnen soms ook verlammend werken. Verlies kan zo zwaar doorwegen op een persoon dat men hiervoor een angst opbouwt. Een logisch verdedigingsmechanisme wordt het vermijden van nederlagen tegen elke kost en dit gaat soms heel ver. Zo zag ik enkele maanden geleden tot mijn afgrijzen hoe mijn zoon na 1 zet remise voorstelde in het debutantentornooi te Wetteren omdat hij hiermee dacht de 1ste plaats te verzilveren. Het werd een harde les want niet alleen, zat er een kronkel in het reglement waardoor hij slechts de 2de plaats behaalde maar daarnaast moest hij ook nog aanhoren hoe teleurgesteld ik was in zijn gedrag. Ik heb hem geen remises meer zien voorstellen sedert die keer.

Ik geef het voorbeeld van mijn zoon maar in België is de angst om te verliezen een zeer verspreid fenomeen. Misschien ligt het aan de grote bescheidenheid waarvoor we zo bekend staan dat we niet tot het uiterste gaan. In België wordt een remise tegen een hoger gekwoteerde speler sowieso aanzien als een mooi succes. Zelden wordt de vraag gesteld of er meer in zit. Ik heb al meerdere remisevoorstellen van mijn tegenstanders onbegrijpbaar gevonden. Een voorbeeldje kwam al aan bod in mijn artikel Lars Schandorff. Een tweede hieronder komt uit de Open Leuven van vorig jaar.
Wit stelde remise voor alhoewel hij 10 minuten meer tijd heeft en dit normaal niet houdbaar is voor zwart.
Ik ken natuurlijk ook de uitdrukking van beter 1 vogel in de hand dan 10 in de lucht maar de slotstelling geeft de witspeler toch 1000 keer betere kansen om te winnen dan de beginstelling. Waarom een partij spelen als je toch niet wilt winnen?

Emoties laten ons soms gekke dingen doen. Ik zal trouwens niet ontkennen dat ik zelf ook altijd moet vechten tegen mijn angst om te verliezen. De voorbije jaren is mijn angst zeker verminderd (wat ik al eerder aankaartte in mijn artikel sofia regels) maar helemaal weg is die nooit. In de laatste ronde van Open Leuven dit jaar kon ik ook weer niet weerstaan aan het remise-aanbod van mijn tegenstander Hans Renette terwijl ik wist dat ik naar alle waarschijnlijkheid beter stond.
Wit stelde remise voor. Ik wou het correcte b6 spelen en sta beter want kan later met e5 proberen te winnen.
Ik had slechts iets meer dan een half uur over voor 21 zetten. Vorige keer had ik tegen Hans een groter voordeel verkwanseld. Ik heb zwart. Ik had in mijn voorbereiding gekozen om dezelfde remisevariant te spelen als in Open Gent zie Avrukh deel 2 dus remise was het plan. Met de remise was ik zeker van een mooie geldprijs (380 euro). Het zijn allemaal excuses om te verbergen dat ik schrik had om alsnog te verliezen. Arno Bomans had meer haar op zijn tanden en weigerde het remisevoorstel van topfavoriet Stefan Docx (zie zijn pittige commentaar) alhoewel ik hier een beetje appelen met peren aan het vergelijken ben.

Angst mag dan wel iets typisch zijn voor de Belgische schaker, het komt natuurlijk veel meer voor dan uitsluitend onder ons. Zelfs heel sterke spelers hebben er last van. Zo liet de sympathieke Australische grootmeester David Smerdon na zijn partij met Carlsen optekenen dat hij nooit remise had geforceerd tegen om het even welke speler onder de 2700 elo met de voordelige stelling die hij op het bord had zie chess.com.

Respect is goed maar niet je eigen kansen ten volle durven benutten is angst. Momenteel lees ik het boek Ivan's Chess Journey waarin een aantal mooie anekdotes staan. Zo vertelt Ivan over de grootmeester Bojan Kurajica uit Bosnie-Herzegovia. Bojan was een groot talent maar kon zijn volle potentieel niet bereiken omdat hij steeds bang was om te verliezen. Echter in 1994 schitterde hij toch door een samenloop van omstandigheden. Door de oorlog in Bosnië had hij heel wat praktische problemen en alsof dat niet genoeg was, gaf tezelfdertijd zijn vrouw aan hem de scheidingspapieren. Het was een enorme shock voor Bojan en zijn glas met miserie was vol. Hij voelde zich een man die niets meer te verliezen had. Een man met talent, zonder vrees die niets te verliezen heeft, is een fantastische tegenstander. Hij werd de held op de 34ste olympiade te Moscow met niet minder dan 6 overwinningen. In hetzelfde jaar versloeg hij de 200 elo hoger gekwoteerde Karpov in een rapid tie-brake.

Spelers moeten dus hun faalangst trachten te overwinnen als ze echt het maximum uit zichzelf willen halen. De beste schakers zijn onbevreesde vechtmachines, gladiatoren die tot de dood strijden. Het is aan de coaches, ouders, entourage van onze (jeugd-) spelers om die klik te maken en ze te overtuigen om er steeds voor te gaan. Anderzijds huppelt er bij mij thuis nu een klein lief knuffelbeertje rond. Willen we daar echt een grote gevaarlijke grizzlybeer van maken?

Brabo

woensdag 9 november 2016

Penningen

183.000 unieke bezoekers kreeg de live broadcast van de chess.com blitz finale. Normaal volg ik blitz of rapid niet maar deze keer bleef ook ik aan mijn stoel plakken om het spektakel tussen Carlsen en Nakamura te volgen. De enige smet op een anders vrij goed georganiseerde match was de onmacht van de moderatoren om de chat vrij te houden van de ontelbare aanvallen van trollen. Zelfs de commentatoren kregen het op hun heupen hiervan en hadden moeite om hun aandacht bij de partijen te houden.

Het is een wederkerend fenomeen bij veel websites waar je anoniem kunt reageren. Steevast zien we een aantal personen die er op uit zijn om chaos en ergernis te creëren. Men kickt op de macht dat men heeft om een gesprek te controleren. Het is zonder twijfel ook de reden waarom er vandaag veel minder zinvolle reacties worden gemaakt in vergelijking met de beginjaren van het internet.

Moeilijk is het allerminst om een discussie vast te laten lopen zelfs al ken je weinig van het onderwerp af. Je mening verkondigen als een feit is een veel voorkomende methode. De geloofwaardigheid van iemand onderuit halen is een andere. Zich concentreren op spellingsfouten, semantische elementen of pietluttige details is eveneens een beproefd recept. Als doorwinterde poster met 18 jaar internetervaring in meerdere fora heb ik al het een en ander meegemaakt natuurlijk.

Negeren is het gemakkelijkste en vaak noodzakelijk maar creëert een dorre woestijn van stilte. Beter vind ik daarom het zorgvuldig kiezen op welke punten ik nog verder wil praten. Deze strategie wordt niet altijd geapprecieerd vooral als ik bepaalde punten negeer die mijn gesprekspartner belangrijk vindt.

Met deze aparte inleiding wil ik de link leggen naar een reactie onder mijn artikel rontgenaanval. Ik geloof niet dat we hier te maken hebben met een trol maar de reactie gaat wel over een technisch detail. Wat is het verschil tussen een rontgenaanval en een penning? Ik heb de waarheid niet in pacht betreffende schaakterminologie maar voor mij persoonlijk is er toch een wezenlijk verschil tussen beide. Een penning is iets statisch terwijl een rontgenaanval iets dynamisch is. Ik bedoel bij een rontgenaanval is de verdediging aan het bewegen terwijl dit niet het geval is bij een penning.

De verwarring wordt misschien gevoed door de vele thema's uit de probleemwereld rond penningen. Daarin zien we ook bewegingen zelfs van het gepende stuk zoals in onderstaand werkje van eigen makelij.
Mat in 2
Wit speelt met het gepende stuk. Om de matdreiging te pareren, ontpent zwart dit stuk.

Een stapje verder gaat het volgende werkje.
Mat in 2
Opnieuw speelt wit met het gepende stuk maar deze keer zien we dat de dreiging bestaat uit het ontpennen van een zwart stuk. Zwart pareert door het gespeelde stuk te ontpennen. Dit is het Kagan thema.

In beide voorbeelden zien we bewegingen maar de penningen blijven absoluut dus kunnen enkel opgeheven worden door de partij die pent. Dit is een belangrijk verschil t.o.v. rontgenaanvallen waarbij de gepende partij nog altijd kan beslissen om de penning zelf op te heffen uiteraard vaak gepaard gaande met materiaalverlies.

Brabo

Oplossingen
Stelling 1:
1. Tf5 dreigt 2.Pd4#
1. ... Df6~ (ontpent de toren) 2. Tc5#
1. ... e7~ 2.Dc5#
1. ... d7~ 2.De8#
1. ... b7~ 2.Da8#
1. ... Pb5 2.cxb5#
1. ... fxg6 2.Ld5#

Stelling 2:
1. Td2 dreigt 2.Da1# (ontpent de dame)
1. ... De2~ (ontpent de toren) 2. Td5#
1. ... Txd6 2.Ld6#
1. ... Pg3~ 2.Tf5#

donderdag 27 oktober 2016

Gekke materiaalverhoudingen deel 2

Eind vorig jaar kocht ik mijn allereerste schaakklok bij de denksportkampioen. Op aanraden van Ben opteerde ik voor de DGT North American die prijs/ kwaliteit goed is. Voor iemand die al meer dan 20 jaar schaakt lijkt het misschien vreemd om nu pas een klok te kopen maar in tegenstelling tot Amerika voorzien alle tornooien de spelers van schaakmateriaal. Het is zelfs zo dat ik tot een paar jaar geleden geen schaakbord thuis had omdat ik toch al mijn analyses liever op de computer maak. Niet alleen heb je dan onmiddellijk een zeer sterke partner in de vorm van een schaakprogramma die kan meekijken maar alle analyses kan je ook met een paar muisklikken bewaren.

De schaakklok kocht ik aan omdat mijn zoon het wel eens leuk vond om in een "echte" partij zijn papa trachten te verslaan. Om hem een kans te geven en het tezelfdertijd voor mij ook interessant te maken, gaf ik mijzelf een handicap. In het begin was het aftasten welke de optimale handicap was. Uiteindelijk ontdekten we dat een handicap van 1 minuut tegen 20 minuten voor mijn zoon en bovendien 23 punten extra (een pion = 1 punt) voor hem, de meest spannende partijtjes produceerde.

Tijdens het voorbije jaar kon ik dankzij deze handicappartijtjes ook duidelijk zijn progressie meten. Telkens hij met een handicap won ging er een punt af maar als hij verloor dan ging er weer een punt bij. Ik was dan ook gisteren aangenaam verwonderd toen ik al moest vaststellen dat ik niet verder kwam dan een remise met een handicap van slechts 4 punten. In zijn stap-boekjes had mijn zoon weinig vordering gemaakt in het voorbije jaar maar blijkbaar met gewoon regelmatig te spelen, kan je ook heel veel leren.

De handicappartijtjes leerden mij zelf opnieuw de waarde van de pionnen te appreciëren. Zeker als je zoon de 4 centrumpionnen wegneemt dan besef je heel snel hoe lastig het is om iets nuttigs te doen met de overblijvende stukken. De Franse grondlegger van het schaken Philidor zei niet zomaar dat de pionnen de ziel van het schaken zijn. Deze quote dateert al van 1749 maar het blijft natuurlijk ook vandaag nog geldig. Een moderne briljante toepassing hiervan konden we laatst zien in een van Kramniks partijen op de schaakolympiade te Baku. Deze partij bezorgde Kramnik individueel goud op bord 2 en een persoonlijke recordrating van 2817 op 41 jarige leeftijd.

De slotstelling in de partij toont een gekke materiaalverhouding. Zwart heeft een toren extra maar staat machteloos.

Stellingen waarin een stuk vecht tegen een legertje pionnen zien we in de praktijk niet vaak. Wellicht speelt het onvoorspelbare hierbij ook een rol. Schakers gaan niet graag vrijwillig een stelling spelen waarmee men geen ervaring heeft en bovendien zeer moeilijk correct te evalueren is. Het is een mogelijke verklaring waarom mijn tegenstander Ian Vandelacluze in de 3de ronde van Open Gent met opzet dit soort stelling vermeed met een objectief minderwaardige zet.

Wij zijn geen computer die dit soort gekke materiaalverhouding correct kan spelen dus ik kan goed begrijpen dat mijn tegenstander het te gewaagd vond. Trouwens in de praktijk behaalde hij comfortabel remise met zijn mindere zet weliswaar profiterend van mijn tijdnood.

In de probleemwereld bestaan talloze stellingen waarin het ene kleur een massa pionnen heeft en het andere niet. Echter er is een belangrijk verschil met de zeldzame stellingen uit de bordpraktijk. In de probleemwereld bestaat er telkens een duidelijke oplossing terwijl in de bordpraktijk zoiets niet gegarandeerd is. Het open einde maakt het voor mij een stuk fascinerender om te bekijken.

Brabo