dinsdag 16 januari 2018

Halloween

Een kleine 2 maand geleden was het zoals elk jaar weer hoogspanning thuis. Het sinterklaasfeest stond voor de deur dus liet ik mijn kinderen een lijstje maken wat ze allemaal graag zouden krijgen. Daarna is het natuurlijk altijd kwestie van de verwachtingen een beetje te temperen want de vraag is altijd groter dan het aanbod. Het gesprek met mijn 8 jarige zoon liep deze keer niet echt zoals verwacht.
- Ik: "Moet je echt dat hebben? Zouden we niet beter niet voor dat andere kiezen?
- Zoon: "Het is weer te duur voor jou zeker?"
- Ik: "Mmm? Voor mij?
- Zoon: "Ik bedoelde voor sinterklaas natuurlijk."
- Ik: "Weet jij al iets meer over sinterklaas?"
- Zoon:"Wel ik heb tante Ellen buiten zien de chocolade-eieren verstoppen toen ik 5 was. Ik heb mama het muntje van de tandenfee zien leggen onder mijn kussen toen ik mijn eerste tand had verloren. Dus weet ik ook wel al lang wie sinterklaas is."
- Ik:"Oei en ik die hoopte om nog even te kunnen genieten van jouw jeugdige onschuld. Waarom heb je mij niets eerder verteld?"
- Zoon:"Ach ik speelde het spelletje mee om zo zeker geen cadeautjes te missen. Dit betekent toch niet dat ik dit jaar geen cadeautjes zal krijgen?

Natuurlijk ontzegde ik hem niet zijn cadeautjes. Alle kinderen dromen ervan en elke cultuur heeft wel zijn eigen kinderfeest hiervoor. Zo is het grote kinderfeest op 31 december in Rusland : Дед Мороз & Снегурочка (Grootvadertje Vorst met zijn kleindochter Snegoerotsjka). Net als de Sint in België  kan je hem/hen geregeld ontmoeten in winkelcentra of zelfs op de straat. Tevens zie je ze in talloze reclame opdraven. Zelfs gigantische standbeelden worden er van hen gemaakt waarbij het aanschuiven was om een foto met de kinderen van te maken.
Mijn 2 kinderen poserend bij de standbeelden.
Natuurlijk betekende dit voor hen dat ze een tweede keer konden profiteren van cadeautjes. Opa en oma (kortatei en nanei noemen we ze volgens hun Tataarse achtergrond) lieten hen genieten van snoep en een stevige zakcent waarmee ze zelf iets mochten kopen.

Aan andere kinderfeesten doen wij met ons gezin niet mee alhoewel ik zie dat Halloween ook in onze contreien steeds populairder wordt. In mijn kindertijd bestond het helemaal niet maar vandaag zie ik steeds meer activiteiten rond Halloween. Zo was er tijdens de week van Open Le Touquet een echte trick or treating zie o.a. twitter VilleduTouquet.

Echter het is niet omdat ik zelf geen Halloween als kind meegemaakt heb, dat het iets is dat ik slechts recent leerde kennen. Alleen al door het schaken kwam ik al decennia geleden in contact met Halloween. Ik heb het natuurlijk over het Halloweengambiet en hiermee belanden we uiteindelijk toch op het echte onderwerp van dit artikel na de niet alledaagse introductie.

Het Halloweengambiet werd oorspronkelijk Muller-Schulze gambiet of ook Leipzig gambiet genoemd (zie wikipedia).  Pas nadat een artikel van Jakob Steffen werd gepubliceerd in 1996 kwam de nieuwe naam in voege. Halloweengambiet klonk veel beter en al snel werden de oude namen niet of nauwelijks meer gebruikt. Op amateurniveau kreeg het gambiet enige bekendheid omwille van het angstaanjagende karakter van de resulterende complicaties. Een artikeltje op Tim Krabbes site: "A breeze in the sleepy Four knight's game" goot nog meer olie op het vuur. Echter dit betekende tezelfdertijd ook min of meer de doodsteek van het gambiet. De extra aandacht trok enkele theoretici aan en al snel werden diverse anti-dotes gevonden. Een minder bekende anti-dote die ik nog herinner uit die periode en nog steeds graag eens speel online, zien we hieronder.
Dit is het nadeel van veel gambieten. Je kan vaak het stuk teruggeven en je houdt een goede stelling over. Toch zien we het gambiet af en toe nog als een verrassingswapen opduiken. Daarbij zijn ook nieuwe, verfijnde versies ontdekt die minder dubieus zijn. Zo denk ik aan het Halloweengambiet tegen de glek die soms ook het omgekeerde Halloweengambiet wordt genoemd. Zelfs sterke spelers hebben zich met succes gewaagd aan dit systeem.
Tenslotte bestaat er ook nog zoiets als een dubbel omgekeerde Halloweengambiet of misschien moeten we het een omgekeerde Glek noemen. Ook in deze versie is het offer perfect speelbaar. Dit werd reeds gedemonstreerd door een piepjonge Magnus Carlsen. Zijn voorliefde voor snel de theoretische paden te verlaten, heeft hij duidelijk met de paplepel meegekregen.
Misschien kent de lezer deze geschiedenis al en was dit artikel slechts een opfrissing. De dubbel omgekeerde Halloweengambiet kwam al aan bod in een artikel gepubliceerd in 2008 op de blog van Sverre Johnsen maar ik vermoed dat weinigen hiervan op de hoogte zijn. Ik daarentegen dus wel en dat mocht mijn tegenstander in ronde 3 van de voorbije Open Leuven ervaren. De verrassing mislukte en ik kreeg al snel comfortabel spel zeker nadat wit ook nog eens hallucineerde.
Ik hoor sommige ouders klagen dat hun kinderen partijen verliezen door dit soort dubieuze gambieten. Men vindt het flauw om de kinderen in een val te laten trappen waardoor ze niet de kans krijgen om hun capaciteiten te tonen. Dit is echter een belangrijk onderdeel in het schaken waarmee men moet leren omgaan. Ofwel past men het repertoire aan zodat men dit soort gambieten vermijdt ofwel is men bereid om alle mogelijke dubieuze gambieten te leren vaak door scha en schande. Onlangs werd ik opnieuw bekritiseerd omdat ik weiger mijn zoon grote openingen te laten spelen. Dit zou slecht zijn voor ontwikkeling. Echter ik zie het nut niet in om hem in vallen te laten trappen waardoor de partij geregeld in minder dan 20 zetten voorbij is. Vandaag is het volgens mij veel belangrijker om hem lange partijen te doen spelen. Het opbouwen en afwerken van een partij is zonder twijfel prioritair op zijn niveau t.o.v. het leren van theoriezetten.

Brabo

dinsdag 9 januari 2018

Swindels

Terugvechten vanuit een verloren positie is in het schaken absoluut niet evident. In mijn artikel comebacks toonde ik aan dat in mijn partijen het kalf meestal al verdronken is wanneer er een evaluatieverschil van meer dan 1 pion is. Een recent artikeltje van schaaksite over het begrip omkeerbaarheid toont hetzelfde aan maar op een totaal andere manier. De Nederlandse expert Jaap Amesz demonstreert met enkele rapidpartijen hoe hij een topprogramma die een 1000 elo meer heeft makkelijk verslaat wanneer hij een stuk extra voor krijgt. Handicapwedstrijden zijn dus enkel interessant voor de beginnende schakers.

Het eindspel is een uitzondering omdat een fout er normaliter veel zwaarder doorweegt dan in het middenspel. Niet zelden heb ik in het verleden totaal verloren eindspelen kunnen redden doordat ik een beter inzicht had dan de tegenstander zie bv. eindspelen loper tegen paardeindspelen paard tegen paardeindspelen met ongelijke lopers,... Persoonlijk vind ik het spijtig dat we slechts in ongeveer 10% van onze partijen te maken krijgen met een "speelbaar" eindspel. Een hoger percentage had zonder twijfel positief geweest voor mijn rating. Trouwens het huidige snellere tempo in vergelijking met een paar jaar terug was zeker nadelig voor het eindspel.

Dus een gewonnen middenspel met een relatief lage computer-evaluatie zal vaak makkelijker te winnen zijn dan een gewonnen eindspel met een soms veel hogere computer-evaluatie. Ervaren spelers weten hoe tegenspel te vermijden in een gewonnen middenspel. Voor de verdediging is er meestal niets anders dan urenlang verdedigen. Dit is niet alleen lastig en saai maar levert bovendien zelfs voor sterke spelers weinig kans op succes. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommigen op de swindeltoer gaan. De definitie van wikipedia vertelt ons het bedotten van de tegenstander om een verloren positie alsnog te redden.

Met de swindelzet leg je dus een val voor de tegenstander maar riskeer je tezelfdertijd ook een veel snellere/ onmiddellijke nederlaag. Wanneer stug verdedigen sowieso naar een gegarandeerde nederlaag leidt, is de swindel absoluut verantwoord. Echter in vele andere situaties is de juiste keuze veel minder duidelijk. Ik ben zeker hierin niet goed. Wanneer ik swindelzetten speel, is het veelal te laat en eerder een allerlaatste stuiptrekking voor de opgave zonder realistische kansen op een ommekeer. Ik herinner mij 1 duidelijke uitzondering in mijn schaakcarriere waarbij ik trachtte te swindelen in een slechte maar nog niet duidelijk verloren stelling.
De slotstelling is totaal verloren voor mij maar wit was tevreden met de remise dus keek niet verder dan de zetherhaling (iets gelijkaardigs gebeurde recent in de partij Zaki Harari - Maxim Rodshtein gespeeld in Isle of Man).  Naar alle waarschijnlijkheid had een iets sterkere speler afgeweken en zou de swindel gefaald zijn. In elk geval voelde ik mij achteraf niet trots op de swindel. Ik vond dat ik een half punt gestolen had maar besefte tezelfdertijd dat vele anderen nooit zouden aarzelen om mezelf iets gelijkaardig te kunnen lappen.

Helemaal anders voelt het aan wanneer een swindel gebeurt door een unieke verborgen mogelijkheid na een verandering in de stelling. Deze swindels zijn niet gebaseerd op het uitlokken van fouten maar vertrekken vanuit de eigen sterkte en vinden van vaak spectaculaire wendingen. Het meest vruchtbare terrein hiervoor is opnieuw het eindspel. In mijn artikel vakantie deel 3 vertelde ik al dat ik de partijen van de andere Belgen in Le Touquet trachtte te volgen. Hierbij keek ik niet alleen naar de spelers in de A-groep maar ook naar de Belgen in de B-groep. Zo zag ik een leuke swindel uitgevoerd door de 11 jarige Leen Deleu.
De resultaten vielen wat tegen voor Leen in het tornooi maar die ontsnapping zal zeker deugd gedaan hebben.

In Open Leuven overkwam mij de mooiste swindel uit mijn schaakcarrière en bovendien in een middenspel. Net op het moment dat ik dacht hem eindelijk te kunnen pakken blies de flamboyante Belgische expert Emile Boucquet mij van mijn sokkel met een wondermooi stukoffer die geforceerd naar remise leidde. De wrange smaak van een zeer gunstige stelling met pluspion te hebben laten glippen, werd al snel weggespoeld toen ik steeds beter de schoonheid ervan kon begrijpen.
Ik vermoed dat Emile op voorhand niet alles had uitgerekend maar dat doet er hier niet toe en was bovendien ook bijna onmogelijk gezien de resterende tijd op de klok. Halfjes of zelfs hele punten wil ik altijd wel verliezen als mijn tegenstander dit soort swindels op het bord kan toveren.

Eigenlijk horen dit soort swindels thuis in een boek voor de echte schaakliefhebber. Hiervoor hebben we leren schaken. Nu moet het net lukken dat de Australische grootmeester David Smerdon op zijn blog een oproep heeft gedaan om de beste swindels naar hem op te sturen omdat hij die wil bundelen in een boek zie artikel: a swindle that never was. Dus heb je zelf iets spectaculairs meegemaakt in de carrière, schrijf het hieronder of stuur het rechtstreeks op naar David.

Brabo