woensdag 30 november 2016

Voortgang van schaakprogramma's deel 2

Op deze blog hebben we het geregeld over nieuwe schaakprogramma's. Ze worden niet alleen steeds sterker maar ze beïnvloeden ook onze wijze van spelen (zie bv revolutie in het millennium) en analyseren (zie de valse waarheid). Bovendien blijkt de rek er bijlange nog niet uit want de ontwikkelingen gaan vandaag razendsnel. Persoonlijk vind ik dit ongelooflijk na meer dan 2 decennia intens programmeren door verscheidene grote talenten. Het is niet makkelijk om deze enorme progressie correct naar waarde in te schatten maar ik zal met dit artikel toch een poging doen.

In 1997 versloeg Deep Blue de toenmalig regerende wereldkampioen Garry Kasparov wat algemeen als een mijlpaal wordt beschouwd maar het was pas enkele jaren later dat elke schaker een schaakprogramma kon gebruiken van dezelfde sterkte. Het is moeilijk een exacte datum vast te leggen wanneer dit gebeurde maar ik vermoed dat 2003 er dichtbij zal zijn. 2003 was de periode van de matchen Kasparov tegen Deep Junior en X3D Fritz die beiden op een gelijk spel eindigden.

Sindsdien hebben de topprogramma's iedereen in sterkte achter gelaten en geen klein beetje. Volgens CCRL maakte Fritz een progressie van 470 elopunten in de laatste 13 jaar. Daar bovenop zien we dat Komodo 10 nog eens 210 elopunten sterker is dan de sterkste versie van Fritz. Samen dus 680 elopunten of 52 elopunten gemiddeld per jaar. Als we kijken naar enkel de laatste 3 jaar dan zien we dezelfde trend. Eind 2013 werkte ik met stockfish 4. Vorige week downloadde ik Stockfish 8 die op zijn beurt weer al 165 elo sterker speelt dan versie 4 volgens CCRL. Dat is jawel 55 elopunten gemiddeld per jaar.

Een belangrijke rol in deze progressie van de laatste jaren speelt zonder twijfel TCEC (Top Chess Engine Championship). Verbeteringen van de programma's worden toegelaten tussen de stages binnen 1 kampioenschap en dit gecombineerd met de steeds groter wordende bekendheid van het kampioenschap, werkt erg motiverend bij de meeste programmeurs.

Momenteel is de superfinale bezig van seizoen 9 waar we nu dicht bij de eindbeslissing zijn. 2 grote verrassingen noteer ik dit seizoen. De eerste is dat Komodo, de huidige leider van CCRL er niet in geslaagd is om zich te kwalificeren voor de superfinale. Dit heeft m.i. vooral te maken dat er al opnieuw met betere versies van programma's wordt gespeeld t.o.v. waarmee getest wordt door CCRL. De tweede grote verrassing is uiteraard de terugkeer van onze Belgische super getalenteerde programmeur Robert Houdart met zijn programma Houdini. Deze comeback had ik niet verwacht want Houdini 4 dateert al van 2013 ! Op de site van Houdini claimt men een vooruitgang van maar eventjes 200 elopunten en dat lijkt mij niet overdreven.

In het aparte rapidkampioenschap won Houdini voor Komodo en Stockfish maar in de superfinale van het klassieke gedeelte zal Houdini naar alle waarschijnlijkheid nipt de duimen moeten leggen voor Stockfish. Van 1 partij kunnen we nu al stellen dat ze nog lang zal herinnerd worden al is het maar door de controverse die ze creëerde en dan bedoel ik natuurlijk de 17de.

In de slotstelling werd automatisch winst toegekend aan Stockfish op basis van de Nalimov tablebases. Echter heel wat kijkers gingen hiermee niet akkoord. Vooreerst geven beide programma's een quotering van 0.00 in de slotstelling zie TCEC maar bovendien bleek dat er geen rekening werd gehouden met de 50 zetten-regel. Indien TCEC gebruik had gemaakt van Syzygy tablebases dan was dat wel mogelijk geweest.
Evaluatie door Syzygy tablebase van de slotstelling superfinale partij 17 TCEC seizoen 9
DTZ vertelt ons hoeveel zetten er geen pion wordt verplaatst of stuk wordt geslagen bij optimaal spel. DTM daarentegen is het aantal zetten naar mat bij optimaal spel. Met 123 plies of 62 zetten voor DTZ treedt de 50 zetten-regel inderdaad in werking.

Anderzijds is de 50 zetten-regel iets dat wij als mensen geïntroduceerd hebben om ervoor te zorgen dat er niet eindeloos tevergeefs wordt gezocht naar winst. Zoals ik reeds vermeldde ik mijn artikel ICCF is het ook hier niet onzinnig om af te stappen van deze regel.

Daarnaast blijft het natuurlijk wel erg vreemd om winst toe te kennen wanneer geen van beide programma's überhaupt winst zien. Ik snap perfect dat er flink wat tijd en energie wordt gewonnen door arbitrage. Dit ging tot nu toe altijd zonder problemen maar deze keer dus niet. Achteraf werd trouwens terecht opgemerkt dat Houdini de slotpositie had vermeden indien het de tablebases had mogen consulteren vooraf.

Arbitrage door (veel) zwakkere scheidsrechters levert problemen op als er moet geoordeeld worden over op winst spelen maar het omgekeerde bestaat dus ook. De veel sterkere scheidsrechter maakt een oordeel op basis van zijn kunnen maar negeert de veel lagere vaardigheden van de betrokken spelers.

Toevallig overkwam mijn zoon Hugo spelende bij de -8 in het Vlaams Jeugschaakcriteriumtornooi te Gent iets gelijkaardigs. Zijn 3de partij werd in een eindspel van elk toren + koning gearbitreerd als remise toen de tegenstander dreigde te verliezen op tijd. Achteraf kon Hugo de traantjes niet meer onderdrukken. De arbiter kweet haar taak in eer en geweten maar het is uiteraard bijzonder pijnlijk wanneer je slechts een paar weken eerder in het stapjestornooi te Turnhout net hetzelfde eindspel tegen een broer verloor van jawel net die tegenstander.

Misschien zou Hugos tegenstander in Gent dit soort fout niet maken maar we kunnen dat onmogelijk met zekerheid stellen. In de -8 categorie weet je niet wat er zal gebeuren en dan is elke beslissing betwistbaar. Uiteindelijk raadde ik Hugo aan om zich neer te leggen bij de arbitrage. Remise was een fair resultaat en uit ervaring weet ik dat het vaak beter is op lange termijn om jezelf niet te verbranden in dit soort conflicten.

Ik vermoed dat TCEC ook zo moet hebben gedacht. De arbitrage was zeker niet de allerbeste maar de beslissing was nu eenmaal gemaakt en tijdens de superfinale nog het systeem aanpassen is evenmin een optie. Tenslotte worden er 100 partijen gespeeld en het ziet er voorlopig niet naar uit dat de winnaar zal beïnvloed worden door deze ene arbitrage.

Ik verwacht na de superfinale dat CCRL ook de nieuwe versies van beide finalisten zal beginnen testen. Normaal betekent dit dat Stockfish de nieuwe nummer 1 wordt met een handvol ratingpunten meer dan zijn achtervolgers. Voor de commerciële programma's breken er moeilijke tijden aan want weinigen zullen betalen voor een zwakker programma wanneer je gratis het beste kunt krijgen.

De exacte elosterkte van de topprogramma's uitdrukken in Carlsens elo + de progressie sinds 2003 lijkt mij te kort door de bocht. Als we dit zouden doen dan betekent het dat Carlsen theoretisch geen enkel punt zou kunnen scoren in een standaardpartij zonder handicap. Ik zie hem wel een match met ruime cijfers verliezen maar met de juiste openingen moet hij toch een paar halfjes kunnen scoren wat betekent dat het eloverschil nooit 700 kan zijn.

Anderzijds in dit artikel spreken we enkel over de absolute sterkte van de schaakprogramma's. In het cijfermateriaal wordt geen rekening gehouden met hardware ontwikkelingen, verbeterde interfaces of nieuwe en grotere tablebases. Samen duwen ze de progressie misschien nog eens 200 punten hoger.

Het is niet zomaar dat ik in het begin van dit artikel vertelde dat het erg moeilijk is om de progressie naar waarde correct in te schatten. Als je de optelsommen maakt dan kom je aan duizelingwekkende ratings van 3800 elo waaraan niemand nog iets heeft. De enige manier om programma's te beoordelen vandaag is te kijken hoe ze het doen tegen andere programma's. Spijtig zien we dat ook veel schakers hetzelfde doen bij onze topspelers waardoor vaak er een groot gebrek is aan respect.

Brabo

maandag 21 november 2016

Angst

Hoe men reageert op een verliespartij hangt af van de persoon en de omstandigheden. Sommigen hebben geen enkele moeite om steeds direct na de partij het verlies van zich af te zetten. Anderen kunnen soms voor zeer lange tijd gedemoraliseerd zijn. Welbekend zijn Fischers 6-0 overwinningen in de kandidatenmatchen waarna zijn tegenstanders Taimanov en Larsen verdwenen uit de topechelons. Fischer wou niet alleen winnen op het bord maar ook de tegenstander psychologisch kraken.

In de jeugdtornooien zien we die kloof ook. Sommige kinderen verlaten hun bord na een verliespartij met een glimlach en gaan voetballen alsof er niets is gebeurd. Andere kinderen kunnen hun emoties niet meer verbergen en laten de traantjes de vrije loop. Uiteraard is schaken voor ieder kind niet even belangrijk maar het heeft wel als gevolg dat de ambitieuzere spelers al snel de leiding nemen. Spelers die meer moeilijkheden hebben met een verliespartij, zijn over het algemeen veel leergieriger en maken veel sneller progressie dan hun meer relaxte leeftijdsgenoten.

Echter emoties zijn niet enkel een positieve katalysator maar kunnen soms ook verlammend werken. Verlies kan zo zwaar doorwegen op een persoon dat men hiervoor een angst opbouwt. Een logisch verdedigingsmechanisme wordt het vermijden van nederlagen tegen elke kost en dit gaat soms heel ver. Zo zag ik enkele maanden geleden tot mijn afgrijzen hoe mijn zoon na 1 zet remise voorstelde in het debutantentornooi te Wetteren omdat hij hiermee dacht de 1ste plaats te verzilveren. Het werd een harde les want niet alleen, zat er een kronkel in het reglement waardoor hij slechts de 2de plaats behaalde maar daarnaast moest hij ook nog aanhoren hoe teleurgesteld ik was in zijn gedrag. Ik heb hem geen remises meer zien voorstellen sedert die keer.

Ik geef het voorbeeld van mijn zoon maar in België is de angst om te verliezen een zeer verspreid fenomeen. Misschien ligt het aan de grote bescheidenheid waarvoor we zo bekend staan dat we niet tot het uiterste gaan. In België wordt een remise tegen een hoger gekwoteerde speler sowieso aanzien als een mooi succes. Zelden wordt de vraag gesteld of er meer in zit. Ik heb al meerdere remisevoorstellen van mijn tegenstanders onbegrijpbaar gevonden. Een voorbeeldje kwam al aan bod in mijn artikel Lars Schandorff. Een tweede hieronder komt uit de Open Leuven van vorig jaar.
Wit stelde remise voor alhoewel hij 10 minuten meer tijd heeft en dit normaal niet houdbaar is voor zwart.
Ik ken natuurlijk ook de uitdrukking van beter 1 vogel in de hand dan 10 in de lucht maar de slotstelling geeft de witspeler toch 1000 keer betere kansen om te winnen dan de beginstelling. Waarom een partij spelen als je toch niet wilt winnen?

Emoties laten ons soms gekke dingen doen. Ik zal trouwens niet ontkennen dat ik zelf ook altijd moet vechten tegen mijn angst om te verliezen. De voorbije jaren is mijn angst zeker verminderd (wat ik al eerder aankaartte in mijn artikel sofia regels) maar helemaal weg is die nooit. In de laatste ronde van Open Leuven dit jaar kon ik ook weer niet weerstaan aan het remise-aanbod van mijn tegenstander Hans Renette terwijl ik wist dat ik naar alle waarschijnlijkheid beter stond.
Wit stelde remise voor. Ik wou het correcte b6 spelen en sta beter want kan later met e5 proberen te winnen.
Ik had slechts iets meer dan een half uur over voor 21 zetten. Vorige keer had ik tegen Hans een groter voordeel verkwanseld. Ik heb zwart. Ik had in mijn voorbereiding gekozen om dezelfde remisevariant te spelen als in Open Gent zie Avrukh deel 2 dus remise was het plan. Met de remise was ik zeker van een mooie geldprijs (380 euro). Het zijn allemaal excuses om te verbergen dat ik schrik had om alsnog te verliezen. Arno Bomans had meer haar op zijn tanden en weigerde het remisevoorstel van topfavoriet Stefan Docx (zie zijn pittige commentaar) alhoewel ik hier een beetje appelen met peren aan het vergelijken ben.

Angst mag dan wel iets typisch zijn voor de Belgische schaker, het komt natuurlijk veel meer voor dan uitsluitend onder ons. Zelfs heel sterke spelers hebben er last van. Zo liet de sympathieke Australische grootmeester David Smerdon na zijn partij met Carlsen optekenen dat hij nooit remise had geforceerd tegen om het even welke speler onder de 2700 elo met de voordelige stelling die hij op het bord had zie chess.com.

Respect is goed maar niet je eigen kansen ten volle durven benutten is angst. Momenteel lees ik het boek Ivan's Chess Journey waarin een aantal mooie anekdotes staan. Zo vertelt Ivan over de grootmeester Bojan Kurajica uit Bosnie-Herzegovia. Bojan was een groot talent maar kon zijn volle potentieel niet bereiken omdat hij steeds bang was om te verliezen. Echter in 1994 schitterde hij toch door een samenloop van omstandigheden. Door de oorlog in Bosnië had hij heel wat praktische problemen en alsof dat niet genoeg was, gaf tezelfdertijd zijn vrouw aan hem de scheidingspapieren. Het was een enorme shock voor Bojan en zijn glas met miserie was vol. Hij voelde zich een man die niets meer te verliezen had. Een man met talent, zonder vrees die niets te verliezen heeft, is een fantastische tegenstander. Hij werd de held op de 34ste olympiade te Moscow met niet minder dan 6 overwinningen. In hetzelfde jaar versloeg hij de 200 elo hoger gekwoteerde Karpov in een rapid tie-brake.

Spelers moeten dus hun faalangst trachten te overwinnen als ze echt het maximum uit zichzelf willen halen. De beste schakers zijn onbevreesde vechtmachines, gladiatoren die tot de dood strijden. Het is aan de coaches, ouders, entourage van onze (jeugd-) spelers om die klik te maken en ze te overtuigen om er steeds voor te gaan. Anderzijds huppelt er bij mij thuis nu een klein lief knuffelbeertje rond. Willen we daar echt een grote gevaarlijke grizzlybeer van maken?

Brabo

woensdag 9 november 2016

Penningen

183.000 unieke bezoekers kreeg de live broadcast van de chess.com blitz finale. Normaal volg ik blitz of rapid niet maar deze keer bleef ook ik aan mijn stoel plakken om het spektakel tussen Carlsen en Nakamura te volgen. De enige smet op een anders vrij goed georganiseerde match was de onmacht van de moderatoren om de chat vrij te houden van de ontelbare aanvallen van trollen. Zelfs de commentatoren kregen het op hun heupen hiervan en hadden moeite om hun aandacht bij de partijen te houden.

Het is een wederkerend fenomeen bij veel websites waar je anoniem kunt reageren. Steevast zien we een aantal personen die er op uit zijn om chaos en ergernis te creëren. Men kickt op de macht dat men heeft om een gesprek te controleren. Het is zonder twijfel ook de reden waarom er vandaag veel minder zinvolle reacties worden gemaakt in vergelijking met de beginjaren van het internet.

Moeilijk is het allerminst om een discussie vast te laten lopen zelfs al ken je weinig van het onderwerp af. Je mening verkondigen als een feit is een veel voorkomende methode. De geloofwaardigheid van iemand onderuit halen is een andere. Zich concentreren op spellingsfouten, semantische elementen of pietluttige details is eveneens een beproefd recept. Als doorwinterde poster met 18 jaar internetervaring in meerdere fora heb ik al het een en ander meegemaakt natuurlijk.

Negeren is het gemakkelijkste en vaak noodzakelijk maar creëert een dorre woestijn van stilte. Beter vind ik daarom het zorgvuldig kiezen op welke punten ik nog verder wil praten. Deze strategie wordt niet altijd geapprecieerd vooral als ik bepaalde punten negeer die mijn gesprekspartner belangrijk vindt.

Met deze aparte inleiding wil ik de link leggen naar een reactie onder mijn artikel rontgenaanval. Ik geloof niet dat we hier te maken hebben met een trol maar de reactie gaat wel over een technisch detail. Wat is het verschil tussen een rontgenaanval en een penning? Ik heb de waarheid niet in pacht betreffende schaakterminologie maar voor mij persoonlijk is er toch een wezenlijk verschil tussen beide. Een penning is iets statisch terwijl een rontgenaanval iets dynamisch is. Ik bedoel bij een rontgenaanval is de verdediging aan het bewegen terwijl dit niet het geval is bij een penning.

De verwarring wordt misschien gevoed door de vele thema's uit de probleemwereld rond penningen. Daarin zien we ook bewegingen zelfs van het gepende stuk zoals in onderstaand werkje van eigen makelij.
Mat in 2
Wit speelt met het gepende stuk. Om de matdreiging te pareren, ontpent zwart dit stuk.

Een stapje verder gaat het volgende werkje.
Mat in 2
Opnieuw speelt wit met het gepende stuk maar deze keer zien we dat de dreiging bestaat uit het ontpennen van een zwart stuk. Zwart pareert door het gespeelde stuk te ontpennen. Dit is het Kagan thema.

In beide voorbeelden zien we bewegingen maar de penningen blijven absoluut dus kunnen enkel opgeheven worden door de partij die pent. Dit is een belangrijk verschil t.o.v. rontgenaanvallen waarbij de gepende partij nog altijd kan beslissen om de penning zelf op te heffen uiteraard vaak gepaard gaande met materiaalverlies.

Brabo

Oplossingen
Stelling 1:
1. Tf5 dreigt 2.Pd4#
1. ... Df6~ (ontpent de toren) 2. Tc5#
1. ... e7~ 2.Dc5#
1. ... d7~ 2.De8#
1. ... b7~ 2.Da8#
1. ... Pb5 2.cxb5#
1. ... fxg6 2.Ld5#

Stelling 2:
1. Td2 dreigt 2.Da1# (ontpent de dame)
1. ... De2~ (ontpent de toren) 2. Td5#
1. ... Txd6 2.Ld6#
1. ... Pg3~ 2.Tf5#