donderdag 27 oktober 2016

Gekke materiaalverhoudingen deel 2

Eind vorig jaar kocht ik mijn allereerste schaakklok bij de denksportkampioen. Op aanraden van Ben opteerde ik voor de DGT North American die prijs/ kwaliteit goed is. Voor iemand die al meer dan 20 jaar schaakt lijkt het misschien vreemd om nu pas een klok te kopen maar in tegenstelling tot Amerika voorzien alle tornooien de spelers van schaakmateriaal. Het is zelfs zo dat ik tot een paar jaar geleden geen schaakbord thuis had omdat ik toch al mijn analyses liever op de computer maak. Niet alleen heb je dan onmiddellijk een zeer sterke partner in de vorm van een schaakprogramma die kan meekijken maar alle analyses kan je ook met een paar muisklikken bewaren.

De schaakklok kocht ik aan omdat mijn zoon het wel eens leuk vond om in een "echte" partij zijn papa trachten te verslaan. Om hem een kans te geven en het tezelfdertijd voor mij ook interessant te maken, gaf ik mijzelf een handicap. In het begin was het aftasten welke de optimale handicap was. Uiteindelijk ontdekten we dat een handicap van 1 minuut tegen 20 minuten voor mijn zoon en bovendien 23 punten extra (een pion = 1 punt) voor hem, de meest spannende partijtjes produceerde.

Tijdens het voorbije jaar kon ik dankzij deze handicappartijtjes ook duidelijk zijn progressie meten. Telkens hij met een handicap won ging er een punt af maar als hij verloor dan ging er weer een punt bij. Ik was dan ook gisteren aangenaam verwonderd toen ik al moest vaststellen dat ik niet verder kwam dan een remise met een handicap van slechts 4 punten. In zijn stap-boekjes had mijn zoon weinig vordering gemaakt in het voorbije jaar maar blijkbaar met gewoon regelmatig te spelen, kan je ook heel veel leren.

De handicappartijtjes leerden mij zelf opnieuw de waarde van de pionnen te appreciëren. Zeker als je zoon de 4 centrumpionnen wegneemt dan besef je heel snel hoe lastig het is om iets nuttigs te doen met de overblijvende stukken. De Franse grondlegger van het schaken Philidor zei niet zomaar dat de pionnen de ziel van het schaken zijn. Deze quote dateert al van 1749 maar het blijft natuurlijk ook vandaag nog geldig. Een moderne briljante toepassing hiervan konden we laatst zien in een van Kramniks partijen op de schaakolympiade te Baku. Deze partij bezorgde Kramnik individueel goud op bord 2 en een persoonlijke recordrating van 2817 op 41 jarige leeftijd.

De slotstelling in de partij toont een gekke materiaalverhouding. Zwart heeft een toren extra maar staat machteloos.

Stellingen waarin een stuk vecht tegen een legertje pionnen zien we in de praktijk niet vaak. Wellicht speelt het onvoorspelbare hierbij ook een rol. Schakers gaan niet graag vrijwillig een stelling spelen waarmee men geen ervaring heeft en bovendien zeer moeilijk correct te evalueren is. Het is een mogelijke verklaring waarom mijn tegenstander Ian Vandelacluze in de 3de ronde van Open Gent met opzet dit soort stelling vermeed met een objectief minderwaardige zet.

Wij zijn geen computer die dit soort gekke materiaalverhouding correct kan spelen dus ik kan goed begrijpen dat mijn tegenstander het te gewaagd vond. Trouwens in de praktijk behaalde hij comfortabel remise met zijn mindere zet weliswaar profiterend van mijn tijdnood.

In de probleemwereld bestaan talloze stellingen waarin het ene kleur een massa pionnen heeft en het andere niet. Echter er is een belangrijk verschil met de zeldzame stellingen uit de bordpraktijk. In de probleemwereld bestaat er telkens een duidelijke oplossing terwijl in de bordpraktijk zoiets niet gegarandeerd is. Het open einde maakt het voor mij een stuk fascinerender om te bekijken.

Brabo

donderdag 20 oktober 2016

Avrukh deel 2

De Hollandse stonewall is geen populaire opening bij de grote jongens. Theoretische ontwikkelingen gebeuren bijgevolg op een gezapig tempo. Echter ook het karakter van de opening speelt hierin een rol. Tactische weerleggingen komen veel minder vaak voor dan in meer open speltypes. We zien eerder een gevecht tussen plannen dan concrete zetten.

1 van de laatste grote verschuivingen in de Hollandse stonewall was de opkomst van de b6-systemen die grotendeels de oude Lc8-d7-e8-h5(g6) systemen heeft vervangen. Hierover schreef ik in mijn artikel handleidingen. Vandaag geloof ik dat we opnieuw een verschuiving meemaken. Steeds meer witspelers verlaten de klassieke opstelling met paarden op e5 en d3 om de zwarte velden te betonneren en kiezen i.p.v. voor een veel dynamischer type stelling aanbevolen o.a. door Avrukh.

In mijn artikel daterend van 2012 gaf ik al aan dat we een toename van 150% zagen met het onorthodoxe systeem in de databases na de publicatie van Avrukhs werk en deze tendens zet zich nog steeds verder. Zo staan er 50 partijen (+2300 elo) gespeeld in 2015 met de openingsvariant in de database. Dit is meer dan het viervoudige in vergelijking met voor 2010.

Deze evolutie verwondert mij geenszins. Psychologisch is het voor de zwartspeler niet makkelijk om een Hollandse stonewall te spelen waarin je moet afstappen van de normale schema's. De witscore in mijn openingsboek die meer dan 62% toont op +400 partijen (+2300 elo) versnelt uiteraard enkel dit proces. Ook in België zijn al heel wat witspelers op de kar gesprongen waarvan grootmeester Bart Michiels misschien wel de bekendste en sterkste is. Zijn recente partij tegen de regerende Vlaams kampioen Ashote Draftian, een zeer grote (Hollandse) stonewall liefhebber toont mooi waar de kansen liggen voor wit in dit systeem.

Natuurlijk is Bart een klasse sterker maar ik vermoed dat Ashote niet op de hoogte was van de theorie anders laat je gewoon die variant met 10.b4 niet toe als zwartspeler. Het spreekt voor zich dat ik op mijn beurt deze opening op een heel andere wijze aanpak. Schaakopeningen studeren maakt tegenwoordig een zeer groot deel uit van mijn schaakstudie dus kan ik in tegenstelling tot Ashote wel in mijn partijen gebruik maken van een zeer uitgebreide voorkennis. Een extreem voorbeeld was zeker mijn partij in Open Gent in ronde 5 tegen Johan Goormachtigh waarin ik minder dan een kwartier bedenktijd verbruikte.

Ik zal zeker niet claimen dat mijn gekozen concept de doodsteek is voor het witte systeem maar de anti-dote vermeld in de meeste referentiewerken (zoals die van Avrukh) is volstrekt ontoereikend. De oude partij Efim Bogljubov - Savielly Tartakower gespeeld in 1924 wordt steevast als stempartij gebruikt maar niemand schijnt op de hoogte te zijn van de partij Savielly Tartakower - Alfred Brinckmann gespeeld in 1928 die een heel ander licht werpt. Misschien heeft het te maken met de niet alledaagse zettenvolgorde maar iedere database beschikt vandaag over instrumenten om dit te omzeilen.

Puur toevallig kreeg ik dezelfde opening in de laatste ronde van hetzelfde tornooi nog eens op het bord. Aanvankelijk wou ik variëren maar omdat ik wegens de discriminatie t.o.v. Belgische elo's toch niet meer in aanmerking kon komen voor het prijzengeld, wou ik wel eens kijken wat mijn tegenstander, de Nederlandse FM Adrian Clemens had voorbereid. Een minithematornooi leek mij leuk maar ik kwam van een kale reis thuis.

Adrian had mijn partij tegen Johan Goormachtigh, die nochtans gepubliceerd stond in de live-uitzendingen, gemist en had de opening enkel gekozen omdat hij Bart er mooi had mee zien winnen tegen Ashote. Op zet 18 verbeterde ik de eerder vermelde partij Tartakower - Brinckmann met een ingestudeerd nummertje en een paar zetten later was de muziek uit de stelling. Opnieuw gebruikte ik slechts 10 minuten voor de hele partij wat mij achteraf toch een beetje naar smaakte vooral omdat ik tot het nieuwe seizoen niet meer tot spelen zou kunnen komen.

2 solide gemakkelijke remises tegen FMs en eerder dit seizoen een hypersnelle overwinning tegen Raf De Coninck (zie opgeven) is een veelbelovende start voor dit concept. Anderzijds biedt het geen oplossing tegen vooral lager gekwoteerde spelers die slechts remise met wit ambiëren. Het resulterende eindspel in beide remisepartijen werd niet uitgespeeld maar biedt bijzonder weinig kansen. Ik herinner mij wel 1 online blitzpartijtje waarin ik het onmogelijke klaarspeelde weliswaar met enige hulp van mijn tegenstander.

Ik raad dus aan om een alternatief te hebben als je als zwartspeler op winst wil spelen. O.a. de hoofdlijn Pe4 biedt zeker betere kansen mits voldoende theoretische bagage. Daarnaast lijkt het mij ook verstandig om niet altijd dezelfde lijn te spelen met zwart en het verrassingselement af en toe te gebruiken.

Brabo

vrijdag 7 oktober 2016

Comebacks deel 2


Slechte reclame is ook reclame maar ik stel voor het schaken hier een groot vraagteken bij. Als ik niet beter zou weten dan hou je als ouder je kind ver weg van het schaken. Schaken is natuurlijk veel meer dan deze incidenten. In de voorbije olympiade was de spanning en drama niet minder dan in om het even welke topsport zie bv tiebrake-systeem beslist de olympiade. Echter niets hierover in de media. Zelfs in Amerika verscheen niets ondanks dat ze goud hadden gewonnen. Het is te zeggen bijna niets want er werd toch iets gepubliceerd in de New York Times. Het stuk kan voor mijn part onmiddellijk naar de prullenmand. I.p.v. de loftrompet te spelen werd de prestatie in het belachelijke getrokken door te insinueren dat Amerika het goud heeft gekocht door buitenlandse topspelers te importeren.

Het is een gemiste kans om aan het Amerikaanse publiek te tonen dat schaken ook vandaag nog steeds zeer boeiend en mooi kan zijn. Veel geld en tijd kost het nochtans niet voor de meeste grote media om een paar partijen van de helden met verteerbare commentaar te publiceren. Materiaal is er genoeg om een verhaal te schrijven. Trouwens drama kwamen we ook niet tekort. Ik haalde al eerder de ontknoping van het tiebrake-systeem aan maar minstens even spectaculair was de comeback van de sterke Amerikaanse grootmeester Samuel Shankland in zijn partij tegen de sterke Indische grootmeester Sethuraman. 11 zetten (vanaf 23 tot 34) staat wit compleet verloren. Sommige programma's schreeuwen zelfs winstscores voor zwart van 18 punten op een bepaald ogenblik maar het is toch wit die uiteindelijk wint.

Verlies i.p.v. winst had 16 tiebrake punten minder betekend voor USA als al de rest hetzelfde had gebleven. M.a.w. dit gelukje hielp USA aan goud want bij de eindmeet hadden ze slechts 9 tiebrake punten meer dan Ukraine.

Op Chess.com vertelde Samuel achteraf dat hij al eerder zulke slechte posities heeft gered in zijn carriere maar nooit tegen het kaliber als Sethuraman. Op een bepaald moment stop je gewoon met te rekenen en speel je een zet die niet direct verliest.

In een eerder blogartikel het sadistische examen vertelde ik dat competitie-schaak emotioneel heel hard kan. Een goed gespeelde partij kan met 1 domme fout om zeep worden geholpen waarna je geen enkele kans meer krijgt om nog terug te komen. Echter minstens even dramatisch is het niet kunnen afwerken van een gewonnen stelling omdat je de finale genadeslag niet kunt vinden. Emanuel Lasker zei dat een gewonnen partij winnen het moeilijkste is. Desalniettemin wat er gebeurde in mijn partij tegen Vermaat waarvan ik in vorig artikel al bepaalde stukjes toonde, tart elke verbeelding. 27 zetten (vanaf 22 tot 49) sta ik totaal gewonnen maar mis ik de ene na de andere k.o.

Na de partij kwam de Indische IM Kumar Praveen mij vertellen dat ik een winst had gemist. Niet 1 maar duizend winsten, antwoordde ik bitsig. Ik kan geen standaardpartij terugvinden tussen de bijna 800 in mijn persoonlijke database waarin mij zoiets overkwam. Hoe is dit mogelijk?

De laatste maanden had ik nochtans dagelijks geoefend op tactiek. Op Chess.com haalde ik een tactiekrating van + 2600. Daarnaast had ik de beker in Deurne gewonnen net voor het open tornooi in Gent en op Playchess won ik in de laatste maanden zelfs een aantal blitzpartijtjes van grootmeesters. Ik denk dus dat ik voldoende mijzelf had voorbereid om in tijdsdruk te kunnen presteren. Anderzijds is de beste training voor standaardpartijen nog altijd de standaardpartijen zelf. Als je 3 maanden al geen serieuze partijen meer gespeeld heb dan kruipt er onvermijdelijk roest in de partijen. Echter misschien de beste verklaring wordt gegeven op de Amerikaanse schaakblog van Dana Mackenzie: "Als er 1 iets is waarin schakers, zelfs GM's, niet goed zijn dan zijn het matcombinaties." Dat klinkt natuurlijk een beetje te makkelijk dus ga ik straks toch maar een aparte les wijden aan matcombinaties samen met mijn leerlingen.

Brabo