donderdag 23 februari 2017

De Bird

Met de exponentiële toename van het aantal grootmeesters zien we ook een evenredige toename van allerlei (betalende) schaakpublicaties. Van het prijzengeld alleen kunnen de meeste niet leven dus zoekt men alternatieve inkomsten. Ondanks een grote illegale markt blijken er toch voldoende eerlijke schakers te bestaan die de producten met plezier kopen. Een nieuwe opening aanleren door een boek te lezen of moderner een dvd te bekijken is erg aantrekkelijk wanneer je weet dat het daarna extra bordpunten zal opbrengen.

Vooral de meer moderne versie dus de DVD is vandaag zeer populair. Kijk naar Chessbase nieuwste producten en je vindt een waaier aan zeer interessant materiaal. Het is uiterst geschikt voor de schaker die vanuit nature veelal lui is om mits een minimum aan tijd en inspanning toch heel wat te studeren. Trouwens ook voor de auteur en uitgever is het formaat zeer aantrekkelijk. Geen ellenlange correcties van passages die vaak maanden duren maar in maximaal een paar dagen wordt de video ingeblikt. Het enige nadeel is misschien dat de auteur een paar dagen naar de opname-studio moet komen.

Kwalitatief blijft er natuurlijk een verschil bestaan tussen boek en DVD. Ik bedoel daarmee niet perse de kwaliteit van de analyses maar het overzicht, de referenties, het didactische zijn sterk afhankelijk van het formaat. Analytisch is eerder een kwestie van voorbereiding en ervaring. Partijen selecteren, analyseren en synthetiseren gebeurt natuurlijk vooraf. Een schrijver heeft hiervoor iets meer flexibiliteit want kan makkelijker in laatste instantie nog een nieuw hoofdstuk toevoegen.

Een vraag die ik (maar niet ik alleen) stel is in hoeverre een auteur ervaring moet hebben met het onderwerp waarover er geschreven wordt. Zo maakte de sterke Nederlandse grootmeester Erwin L'Ami zeer recent een DVD over de Hollandse stonewall waarna ik toch even de wenkbrauwen fronste. Ik speel/ studeer al bijna 2 decennia deze opening en ik ben nooit partijen van Erwin tegengekomen. Dit werd ook bevestigd toen ik dit nakeek op chess-db. Slechts 1 echte stonewall partij in normale omstandigheden vond ik van Erwin gespeeld in 2016 die hij bovendien verloor zie Viktor Laznicka - Erwin L'Ami. Uiteraard wordt hierover geen woord gerept in het reclame-artikel van de Indische IM Sagar Shah op Chessbase.

Nu om misverstanden te vermijden, wilt dit niet zeggen dat de DVD slecht is. Ik zie een +2600 speler perfect in staat om zelfstandig een opening goed te bestuderen, verbeteringen/ nieuwe ideeën te vinden zonder 1 officiële partij met die opening te hebben gespeeld. Trouwens een gebrek aan ervaring kan al deels worden opgevangen door veelvuldig testen op het internet. In mijn artikel Tom Piceu leidt Brugge door 1ste afdeling vermeldde ik al terloops dat Erwin een enorm aantal partijen speelt/ speelde op het internet. Kortom Erwin zal zeker iets interessants te vertellen hebben over de Hollandse stonewall aan de gemiddelde clubschaker die zijn repertoire wil uitbreiden.

Anderzijds zal ik ervaring ook niet minimaliseren. Hout voelen blijft de ultieme test voor iemands repertoire. Een auteur die kan refereren naar zijn eigen standaard bordpraktijk zal sowieso meer te vertellen hebben. Een mooi voorbeeld hiervan is het werk van de sterke Indische grootmeester Negi Parimarjan die zeer goede recensies kreeg. De Nederlandse topgrootmeester Anish Giri liet zelfs al gekscherend optekenen op Chessbase dat Negi gek was om zo eerlijk te zijn geweest.

Nu achteraf werd duidelijk dat Negi toen al had beslist om (tijdelijk?) geen actieve profschaker meer te zijn. Na de serie speelde hij gemiddeld nog 9 standaard partijtjes per jaar. Ooit was hij de jongste grootmeester ter wereld dus misschien nog een voorbeeld van iemand die zichzelf te snel heeft opgebrand aan het schaken. Het doet mij eveneens denken aan de Nederlandse grootmeester Karel Van der Weide die een soort schaaktestament naliet zie artikel stoppen met schaken.

Spelers die "te eerlijk" zijn en tezelfdertijd ook nog actief zijn, zijn schaars. Spijtig maar perfect begrijpbaar. Zo herinner ik mij een oude anekdote over de Franse grootmeester Anatoly Vaisser. Na publicatie van zijn boek Beating the King'sIndian and Benoni vermeed iedereen in zijn partijen zijn geliefkoosd vierpionnensysteem tegen het koningsindisch. De enige uitzonderingen waren wanneer men het boek had gelezen en steeds dezelfde saaie anti-dote speelde die vermeld stond in het boek. Een ander nadeel van het spelen van de openingen die je hebt aanbevolen, werd vermeld op de Quality Chess blog. Nadat de auteur verloor in een kritieke variant die ook in het boek werd vermeld, zag men plots de verkoopcijfers drastisch dalen.

Een categorie van schaakauteurs die hier veel minder last van heeft, zijn niet-professionele schakers. Hun boeken worden minder ernstig genomen zoals ik al aangaf in mijn artikel theorie maar doordat geld nauwelijks of geen rol speelt, zien we vaak een veel grotere affiniteit met het onderwerp. Een absoluut modelvoorbeeld hiervan is het recente monumentale werk over de speler Henry Bird geschreven door onze eigen Belgische FM Hans Renette.
Ik overweeg sterk dit boek te kopen wanneer ik klaar ben met Timman's TitansZijn indrukwekkend blogartikel op chess.com heeft in elk geval mijn interesse gewekt. Alleen al het feit dat Hans claimt dat hij er 8 jaar heeft aan gewerkt, maakt het al iets uiterst zeldzaam.

Desondanks merk ik op dat er hieraan zeer weinig aandacht werd geschonken in de schaakwereld. Zelfs in België bleef publiciteit uit alhoewel dit eigenlijk niet zo verwonderlijk is daar we nog nauwelijks nationale/ regionale verslaggevende sites kennen. Dan maar zelf eens de Bird spelen in de laatste ronde voor Open Leuven met de tornooioverwinning als inzet, zal Hans misschien gedacht hebben. Ik was de antagonist maar weigerde mee te werken aan de gewenste afloop.

Nee uiteindelijk ging de Belgische FM Arno Bomans met de tornooioverwinning aan de haal. Hierover werd o.a. gerapporteerd op schaakfabriek. Nu misschien een pleister op de wonde is dat Arno een fan is van de omgekeerde Bird of ook wel gewoonweg het Hollands genoemd. Op het bk lukte het Arno niet zo goed met het Hollands omdat de tegenstanders tot de tanden gewapend waren met nieuwe ideeën maar in een open tornooi is dit gevaar bijna onbestaande. Zijn beste inverse Bird van het tornooi vind ik zijn partij tegen zijn clubgenoot Jonas.


Brabo

woensdag 15 februari 2017

Anoniem

Apple, google, microsoft, coca cola,.... zijn merken die we allemaal kennen. Echter velen zijn zich nauwelijks bewust dat hun eigen naam ook een merk is. Zonder dat we het zelf willen, krijgt ieder van ons een etiquette opgeplakt en daarin speelt het internet een belangrijke rol. Alles wat er ooit over ons geschreven werd, wordt bewaard vaak voor zeer lange tijd. Het is onvermijdelijk dat er iemand deze info te pas of onpas ook gebruikt.

Zo herinner ik mij dat ik op een sollicitatiegesprek eens de vraag kreeg welke schaakopening ik het liefst speelde. Dit was nog voor ik begon met deze blog. De vraag verraste mij want ik had niets over het schaken geschreven in mijn CV en ik had er evenmin iets eerder over verteld tijdens het gesprek. Een HR-recruiter had mij ooit eens gezegd dat ik beter niet zei dat ik schaakte omdat ik er te veel tijd aan spendeerde wat een belangrijk minpunt is. Een werknemer die niet beschikbaar is in zijn vrije tijd om over te werken door het intensief schaken, is natuurlijk veel minder interessant om aan te werven.

Het internet had mij uiteraard de das om gedaan want je kan mijn naam met een simpele google terugvinden in talloze tornooi-deelnames. Anderzijds betwijfel ik sterk dat dit aspect een doorslaggevende rol speelde in het interview. Trouwens ik vermoed dat er ook werkgevers zijn die iets zien in de kwaliteiten van een betere schaker (FM, IM, GM) voor hun bedrijf. Alles hangt af natuurlijk van de branche maar het is geen toeval dat veel grote merken proberen topsporters te binden.

Het spreekt voor zich dat een schaaktitel vooral telt in de schaakwereld. Sterke spelers zijn een magneet om andere spelers (lees betalende klanten) aan te trekken dus bieden veel schaakorganisaties gratis lidmaatschap aan deze sterke spelers. Zo kan je op chess.com op deze link gratis diamant-lidmaatschap krijgen als je een een fide-titel hebt. Op ICC krijg je pas een gratis account vanaf de IM-titel en ik meen dat dezelfde regel ook telt voor Playchess. Een bijkomende voorwaarde voor de gratis account is natuurlijk dat je jouw anonimiteit opgeeft. Je kan geen spelers lokken als getitelde speler als de identiteit niet kan worden geverifieerd.

Persoonlijk vind ik dat een getitelde speler verslaan altijd een extra kick geeft. De voorbije jaren speelde ik o.a. tegen GMs Gennadi Sosonko, Max Illingworth, Imre Balog, Dmitry Kokarev, Mohmamed Haddouche, John Shaw, Lev Gutman, Viktor Gavrikov.... op playchess. Aan de laatste in de rij hangt er een lugubere anekdote want 2 maanden nadat we een paar partijtjes speelden, overleed hij (zie chessbase). 1 van de 2 partijtjes slaagde ik erin te winnen maar ik had er een grote konijnenpoot voor nodig zie hieronder.

Het zalige aan spelen op Playchess is voor mij dat alle partijtjes automatisch in een database worden opgeslagen die ik met een paar simpele klikken kan consulteren tijdens het studeren van openingen. Echter dit is niet het enige voordeel van de database. Ook in de voorbereiding komt het soms van pas. Sommige online spelers kom je in levende lijve in een tornooi tegen. Zo speelde ik 2014 een korte match tegen Littlefinger. De laatste partij verloor ik in de Rauzer.

Op het profiel van Littlefinger kan je de naam Frederic Decoster terugvinden en dit herinnerde ik mij nog toen ik tegen hem laatst in Open Leuven moest spelen. De Rauzervariant herhaalde ik in mijn voorbereiding en daarnaast keek ik zelfs ook nog vluchtig naar enkele nevenvarianten. Maximaal kon ik echter niet profiteren van deze informatie wegens tijdsgebrek.

Online spelen met een open profiel maakt je dus kwetsbaarder in de bordpraktijk. Het is daarom niet zomaar dat heel wat topspelers naast een officiële account ook geheime accounts hebben. Zo bestaat er een leuke anekdote over Kasparov en Svidler die online blitz speelden als voorbereiding op hun onderlinge blitzmatch maar aanvankelijk niet wisten van elkaar dat ze elkander als sparringpartner hadden uitgekozen, zie chessclub.

In mijn artikel paswoord ijverde ik voor meer openheid bij het publiceren van partijen om het schaken te promoten. Anderzijds denk ik dat je in online schaak beter kiest voor anonimiteit. De partijtjes zijn (bijna) uitsluitend blitz of bullet dus hebben weinig of geen publicatiewaarde. Daarnaast loopt het aantal online partijtjes al snel op zodat tegenstanders een vrij goed beeld kunnen vormen van je repertoire. Vandaag telt mijn persoonlijke database bijna 60.000 online partijtjes dus bijna elke mogelijke variant van mijn repertoire met enige bekendheid kwam al aan bod.

Brabo

dinsdag 7 februari 2017

Ervaring deel 2

Als je een beetje de laatste tijd het topschaken gevolgd hebt dan weet je dat de Amerikaanse topgrootmeester Wesley So de meest succesvolle schaker op dit ogenblik is. Hij is vandaag ongeslagen sedert 56 partijen en dit niet tegen de minste tegenstand. Hij won het voorbij half jaar Sinquefield CupLondon Chess Classicgoud met Amerika op de olympiade en nu laatst ook Tata Steel Chess Tournament een punt voor de regerende wereldkampioen Magnus Carlsen. Met 2822 staat hij virtueel op de 2de plaats (zie 2700chess). Magnus staat sinds juli 2011 op plaats 1 maar daar zou wel eens weldra een eind kunnen aan komen.

Deze successen zijn er niet vanzelf gekomen. Zo vertelt Wesley in een interview op Chessbase dat hij al een jaar niet meer het internet gebruikt behalve voor mails. Ook een gsm heeft hij niet om zeker niet te worden afgeleid. Ik zei al gekscherend op schaaksite dat sterke spelers hun tijd niet verkwisten met discussies omdat ze die tijd willen spenderen aan studeren maar bij Wesley is het dus bittere ernst. Hij is een modelvoorbeeld van hyper-professionalisme.

Desalniettemin zien we zelfs bij dit soort extreme toewijding aan het schaken dat er gaten zijn in de openingskennis. Wesley won een prachtige partij in ronde 5 tegen de Indische topgrootmeester Pentala Harikrisha maar Chessbase merkte achteraf op dat alles tot zet 14 al was verschenen in de toppartij Vladimir Kramnik - Ian Nepomniachti gespeeld te Dortmund in 2015. Vreemd genoeg gebruikte Wesley 64 minuten om zet 14 te bereiken.

Eerder schreef ik een artikeltje op mijn blog over camouflage maar 64 minuten spenderen om je openingskennis te camoufleren is onzin uiteraard. Bovendien gaf Wesley ook toe dat hij Kramniks partij niet herinnerde tijdens het spelen. De anekdote bevestigt nogmaals wat ik al schreef in een artikel van 2014 dat een up to date repertoire waanzinnig moeilijk is om als bordschaker te creëren en te onderhouden. 

Voor een amateur is dit probleem uiteraard veel minder kritiek. Openingen hebben een eerder bescheiden invloed op het uiteindelijke resultaat van een partij bij amateurs (zie bv. schaakopeningen studeren). Anderzijds heb ik nog steeds een gezonde dosis ambities en tracht ik ook mijn partijen wetenschappelijk te onderbouwen. Ik zal daarom niet mijn kop in het zand steken voor openingsproblemen.

Pas recent realiseer ik mij ten volle hoe serieus deze problemen zijn. In mijn artikel schaakopeningen studeren deel 2 vertelde ik hoe ik sedert een paar jaar veel grondiger de openingen bekijk. Tezelfdertijd ontdekte ik hoe weinig ik wist van de meeste openingen. Als we kijken naar de cijfers dan wordt het snel duidelijk.

Enkel kijkend naar de partijen van Open Leuven dan stel ik vast dan ik uit boek was in 4 van de 7 partijen in een stelling waarmee nog meer dan 100 meesterpartijen in de megadatabase staan. Dit staat haaks op mijn reputatie van gevaarlijke theoreticus die nog steeds hardnekkig blijft bestaan. Na de meest recente interclubronde verklaarde mijn tegenstander Joris Verhelst zijn non-standaard openingskeuze met dat hij gehoord had van mijn enorme openingskennis. Wel laat ons de proef op de som nemen door te kijken naar wat ik speelde op zet 17 in mijn partij van de 5de ronde in Open Leuven tegen Tom Barbe.
Uit boek in een stelling die nog in meer dan 100 meesterpartijen voorkomt.


Tom speelde een fantastisch tornooi (zie klassement) en ook in onze onderlinge partij toonde hij zijn vorm door optimaal te profiteren van mijn gebrekkige openingskennis. Aanvankelijk was ik ontevreden over de remise omdat de eindoverwinning hiermee erg onwaarschijnlijk werd. Later besefte ik dat ik nooit op meer had kunnen hopen.

Ondanks een zeer vast repertoire had ik deze lijn in de laatste 10 jaar niet meer in een standaardpartij op het bord gehad. Het is een regelmatig wederkerend probleem die ik link aan een gebrek aan ervaring. De Belgische IM Stefan Docx gaf mij trouwens al de raad dat ik (veel) meer moet spelen indien ik als speler verder wil groeien. Ik besef zelf ook wel dat gemiddeld 23 partijen voor rating per jaar (zie vorig artikel) gewoon veel te weinig is.

Het is uiteindelijk een kwestie van prioriteiten stellen. Schaken is voor mij heel belangrijk maar daarvoor wil ik niet alles opofferen dus zette ik bewust 10 jaar geleden een stapje terug. In tegenstelling tot vele leeftijdsgenoten die stopten met schaken, leerde ik de gebrekkige openingskennis te accepteren. Bovendien zoals HK5000 mij eens vertelde, zet je met elke partij toch weer een stapje verder. Anderzijds zie ik dat de theorie vandaag zo snel evolueert dat ik het gevoel krijg dat ik met mijn tred alleen maar verder achterop geraak. Voorlopig zie ik evenmin een aantoonbare verbetering met mijn vernieuwde studiemethode. De (nabije) toekomst zal misschien beterschap brengen zeker als mijn zoon Hugo de smaak te pakken zou krijgen om serieuze wedstrijden te spelen.

Brabo

woensdag 1 februari 2017

Ervaring

Schrijven bevat veel grotere risico's dan praten. Niet alleen ben je veel kwetsbaarder voor klachten want het staat zwart op wit maar verkeerde interpretaties komen veel vaker voor. Zo kreeg ik laatst nog een opmerking over een passage terwijl ik dat helemaal niet had bedoeld. Ik begrijp dus best dat er bij heel veel mensen argwaan bestaat om iets publiek te delen. Dat is natuurlijk jammer want in een gesloten wereld zijn er alleen maar verliezers. Anderzijds ben ik niet dom en weeg ik mijn woorden ook zorgvuldig. 

Onlangs ergerde de Amerikaanse grootmeester Gregory Serper zich nog op chess.com over de toenemende druk om steeds politiek correct te zijn maar ook hij moest toegeven dat bepaalde reacties hem serieus hadden laten schrikken. Zo is het politiek correct benoemen van een zwakke speler al een hachelijke opdracht. Recent gebruikte ik de term "gemiddelde clubspeler" in bv. mijn artikel modelpartijen om niemands gevoelens te kwetsen maar dat is natuurlijk geen synoniem. Eerder heb ik ook nog "onervaren speler" gebruikt als term maar dit vond ik achteraf nog minder goed omdat er helemaal geen eenduidig verband bestaat tussen ervaring en speelsterkte.

Bovendien kan je ook discussiëren over wat ervaring betekent in het schaken. Op het slapende Schaakfabriek werd ik in het laatste artikel Arno bomans stunt in leuven als ervaren speler genoemd maar zelf had ik daar wel een kanttekening bij. Uiteraard is het logisch dat je na meer dan 20 jaar in het schaakwereldje als een dinosaurus wordt beschouwd met tonnen ervaring. Echter als we kijken naar mijn aantal verwerkte partijen voor Belgische rating dan ziet het plaatje er toch een stuk genuanceerder uit. 468 zijn het er wat overeenkomt met ongeveer 23 partijen per jaar. Naar Belgische normen is mijn totaal aantal partijen niets bijzonder want vandaag sta ik hiermee op plaats 901 t.o.v. 3063 spelers die een Belgische rating hebben. Het gemiddelde ligt op 378.

Als we ervaring in het schaken koppelen aan aantal verwerkte partijen voor Belgische rating dan kunnen we dankzij de KBSB-site interessante informatie hierover verkrijgen. Zo is het mits enige excel-handigheid vrij eenvoudig om te zien dat hoe hoger iemands rating, hoe meer ervaring men gemiddeld heeft.
Herinner je dat ik schreef in mijn artikel schaakcompositities dat mijn allereerste Belgische rating 2294 elo was, gebaseerd op slechts 20 partijen. Uitzonderingen bevestigen de regel. Tezelfdertijd wil ik ook opnieuw waarschuwen (zoals eerder in bv. copycats) dat ervaring geen enkele garantie geeft op een hogere rating.
We zien enkel bij de eerste honderden gespeelde partijen een merkbare progressie van de speelsterkte. Tussen 400 en 800 partijen is er nog een marginale progressie van 60 punten maar het is twijfelachtig of dit gelinkt kan worden aan de ervaring. Het lijkt mij eerder dat daar invloed is van de hogere aanwezigheid aan talent.

Ervaring kunnen we dus niet koppelen aan iemands rating maar het blijft natuurlijk opvallend dat hogere ratings gemiddeld veel meer partijen speelden. Wel mijn simpele verklaring is dat je als hogere rating veel meer rijkdom uit een partij kan halen en daarom ook meer partijen wilt spelen. Iets wat je graag en goed kan, doe je vaker.

De enige ondubbelzinnige link met ervaring die ik vond, is de leeftijd van een speler. Uitermate vanzelfsprekend natuurlijk want de teller gaat enkel omhoog met de jaren.
Omgekeerd geldt ook alhoewel het minder uitgesproken is. Zelf behaalde ik pas op mijn 20ste mijn eerste rating dus niet iedereen begint jong te schaken.

Dus misschien is ervaring gewoon een politiek correcte term voor oud. Best begrijpelijk want mijn kinderen vinden 40+ ook al heel oud. Dat ik nog een levende grootmoeder heb, maakt voor hen niets uit.

Tenslotte wil ik ook nog even stilstaan bij onze meest ervaren speler in Belgie. Hij is geen topspeler maar heeft desondanks al 3963 partijen op de teller staan. Met mijn tempo zal ik daarvoor bijna 200 jaar moeten worden. Ik spreek natuurlijk over Gerard Burnay. Niet helemaal verrassend heeft hij voor flink wat stunts gezorgd in zijn carriere. Vandaag slechts 1700 elopunten maar remises tegen FM Jan Van Mechelen, IM Stefan Docx (die hij liet ontsnappen) en zelfs een overwinning tegen oud-Belgisch kampioen Thierry Penson zijn een aantal van de hoogtepunten. Hij heeft wellicht tegen half-Belgie gespeeld dus ook ik speelde 1 keer tegen hem.

Deze standaardpartij telde niet mee voor rating dus het aantal effectief gespeelde partijen met langzaam tempo ligt nog veel hoger dan de teller aangeeft voor Gerard. Ik zei eerder dat veel spelen voornamelijk iets is voor de hoge ratings maar schaken kan meer betekenen dan puur het spel. Gerard is een zeer sociale schaker en je ziet dan ook dat hij geniet van de vele contacten die gebeuren naast het bord. Zijn talloze avonturen zijn op zich ook een soort ervaring die je misschien geen elopunten bijbrengen maar wel toelaten om met volle teugen te genieten van het leven.

Brabo