zondag 13 augustus 2017

De open spelen

Als je kijkt naar de jongste leeftijdsgroepen dan zie je zeer veel Italiaanse vierpaardenspelen. De reden is natuurlijk dat veel lesgevers dit hun studenten aanleren omwille van een aantal voordelen. Het is een opening met een zeer gezonde opbouw die leidt naar voldoende interessante posities om zowel leuke partijen te spelen als zichzelf als schaker snel te ontwikkelen. Bovendien duurt het slechts enkele minuten om de opening aan te leren waardoor de lesgever maximaal tijd overhoudt om veel belangrijkere thema's zoals taktiek te bekijken.

Een paar enkelingen op de jeugdtornooien trachten hiervan te profiteren door op de proppen te komen met enkele ingestudeerde huisnummertjes. Dit zijn vaak scherpe gambieten die zeer efficiënt zijn omdat gewone ontwikkelingszetten als verdediging niet werken en concrete theoriekennis noodzakelijk is. Toen ik zag dat mijn zoon Hugo soms cruciale partijen hierdoor verloor in de tornooien en dus niet geklopt werd op zijn waarde, realiseerde ik mij dat ik hem hiertegen moest beschermen.

Als specialist in de open spelen besefte ik meer dan ooit wat voor enorme berg theorie er vandaag bestaat. Bovendien leek mij de wetenschappelijke aanpak opdringen aan een kind gedoemd om te falen. Nee al snel werd de keuze gemaakt om de open spelen te verlaten. Zo switchte hij van 1.e4 e5 naar 1.e4 c6 en kozen we met wit voor ruilvarianten van het Spaans zie mijn artikel over het bjk. Theoretisch dus niet de meest kritieke openingen maar zo krijgt hij wel steeds stellingen waarin hij gewoon lang kan schaken.

Nu het is niet alleen de keuze voor de open spelen van trainers en beginners die ik in vraag stel. Ik ben geregeld ook verwonderd hoe het mogelijk is dat sterkere/ ervaren spelers kiezen voor de open spelen wanneer ze duidelijk nauwelijks of niets kennen van de theorie. Tot 3 maal toe in de voorbije Open Gent was ik aangenaam verrast van de zeer gebrekkige openingskennis van mijn tegenstanders. Zie bijvoorbeeld in ronde 1 tegen nochtans een +1800 elopunter. Als je de Ponziani speelt dan zou je toch verwachten dat je ten minste op de hoogte bent van de Fraser-verdediging.
Op mijn blog schreef ik 2 artikels over de opening zie 14 x sos en computers worden autonoom maar net zoals in mijn vorige artikel had mijn tegenstander het niet gelezen. Misschien kent mijn tegenstander niet mijn blog maar zelfs dat vind ik geen excuus want de Fraser-verdediging beschouw ik als basiskennis voor een Ponziani-speler.

Trouwens wat ik ook basiskennis beschouw is de klassieke hoofdlijn van het Spaans: 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0-0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 d6 enz... Echter mijn tegenstander in ronde 3 slaagde erin om de volgorde door elkaar te haspelen want speelde op zet 8 h3 i.p.v. c3. Ik profiteerde hiervan handig door hetzelfde motief te gebruiken als ik al eerder toonde in mijn artikels de volgorde en familieschaak deel 2.
Opmerkelijk is dat deze onnauwkeurigheid voorkwam in 300 meesterpartijen maar in 2 van de 3 partijen gewoon werd getransponeerd. Het evaluatieverschil is klein maar valt wel op te merken in de zwartscore die beduidend beter is met Pa5.

Veel groter is het evaluatieverschil na het dooreenhaspelen van de zettenvolgorde in mijn 3de voorbeeld. Ook hier zien we dat mijn tegenstander weer kiest voor een open spel-opening zonder gehinderd te zijn van veel kennis.
In mijn database staan er 32 meesterpartijen met dezelfde fout. 19 keer online had ik het al op het bord gehad. Ik bedoel maar dat de voorbeelden zeker geen alleenstaande gevallen zijn.

Het is vooral opvallend dat het hier gaat over zeer elementaire posities uit de open spelen die mishandeld worden door vele schakers. We hebben het dus helemaal niet over het missen van een nieuwe sterke zet ergens diep in een variant. Ik kan hieruit alleen maar afleiden dat veel spelers puur op gevoel spelen en niet de minste zin hebben om te studeren voor het schaken. In open spelen is zoiets geregeld (zeer) negatief zeker als je tegen schakers speelt die wel een zekere theoretische bagage hebben. Het switchen naar minder veeleisende openingen lijkt mij absoluut een must voor deze "luie" schakers.

Brabo

woensdag 2 augustus 2017

Matchen

Vorige week was er zeer verrassend nieuws in de schaakwereld met de aankondiging van Magnus Carlsen die in september de World-cup zal meespelen. Niet alleen ziet Magnus dit tornooi in tegenstelling met vele van zijn (oudere) collega's als een leuke uitdaging maar zijn onverwachte deelname zorgt ook voor complicaties. De World-cup is een kwalificatie-tornooi voor het kandidatentornooi maar het is niet helemaal duidelijk wie er kwalificeert als Magnus op een kwalificatie-plaats eindigt.

Eerder werd meermaals gezegd dat de world-cup een loterij is maar Magnus weet zelf ook wel dat het formaat hem sterk bevoordeelt. In klassiek schaak zal het tegen de sterkste spelers kwestie zijn van niet te verliezen want in de tiebreak is hij torenhoog favoriet. De tiebreak bestaat uitsluitend uit rapid en blitz en in die disciplines is hij de onbetwiste nummer 1. De ratingverschillen met de andere topspelers loopt snel op tot 100 punten en meer zie 2700chess. Kortom financieel als publicitair is zijn deelname een wel-berekende gok.

Ongetwijfeld zal de world-cup ook met een veel grotere aandacht worden gevolgd door de media dan gewoonlijk. Een wereldkampioen zorgt ervoor dat een tornooi onmiddellijk een heel andere status krijgt. Het grote publiek zal massaal weer afstemmen op de live-partijen van Magnus. Anderzijds blijft het een groot circus en daar verandert de deelname van Magnus niets aan. Matchen van slechts 2 standaard-partijen kan je onmogelijk beschouwen als een serieuze test tussen spelers. Je hebt veel meer partijen nodig om te kunnen spreken van een echte krachtmeting. Echter tijd en geld voor dit soort matchen is er zelden vandaag.

De wk-finales zijn de laatste restanten van onze rijke matchgeschiedenis. Daar ze bestaan uit slechts maximaal 12 klassieke partijen, volstaan ze vaak niet om een winnaar aan te kunnen duiden waardoor een tiebrake noodzakelijk is. Het is een spijtige maar noodzakelijke evolutie in onze hedendaagse maatschappij. Ik zal nog enkele maanden zoet zijn met het boek H.E. Bird van Hans Renette maar nu al valt het mij op dat schaken in de 19de eeuw niets meer lijkt op wat wij vandaag gewoon zijn. Matchen waren toen de norm want in die tijd ontstonden pas de allereerste tornooien. M.a.w. schaken voor 1900 gebeurde vooral door het uitdagen en aanvaarden van matchen. Trouwens dan spreken we niet over een paar partijtjes. Zo speelde Henry Bird wel 4 matchen in 1873 tegen de toenmalige Britse kampioen John Wisker samen goed voor 58 partijen. Dat is zelfs meer partijen dan de befaamde afgebroken match tussen Karpov - Kasparov gespeeld in 1984/85.

Zelf speelde ik in het verleden meerdere matchen maar uitsluitend tegen computers zie (gambieten en chesskids). Een match tegen een sterke lokale speler heb ik 4 jaar geleden hier op de blog nog toegejuicht (zie deze reactie) maar daar is zoals gewoonlijk nooit iets van gekomen. Het enige waarmee ik vandaag in de buurt kom zijn mijn individuele levenslange scores. Het schaakwereldje is heel klein dus je komt telkens weer dezelfde tegenstanders tegen in de diverse tornooien. Desalniettemin is het aantal spelers waartegen ik meer dan 5 keer een standaardpartij gespeeld heb, zeer beperkt.
Schakers waar ik minstens 5 keer een lange partij heb tegen gespeeld.
Ondanks een schaak-carriere van meer dan 20 jaar is dit een zeer korte lijst. Ik vermoed dat eenzelfde lijst voor een speler zoals Tom Piceu zowel veel grotere matchen kent als vele malen langer is. Zijn partijcommentaar op een recente wedstrijd tegen Thibaut Maenhout "partij elfendertig" laat duidelijk verstaan dat hij sommige spelers wel heel vaak ontmoet. De belangrijkste reden voor mijn korte lijst is simpel. Ik speel weinig. Tom is een paar jaar jonger dan ik en heeft 1104 partijen voor Belgische rating verwerkt. Voor mij zijn er dit slechts 478.

De eerste speler in de lijst is voor mij een oude-bekende: de Belgische expert Pascal Bauwe spelend voor de West-Vlaamse schaakclub Kortrijk. Eind jaren 90 ontmoette ik hem geregeld toen ik nog uitkwam voor de Roeselaarse Torrewachters maar daarna verwaterde het contact. Hij is een zeer degelijke speler en met enkele decennia ervaring uiterst moeilijk opzij te zetten.
Bron: https://www.facebook.com/torrewachters/
Onze 4 vorige onderlinge ontmoetingen werden steeds remise maar kwalitatief vind ik de partijen niet goed genoeg om eentje hier op de blog te tonen. De laatste dateerde al van 1999 dus in de recente Open Gent was ik gebrand om eindelijk eens de score te openen. Ik ben niet meer dezelfde speler van toen en dat wou ik wel eens demonstreren op het bord. Het werd misschien mijn beste partij van het tornooi want ik leverde een vrij gave partij af.
 
Pascal vertelde mij achteraf dat hij van mijn blog afwist maar zoals velen las hij mijn artikels niet aandachtig. Zijn openingsgok mislukte wat hij had kunnen weten indien hij mijn artikel een repertoire opbouwen had gelezen. Het bewijst nogmaals mijn stelling in mijn artikel paswoord.

Deze soort matchen gespreid over vele jaren zijn uiteraard niet hetzelfde als over een korte periode van dagen/ weken. Een speler evolueert zowel technisch als zijn openingskeuzes. Desondanks blijven bepaalde karakteristieken ook dezelfde. Als iemand 20 jaar geleden zich niet voorbereidde dan zal hij dit naar alle waarschijnlijkheid ook niet doen vandaag voor een partij. Een aanvalspeler wordt zelden een positionele speler en omgekeerd.

We hebben vandaag de elopunten zodat deze individuele levenslange scores nog weinig of geen betekenis hebben voor het publiek. Echter de betrokkenen bekijken dit vaak helemaal anders. Het is geen toeval dat een derby altijd bijzondere aandacht krijgt. Tussen de Belgische internationale meesters Stefan Docx en Geert Van der Stricht hangt ook altijd een speciale spanning. Bij elke partij tegen elkaar staat een beker op het spel die de winnaar naar huis mag nemen. De beker wordt voorzien door de winnaar van de laatste ontmoeting. Bij gelijkspel blijft de beker in het bezit van de laatste winnaar. Ik vind het een leuke en creatieve methode om hun levenslange match extra glans te geven.

Brabo

maandag 24 juli 2017

Materiaal grabbelen

Materiaal offeren om aan te vallen is ons allemaal welbekend. Gambieten blijven zeer populair in amateurschaak maar ook in het topschaak zien we geregeld weinig ontzag voor materiaal. Zo speelde Kramnik gisteren opnieuw een schitterende offerpartij tegen de Duitse sterke grootmeester Matthias Bluebaum zie o.a. hier. Of wat te denken van de Chineese topgrootmeester Wei Yi die een week eerder de Russische topgrootmeester Vladimir Malakhov versloeg met een zeer knap kwaliteitsoffer zie o.a. het nieuwsreport op chess.com.

Zowel technisch als psychologisch is de opdracht voor de verdediging lastig waardoor het vaak loont om te offeren zelfs al is het niet allemaal correct. Een thema die hier zeer dicht tegen aanleunt is materiaal grabbelen. Dan spreek ik niet perse over het beantwoorden van een gambiet gepleegd door de tegenstander maar eerder wanneer je ontdekt dat druk/ initiatief kan worden verzilverd met materiaalwinst. Kies je voor het uitbetalen van de dividenden door het materiaal te pakken? Of hoop je op meer en ben je bereid om dubbel of niets te spelen?

Een initiatief is vaak vluchtig. Slaag je er niet in om het om te zetten naar iets tastbaars zoals materiaal of structuur dan riskeer je uiteindelijk met lege handen over te blijven. Echter beter 1 vogel in de hand dan 10 in de lucht is in het schaken allerminst eenduidig. Dit ondervond ik bijvoorbeeld een paar maanden eerder. De partij tegen Frederic Verduyn kwam al eerder aan bod in het artikel chesspub maar deze keer wil ik enkel kijken naar de fase waarin ik besliste om een pion te winnen.
      Achteraf gezien was het hoogstwaarschijnlijk slimmer geweest om niet voor de pion te kiezen en dus vast te houden aan het stellingsvoordeel. Zekerheid bestaat hier niet want als je niet snapt hoe zulk voordeel werkt dan kan het ook snel bergaf gaan.

Een ander voorbeeld van dit thema verscheen in mijn meest recente interclubpartij tegen David Roos. De partij werd hier ook al integraal gepubliceerd zie Herdersmat. Ik zoom in op zet 18 toen ik besliste om een kwaliteit te winnen.
Uiteindelijk maakte het misschien weinig uit. Feit is dat het na de kwaliteitswinst helemaal nog niet makkelijk is als wit niet blundert. Niet onmiddellijk willen oogsten is veel efficiënter en lijkt mij praktisch gewoon ook veel sterker.

In mijn meest recente bordpartij voor Belgische rating overkwam ik mijn innerlijke materialistische demonen. Ik negeerde de ene materiaalwinst na de andere waaronder zelfs een stuk en scoorde zonder twijfel mijn beste overwinning ooit op Robert Schuermans. Ik vind het een unieke prestatie van mijzelf zeker als je daarbij weet dat ik mijn laatste partij met zwart moest winnen om clubkampioen te kunnen worden in Deurne.
 
Ik stond zoveel materiaal voor op het einde dat ik het mij kon permitteren om met een kwaliteitsoffer de opgave af te dwingen. Bovendien zat Robert helemaal door zijn tijd heen terwijl ik nog een half uur had staan. In deze partij zien we alle troeven van wachten met materiaal grabbelen en de druk trachten stelselmatig te verhogen.

De tegenstander verliest erg veel tijd op de klok om de steeds moeilijker wordende problemen op te lossen. Uiteindelijk zien we dat er vaak veel meer kan worden geoogst. Praktisch is deze strategie dus zeer efficiënt maar in de praktijk bijlange niet zo frequent toegepast dan gambieten. Psychologisch bestaat er vandaag onterecht een te groot verschil in het offeren van materiaal en het niet grabbelen van materiaal voor dezelfde minder tastbare voordelen.

Brabo

zaterdag 15 juli 2017

Nieuwe viewers

De blog staat in een nieuw jasje. Het heeft mij vele uren gekost maar uiteindelijk is het mij gelukt om alle partijen (+500 stuks) om te laten zetten van kvchess naar de analyse-bord editor van chess.com. Hiermee zijn de problemen met flash van de baan en krijgen we er bovenop een gratis engine. Nadeel van de nieuwe viewer is dat de partijen niet meer in de html-code staan van deze blog maar opgehaald worden bij de server van chess.com. Het is dus te hopen dat chess.com nooit de stekker eruit trekt. Het is ook de belangrijkste reden waarom ik op de Engelse spin-off van deze blog nog de kvchess-variant zal behouden.

Dus vanaf nu is de nieuwe layout van de viewer zoals in het voorbeeld hieronder. De partij komt uit het net voorbije Belgisch kampioenschap waarin mijn ploeggenoot Daniel Sadkowski de titel van Open Belgisch kampioen veroverde.  Zoals in het hele kampioenschap speelt Daniel tot het laatste gaatje. Het is werkschaak met een goed oog voor tactische buitenkansen.

In een paar artikels zoals een Slavisch tussendoortje en ideeën gebruikte ik een viewer voor meerdere partijen te bekijken. Omdat hiermee steeds problemen waren, ging ik op zoek naar iets nieuw. Dankzij de uitstekende site van Ingram Braun kon ik snel een uitgebreid overzicht krijgen over de huidige mogelijkheden. Ingram verkiest zelf de publischer van Chessbase zie deel 1deel 2 en deel 3 maar daar zit een stevig prijskaartje aan vast. Persoonlijk ben ik best tevreden met het gratis alternatief Canvas Chess. Het is een nieuwe viewer sinds 2016 en zeer makkelijk te gebruiken.

Een voorbeeldje van die viewer zien we hieronder. Ik heb de partijen van de nieuwe Belgisch kampioen Mehr Hovhanisian verzameld. Met 5 overwinningen en 4 korte remises domineerde Mehr compleet de tegenstand.

Ik denk dat deze aanpassingen de blog zowel technisch als esthetisch verbeteren. Nu mogelijks heb ik hier of daar toch nog iets gemist bij het omzetten van de partijen en dat zou ik dan natuurlijk graag horen van de lezers. Andere opmerkingen zijn ook welkom.

Brabo

maandag 3 juli 2017

Pionstructuren

Elk van mijn leerlingen heeft zijn eigen repertoire. In mijn lessen zal ik dan ook niet trachten hen te overtuigen om andere openingen te spelen. Slecht 1 uitzondering maakte ik dit seizoen hierop toen we het over het thema "materiaal en tijd" hadden. Mits gebruikmakend van een bijzonder interessant en zeer onbekend idee in de hoofdlijn van het Evans gambiet trachtte ik mijn leerlingen te stimuleren om eens in de bordpraktijk minder vast te houden aan materiaal en meer aan tijd te spenderen.

Dus normaal gaan mijn lessen niet over openingen. Er bestaan genoeg goede openingsboeken waarin ieder snel en eenvoudig voldoende kan leren om een leuke partij te kunnen spelen als clubschaker. Bovendien kost het specialiseren in een opening niet alleen ontzettend veel tijd maar is dit vandaag zinloos zonder gebruik te maken van de beste schaakprogramma's (zie schaakopeningen studeren deel 2).

Desalniettemin valt er toch ook iets te zeggen om jezelf niet alleen te beperken tot het kijken naar partijen binnen je repertoire. Niet zelden kan je een idee uit een andere opening gebruiken in je eigen repertoire. Verschillende openingen hebben eenzelfde type pionstructuur waarin eenzelfde idee mogelijk blijkt te zijn. De Amerikaanse grootmeester Grigory Serper schreef hierover onlangs 2 geïnspireerde artikels zie how to study master chess games en more lessons from master games. Een grote stap verder gaat het meesterwerk Chess structures A grandmaster guide geschreven door de Chileense grootmeester Mauricio Flores Rios en gepubliceerd in 2015.
In 22 hoofdstukken beschrijft de auteur de belangrijkste pionstructuren en de standaardplannen die er aan verbonden zijn. Mauricio vertelt in de inleiding dat hij dit boek miste wanneer hij opgroeide als speler tot grootmeester en dus het hoogtijd vond om hieraan iets te doen. Het is geen opschepperij want zo las ik op chessexpress.blogspot dat ook andere schakers al vele jaren op zoek waren naar dit soort boek.

Ik vermoed dat het boek vooral voor spelers tussen 2000 - 2300 elo het meest waardevol zal zijn. In dit elo-segment start je best met een iets serieuzer repertoire op te bouwen en dan komt de kennis van de diverse belangrijkste pionstructuren zeker van pas. Ook voor spelers in de hogere eloregionen is het zeker nog interessant. Zo ben ik het eens met de review in New in Chess van de Britse sterke grootmeester Matthew Sadler dat het hoofdstuk over de Hedgehog of ook wel egelopstelling vanuit wits standpunt bijzonder informatief is. Zelf kon ik zo al de vruchten plukken van zijn aanbevolen aanvalsplan met Dc1 zie de online blitzpartij hieronder.

In onze openingen zijn dus talloze connecties. Goede schakers doen dan ook geregeld aan kruisbestuivingen in hun openingen met ideeen/ plannen uit soms totaal andere openingen. Echter evident is het zeker niet altijd. Zo speelde ik een paar jaar terug met wit tegen een Caro Cann. Zwart slechts 1700 elo kende het typisch kenmerkend pionoffer in deze pionstructuur en kreeg goed spel.
Onlangs ontdekte ik in een partijanalyse dat ik ditzelfde pionoffer had kunnen doen in een compleet andere opening: het oud-Hollands. Mijn gespeelde zet was niet slecht maar zonder twijfel was b5 kritieker geweest. De resulterende stelling is zeer scherp waarbij vooral wit moet opletten.
In de partij heb ik geen seconde gedacht aan dit concept. Ondertussen heb ik gelijkaardige stellingen in het oud-Hollands al enkele keren online op het bord gehad en met succes de nieuwe verworven kennis toegepast.

Lange zettenreeksen van buiten leren is soms noodzakelijk om de opening te overleven. Minstens even belangrijk vind ik het kennen van de grote schema's in veel voorkomende pionstructuren. Veel schakers hebben geen flauw benul hoe ze moeten spelen na de opening. "Chess Structures" biedt natuurlijk niet overal een antwoord op maar lijkt mij alvast vandaag het beste medicijn om je kansen in weinig tijd te verbeteren.

Brabo

woensdag 21 juni 2017

Hoeveel tijd spendeer je aan het schaken?

Zoals vele gezinnen vandaag werken ik en mijn vrouw full time. Daarnaast hebben we 2 kleine kinderen, een groot op te frissen huis gebouwd in 1969, leuke tuin , ... en je snapt dat het altijd druk is. Bovendien kunnen we evenmin beroep doen op hulp van familie en schoonfamilie wegens de grote afstand. Tenslotte rijdt mijn echtgenote niet met de auto waardoor bijna alle verplaatsingen alleen maar kunnen met mijn hulp. Tijd heb ik dus altijd tekort. Toch slaag ik erin tot verwondering van velen (zie bv. een reactie van Valery Maes) om het schaken niet op te geven. 

Trouwens we spreken niet over zo klein beetje tijd dat ik spendeer aan het schaken. Als ik alle activiteiten gerelateerd aan het schaken optel dan kom ik aan een onwezenlijk hoog aantal uren. Enige uitleg is hierbij wellicht noodzakelijk want anders gelooft niemand mij. Hieronder heb ik de activiteiten verdeeld in 8 categorieën: standaardpartijen, blog, online surfen, online spelen, schaakles geven, mijn zoon Hugo begeleiden, taktiek oefenen en schaakboeken lezen. De cijfers die ik gebruikte, zijn m.i. conservatief. Bovendien is er ook nog allerlei varia die niet in rekening werd genomen. Ik denk aan de vele mails die ik schrijf aan andere schakers, handicapwedstrijden die ik speel thuis tegen mijn zoon zie gekke materiaalverhoudingen deel 2, postmortems al dan niet vergezeld van alcoholische dranken, ...

Standaardpartijen

Totaal 410 uren aan standaardpartijen









De tijd gespendeerd aan standaardpartijen heb ik in 4 subcategorieën opgedeeld.
- Het aantal speeluren een partij gemiddeld duurt. Ik schat dit op 3 uren behalve in de Belgische interclub waarvoor ik 3,5 uren nam (zie o.a. leestekens deel 2 waarin ik schreef over een partij met 109 zetten.)
- Het aantal uren voorbereiding per partij. In open tornooien heb je weinig tijd om voor te bereiden en vind je van je tegenstanders vaak ook weinig terug in de database. Voor de Belgische interclub bereid ik mij steeds voor op meerdere tegenstanders (zie o.a. de sterktelijst)
- Het aantal uren analyse per partij. Dit is enkel de tijd die ik zelf doorbreng aan de computer met analyseren. Echter daarnaast analyseren mijn computer(s) nog misschien tot 5 keer langer. Het complexe algoritme dat ik gebruik, werd uitgelegd in analyseren met de computer. Mijn tijd kan je het best opsplitsen in 2 uren opzoekwerk in databases + initialiseren van de computer voor schaakopeningen studeren, 1-2 uren zet per zet nakijken + initialiseren van de computer voor bijkomende middenspel en eindspelanalyse en tenslotte 1 uur om alle analyses te synthetiseren in een makkelijk leesbaar formaat. Ik heb iets meer tijd geschat voor de partijen gespeeld in de Belgische interclub omdat ze kwalitatief gemiddeld beter waren dan de andere.
- Partijen speel je niet thuis dus moet je steeds rekening houden met tijdsverlies aan verplaatsingen. Bovendien wanneer 2 ronden op 1 dag worden gespeeld dan zit er meestal niets anders op dan ter plaatse te wachten tussen de ronden. In open tornooien zoals Gent en Leuven kunnen wachttijden tussen ronden al snel oplopen tot 3 uren zonder maar te spreken over de extra tijd die je verliest bij een prijsuitreiking. Het klubkampioenschap van Deurne levert het minste tijdsverlies op want ik ben er steeds in een half uur en er wordt slechts 1 partij per speeldag gespeeld.

Blog
Totaal 141 uren aan mijn blogs
Een artikel schrijven kost tijd. Ik begrijp dan ook best waarom er op een paar uitzonderingen na geen andere schrijvers willen meewerken aan deze blog. Naast het schrijven van een artikel komt er vaak ook opzoekingswerk aan te pas zoals ook het geval was voor dit artikel. Veel tijd win ik echter doordat ik geregeld partijanalyses integraal overneem van mijn standaardpartijen.
Op vraag van enkele niet-Nederlandstalige lezers doe ik ook mijn best om mijn meer algemene artikels te vertalen naar het Engels. Ik behelp mij met de online woordenboeken waardoor een uur al snel nodig is om de inhoud te vertalen. Oxford Engels is het zeker niet maar ondanks de fouten zie ik toch dagelijks heel wat bezoekers.

Online surfen
Totaal 182,5 uren aan schaakartikels
Met uitzondering van een paar vakantiedagen per jaar spendeer ik elke dag tijd op het internet. Hierbij neemt het bezoeken van schaaksites een zeer belangrijk deel van de koek. Chess.com, chessbaseskdeurneschaaksitechesspub zijn mijn favorieten die ik vaak meerdere keren per dag bekijk. Daarnaast zijn er ook talloze andere sites die ik minder frequent bezoek. Het is een bron van inspiratie voor deze blog waarvan ik geregeld gebruikmaak. Daarnaast vind ik het ook gewoon leuk om op de hoogte zijn van de actualiteit of zelfs een steentje te kunnen bijdragen in een discussie.

Online spelen
Totaal 197 uren aan online spelen
Tegenwoordig speel ik voornamelijk 3 minuut partijtjes online op Playchess. Ergens anders speel ik niet. Dankzij het automatisch bewaren van internetgames kan ik precies weten hoeveel partijtjes ik gespeeld heb in een jaar. Ik speel bijna uitsluitend 's avonds.

Schaakles geven
Totaal 75 uren aan schaakles geven

Dit schooljaar ben ik schaakles beginnen geven in KMSK (zie voorbeeld piondoorbraken). Heel veel lessen heb ik niet kunnen geven door overlapping met tal van andere activiteiten (interclub, tornooien, ...). Echter ik heb in elke les wel altijd flink wat energie gestoken om het interessant te maken voor mijn leerlingen.

Mijn zoon Hugo begeleiden
Totaal 200 uren aan begeleiding van Hugo

25 dagen waren het afgelopen jaar dat ik met mijn zoon Hugo naar tornooien ben geweest. Ik heb het aantal uren/ dag gelimiteerd tot 8 maar in werkelijkheid waren het vaak meer. Ter plaatse dode ik de tijd met het lezen van een boek, praten met schakers en niet-schakers, kibitzen en natuurlijk ook te zorgen dan mijn zoon Hugo niets te kort kwam. Hierbij wil ik nog opmerken dat mijn vrouw de begeleiding van Hugo op zich nam voor de 4 interclubwedstrijden die Hugo speelde en het Liga jeugdkampioenschap van Antwerpen. Ik had die dagen een overlapping met mijn eigen schaakactiviteiten.

Taktiek oefenen

Volgens chess.com spendeerde ik het voorbije jaar 36 uren aan het maken van tactische oefeningen op hun server. Als ik meer dan 5 oefeningen per dag wil maken bv. als voorbereiding op een tornooi dan ga ik wel eens naar een andere server om taktiek te oefenen. Dus in werkelijkheid lag het tijdsverbruik aan taktiek oefenen nog iets hoger dan de 36 uren.

Schaakboeken lezen
Totaal 55 uren aan schaakboeken lezen

Net voor slapen gaan, lees ik elke avond nog 10 minuutjes in een schaakboek. Zo ben ik nu bezig met Hans Renette's boek over de Bird. Het is ideaal om een rustig slot te breien aan een vaak hectische dag. De uren die ik lees tijdens het begeleiden van Hugo zijn dus niet opnieuw in rekening gebracht in bovenstaande tabel.


Samenvatting
Totaal 1296 uren aan schaken gespendeerd in het afgelopen jaar
Vrij vertaald komt dat op gemiddeld bijna 4 uren per dag dat ik op een of andere manier spendeerde aan het schaken in het voorbije jaar. Je kan dus zeker niet stellen dat er sleet zit op mijn liefde voor het schaken.

Sommige lezers stellen wellicht de terechte vraag, hoe ik in hemelsnaam dit allemaal kan rondkrijgen. Uiteindelijk zijn er slechts 24 uren per dag. Dat klopt. Zo zal ik veel taken zoals poetsen, schilderen, renovatiewerken, en zelfs laatst ook de tuin onderhouden... uitbesteden aan werklui. De TV laat ik geregeld een avond uit. Tenslotte met 6 tot 7 uren slaap heb ik genoeg zodat ik niet zelden tot na middernacht nog met een schaakactiviteit bezig ben.

Brabo

woensdag 14 juni 2017

Herdersmat

Shortcuts om beter te schaken bestaan er niet. Ik kan wel tips meegeven aan mijn leerlingen hoe je (veel) sneller progressie kan maken maar zonder zelf heel veel tijd te spenderen aan het schaken zal het weinig zoden aan de dijk brengen. Echter de meesten zijn liever lui dan moe waardoor het meesterschap slechts voor weinigen uiteindelijk is weggelegd.

Op korte termijn is het uiteraard wel mogelijk om snel gewin te maken. Zo kiezen velen voor varianten waarvan ze hopen hun tegenstander in een val te laten trappen. Boekjes zoals 1000 Miniature Chess TrapsChess Openings Traps and Zaps101 Chess Opening Traps ... zijn dan ook populair bij de modale amateurschakers. De meest bekende en eenvoudigste val is wellicht de herdersmat die dood en verderf zaait bij de absolute beginners. Ik raad mijn zoon Hugo steeds ten stelligste af om voor dit soort makkelijke punten te gaan in de jeugdtornooien maar als ik even niet kijk dan durft hij dit wel eens opzettelijk te negeren.

Op lange termijn levert het spelen op vallen weinig of niets op. Je ontwikkelt je schaakkennis niet. Bovendien hangt de succesgraad erg af van het verrassingselement en de sterkte van de tegenstander. Je zal bijgevolg dan ook zeer zelden ervaren spelers zien kiezen voor bijvoorbeeld het spelen op herdersmat. De Amerikaanse topgrootmeester Hikaru Nakamura wordt niet voor niets een buitenbeentje in het schaakcircuit genoemd want hij is de enige +2600 speler die zich er ooit heeft aan gewaagd met eerder teleurstellende resultaten.
Het is uiteraard vreemd om op herdersmat te spelen wanneer je 100% zeker weet op voorhand dat de tegenstander er nooit zal intrappen. Anderzijds kan ik mij wel inleven in de toenmalige 18 jarige Hikaru. Fratsen uithalen als tiener hoort nu eenmaal bij het opgroeien naar volwassenheid. Dat zulke keuzes arrogant en zelfs respectloos overkomen, realiseer je pas soms vele jaren later.

Trouwens zo slecht is het spelen op herdersmat technisch ook niet. Vele gambieten zijn veel dubieuzer. Mijn analyses tonen geen voordeel aan voor zwart dus het is speelbaar. Het is niet onzinnig om als verrassingswapen het eens te kiezen om iemand snel uit boek te spelen. De Belgische expert Marc Ghysels heeft dit al eerder bewezen door de Duitse IM Hans-Hubert Sonntag er sensationeel op remise mee te houden. In de partij kwam wel een variatie van de herdersmat-opening op het bord met dame onmiddellijk op f3 i.p.v. eerst h5. Dit heeft als voordeel dat zwart geen extra tempo krijgt met g6 maar als nadeel dat zwart wel de extra interessante optie heeft om zijn zwartveldige loper anders te ontwikkelen. Beide varianten zijn m.i. speelbaar.
Laatst kreeg ik die variant ook op het bord in de Belgische interclub door de Zottegemse expert David Roos. Hij vertelde mij dat hij al een tijdje niet meer de moeite deed om een openingsvoordeeltje te zoeken voor wit. Daarom koos hij voor een opening waarvan hij zeker was dat ik die niet zou bestudeerd hebben.
David op het Vlaams kampioenschap te 2015
Groot was de verbazing alom toen ik achteraf vertelde dat ik de opening specifiek had voorbereid voor de wedstrijd. Men stelt zich vaak vragen bij het nut van voorbereiden op meerdere spelers in de interclub maar deze keer kon niemand negeren dat ik gelijk had door ook op Davids teamgenoten voor te bereiden. Eerder schreef ik in dit artikel over Marc en hij is toevallig een teamgenoot van David die bovendien een bordje hoger speelt. In mijn blogartikel openingskeuzes schreef ik niet zomaar dat spelers uit dezelfde club vaak dezelfde openingen spelen. Het beoogde verrassingseffect faalde en ik kreeg al snel de bovenhand in de partij.
Alhoewel de herdersmat-opening mij objectief correct lijkt, is het geen opening die makkelijk te spelen is voor wit. Het vroeg in het spel brengen van de dame is een basisregel die je hier overtreedt en daar betaal je een zekere prijs voor. Als spelers echt hoofdlijnen willen vermijden en de tegenstander willen verrassen dan bestaan er veel betere alternatieven. Hierover schreef ik o.a. in de commentaren op mijn artikel spelen op de man. Zeker met wit is het makkelijk om iets solide te kiezen zoals bv. 1.a3. Tegen dit laatste verloor ik eens op kinderlijke wijze zie universele systemen.

Brabo

woensdag 7 juni 2017

BJK deel 2

Voor de meeste spelers kost schaken geld. Als je een open tornooi speelt niet dicht bij huis dan moet je rekening houden met kosten voor vervoer, verblijf en maaltijden. Ook bij een Belgisch jeugdkampioenschap moeten de spelers zelf alle kosten dragen. Als je dan een beetje luxe wilt zoals half pension, een eigen kamer, eigen vervoer dan lopen de uitgaven al snel op. Ik schat dat ik ongeveer 1000 euro uitgaf tijdens het weekje.

Mits zelf je eten klaarmaken, kamer delen met meerdere schakers, carpooling hebben vele andere ouders de kosten trachten te drukken. Daar staat tegenover dat ik een tegemoetkoming van 400 euro kreeg op mijn uitgaven dankzij KMSK. Als compensatie werd mij gevraagd om de beste jeugdspelers van KMSK op het bjk schaaktechnisch te begeleiden.

Ik zag trouwens dat ik bijlange niet de enige was die als coach op het bjk rondliep. De Duitse IM Matthias Roederde Belgische IM Cemil Gulbasde Belgische IM Ekrem Cekro, .... waren maar enkele sterke spelers die ik in Blankenberge zag en die zeker niet louter een bezoekje kwamen brengen. Het onderstreept nogmaals hoeveel belang er wordt gehecht door clubs en spelers aan het bjk.

Terwijl de meeste coaches zich bezighielden met het bespreken van de gespeelde partijen van hun pupillen, beperkte ik mij uitsluitend tot het voorbereiden. Dit was enerzijds omdat het voorbereiden vaak veel tijd vergde maar ook omdat geen van mijn leerlingen interesse toonde om samen te analyseren. Iedereen heeft vandaag een smartphone waarop een sterk schaakprogramma heel snel hun fouten kan aantonen dus denken velen onterecht dat een coach geen serieuze meerwaarde kan betekenen.

Op mijn blog schreef ik al heel wat over hoe ik mijn partijen voorbereid zie o.a. de artikels databases gebruiken deel 1 en databases gebruiken deel 2 maar iemand anders partijen voorbereiden was toch weer iets nieuw voor mijzelf. Bovendien wist ik op voorhand niet eens welk repertoire, stijl,... mijn leerlingen hadden. Jezelf trachten te klonen, is evenmin een optie. Anderzijds ontdekte ik al snel dat sommige voorbereidingsmethodes die ik zelf toepas ook nuttig kunnen zijn voor andere schakers.

De meest succesvolle voorbereiding was zonder twijfel de partij voor Lee Deon op de 200 punten hoger gekwoteerde Belgische IM Nicola Capone. Hierbij kregen we niet alleen de voorbereiding op het bord maar slaagde Deon er ook in om de comfortabele stelling met zwart te verzilveren met een winstpunt.
Deon op het Vlaams kampioenschap te 2015
Echter vooraleer we naar de partij zelf kijken, wil ik vertellen hoe we de voorbereiding samen aanpakten. Dit is niet iets wat je in een paar minuutjes goed kunt doen want een sterke speler heeft vaak een uitgebreid repertoire (zie o.a. ook de-sterktelijst). Ik herinner mij dat we enkele uren bezig zijn geweest om een antwoord te verzinnen op alle systemen die Nicola speelde volgens de databases. Het was al erg laat (23u30 ?) toen Deon mijn kamer verliet. Mijn dochter was in de zetel tijdens het televisie-kijken in slaap gevallen.

Het eerste waarmee ik begin is kijken welke partijen van Deon in de databases staan. Dit is niet om het repertoire te leren kennen van Deon maar in de eerste plaats om te weten wat Nicola kan vinden over Deon. De meeste van mijn leerlingen houden totaal geen rekening ermee dat de tegenstanders zich ook voorbereiden met hun partijen uit de databases. Ook Deon wist niet eens welke partijen van hem al dan niet in de databases staan. Zo zag ik al snel dat Deon's zwartscore op 1.d4 veel slechter was dan op 1.e4 (25% t.o.v. 50%). Tevens kon ik zo een goed beeld creëren in hoeverre Nicola specifieke lijnen kon voorbereiden. Zo zag ik dat Nicola na 1.d4 Pf6 2.Pf3 e6 slechts 1 partij kon terugvinden van Deon die trouwens verderging met het minder populaire 3.Lf4.
Bij het selecteren van varianten of posities uit Nicola's repertoire keek ik vooral naar winstpartijen van Nicola. De kans is veel groter bij winstpartijen dat iemand kiest om hetzelfde nog eens te spelen. Natuurlijk houdt dit ook een risico in want soms betekent het dat een speler makkelijk een bepaalde variant of systeem speelt of het al heel uitgebreid vroeger eens heeft bekeken. Een van Nicola's winstpartijen waar we ons op concentreerden was gespeeld in de voorbije olympiade.
Bij het naspelen van de partij ontdekte ik dat een paard op d7 i.p.v. c6 een belangrijk verschil maakt voor de evaluatie van deze openingsvariant. Mits de volgorde te verfijnen bleek het bovendien makkelijk haalbaar te zijn om deze variatie in de opening te weven. Ik en Deon werden enthousiast over de mogelijkheden voor zwart met Pbd7 zeker als wit iets te hard zou vasthouden aan eenzelfde formatie als zijn eerdere winstpartij. De partij verliep perfect volgens plan.
Nicola kreeg geen enkel voordeel tijdens de partij en werd afgestraft toen hij zich niet kon neerleggen bij de remise. Ik had Deon ook verwittigd aandachtig te blijven voor tactische kansen. Nicola kon zich met zijn status en stand in het kampioenschap geen remise permitteren.

Eerlijkheidshalve moet ik bij dit verhaal wel vertellen dat niet elke partijvoorbereiding die ik maakte voor mijn leerlingen succesvol was. Zo kreeg 1 van hen wel zijn complete voorbereiding op het bord om dan met zijn eerste eigen creatieve zet een pion weg te blunderen en met zijn tweede zet nog een stuk er bovenop. Je kan als coach iemand een duwtje geven in de rug maar het leeuwendeel gebeurt nog altijd door de spelers zelf op het bord.

Brabo

dinsdag 23 mei 2017

BJK

2 jaar geleden maakten we al eens een dagtripje naar het Belgisch Jeugdkampioenschap in de Floreal te Blankenberge. Dit jaar speelde mijn zoon Hugo mee bij de -8 en was ik tezelfdertijd ook coach voor de sterkste jeugdspelers van KMSK. Het werd een mooie ervaring waarbij vooral de kinderen zich enorm amuseerden. Weken later vraagt mijn zoon nog geregeld wanneer we teruggaan en ik hoorde van andere ouders gelijkaardige geluiden.

De combinatie van een mooie locatie, een goed georganiseerd tornooi en de vele schaakvriendjes zijn een succesformule. Zelfs mijn niet schakende dochter vond de vakantieweek leuk daar er ook nog zwemmen, minigolf, Sea Life Blankenberge , bowling... als nevenactiviteiten waren. Ik maakte het een prioriteit om hiervoor voldoende tijd uit te trekken zelfs als dit betekende dat ik niet kon deelnemen aan de blitz- en doorgeefschaaktornooien. Het half pension was hierbij ook zeer welgekomen zodat ik mij niet moest bezighouden met het klaarmaken van maaltijden. Het ontbijt was steeds goed verzorgd maar het avondeten was slechts zeer matig. Ik hoorde dat het vorige jaren (veel) beter was. Ik hoop dat de tornooi-organisatie dit minpunt heeft aangekaart bij het hotelmanagement.

Het kampioenschap zelf werd gespeeld in 9 ronden verspreid over 7 dagen. De speelcondities waren uitstekend. Een goede beslissing was zeker om ouders en sympathisanten uit de speelzaal te weren zodat de kinderen geconcentreerd konden spelen. Alle ingrediënten waren dus aanwezig om goede partijen te spelen maar kwalitatief bleef het desalniettemin erg bescheiden. Het verschil met bv. de toppers in Nederland is frappant. Daar heb je in de hoogste categorie 7 spelers die 150-300 punten meer hebben dan de hoogst gekwoteerde Belg.

Desondanks was er aan inzet geen gebrek bij de meeste spelers. Zelfs bij de allerkleinste zag ik dit al want ook daar werd door sommigen de partijen voorbereid. Zo vond ik van de 7 jarige tornooiwinnaar Yvan Burdot een partij in de databases terug waarin hij 11 theoriezetten speelde in het tactisch scherpe maar eerder dubieze Mollergambiet. Dit soort schaken wil ik met Hugo (nog) niet spelen maar het is niet makkelijk om comfortabel uit de opening te komen zonder de minste theoriekennis. Zelfs een onorthodoxe keuze voor de Caro Cann (die opening wordt normaal niet aanbevolen bij jonge spelers) bleek niet altijd waterdicht te zijn. Yvan Burdot slaagde erin met zijn voorbereiding Hugo vanuit de opening onder druk te zetten wat het verloop van de partij zeker beinvloedde.
Kortom om het even welke zwarte opening meerdere malen spelen zonder enige theoriekennis in een kampioenschap zelfs bij de -8 is niet zonder risico's. We waren het dan ook eens dat een paar varianten bekijken best nuttig was voor de toekomst.

Hugo liet de nederlaag niet aan zijn hart komen. Hij bleef geconcentreerd spelen en met een portie geluk leverde dit ook punten op. In de laatste ronde had hij genoeg aan een half punt voor de Belgische titel. Met wit tegen Ruben De Keukelaere zou al erg raar moeten gaan om nog te falen. Om zijn kansen te maximaliseren, bereidde ik zijn openingsstragie voor op basis van de online beschikbare gefotokopieerde notatieformulieren van de eerdere ronden. In het bijzonder Rubens partij uit ronde 7 bekeek ik aandachtig.
Het ontcijferen van die fotokopieen met het handschrift van 6-8 jarigen is een uitdaging. Sommigen kloegen achteraf dat de partijen niet beschikbaar zijn in een leesbaarder formaat zoals pgn. Het is niet evident om een vrijwilliger te vinden die dit soort ondankbare vuile klusjes wilt opknappen.

Ik ben er mij bewust van dat Yvans voorbereiding op Hugo zeker niet elke scepticus zal overtuigd hebben dat voorbereiden bij zulke jonge kinderen nuttig is. Wel dan nodig ik deze kritische lezers nu uit om eens te kijken naar de paar lijnen die ik had voorbereid voor Hugo's laatste partij. Bij het bepalen van een strategie zijn er 2 regels die helpen. In een onbekende stelling zal een (onervaren) schaker indien mogelijk vaak zetten kiezen die hij in een andere stelling al gespeeld heeft. Als een speler materiaal slaat dan zal de tegenstander dit onmiddellijk willen terugwinnen.
Terwijl Hugo in bed lag, had ik bovenstaande op de computer klaargemaakt. Na het ontbijt volstonden 5-10 minuten voor Hugo om het te memoriseren. Ik checkte wel nog even of hij de zettenvolgorde goed kende want dit was hier cruciaal. Mijn laatste raad was om de openingskennis te camoufleren door opzettelijk trager te spelen (zie mijn artikel camouflage).
Hugo voerde perfect uit wat ik vooraf had gepland. Hij speelde bewust traag de openingszetten op het bord en stond direct gewonnen nadat Ruben afweek van de voorbereiding. De afwerking was niet moeilijk meer. Misschien had Hugo ook wel gewonnen zonder de voorbereiding maar daar gaat het hier niet over. Feit is dat je als coach zulke jonge schakers al een duwtje in de rug kunt geven uiteraard op een compleet legale wijze.

Of een Belgische titel bij de -8 dit allemaal waard is, is natuurlijk ook een goede vraag. Mag schaken nog fun zijn? Anderzijds 5-10 minuutje voorbereiden is zelfs voor een 8-jarige zeker niet te lastig. Bovendien is winnen veel meer fun dan verliezen. De brede glimlach op het podium van Hugo toont dit duidelijk.
Het niveau was zeer bescheiden maar een titel zoals Belgisch kampioen blijft toch iets speciaal. Niemand zal later nog herinneren hoe en wat precies maar de titel blijft staan. Wel het is te zeggen want tot nu toe word ik bijna steeds gefeliciteerd met zilver voor Hugo. Ook schaakfabriek en schaakliga-antwerpen rapporteerden aanvankelijk verkeerd en corrigeerden pas de berichtgeving na mijn tussenkomst. De nazorg van een tornooi blijkt zoals steeds zeer moeilijk. Op de officiele website kan je namelijk nergens vinden dat Hugo Belgisch kampioen is geworden. Burdot Yvan staat als 1ste gerangschikt maar hij is geen Belg dus kon hij niet in aanmerking komen voor de titel. Of we niet-Belgen aan een Belgisch kampioenschap mogen laten deelnemen, is natuurlijk op zich al een lang bekend discussiepunt.

Het internet maakt het bijzonder makkelijk om te communiceren maar het is tezelfdertijd ook veel vluchtiger. Papier kan makkelijk decennia meegaan maar klik eens op enkele links van een paar jaar oude blogartikels en je zal zien dat velen al niet meer werken. Het is echt jammer hoe snel informatie vandaag over tornooien verdwijnt. Probeer eens de resultaten terug te vinden van het bjk 2016. Meerdere ouders gingen tijdens het voorbij bjk er tevergeefs op zoek. Ik wil de organisatie van het bjk zeker feliciteren met het geleverde werk maar zorg ook voor een goede archivering zodat we later dit nog kunnen herinneren.

Brabo

zondag 21 mei 2017

Maurice Vansteenkiste

(14 juni 1922, Izegem – 17 april 2017, Roeselare)


Zoals de webmaster al vaak heeft laten doorschijnen, is zijn schaakcarrière begonnen in de schaakclub de Torrewachters te Roeselare. Ik was er toen een min of meer gevestigde waarde in het clubkampioenschap, maar ik behoorde tot de nieuwe generatie, die heel veel jeugdspelers telde (en die praktisch allemaal gestopt zijn met schaken, de meeste al meteen bij het aanvatten van universitaire studies). Toen ik lid werd -mijn eerste seizoen was 1984-85, toen het eerste WK tussen Karpov en Kasparov zich afspeelde- , was Roeselare zo’n tien jaar daarvoor onthoofd door de afsplitsing van de vorige generatie (de broers Frank en Alex Denys en Johan Vandenbussche, om het bij het sterkste trio te houden), die na een korte periode de rangen van de Izegemse schaakclub vervoegden. In Roeselare was er begin jaren tachtig “voorzittermoeheid” bij de toenmalige voorzitter Frans Pottie en toen Maurice Vansteenkiste “stoemelings” zijn hoofd binnenstak, op zoek naar wat vertier in zijn vrije tijd als pas gepensioneerde, werd hij door Jozef Reynaert met vriendelijke dwang de scepter in handen geduwd. Als zeer sterk schaker zette Maurice in de 50’er jaren de club op de kaart en zorgde ervoor dat Roeselare zowel door schaakprestaties als organisaties (het enorme en rijk van prijzen voorzien Rodenbach ploegentornooi als grootste exponent) een prestige verkreeg dat respect afdwong bij vele clubs.

Voor een tiener als ikzelf zag iedereen ouder dan 40 er stokoud en passé uit (en dat zal nu niet anders zijn waarschijnlijk). Ik had dan ook geen enkel idee dat Maurice in zijn beste jaren subtop in België was – hij won het B-kampioenschap en de hiermee promotie tot de elitegroep het jaar erop. Jammer genoeg moest hij deze kans wegens zijn beroep als commercieel manager van Talpe in Kortemark laten schieten. Hij komt als sterke schaker vooral aan zijn trekken in Kortrijk, waar hij spelers van zijn kaliber vindt.

Ik beschik niet over een uitgebreide verzameling van partijen van Maurice. Ten eerste omdat het eerste deel van zijn carrière bijna een eeuwigheid achter ons ligt, en ten tweede omdat ook het tweede deel nog voor de bloei van het internet en schaakdatabanken plaats vond. Gelukkig werden enkele van zijn partijen gepubliceerd in onze Torrewachter en de lokale pers.
   
Voor het boek over de geschiedenis van de club interviewde ik Maurice – hierna volgt de neerslag van dat interview.

“De geschiedenis van de club heeft heel wat belangrijke leden gehad, die soms maar door hun aanwezigheid ervoor zorgden dat de continuïteit behouden bleef. Mensen als André Sobry, Fons Debrouwer, Roger Lannoy, René Leenknegt, Marc Segaert, Jozef Reynaert – denk één van deze namen weg uit de geschiedenis van de club en het is goed mogelijk dat dit een heel ander boek zou geworden zijn. Zo mag ook het belang van Maurice Vansteenkiste niet onderschat worden. Maurice is in tegenstelling met de voorgaande figuren altijd in de eerste plaats schaker gebleven, ongeveer vanaf het begin (eerste keer lid op 20 januari 1946!) tot op heden.

In een openhartig gesprek werpt Maurice een ander licht op de tijdelijke inactiviteit tussen 1947 en 1954. Een van de onderhuidse spanningen binnen de club was het feit dat de “gewone werkmensen” (waaronder magazijnier André Sobry en Maurice Vansteenkiste) beter konden schaken dan de middenstanders, die dat blijkbaar moeilijk konden aanvaarden.

In 1954 was Maurice Vansteenkiste een van de initiatiefnemers voor het heropstarten van de club. Samen met Valeer Gerits, Jozef Heyman, André Sobry, Maurice Albrecht (bandenverkoper en –hersteller) en Alfred Hernalsteen (boekhouder, afkomstig uit Brabant) blaast hij de club nieuw leven in. In die periode heeft hij echter een goede job in de groenteverwerkende fabriek Talpe in Kortemark – na een jaar intern de productie leren kennen, wordt hij verkoopdirecteur. Mede door zijn inspanningen (die hem weinig vrije tijd voor hobby’s laten) groeit Talpe uit tot een topbedrijf binnen de sector.

Alfred Hernalsteen is iemand die aan de kar wil duwen en wel nog voldoende vrije tijd heeft om een schaakclub organisatorisch op de rails te zetten – zo wordt hij de eerste voorzitter na de heroprichting. Maurice heeft echter ook een minder aangename herinnering aan de voorzitter. Bij de opstart van de club zijn er nog geen schaakklokken en Maurice kent een schakende horlogemaker in Kortrijk. Een prijs van 600 frank wordt afgesproken en Maurice gaat zes klokken met een ander lid gaan afhalen. Achteraf verspreidt de voorzitter het gerucht dat Maurice voor de klokken slechts 400 frank heeft betaald en het verschil achterovergedrukt heeft. Misschien een onbetekenend detail, ware het niet dat Hernalsteen later zijn carrière als boekhouder beëindigd zag na fraude bij een industriële klant (ook de clubkas “klopte” altijd, maar blijkbaar was er toch nooit geld om nieuw materiaal te kopen of voor financiële vergoedingen voor verplaatsingen). Maurice was zo vriendelijk me na afloop van het interview een overblijvend exemplaar van zo’n bewuste klok te schenken.

Bij de start van zijn tweede schaakcarière – als voorzitter van de Torrewachters vanaf 1984-85 – weet Maurice vijf mooie houten borden met bijhorende stukken op de kop te tikken voor de prijs van 1.000 frank voor het bord en 1.000 frank voor de stukken. Het bestuur van de Torrewachters slaat het aanbod om dit materiaal te kopen af – wegens geen af te sluiten materiaalkast in het lokaal in café Rodenbach. Maurice houdt één set voor zich en rijdt op een dag naar Oostende met de sets nog in zijn koffer. Eenmaal in Oostende brengt hij ook een bezoekje aan het lokaal van de KOSK, alwaar Raymond Cattoor geïnteresseerd is in een set. Wanneer deze het lokaal terug binnenkomt met het mooie bord en bijhorende stukken, is Maurice binnen enkele ogenblikken van zijn drie resterende sets verlost… (…)”

De schaakcarrière van Maurice loopt zigzag doorheen de geschiedenis van de club, soms op de voorgrond, soms op de achtergrond. De jaren ’50 zijn een bloeiperiode voor economie en de stijgende welvaart uit zich in meer vrije tijd en dus een bloeiend verenigingsleven. Één van die hoogtepunten is dus zijn titel van nationaal kampioen tweede klasse, die hij verovert in oktober 1955. Ik citeer uit het boek:

“Op zondag 9 oktober levert Maurice Vansteenkiste een grootse prestatie door nationaal kampioen tweede klasse te worden. Op die dag gaat de laatste ronde door van dit kampioenschap, en Maurice slaagt erin om in een rechtstreeks duel Pohlen uit Eupen te verslaan en zo de titel weg te kapen.
Maurice verovert de titel met een prachtige +4,=1,-1 score en zijn 4,5/6 is voldoende om met een half punt voorsprong op Dupont (Brussel) en Pohlen (Eupen) als eerste te eindigen. Volgen verder nog: Dony (3, Sint-Truiden), Van Goethem (2,5 Sint-Niklaas), Leclercq (2, Charleroi) en Moortgat (1, Niel). Hiermee verovert hij het recht om volgend jaar bij de experten aan te treden. Dat komt er echter – wegens beroepsverplichtingen – niet van.”

Het seizoen erop 1955-56 wordt hij dan ook met een straatlengte kampioen. Hij wint zijn poule met 12/12 en de dubbelrondige finalegroep met vier speler met een score van 4,5/6. Het jaar erop speelt Roeselare met Roger Lannoy, Maurice Vansteenkiste en Valeer Gerits op borden 1, 2 en 3 5,5-5,5 gelijk tegen Kortrijk, dat op die borden nationale subtoppers als Gobert, Vrancken en Walleyn opstelt. Een sensatie – die later in de terugmatch in het hol van de leeuw cash betaald wordt…Het minder sterke Ieper wordt in een gelijkaardige match met 2-9 verpulverd.
Op 28 mei 1958 komt de Duitse schaakmeester Diemer simultaan geven – Maurice is één van de spelers die remise houdt. Het is de inleiding voor een nieuwe – zijn derde opeenvolgende -  titel in het clubkampioenschap met 16/19, voor Roger Lannoy en Valeer Gerits.
Dat de beste van Roeselare nog niet betekent dat hij de beste van West-Vlaanderen is, bewijst de liga, die gewonnen wordt door Albert Vandezande, voor Rik Wostyn, Lambert Van As en Maurice. Het zijn zijn laatste wapenfeiten als jonge god – in 1958-59 moet hij wegens werkdruk forfait geven – het zal decennia duren eer we hem terug aan een schaakbord zien…

Pas in 1983-84 komt hij – eerder toevallig – in het schaaklokaal terecht en meteen is de microbe weer wakker. Voorzitter Frans Pottie geeft na 15 jaren de fakkel door en in 1984 wordt Maurice voorzitter. Hij ontpopt zich tot een actief voorzitter: hij schrijft artikelen voor het nieuwe boekje van de club (De Torrewachter) en speelt een zevende plaats bij elkaar in de voorronden, waarmee hij zich plaatst voor eerste klasse. Ook in blitz staat hij zijn mannetje, want in februari 1985 wordt hij tweede met Johan Reynaert, na winnaar André Vinckier. Het seizoen besluit hij met een tweede plaats, na Jos Vandamme, die autoritair met 8/9 wint. Maurice is tweede met 6,5/9, een half puntje voorsprong op Marc Segaert.
In 1988 roert de jeugd zich en op initiatief van Benny Ameye en ondergetekende wordt een open brief gepubliceerd, waarbij geklaagd wordt aan activiteiten – er was “enkel” het clubkampioenschap, de interclub en het lentetornooi in een co-organisatie met Tielt. Maurice is natuurlijk ontgoocheld en in de besprekingen die volgen, resulteert dit in een aftreden; Jozef Reynaert volgt hem op. Maar het schaken stopt niet – er is in die tijd schaken in Ten Elsberge aan de Mandellaan, Roger Lannoy en Maurice spelen vaak blitzpartijtjes tegen elkaar of tegen nieuwe computerprogramma’s en in de nieuwe eeuw wordt hij – de Nestor van het Roeselaarse schaakleven - gastheer voor Roger Lannoy, Herman Ottevaere, Eddy Verledens en Antoon Lagae.

HK5000

vrijdag 12 mei 2017

Chesspub

Na het Belgisch jeugdkampioenschap vroeg ik aan mijn leerlingen om enkele van hun partijen te analyseren zodat we die samen konden bespreken. Slechts 1 had de moeite gedaan om mij iets te bezorgen en dat was dan nog een print van een automatisch gemaakte computeranalyse. Nochtans werk ik samen met enkele van de meest beloftevolle jongeren in België waaronder 2 Vlaamse kampioenen die beiden 4de eindigden in hun respectievelijke leeftijdscategorieën op het voorbije Belgisch jeugdkampioenschap. Deze mentaliteit bij onze jeugd verklaart uiteraard waarom we zulk groot niveauverschil zien met de topspelers van onze buurlanden.

Het grondig analyseren van de eigen partijen is cruciaal om jezelf maximaal te ontwikkelen als schaker. 1 van de eerste die dit propagandeerde was wereldkampioen Mikhail Botvinnik en elke trainer zal dit vandaag nog steeds herhalen. Echter Mikhail Botvinnik ging nog een stap verder door ook te stellen dat we die analyses moeten publiceren. Hiermee worden de analyses aan een controle onderworpen van talloze kritische schakers.

Dit laatste advies is vandaag twijfelachtig. Ik ben het eens met John Hartman in zijn artikel op us-chess dat onze huidige topprogramma's makkelijk de fouten in onze zelf-gemaakte analyses kunnen detecteren. Anderzijds is het evenmin correct dat de computer op alle vragen een antwoord zal geven. Feedback van andere schakers blijft vaak heel nuttig. Een computer spuwt enkel zetten uit met een evaluatie en kan nog steeds geen mensentaal praten.

Echter schakers met ervaring in het publiceren van analyses zullen zeker al opgemerkt hebben, hoe zelden er tegenwoordig nog gereageerd wordt. De frustratie in het artikeltje getting attention on my analysed games is heel duidelijk. Zelf verwacht ik al lang geen reacties meer op de vele analyses die ik hier publiceer. Ik schrijf omdat ik het leuk vind om iets te delen anders was ik met deze blog gestopt.

Misschien de beste plaats om alsnog commentaar te krijgen op analyses, is het forum van chesspub. De site is in de eerste plaats een middel om promotie te maken voor hun betalende services op chesspublishing maar heeft ook zijn eigen identiteit. Vele leden bezoeken dagelijks het forum al vele jaren (ik ondertussen al 1 decennium) en posten er geregeld commentaren zonder dat we ooit verplicht werden om een abonnement te nemen. Een belangrijke rol in het succes spelen hierin de Franse GM Tony Kosten en een handvol moderatoren die ongewenste trollen goed konden weghouden. Vele forums gaan namelijk snel onderuit door een gebrek aan modereren.

Zelf breng ik geregeld analyses aan. Anderzijds met 750 posts sta ik natuurlijk mijlenver t.o.v. de onbetwistbare nummer 1. De teller van Mark Nieuweboer die hier ook enkele artikels postte in het verleden staat voorbij 10.000 ! Alles is niet even serieus uiteraard. Ik verkies slechts iets te schrijven wanneer ik echt voeling heb met het onderwerp. Zoals laatst toen een variant ter sprake kwam, die ik hier op deze blog had besproken zie koningsgambiet met Pf3. Buddho kwam met een probleem voor wit die hij niet kon oplossen zie chesspub: John Shaw King's Gambit. Na thuis een paar uurtjes analyseren vond ik een antwoord.
Buddho had ook zijn computer gebruikt om de stelling te analyseren maar had dit niet gevonden. In mijn artikel computers worden autonoom vermeldde ik dat in de lopende wk-finale correspondentieschaak er een remisepercentage is van bijna 100%. Echter het is een grote fout om hieruit af te leiden dat iedereen op dezelfde wijze kan analyseren als in de wk-finale correspondentieschaak. Ik durf zelfs te stellen dat geen (te detecteren) fouten maken in de analyse slechts zeer weinigen kunnen. Herinner je de opmerkingen op de fantastische partij Navara-Wojtaszek in het artikel g4 in de najdorf  of de recente partij Wojtaszek - Mamedyarov waarbij de zwartspeler zijn nederlaag toekende aan een fout gemaakt door zijn secondant tijdens de voorbereiding zie chess24, een site snel winnend aan populariteit.

Dus ik help anderen maar vaak leer ik ook zelf iets bij. In januari was er een korte discussie over een zeer specifieke variant in het Hollands. Ik wou er niet veel tijd aan spenderen want de enige keer dat ik het in een officiële partij op het bord heb gehad, dateerde van meer dan 20 jaar geleden, zie hieronder.
Het eloverschil maakte dat ik goed wegkwam met deze zeer premature remise. Ik was een verwittigd man om de variant niet te licht op te nemen en bleef de discussie aandachtig op chesspub volgen. MNb (Mark Nieuweboer) stelde een interessante anti-dote (5...Lxc3) voor die ik thuis met mijn schaakprogramma's bekeek.

Slechts anderhalve maand later kreeg ik de lijn warempel op het bord in de interclub. Meer dan 20 jaar niet en dus nu plots wel. Als men van de duivel spreekt dan trapt men op zijn staart. De verrassing van mijn tegenstander, de Belgische FM Frederic Verduyn sloeg als een boemerang terug. Dat ik de partij niet kon winnen, is zeker deels op de conto van een zeer goed verdedigende Frederic.
Ik wou dat ik nog veel meer zulke succesverhalen kan vertellen over chesspub maar de waarheid is dat de gloriedagen voorbij zijn. 183312 posts in 15 jaar. Gemiddeld bijna 34 posts per dag. Echter de laatste tijd zien we geregeld dagen zonder een post. De stille periodes worden steeds langer.

De meeste vragen zijn vandaag over schaakboeken, DVD's en schaakrepertoires. Wat kan je aanraden en waar blijf je beter af? Het analyseren van posities is zeer zeldzaam geworden wat de oorspronkelijke ruggengraat was van het forum. Ik vermoed dat we opnieuw de steeds sterker wordende schaakprogramma's als schuldige kunnen aanwijzen. Hun antwoorden volstaan vandaag voor de meeste amateurs. Daarnaast is er ook het steeds groter wordende besef van privacy. Steeds minder mensen stellen zich nog open en verkiezen liever kleine gesloten groepen zoals bv. via Facebook. De chesspub-oprichter Tony heeft nooit de intentie gehad om de site 15 jaar of meer in de lucht te houden maar nu lijkt mij chesspub toch langzaam stilletjes dood te gaan. Aan alles komt ooit een einde maar na 10 jaar doet zoiets pijn.

Brabo

vrijdag 5 mei 2017

Leestekens deel 2

Laatst na een partij weigerde mijn tegenstander beleefd mijn uitnodiging tot een post-mortem. Hij zag er het nut niet van in en dronk liever rustig een pintje aan de bar. Schaakprogramma's zijn vandaag veel sterker dan om het even welke speler dus waarom tijd verspillen met slappe analyses. Hij heeft een punt natuurlijk want met een paar klikken kan je een automatische analyse genereren op een computer die vele malen nauwkeuriger is. Trouwens in deel 1 propagandeerde ik al een methode van becommentariëren helemaal gelinkt aan computer-evaluaties.

De recente Penrose Chess Institute Puzzle toont overduidelijk de gevaren aan van dit blindelings vertrouwen in computerevaluaties. De programma's beoordelen de stelling voor zwart als gewonnen terwijl iedere ervaren schaker makkelijk ziet dat het remise is. Anderhalf jaar geleden schreef ik op deze blog dat computers autonoom worden maar dat betekent niet dat wij geen enkele rol meer kunnen spelen. Het doemscenario dat beschreven wordt in een recent artikel op chess.com "is this the future of chess" is pure stemmenmakerij.

1 voorbeeld van een gefabriceerde stelling die nooit in de praktijk zal voortkomen, weerlegt niet de absolute dominantie van een schaakcomputer. Sommigen vinden enkel stellingen die uit (normale) partijen komen relevant om een oordeel te vellen. Zijn er zulke stellingen die we als mens sneller en accurater kunnen beoordelen dan onze huidige topprogramma's en zo ja welke?

In mijn artikel vestingen vermeld ik al dat er stellingen uit de bordpraktijk bestaan waarin we kunnen bewijzen dat de computerevaluatie onnauwkeurig is of zelfs gewoon verkeerd. Echter dat betekent niet dat wij het als mens perse beter zouden doen zonder gebruik te maken van hulpmiddelen. Desalniettemin bestaan er wel een aantal uitzonderingen waarin mens nog steeds triomfeert over computer. 1 groep van eindspelen springt hierbij in het oog en dat zijn die met ongelijke lopers. Een ervaren schaker kan vaak heel snel dit soort type stelling exact taxeren. In onderstaande stelling is de computer niet happig om dameruil te forceren maar Robert ziet correct dat er in het resulterende eindspel geen enkel gevaar dreigt.
In de slotstelling geeft de computer nog steeds een licht voordeel voor mij maar ik was al lang overtuigd dat dit potremise is. Een ander recent voorbeeld zien we hieronder. Opnieuw geeft de computer voordeel voor wit omdat zwart zijn pion op c7 verliest. Wit had het nog kunnen verder spelen maar moeilijk is de remise natuurlijk niet.
In beide gevallen vond ik het onzinnig in mijn analyses om vast te houden aan mijn strikte methode van leestekens. Ik besloot daarom om hoogstuitzonderijk de evaluatie van de schaakprogramma's te verwerpen en die te vervangen door mijn persoonlijk meer nauwkeurige evaluatie.

In een recent gespeeld eindspel ging ik nog heel wat drastischer te werk met de leestekens. Met slechts een handvol pionnen op 1 vleugel maakt de computer er een zooitje van met zijn evaluaties. Zetten worden als onnauwkeurig bestempeld terwijl er niets mis mee is en anderen worden onterecht als correct beschouwd. De oorspronkelijke leestekens gebaseerd op de evaluaties van de computer kan je hieronder vinden.
Na de tabula rasa met mijn persoonlijk veel nauwkeurigere evaluaties zien we een totaal ander beeld van het eindspel. Ik vermoed dat die ook veel dichter aansluiten bij onze intuïtie.
Dit eindspel mogen we dan wel beter begrijpen dan schaakprogramma's, we blijven veel kwetsbaarder voor blunders zeker wanneer tijdsdruk begint door te wegen.

Objectiviteit / het zoeken van de waarheid blijft voor mij absolute prioriteit hebben in een schaakanalyse. Computerevaluaties worden hierbij intensief gebruikt maar af en toe blijft het toch goed om je eigen schaakkennis niet te negeren.

Brabo