vrijdag 25 maart 2016

Vrienden

Mijn eerste club was de torrewachters in Roeselare toen ik nog student was en inwoonde bij mijn ouders. Het is een bruisende club met bescheiden niveau van spelers maar alom bekend voor zijn vaak heel plezierig apres-schaak. Zelfs toen ik al vele jaren voor Deurne speelde, kwam ik nog geregeld speciaal naar de speeldagen om te socializing. Pas met trouwen en kinderen krijgen, werd het praktisch onhaalbaar om die uitstapjes te maken. Desondanks ben ik blij dat niet alle contact verbroken is met meerdere vrienden van dit eerste uur (waaronder HK5000 die bijvoorbeeld vorig artikeltje schreef).

Ondertussen speel ik al bijna 18 jaar bij Deurne. Na de studies trok ik naar Antwerpen en zocht ik een club in de buurt. Internationaal arbiter Dirk De Ridder die ik iets eerder had leren kennen op het studentenwereldkampioenschap in 1998 te Rotterdam introduceerde mij in de club en ik voelde er mij vanaf dag 1 welkom. In de eerste jaren ging ik dan ook graag mee met enkele van de nieuwe clubvrienden naar tornooien in Frankrijk: Le Touquet, Avoine, Val Thorens, Condom, Plancoet waarbij de sfeer altijd opperbest was.

Naast een klik met mijn medespelers vind ik ook steeds belangrijk dat ik mijzelf kan ontwikkelen als schaker. Ik had het laatst nog in een gesprek op de sessie met professor Bert de Cuyper. Schaken is vrij uniek omdat je altijd en op om het even welke leeftijd nog nieuwe dingen kunt ontdekken en aanleren. Een omgeving die stimuleert vind ik bijgevolg een must en in dit plaatje past Deurne ook zeker. In Deurne kom ik geregeld in contact met heel wat oud-Belgisch kampioenen: Jan Rooze, Ronny Weemaes, Thierry Penson, Robert Schuerman en vroeger in mindere mate ook nog met Jean Moeyersons en Marc Dutreeuw.

Ik denk niet dat er veel clubs zijn in Belgie die zulk palmares kunnen voorleggen maar dat betekent helemaal niet dat andere clubs minder interessant zijn. Integendeel want heel wat clubs hebben hun eigen troeven zoals een vaste vriendengroep met gezonde ambities om hogerop te geraken. Ik denk dan in Vlaanderen aan o.a. Zottegem,  TSM, Opwijk, Leuven maar in het bijzonder KBSK. De Brugse club is in het laatste decennium uitgegroeid tot een vaste speler in 1ste divisie met niet minder dan 3 IM's uit eigen kweek: Steven Geirnaert, Thibaut Maenhout en Tom Piceu. Dit is uniek in Belgie.
Koen Leenhouts
Bron: Brugs expertentornooi
Eigenlijk vergeet ik dan nog iemand want de Nederlandse IM Koen Leenhouts speelt ook al meer dan 10 jaar mee en is zonder twijfel momenteel de speler in vorm. Zijn aanvallende stijl is altijd een sterke troef geweest waaronder ook onderstaande onderlinge partij van getuigt maar recent heeft hij blijkbaar toch een stap vooruit gezet.

In het voorbije jaar won Koen meer dan 100 elopunten met o.a. gedeelde tornooioverwinningen in Le Touquet en Bethune. Met een live rating rond de 2500 wordt een grootmeestertitel zeker geen onrealistische ambitie. Dat hij al zijn mannetje kan staan tegen grootmeesters werd zeer recent bevestigd.

Het is een beetje kort door de bocht dat vrienden of ruimer genomen een leuke club cruciaal zijn om progressie te maken maar je mag het evenmin minimaliseren. Zo schrijft de Nederlandse topgrootmeester Anish Giri over zijn wedervaren in 2015 op schaaksite. Daarin komt een opmerkelijke passage over zijn partij tegen Topalov waarin hij stelt dat het over algemeen geen kwaad kan om vrienden te hebben. Humor maar tezelfdertijd ook een grond van waarheid want zelfs op zijn niveau kan een netwerk helpen om details te weten te komen die jezelf verder helpen.

Het delen van informatie onder vrienden door materiaal uit te lenen of zelfs weg te schenken is standaard onder schakers vaak weliswaar ten nadele van de verkoop van schaakproducten. Digitaal gebruik ik en enkele vrienden geregeld dropbox. Schaken met vrienden is dus niet alleen leuker maar ook interessanter.

Brabo

dinsdag 15 maart 2016

Jozef Martin Boey

(16 mei 1934, Antwerpen – 28 februari 2016, Vosselaar)


Begin maart werd de Vlaamse schaakwereld opgeschrikt door een mail van Jan Rooze, waarin hij meldde dat Jozef Boey overleden was. Jan schilderde een knap portret van één van de pioniers van het Vlaamse schaak en schonk ons als bonus nog een NIC-artikel over de Jaenisch-variant waarin Jozef Boey naam hadgemaakt.”

Jozef Boey was zeker de beste Belgische schaker in de periode tussen O’Kelly en Luc Winants. Hij was I.M. bordschaak, en daarnaast grootmeester en vice-WK correspondentie, veelvuldig Belgisch kampioen en ook nog eens openingsspecialist. Zijn werk in de Chigorin en het Spaanse Jaenisch blijft tot op vandaag gerespecteerd. 

Hij kon overwinningen voorleggen op (groot)meesters als Westerinen, Durao, Kouatly, Enklaar, Chernikov, O’Kelly, Honfi en Dely. Hij hield spelers als Uhlmann, Keene, Ligterink, Schmidt, Van der Sterren, Flear en Wells op remise. En hij was daarnaast ook gewoon amateur, want als chemicus werkte hij zijn leven lang in Janssen Pharmaceutica.

Jozef Boey leerde schaken op achtjarige leeftijd. Hij maakte snelle progressie en plaatste zich in 1953 voor het WK jeugd in Kopenhagen, waar hij in de finale in de middenmoot eindigde. Als twintigjarige wint hij in het NK 1954 in Blankenberge een mooie partij van O’Kelly. In Moskou 1956 speelt hij zijn eerste (van acht) olympiades met de Belgische ploeg. Het levert hem meteen een zevende bordprestatie op als reservebord. België wordt 16de. Hij zal met tussenpozen deel uitmaken van de Belgische ploeg tot Nice 1974, maar treedt nog één keer op als derde bord in Thessaloniki 1988. Zijn totaalscore is +33, =53, -27 of 52,7% op 113 partijen. In 1959 wint hij het NK (gedeeld met O’Kelly), wat hij ook in 1964, 1965 en 1971 zal doen (gedeeld met Roeland Verstraeten). In 1963 (Enschede) en in 1966 neemt hij deel aan het Zonetornooi. In 1963 scoort hij 6/16; het tornooi wordt gewonnen door Gligoric voor Lengyel en Darga; in 1966 scoort hij een halfje beter: 6,5/16; weer wint Gligoric, nu voor Bilek en Kavalek. In 1973 wordt hij I.M.

Hij begint met correspondentie in 1965 en kwalificeert zich al snel voor het vijfde EK, waarin hij tweede wordt na Folke Ekström. Bij het 7de EK wordt hij weer tweede, dit keer achter Werner Stern. Het levert hem de IM ICCF titel op in 1972.

Begin jaren 70 was hij op zijn top (chessmetrics 2539 en 165ste in de wereld in november 1972 – zijn hoogste FIDE rating haalt hij in 1973-74: 2435). In de olympiade van Siegen 1970 haalde hij 8/13 tegen een gemiddelde tegenstand van 2509. In het 7de WK correspondentie dat gestart was in 1972 en afliep in 1976, eindigde hij tweede na Jacob Estrin, maar voor de vierde WK Vladimir Zagorovsky. Voor zijn goede prestaties in o.a. dit WK, krijgt hij in 1975 de ICCF IGM titel. Er waren sterke vermoedens dat de Russen op het einde van het tornooi “hun man” bevoordeligden door Estrin te steunen met analyses en een andere partij te “regelen” in het voordeel van Estrin. Later neemt hij nog deel aan het achtste en het tiende WK, maar minder succesvol. Zijn prestaties en bekendheid bezorgden hem daarna nog veel uitnodigingen voor sterk bezette cr-tornooien.

In 1973 neemt hij het eerste bord in van de Belgische ploeg in een voorronde van het EK teams (de match waarin Beyen zijn onsterfelijke partij wint tegen Filip). Hij scoort 0,5/2 tegen Hort. Hij speelt in zijn “nadagen” nog enkele prima tornooien: in Roosendaal 1983 (cat. 3) wordt hij gedeeld tweede-vierde, na Paul Van der Sterren. Hij speelt zijn laatste partijen in de WK senioren tornooien (2006 en 2008) en in het open tornooi van Gent (2004 & 2006).

De club van Temse heet Boey Temse, ter ere van Jozef, die er erelid was. Maar zijn stamclub was Turnhout, waar hij ook woonde. Vaak gaf hij op het einde van een lesjaar aan de jeugd een simultaan. Zijn laatste elo – als 74-jarige – was nog altijd 2280.

Tot zover mijn door Wikipedia en overige internetbronnen gestoffeerde kennis van Jozef Boey. Maar op 12 september 1987 kwam Jozef in Roeselare een simultaan geven. Zijn elo als derde Belg op de elolijst was toen 2390, maar de 30 tegenstanders en één computer (Leonardo Maestro) vormen geen partij voor de altmeister. Enkel clublid Marc Segaert kon een remise wegkapen – de computer won wel zijn partij. Ikzelf was toen amper drie jaren lid van de club en verloor kansloos in een Caro-Kann. Zie de scans van de krantenknipsels van dit event.
Bron: Wekelijks nieuws

Bron: Wekelijks nieuws
HK5000


donderdag 10 maart 2016

Het notatieformulier

Weinig standaard wedstrijden spelen betekent automatisch voor mij ook minder analyses maken. Ik ben geen type speler zoals Bobby Fischer die makkelijk maanden weg kan blijven van een schaakbord en tezelfdertijd thuis toch aan schaakstudie doet. Evenmin zal ik opzettelijk mijn analyses rekken wanneer er weinig werk is. Integendeel want tegenwoordig gebruik ik opnieuw veelal 2 computers om te analyseren dit in tegenstelling tot wat ik enkele jaren geleden schreef in mijn artikel analyseren met de computer.

Vandaag heb ik meestal een laptop en een desktop ter beschikking. Mijn laptop is een kleine 2 jaren oud en gebruik ik enkel voor het analyseren/ voorbereiden van partijen. Hij vergezelt mij steevast naar de paar tornooien die ik jaarlijks speel. De desktop is al meer dan 5 jaar oud maar is nog steeds iets krachtiger dan de laptop. Deze PC wordt voor veel meer gebruikt want met zijn actieve internetconnectie is hij ook gegeerd bij mijn kinderen. Net omdat mijn jonge kinderen die geregeld gebruiken, hebben we de PC midden in onze woonkamer geplaatst. Het internet is een geweldige bron van entertainment, informatie,... maar ouderlijke controle op de internetactiviteiten van (jonge) kinderen lijkt mij een absolute must. Niet zelden komt er een pop-up die voorstelt om allerlei programma's te installeren. Gelukkig hebben mijn kinderen ondertussen al geleerd eerst mij te vragen of ze erop mogen klikken.

De centrale positie van de desktop in de woonkamer betekent echter ook dat als ik online wil schaken (iets wat ik nog steeds graag doe en o.a. over schreef in mijn artikel de (on)zin van blitz) het niet vanzelfsprekend is om geconcentreerd te spelen. Niet zelden word ik midden in een partijtje rechtstreeks aangesproken met vaak een frustrerende nul op het scorebord als eindresultaat. 's Avonds laat wanneer de kinderen in bed zijn, is makkelijker maar betekent wel dat ik dan zelf ook moe ben. Het is dan ook geen toeval dat er soms fluctuaties van 300 punten (Playchess 2150 - 2450) gebeuren in enkele dagen met mijn onlinerating.

In standaardschaak maken we zulke grote schommelingen niet mee maar binnen een partij zien we soms wel drastische niveauverschillen. De huidige increments vermijden extreme tijdnood van meerdere zetten in enkele seconden. Daar tegenover staat dat men vandaag veel vroeger moet terugplooien naar een oppervlakkig spel. Hierbij speelt de verplichte notering na elke zet ook een belangrijke rol. Als je speelt op (bijna) uitsluitend increments dan is het spenderen van telkens seconden aan de notatie een enorme stoorzender. Het is dan ook niet echt verwonderlijk dat wanneer 1 kleur aan het drukken is dat de weerstand bij het spelen op increments soms heel snel gebroken wordt. In mijn interclubpartij van de 6de ronde tegen de Belgische FM Bruno De Jonghe overkwam me dit scenario. Een moeilijke stelling werd met oppervlakkig spel snel een puinhoop.

We zien trouwens dat niet alleen het spel lijdt want ook het noteren wordt in die fase een geklungel. Ik heb vooral problemen wanneer ik zwart heb want onder druk slaag ik er plots niet meer in om snel de coördinaten gespiegeld te interpreteren. Niet minder dan 6 fouten vond ik in onderstaand notatieformulier vanaf zet 27.
Notatieformulier van mijn partij tegen Bruno De Jonghe
Je gaat natuurlijk geen 2 of 3 keer nadenken over de notatie wanneer je ongeveer 30 seconden hebt maar ik ben benieuwd of er nog lezers zijn die dit zwartprobleem hebben bij het noteren.

Ik kan mij voorstellen dat mijn ploegkapitein geregeld zit te zwoegen om de formulieren te ontleden en te digitaliseren. Hij verzorgt nog steeds vrijwillig de verspreiding van de partijen gespeeld door het eerste team binnen onze club. 10 jaar geleden werden die ook gepubliceerd op de interclubpagina van Valery Maes maar daar werd mee gestopt toen bleek dat we de enige club waren die dit in 2de klasse wou doen. Tja in mijn artikeltje paswoord heb ik al aangegeven dat veel schakers liever geen partijen meer van zichzelf ergens gepubliceerd zien.

We dwalen af want ik wou nog even terugkeren op het noteren. Iedere competitiespeler zal wel kunnen correct noteren maar in werkelijkheid zien we dat veel spelers in de praktijk het als een vervelend karweitje beschouwen. Niet zelden gaat het mis. Zelf herinner ik mij natuurlijk het sadistische examen. Ik zal dus de laatste zijn om spelers te bekritiseren als ze hun notatieformulier niet vertrouwen. Zo gaf de Belgische FM Rob Michiels achteraf toe dat hij zijn 41ste zet in onze recente onderlinge partij snel had gespeeld ondanks de complexe stelling omdat hij geen zekerheid had over het aantal gespeelde zetten. De Belgische internationaal arbiter Geert Bailleul maakte m.i. geen overbodige opmerking tijdens de voorbije interclubronde in Deurne dat de extra tijd pas erbij komt nadat de tijd bij 1 van beide spelers op 0 staat en niet automatisch bij de 40ste zet.

Zonder live borden of hulp van de betrokken spelers is het af en toe onmogelijk om een notatieformulier te ontcijferen. Soms verdenk ik er ook spelers van dat ze met opzet hun notatie niet verzorgen om de kans te verhogen dat hun partij niet gedigitaliseerd wordt. Het meest frappante voorbeeld van opzettelijk saboteren van de notatieplicht las ik op chesspub. Een grootmeester gebruikt telkens het voorwendsel dat hij geen leesbril heeft om te noteren. Arbiters laten zich in de luren doen door het kleine tijdshandicap dat hij voorstelt als compensatie.

Tenslotte nog een kleine bedenking over wat er met notatieformulieren na de partijen gebeurt. Na het digitaliseren en analyseren van de partij wacht ik eventueel nog op een ratingverwerking maar dan gaat het bij mij richting prullenmand. Niet iedereen is zo emotieloos. Zo hoorde ik eens over een grote kartonnen doos met notatieformulieren onder het bed van een bekende Belgische IM. Op de slapende blog van Wim Barbier kan je dan weer scans terugvinden van zijn oudste notatieformulieren bv. daterend 23 juni 1975!  Ben jij een verzamelaar of wordt elk formulier onmiddellijk verticaal geklasseerd?

Brabo

dinsdag 1 maart 2016

De Siciliaanse Kupreichik

Binnen enkele weken word ik 40 maar ik zit nog steeds flink onder de gemiddelde leeftijd van onze interclubploeg. Terwijl we vorige seizoenen langzaam afdaalden, zien we dit jaar een heropleving die voornamelijk te danken is aan 2 nieuwe krachten. De erg ervaren en sympathieke FM Jan Van Mechelen bood zich begin dit seizoen aan om de ploeg te versterken en dat cadeau namen we natuurlijk met beide handen aan. Tezelfdertijd won onze 15 jarige talentvolle clubgenoot Tamer Ismail vorig jaar voldoende elo om een plaats te veroveren in het eerste team voor Deurne.

De meeste ploegen in onze reeks zijn aan elkaar gewaagd en dan zorgt een infuus van nieuw bloed onmiddellijk voor een verschuiving in het klassement. Vorig jaar speelden we nog bescheiden in de middenmoot. Dit jaar zijn we in de running om kampioen te worden. De gedoodverfde favoriet blijft echter Wachtebeke die bijna uitsluitend met buitenlanders speelt. Reeds in de 5de ronde kwam de clash. Zoals verwacht liet Wachtebeke niets aan het toeval over en trad met zijn (voorlopig) sterkste opstelling op, een gemiddelde van 2340 elo. In 1ste klasse hadden 7 van de 12 teams in de voorbije interclubronde zelfs lagere gemiddelde ratings om maar even te illustreren in welke mate dit team kop en schouders boven de anderen in 2de klasse uitsteekt.

Persoonlijk zijn dit soort uitdagingen voor mij enkel een stimulans om nog harder te werken. De voorbereidingen in 2de afdeling zijn normaal een fractie van wat ik deed in 1ste klasse (zie de sterktelijst) maar voor die ronde maakte ik een uitzondering. 6 A4-pagina's (zie voorbeeld in archiveren) schreef ik vol met samenvattende analyses ter voorbereiding van de wedstrijd. Ik spreek over een samenvatting want als je tientallen openingen bekijkt dan kan je natuurlijk niet veel tijd spenderen aan subvarianten. Ik weet niet wat andere schakers verkiezen maar ik bekijk liever een maximaal mogelijk aantal scenarios oppervlakkig dan een beperkt aantal scenarios grondig. Verrassingen maken vandaag een zeer belangrijk deel uit van modern schaak en dan denk ik dat je toch meer succes hebt met diversifiëring in de voorbereiding i.p.v. specialisatie.

Zo hield ik o.a. rekening met het bijzonder onwaarschijnlijk scenario dat de Franse IM Jonathan Dourerassou zou spelen op bord 2 (in theorie mogelijk maar nog niet gebeurd in de praktijk) en bovendien mij zou trachten te verrassen met een opening die hij ooit in 2004 enkele keren had gespeeld, namelijk de Siciliaanse Kupreichik. Het oprakelen van openingen die men lang geleden nog gespeeld heeft, wordt wel door meer spelers gebruikt als verrassingswapen wanneer slechts een beperkte voorbereiding (met de klemtoon op hun huidige repertoire) gevreesd wordt.

De Siciliaanse Kupreichik had ik niet alleen nog niet eerder op het bord gehad maar evenmin ooit eerder bestudeerd. Echter het groot aantal partijen in de database met deze opening liet mij verstaan dat de opening meer dan een eendagsvlieg is. Een uitgebreide analyse maken is uit den boze als je de rest van de voorbereiding niet wilt hypothekeren dus blijft er niets anders over dan pragmatisch een keuze te maken. Aanvankelijk ging mijn voorkeur naar een opstelling met Le2 om te transponeren naar een stelling uit de Scheveningen waarmee ik al eerder succesvol was zie zwitsers gambiet. Die ballon ging niet op want Jonathan had al in 2004 een partij gewonnen met e5 i.p.v. e6.

Niet alleen scoort wit belabberd in de praktijk in deze variant maar ik vond evenmin snel een verbetering dus keek ik verder. Lg5 is vandaag de populairste voortzetting en bovendien speel ik ook al geruime tijd de Rauzer (zo won ik eens een partij in die opening tegen een grootmeester zie mijn artikel hoe winnen van een sterkere speler) dus lang moest ik niet zoeken naar een alternatief. Omdat Jonathan geen partijen met Lg5 in de database had staan, switchte ik naar mijn openingsboek om te bepalen welke zet Jonathan hoogst waarschijnlijk zou spelen. Deze techniek werd reeds uitgelegd in mijn artikel databases gebruiken. Het openingsboek was heel duidelijk want Pc6 werd in 90% van de partijen gespeeld zoals de screenshot hieronder bewijst.
Openingsboek Megadatabase 2016
Met Pc6 transponeren we naar een Rauzervariant en dit betekende dat ik geen nieuwe analyses meer hoefde te maken want daar had ik al iets voor klaar liggen. Met een opfrissing van de kritieke lijnen beëindigde ik dit stukje voorbereiding.

Na deze lange inleiding is het natuurlijk tijd om eindelijk eens te kijken wat ik op mijn bord kreeg. Wel de lezer zal misschien van zijn stoel vallen maar Jonathan Dourerassou was niet mijn tegenstander. In plaats kwam de jonge Nederlandse IM Miguoel Admiraal plaatsnemen voor mij. Hij won het voorbij jaar ongeveer 100 punten en ook in het voorbije Tata Steel tornooi toonde hij een respectabel resultaat bij de Challengers dus geen makkelijke opdracht.
Miguoel Admiraal
Bron: HK5000
Nu Miguoel was geen verrassing want hij had al een keertje op bord 2 gespeeld. Onze onderlinge partij van vorig jaar had ik grondig bestudeerd en ik had een antwoord klaar op alle varianten die hij de vorige jaren had geprobeerd (volgens de databases). Ik heb een sterk vermoeden dat Miguoel op zijn minst op de hoogte is van deze blog. Bijgevolg was het evenmin een verrassing dat Miguoel iets nieuw zou proberen. Jawel zulk toeval bestaat in het schaken want hij speelde zowaar de Siciliaanse Kupreichik die deel uitmaakte van mijn voorbereiding op zijn teamgenoot Jonathan Dourerassou (spelend op bord 1).

Ik heb heel wat tijd gestoken in bovenstaande analyses waardoor ik enkele eerdere conclusies uit de voorbereiding moest bijstellen. Zo had ik het systeem met Le2 niet moeten opzij leggen wegens e5 want net daar blijkt wit kansen te hebben. Statistieken zijn onbetrouwbaar als ze slechts een beperkt aantal partijen bevatten zoals ik al eerder vermeldde in mijn artikel groene zetten. Eenzelfde geluid kan je trouwens lezen in Positional Decision Making In Chess van de Israelische topgrootmeester Boris Gelfand.

In mijn vorig artikel toonde ik dat openingen serieus bestuderen, tijd kost. Dit soort hiccups lijken mij dus ook af en toe onvermijdelijk in de partijvoorbereiding. Moeilijker te aanvaarden was de ontdekking dat niet Pc6 het meest gespeeld wordt na Lg5 maar wel e6. Ik was mij helemaal niet bewust dat transposities van andere stellingen werden samengeteld. Als je een openingsboek zou maken met enkel de partijen na Lg5 dan krijg je exact het omgekeerde beeld.
Openingsboek Kupreichik filter
Chessbase heeft eindelijk een manual gemaakt zie support voor Fritz15 maar ik vond geen oplossing voor het uitschakelen van transposities behalve het creëren van een nieuw openingsboek wat natuurlijk onpraktisch is. Er bestaat een mogelijkheid om niet gespeelde transposities in/uit te schakelen maar gespeelde transposities blijven altijd actief. Hulp is welkom natuurlijk !

Hiermee loopt het avontuur met de Siciliaanse Kupreichik op zijn einde. Ik was aanvankelijk opgelucht met het halve punt maar verstijfde toen ik hoorde dat we zonet de match verloren hadden. Gelukkig kwamen mijn ploeggenoten mij geruststellen dat mijn half punt van geen belang meer was want Wachtebeke won met 5-3. Ondertussen zitten we al 2 interclubronden verder en blijven we alle andere matchen winnen zodat de druk op Wachtebeke blijft. Het zou mij sterk verwonderen echter als we nog een vervolg zien op de Siciliaanse Kupreichik.

Brabo